Een nieuwe revolutie

Het is niet overdreven te stellen dat in het jaar dat ik nu woordvoerder Landbouw voor de SP ben, de sector van de ene op de andere crisis is gestuit. Stalbranden, fipronil-eieren, mestfraude, melkveefraude: het is duidelijk dat er grote problemen zijn in de Nederlandse landbouw. Dat kan en moet anders.

Voor de SP in de Tweede Kamer zijn er in het algemeen vier brede prioriteiten aan te wijzen op het gebied van landbouwbeleid waar wij ons vol voor inzetten, zowel binnen als buiten het parlement.

Gezondheid en leefomgeving

De eerste prioriteit ligt bij volksgezondheid en leefomgeving. Nederland is een van de dichtst bevolkte gebieden ter wereld, maar tegelijk ook een van de landen met de hoogste veedichtheid. Dat geldt zeker voor deelgebieden als de Peel en de Gelderse Vallei. Deze combinatie van veel mensen en dieren, op een klein stukje grond, brengt grote risico’s met zich mee. In de eerste plaats voor de volksgezondheid. Helaas kennen wij deze risico’s in Nederland sinds de grote uitbraak van Q-koorts in 2007 maar al te goed. Met voor zover bekend 74 doden (het werkelijke aantal zou nog weleens aanmerkelijk hoger kunnen liggen) en duizenden zieken, is dit een van de grootste rampen uit de naoorlogse geschiedenis. Q-koorts is een infectieziekte die afkomstig is van de intensieve geitenhouderij maar kan overspringen van geiten op mensen. De reactie van de Nederlandse overheid op de uitbraak was buitengewoon slap. Vanwege de belangen van de sector werden de risico’s voor de volksgezondheid lange tijd niet onderkend. Ook de Nationale Ombudsman heeft dit bevestigd. Pas in 2017, tien jaar na de uitbraak, kwamen er voor het eerst excuses van het kabinet en werd er iets van financiële compensatie beschikbaar gesteld – al is het nog afwachten welke vorm deze precies krijgt. Mijn voorganger als landbouwwoordvoerder namens de SP, Henk van Gerven, heeft hier terecht steeds op aangedrongen.

De gezondheidsproblemen beperken zich niet tot Q-koorts. Uit recent onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat er een duidelijk verband is tussen longklachten en geitenhouderijen. De provincies Noord-Brabant en Gelderland hebben daarop besloten tot een uitbreidingsstop voor deze tak van veehouderij. De andere grote geitenprovincies, Limburg en Overijssel, hebben dat echter niet gedaan, wat onverantwoord is voor de volksgezondheid. Ook in de Tweede Kamer heeft de SP meerdere malen gepleit voor een maximering van geitenaantallen, maar tevergeefs.

De gezondheidsproblemen beperken zich helaas ook niet tot geiten. Bij pluimveehouders komt veel fijnstof vrij, en is vogelgriep (dat ook op mensen kan overslaan) inmiddels een jaarlijks terugkerend fenomeen. Ook bij varkens is een ziekte-uitbraak die kan overslaan op mensen een voortdurend risico, vooral als er grote aantallen varkens in de buurt van mensen leven.

Naast volksgezondheid is ook de leefomgeving een belangrijk onderwerp. Want ziekte is niet de enige overlast die de intensieve veehouderij kan geven. Geur is bijvoorbeeld ook een groot en groeiend probleem. Natuurlijk is het normaal dat plattelandsbewoners weleens mest ruiken, maar de voortdurende stank van megastallen is van een andere orde – en voor veel mensen in de omgeving niet te verdragen. Het is dan ook logisch dat steeds meer actiegroepen opstaan tegen verdere groei van de intensieve veehouderij in hun omgeving, vaak gesteund of zelfs op initiatief van de lokale SP-afdeling. De SP Apeldoorn is een mooi voorbeeld van een afdeling die het dankzij actievoeren gelukt is om een megastal tegen te houden.

Omwonenden die een einde willen aan de ongeremde groei van megastallen, vangen vaak bot bij hun gemeente. Dat is soms door onwil (het CDA is vaak sterk in veedichte gebieden), maar ook omdat gemeenten vaak niet de juridische middelen hebben om in te grijpen. Met name de provincie Noord-Brabant, waar de SP meebestuurt, heeft vaak gevraagd om extra wetgeving om het probleem te kunnen aanpakken. Het kabinet heeft echter aangekondigd niets te willen doen. Daarom heb ik deze maand een initiatiefwet ingediend: de Wet veedichte gebieden. Deze wet zal provincies de mogelijkheid geven om op grond van volksgezondheids- en leefbaarheidsargumenten de veestapel in een bepaald gebied te beperken of te verkleinen. Dat betekent ook dat geen bestuurder zich meer achter de wet kan verschuilen om niets te doen aan het probleem. Als onze initiatiefwet wordt aangenomen hebben provincies en gemeenten voortaan de middelen om het probleem echt aan te pakken.

(Illustratie door Matthias van Hunnik)

Dierenwelzijn

Ook dierenwelzijn heeft grote prioriteit voor de SP. ‘Een dier is meer dan een lap vlees’ is altijd ons credo geweest. Wij hebben dan ook een lange traditie op dit gebied. Zo is het aan het aanhoudende werk van Krista van Velzen te danken dat in 2024 de verschrikkelijke nertshouderij eindelijk definitief verboden wordt. Helaas zijn er nog veel meer misstanden in de intensieve veehouderij. Bijna elke maand verschijnen er weer schrijnende beelden van dieren die onder erbarmelijke omstandigheden in stallen moeten leven. Het is dus ook zaak om voortdurend deze misstanden in de Tweede Kamer en daarbuiten aan de orde te stellen.

De problematiek is zo groot en zo breed dat zich bijna elke week wel weer een ander onderwerp aandient. Dat kan het afknippen van varkensstaarten zijn (officieel al 25 jaar verboden, maar nog steeds gangbare praktijk), of het ontbreken van zwemwater voor eenden die in een stal worden gehouden. Daarbij is er een onderwerp dat alle aandacht verdient en dat zijn de stalbranden. Elk jaar breekt Nederland weer het record wat betreft het aantal dieren dat is omgekomen bij afgebrande stallen. In 2017 werd een nieuwe piek bereikt, met 229 duizend omgekomen dieren. En hoewel de piek normaal in de zomer ligt, hebben we ook dit jaar alweer een aantal grote branden gehad. Dit is onacceptabel. Een nieuw actieplan hiertegen is dringend nodig. De meest voor de hand liggende maatregelen zijn betere veiligheidseisen voor bestaande en nieuwe stallen en jaarlijkse controles door de brandweer. Als het kabinet niet met maatregelen komt, zal de SP nog voor de zomer met voorstellen komen.

Twee jaar geleden heeft Henk van Gerven namens de SP al een initiatiefwetsvoorstel ingediend voor verplichte weidegang. Het kabinet wil er nog niet aan, maar wat de SP betreft hoort elke koe een deel van het jaar in de wei te staan. De enige bedrijven voor wie dit onhaalbaar is, zijn de enorme megastallen die niet genoeg grasland hebben om hun koeien te weiden. Van dergelijke bedrijven willen we af, dus hier gaan we mee door. Datzelfde geldt voor onderwerpen als de veel te lange dierentransporten en problemen bij slachterijen.

Niet alles op dierenwelzijnsgebied is negatief. Ik was onlangs bij Kipster in Venray, een zeer modern pluimveebedrijf met een grote mate van dierenwelzijn en met een mooie filosofie van kringlooplandbouw. Bij Kipster hebben de kippen de ruimte en kunnen ze naar buiten. Bovendien worden daar – anders dan bij de meeste eierproducenten – haantjes niet direct vergast, maar gewoon grootgebracht. Een mooi voorbeeld van een concept dat hopelijk veel navolging krijgt.

Natuur en milieu

Een derde prioriteit is de grote druk van de landbouw op het milieu. Ook hier staan veel seinen op rood. Er is terecht veel aandacht voor het afnemende aantal insecten en de teruglopende vogelstand en natuurkwaliteit in Nederland. We zien hier een tweetal grote problemen: landbouwgif en mestoverschotten. Als SP doen wij er alles aan om landbouwgif zoveel mogelijk uit ons land te weren, al stuiten we daarbij steeds weer op tegenstand in de Tweede Kamer en in Europa. Onder andere het veelgebruikte gif glyfosaat en de zogenaamde neonicotinoïden, onder andere verantwoordelijk voor bijensterfte, moeten we zo snel mogelijk vervangen door natuurvriendelijke alternatieven. Die zijn er ook.

Gelukkig is er wel steeds meer aandacht voor de zogenaamde ‘natuurinclusieve’ landbouw. Door geen gif te spuiten en bijvoorbeeld kruiden in je grasland toe te staan of door bloemrijke akkerranden en houtwallen aan te leggen, kun je de biodiversiteit in het landelijk gebied enorm verbeteren. Waar vroeger agrarisch natuurbeheer toch vooral een bron van subsidie voor boeren was, zien we nu op steeds meer plekken dat er echt werk van gemaakt wordt. Wel zal dit veel breder moeten worden ingezet, willen we de natuur in Nederland daadwerkelijk verbeteren.

We zijn ons water en onze bodem echter niet alleen aan het vergiftigen met chemisch gif, maar ook met te veel stikstof. Dit is een direct gevolg van het enorme mestoverschot in Nederland. Wij produceren simpelweg te veel mest om in ons eigen land kwijt te kunnen. Met als gevolg dat er veel te veel stikstof in ons water en in onze grond zit, met alle consequenties van dien. In Oost-Brabant hebben al verschillende waterwinbedrijven locaties moeten sluiten, omdat het water te veel stikstof bevatte. En onze bijzondere natuurgebieden worden aangetast door diezelfde stikstof, waardoor unieke stukjes Nederland dreigen te verdwijnen. Daar komt nog het probleem van grootschalige mestfraude bovenop. Linksom of rechtsom zal de veestapel in Nederland daarom kleiner moeten worden, simpelweg omdat ons land de mestdruk niet aankan.

Breek de keten

Misschien wel het lastigste van alles wat er gedaan moet worden, is het hervormen van het landbouwsysteem in zijn totaliteit. Boeren worden in toenemende mate gedwongen zich aan te passen aan de eisen van de keten waarin ze zich bevinden. En zoals overal in onze maatschappij, heersen hier de wetten van het kapitaal. De grote winsten worden niet gemaakt door melkveehouders, maar bijvoorbeeld door de diervoederindustrie en de grote exportbedrijven. Individuele boeren staan bijna machteloos tegenover de Unilevers en de supermarkten. Alles rond de landbouw, of het nu de banken zijn of de agrarische hogescholen, is nog steeds vrijwel volledig gericht op een zo groot mogelijke productie tegen een zo laag mogelijke prijs. Die denkwijze moet doorbroken worden.

Dat is een strijd die op verschillende fronten gestreden moet worden. Dat moet wereldwijd, waarbij we de dumping van goedkoop voedsel in ontwikkelingslanden en de import van soja als diervoeder naar Europa moeten tegengaan. Dat moet binnen Europa, waar het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid niet langer gericht moet zijn op productievergroting, maar op echte vergroening. En dat moeten we nationaal doen, bijvoorbeeld door te zorgen dat onze supermarkten niet langer voedsel voor stuntprijzen verkopen, dat ons agrarisch onderwijs moderniseert zodat de aandacht niet eenzijdig op productieverhoging wordt gelegd, en dat de macht van de grote ketens zoveel mogelijk wordt gebroken.

Het is hier van belang om ook perspectief te bieden aan de landbouw. Boeren voelen zich nu vaak het slachtoffer van campagnes waarin zij de schuld krijgen van bijna alle maatschappelijke problemen. We moeten daarom naar een systeem waarbij een eerlijke prijs voor een eerlijk product mogelijk is en waar boeren volgens biologische, natuurinclusieve en circulaire methodes (waarbij eigen veevoer wordt geproduceerd en mest op eigen grond wordt verspreid) ook echt lonen. Dat kan bijvoorbeeld door afspraken te maken over minimumprijzen voor melk in de supermarkt en over verplichte weidegang.

De afgelopen zeventig jaar is er hard gewerkt om de Nederlandse landbouw de meest efficiënte ter wereld te maken. Dat is gelukt. Maar de prijs die wij er als samenleving voor betalen is te hoog geworden. Daarom is een nieuwe revolutie in de landbouw nodig, die de Nederlandse boeren laat voorlopen in kwaliteit van leefomgeving, dierenwelzijn, natuurbeheer en voedsel. Dat is de landbouw waar de SP naartoe werkt.