De macht van de agro-chemiereuzen

Niet alleen boerenbedrijven worden steeds groter. Ook de bedrijven die de boeren zaden en bestrijdingsmiddelen verkopen zijn in korte tijd samengeklonterd tot enkele giganten. Een schoolvoorbeeld van hoe kapitalisme werkt. In hele werelddelen maken enkele agrochemiereuzen de dienst uit; de wereldmarkt wordt gedomineerd door vier bedrijven. Of zij hun macht nog verder kunnen consolideren is aan de Europese Commissie, die een aanstaande fusie tussen Monsanto en Bayer onderzoekt.

Eén miljoen. Zoveel handtekeningen ontving Eurocommissaris voor Mededinging Margrethe Vestager van burgers die bezorgd zijn over de fusieplannen van Monsanto en Bayer, twee van de grootste bedrijven in de agrochemische industrie. Zij staan niet alleen: meer dan de helft van de Europeanen wil dat de fusie wordt tegengehouden, aldus een peiling van YouGov.

Het verzet tegen de fusie komt niet onverwacht. Weinig bedrijven roepen zoveel weerstand op als Monsanto, een van oorsprong Amerikaanse fabrikant van chemische producten, die tegenwoordig wereldwijd handelt in zaden en chemische bestrijdingsmiddelen (pesticiden tegen plantenziektes, herbiciden tegen onkruid en insecticiden tegen insecten). In de vorige eeuw raakte het bedrijf in opspraak vanwege de productie van Agent Orange, een ontbladeringsmiddel dat door de VS werd ingezet in de Vietnamoorlog, met zeer ernstige ziektes als gevolg. Ook kwam er verzet tegen DDT, een door Monsanto geproduceerd chemisch insectenbestrijdingsmiddel dat enorm milieuvervuilend bleek te zijn.

Als producent van Agent Orange en DDT werd Monsanto een van de meest gehate bedrijven ter wereld. In de jaren tachtig begon het bedrijf met onderzoek naar genetische modificatie van gewassen. Daarmee maakte Monsanto een behoorlijke draai in de richting van de landbouwsector, met als boodschap dat het bedrijf voortaan zou helpen om de wereld te voeden.

Tegelijkertijd zette het bedrijf alle beschikbare middelen in om een zo groot mogelijke marktpositie te bemachtigen. De afgelopen decennia lijfde het bedrijf talloze kleine zaadbedrijven in, waaronder de Nederlandse bedrijven Bruinsma (via Seminis) en De Ruiter. In 2011 had Monsanto op deze manier 26 procent van de wereldmarkt voor zaden bij elkaar gekocht. De reputatie van Monsanto verbeterde overigens niet. Nieuwe schandalen bleven het bedrijf achtervolgen. Zo begon onlangs nog een groep boeren in de VS een rechtszaak tegen Monsanto, in verband met het onkruidverdelgingsmiddel RoundUp. Ook stelde het Europees Parlement een onderzoekscommissie in om de wettelijke gang van zaken rondom dit bestrijdingsmiddel tegen het licht te houden.

Het bedrijf wordt ook zwaar bekritiseerd door milieuorganisaties, die stellen dat Monsanto misbruik maakt van zijn macht op de zadenmarkt om ook bestrijdingsmiddelen te verkopen. Monsanto’s machtspositie is volgens deze organisaties niet in het belang van boeren, maar schaadt hen juist. Bijvoorbeeld doordat het bedrijf eist dat de afnemer van bepaalde zaden ook het eerdergenoemde RoundUp aanschaft. Mede hierdoor heeft Monsanto het marktaandeel van het bestrijdingsmiddel hoog kunnen houden, ondanks dat het patent op de werkzame stof glyfosaat al jaren is verlopen. De voorgestelde fusie met Bayer versterkt die marktdominantie nog verder.

Machtsconcentratie

In de jaren zeventig waren er nog duizenden zaadbedrijven. Dat aantal liep eind jaren negentig al terug tot ongeveer 300, naar een honderdtal rond het jaar 2010. Daar merkten consumenten overigens niets van: veel zaden werden nog altijd onder de oorspronkelijke bedrijfsnamen verkocht. Dus zaden van bijvoorbeeld De Ruiter komen gewoon van Monsanto. Dat bedrijf handelt bovendien niet alleen in zaden, maar bijvoorbeeld ook in bestrijdingsmiddelen. Het is een ware agrochemiereus.

Tot voor kort waren er zes van deze agrochemiegiganten: Bayer, Monsanto, Syngenta, DuPont, ChemChina en Dow. Daarvan zijn er inmiddels nog maar vier over (ChemChina nam Syngenta over, DuPont en Dow fuseerden) en Bayer staat nu op het punt om Monsanto over te nemen.

 

Foto: Friends of the Earth Europe©

Waarheen leidt deze weg?

De plannen van Monsanto en Bayer zijn exemplarisch voor de agrochemische sector, waar steeds meer bedrijven fuseren en de wereldmarkt wordt gedomineerd door enkele giganten. Boeren worden alsmaar afhankelijker van enkele bedrijven. Zeker wanneer er een daarvan zaden verkoopt waar andere marktpartijen niet omheen kunnen (denk aan broccoli met een lange steel, waar Monsanto de rechten voor bezit). Of omdat zij via de verkoopovereenkomst van zaden worden verplicht om ook het bestrijdingsmiddel van dezelfde fabrikant te kopen.

Machtsconcentratie vindt niet alleen in de agrarische sector plaats, maar ook in steeds meer andere sectoren. Eind vorig jaar wijdde de Britse komiek John Oliver, een uitzending  van zijn  programma Last Week Tonight, aan het probleem van bedrijfsconsolidatie. In vijftien minuten liet hij zien hoe oligopolies (markten met enkele dominante bedrijven) in de luchtvaart-, autoverhuur- en biersector leiden tot bizarre prijsverhogingen. In de luchtvaart zijn bijvoorbeeld de prijzen voor extra bagage enorm gestegen, waardoor de winst op deze dienst is verachtvoudigd. Natuurlijk zijn mensen bereid die prijsverhoging te betalen, want voor veel vluchten kun je simpelweg niet voor een andere luchtvaartmaatschappij kiezen.

Machtsmisbruik

De steeds grotere dominantie van deze bedrijven heeft gevolgen voor de marktverhoudingen. In haar onvolprezen serie over kapitaal en arbeid in de Groene Amsterdammer stelt Mirjam de Rijk vast dat ‘hoewel geen enkel bedrijf de markt helemaal in handen heeft, is er toch sprake van monopolieachtige praktijken’. De Europese mededingingsautoriteit moet machtsmisbruik voorkomen, maar het fenomeen blijkt vaak ongrijpbaar. Als misbruik moeilijk te voorkomen is, zou de overheid er dan niet op moeten toezien dat machtsconcentratie zoveel mogelijk wordt vermeden?

In de praktijk gebeurt nu het tegenovergestelde. ‘Grote bedrijven doen er alles aan om concurrentie uit te bannen en overheden helpen hen daarbij’, aldus Arnoud Boot, hoogleraar Ondernemingsfinanciering en Financiële Markten, in datzelfde artikel. Hij stelt dat nationale overheden hier nooit tegen op zullen treden. Volgens hem proberen Europese mededingingsautoriteiten het wel, maar blijkt de praktijk weerbarstiger. Kort samengevat: het is gewoon lastig.

Politicologe Angela Wigger denkt daar anders over. ‘Het Europese mededingingsbeleid is helemaal niet gericht op het voorkomen van monopolies of oligopolies. Het faciliteert juist economische concentratie – mede door nationale mededingingsautoriteiten en democratische vormen van inspraak uit te schakelen. Onder druk van het georganiseerde kapitaal wordt er gestreefd naar Europese kampioenen: grote, dominante bedrijven die de concurrentiestrijd op de wereldmarkt aankunnen. Dit blijkt ook uit de statistieken: sinds de bovenstatelijke fusiecontrole in 1989 werd aangenomen, heeft de Europese Commissie negen van de tien fusies goedgekeurd. De meeste zelfs zonder voorwaarden.’

Volgens Wiggers wordt niet onderzocht of deze fusies ook in het belang zijn van de Europese burgers of de werknemers: ‘In de tekst van de EU-fusiewetgeving is er bewust voor gekozen om “publieke belangen” als criteria weg te laten. De Europese Commissie pretendeert wel in het belang van de consumenten te handelen, bij het toetsen van fusies. Want, zo wordt dan voorondersteld, schaalvergroting leidt tot lagere prijzen voor consumenten.’ Maar dat is wel een heel beperkte opvatting van het begrip belang. ‘Dat mensen eerst een baan en een fatsoenlijk salaris moeten hebben om überhaupt te kunnen consumeren wordt bijvoorbeeld niet meegewogen. Ook de toekomst van een bedrijf of de economische ontwikkeling van een regio blijven buiten beeld. Door de nadruk op prijsconcurrentie te leggen worden andere belangrijke dimensies, zoals arbeidszekerheid of het milieu, gedepolitiseerd.’

Prijsconcurrentie

Is prijsconcurrentie per se wenselijk? ‘Nee’, stelt Angela Wigger: ‘De neiging, ook bij linkse partijen, om vrijwel altijd een lagere prijs aan te moedigen is enorm problematisch. Prijsconcurrentie verhoogt altijd de druk op lonen. Er is niets mis met concurrentie tussen bedrijven om betere en innovatieve producten te produceren of, om met Marx te spreken, de gebruikswaarde van goederen te verhogen. Maar deze concurrentie mag nooit ten koste van werknemers gaan.’

Of fusies in de toekomst daadwerkelijk tot een prijsvoordeel voor consumenten leiden, moeten we nog maar afwachten. De Commissie geeft dus royaal toestemming voor fusies, op basis van een ‘verwachte’ toekomstige prijsverlaging.

wceend
Tweede Kamerlid Sandra Beckerman vraagt al jaren aandacht voor het belang van onafhankelijke wetenschap. Foto: SP

Universiteiten onder druk

Stel dat de Europese Commissie bij een voorgestelde fusie wel zou toetsen of deze het algemeen belang dient. Zouden de fusies in de agrochemische sector die test dan doorstaan? Voorstanders wijzen op de schaalvoordelen, met name bij onderzoek naar nieuwe producten en diensten. Opvallend is dat er juist op dit terrein al veel wordt samengewerkt, bijvoorbeeld in de grote onderzoeksprojecten die de Europese Commissie subsidieert. Mede daardoor dreigt overigens een nieuw gevaar: de toenemende invloed van bedrijven op onderzoek bij universiteiten. In een enquête die onderzoeksplatform Follow The Money hield onder 180 hoogleraren, zegt bijna 60 procent van de respondenten dat financiering door het bedrijfsleven doorslaggevend is bij het bepalen van de onderzoeksonderwerpen. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen waarschuwde onlangs nog dat ‘de steeds grotere nadruk op maatschappelijk relevant onderzoek de academische vrijheid beperkt’. Ook in het nummer van Spanning over wetenschap en vooruitgang (april 2017), wordt belicht hoe invloeden uit het bedrijfsleven fundamenteel onderzoek bedreigen.

Een tweede argument dat voorstanders van fusies maken, is dat de kosten erdoor zouden worden gedrukt. Hierdoor kunnen de opbrengsten en de winsten stijgen, maar dat hoeft niet te betekenen dat dan ook de prijzen dalen. Het is nog maar de vraag of consumenten er baat bij zullen hebben, zeker bij de agrochemie-giganten.

Philip Howard, universitair hoofddocent aan de Michigan State University, onderzocht in zijn boek Concentratie en macht in de voedselsector de samenklontering van bedrijven in de voedselsector, waaronder de agrochemie. Volgens Howard zijn de fusies vooral gericht op het vergroten van de macht van deze bedrijven op de markt. Dat gebeurt op vele manieren: van het eenvoudiger lospeuteren van subsidies voor onderzoek tot het kunnen eisen van hogere prijzen door minder concurrentie. In de Groene Amsterdammer is ook hoogleraar Arnoud Boot stellig: ‘Schaalvergroting van bedrijven gaat al lang niet meer over kostenvoordeel, maar over het uitbannen van concurrentie, bijvoorbeeld door concurrenten op te kopen.’

De fusies frustreren dus concurrentie op de prijs. Deze analyse verklaart veel. Denk bijvoorbeeld aan de prijzen van sojazaad. Die zijn in de VS verdrievoudigd, terwijl de opbrengsten slechts met 30 procent zijn gestegen, aldus de Wall Street Journal.

De wens van het grootkapitaal

Fusies zijn dus vaak bedoeld om het marktaandeel te vergroten en de concurrentie te verminderen. Maar hoe komt het dat er juist nu weer veel fusies plaatsvinden? Verslaggever fusies en overnames Gijs den Brinker van Het Financieele Dagblad noemt de lage rente als belangrijkste reden, in combinatie met een overvloed aan beschikbare liquide middelen bij bedrijven. Zijn verwachting is dat zolang de rente laag is, het aantal overnames hoog blijft.

De laatste fusie- en overnamegolf, waarbij ook veel Nederlandse bedrijven in buitenlandse handen zijn gekomen, heeft ertoe bijgedragen dat er in Den Haag wordt nagedacht over remmende maatregelen. Onder minister Kamp is er een wachttijd van 250 dagen ingevoerd. Dat remt de overname iets, maar lang niet voldoende. Zo hebben medewerkers nog steeds geen bepalende stem. Een inspraakvereiste voor hen zou een flinke stap zijn in de richting van een toets aan het algemeen belang.

Of de fusie tussen Bayer en Monsanto doorgaat, hangt helaas niet af van de vraag of dit in het publieke belang is. Eurocommissaris Vestager laat haar oordeel afhangen van een toekomstprognose, gericht op de groeimarkt van Big Data. Door een combinatie van een enorme hoeveelheid data en het toepassen van kunstmatige intelligente, is het nieuwe bedrijf straks in staat om boeren te helpen hun oogst verder te maximaliseren. Volgens Louise Fresco van de Wageningen Universiteit ontstaat hierdoor ‘een agrarische dienstverlener zonder weerga’. Dit is precies zoals het grootkapitaal het graag ziet, maar het is de nachtmerrie van menig boer.

Geraadpleegde bronnen

• Philip Howard. Concentration and power in the Food System

• Follow The Money, Herman Lelieveldt. Machtsconcentratie in voedselsector is goed. Zeggen ze

• Follow The Money, Arne van der Wal. Fusies agrochemie leiden tot sterke machtsconcentratie