Zorg, welzijn en sport

  • Voorkom dakloosheid van mensen met schulden

    Het aantal dak- en thuislozen is de afgelopen jaren fors toegenomen. Gemeenten moeten een zorgplicht krijgen. Daklozenteams kunnen worden ingesteld om daklozen te begeleiden. Er moet een recht op wonen komen voor iedereen en een preventieve aanpak om dakloosheid van jongeren en mensen met schulden te voorkomen. De wachtlijsten in de zorg dienen te worden weggewerkt. Niemand mag worden ontslagen uit de jeugdzorg, detentie of een psychiatrisch ziekenhuis zonder duidelijkheid over een (al dan niet begeleide) woonplek. Er moeten voldoende en gespecialiseerde sociale pensions komen en alle opvang moet 24 uur open zijn, met een onbeperkte verblijfduur. In bijzondere gevallen moet onder medische controle drugs worden verstrekt. Veel meer dan nu het geval is moet worden ingezet op resocialisatie.

  • Voor een Actief Donor Register met verplichte registratie

    Het registratiesysteem voor donoren moet worden omgezet in een Actief Donor Register. Dit systeem gaat uit van een verplichte registratie. Bij dit systeem wordt uitgegaan van een vanzelfsprekende solidariteit, waarbij iedereen het recht heeft om zijn of haar bezwaar tegen orgaandonatie te laten registeren. Mensen worden persoonlijk geïnformeerd hoe zij in het donorregister staan als zij voor een paspoort, identiteitsbewijs of rijbewijs bij de gemeente komen. Daarbij wordt uitgelegd hoe het register werkt en hoe een registratie kan worden gewijzigd. De huidige positie van nabestaanden wordt gehandhaafd: indien de familie weigert of het niet aankan, moet de arts niet tot orgaanuitname overgaan. Er komt een duidelijke startcampagne om de overgang tot het nieuwe systeem te markeren en er komt gerichte voorlichting voor analfabeten.

  • Een menswaardige dood bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden

    Bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden moeten mensen kunnen kiezen voor een menswaardige dood en daarbij kunnen rekenen op professionele ondersteuning. Mensen mogen echter nooit in een situatie worden gemanoeuvreerd waarin ze moeten rechtvaardigen waarom ze niet voor euthanasie kiezen, of waarin andere omstandigheden de keuze beïnvloeden, zoals tekortschietende zorg of onvoldoende deskundige palliatieve zorg.

    In de beroepsopleidingen en beroepspraktijk van verpleegkundigen en (huis)artsen moet meer aandacht komen voor euthanasie, stervensbegeleiding en palliatieve zorg. In elke regio moet een palliatief team beschikbaar zijn ter ondersteuning en advisering van artsen bij begeleiding van terminale patiënten. Zorg in hospices en palliatieve units in verpleeg- en verzorgingshuizen moet voldoende beschikbaar en gefinancierd worden. Thuiszorg bij terminale patiënten moet onbeperkt beschikbaar zijn.

  • Kleinschalige huisartsenposten in de buurt

    Huisartsen vervullen een belangrijke rol bij het signaleren van medische problemen. De SP vindt dat er meer moet worden geïnvesteerd in de eerstelijnszorg, waar onder andere fysiotherapeuten, apothekers, maatschappelijk werkers en huisartsen onder vallen.

    Grootschalige huisartsenposten moeten worden afgebouwd. De bouw van poliklinieken in de wijken wordt bevorderd.

    Huisartsenzorg leent zich niet voor concurrentie. De financiering moet daarom uitgaan van beschikbaarheid en niet van gedraaide ‘productie’

  • Jeugdzorg zonder marktwerking en wachtlijsten

    De SP is er voorstander van om de jeugdzorg dichtbij de mensen te organiseren. We staan dan ook achter het idee om de gemeenten verantwoordelijk te maken voor de jeugdzorg. De bezuinigingen op de jeugdzorg wijzen we af. Kinderen en hun ouders moeten het recht op jeugdzorg behouden. Daarvoor is voldoende geld nodig. De introductie van de marktwerking in de jeugdzorg is de SP een doorn in het oog. We zijn daarom blij dat gemeenten – op initiatief van de SP – geen zaken meer mogen doen met jeugdzorginstellingen met een winstoogmerk. Zo verdwijnt geld dat bedoeld is voor de jeugdzorg niet in de zakken van private investeerders. 

    De SP wil dat er voldoende plekken zijn in de jeugdzorg. Het is onaanvaardbaar dat kinderen langer op zorg wachten dan nodig is of dat ze in een situatie moeten verblijven die eigenlijk niet meer verantwoord is. We maken ons daarom zorgen dat er weinig toezicht is op de zorg die gemeenten inkopen voor jongeren. Hierdoor kan het voorkomen dat een gemeente geen specialistische zorg (bij eer gerelateerd geweld, anorexia of loverboys) inkoopt, omdat zij denken dat dit niet voorkomt in de eigen gemeente. Jongeren komen dan in de kou te staan.

    Wij zijn niet voor eigen bedragen want die kunnen ervoor zorgen dat ouders zorg mijden terwijl zij en de kinderen het juist hard nodig hebben. De marktwerking in geestelijke gezondheidszorg voor jongeren wil de SP terugdraaien.

  • De AWBZ: een solidaire volksverzekering

    Zorgen voor mensen die zorg nodig hebben, is een van de kernpunten van een solidaire samenleving. Iemand die door chronische ziekte, een beperking of door ouderdom verzorging nodig heeft, krijgt dat in Nederland via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De AWBZ is een solidaire volksverzekering voor zorg die we allemaal nodig kunnen hebben.  De SP wil zorg en hulp voor mensen die dat nodig hebben behouden en zet zich in voor het behoud van de AWBZ.

    Het behouden van de AWBZ kan alleen wanneer bureaucratie, overhead, fraude en werkdruk voor medewerkers geschrapt wordt. Dit kan door zorginstellingen niet te laten concurreren, maar door samen te werken. Ook komt er een fusiestop en worden grote instellingen gesplitst. Hierdoor kunnen overbodige managementlagen worden afgeschaft. De thuiszorg wordt georganiseerd via buurtteams.

    Lees hier het SP-plan 'Een sociaal alternatief voor de AWBZ'

  • Meer ondersteuning voor mantelzorgers

    Mensen die familie, vrienden of buren verzorgen verdienen meer ondersteuning. Om de mantelzorg te versterken is een aantal maatregelen nodig. Het mantelzorgerscompliment bereikt onvoldoende mensen en is volstrekt onvoldoende waardering voor de zorg die mantelzorgers verlenen. De SP stelt een mantelzorgtoeslag voor.

    Wie mantelzorg geeft, heeft extra kosten. Omdat men minder kan werken door mantelzorg en meer reiskosten maakt. Het is alleszins redelijk om daar een onkostenvergoeding tegenover te stellen. Veel mantelzorgers raken overbelast, vooral de werkende mantelzorgers. Uitbreiding van het zorgverlof en ontheffing van de sollicitatieplicht kunnen hen helpen. De mogelijkheden om te bouwen op het eigen erf moeten worden uitgebreid.

    Ook moeten mantelzorgers voorrang krijgen bij het verkrijgen van een woning, zodat zij dichter bij hun familielid kunnen wonen. Bij indicatiestelling voor thuiszorg of huishoudelijke zorg mag aanwezigheid van mantelzorg geen rol spelen

  • Meer openheid over werkelijke kosten geneesmiddelen

    Nieuwe geneesmiddelen waar de effectiviteit van bewezen is en waarvan geen goedkopere equivalent bestaat, worden opgenomen in het basispakket.

     De distributie van geneesmiddelen hoort uitsluitend via (ziekenhuis)apotheken of gecertificeerde drogisten plaats te vinden en er moet voldoende tijd zijn om uitleg te geven over het gebruik van medicijnen of een medicijncheck op noodzakelijkheid en samenstelling van medicatie (vooral bij ouderen die meer dan 5 medicijnen gebruiken). Er wordt een einde gemaakt aan de verschillen in beschikbaarheid van dure geneesmiddelen per ziekenhuis.

     Er dient meer openheid te komen over de werkelijke kosten van geneesmiddelen. De prijzenwet moet worden aangescherpt, door de prijzen aan te passen aan de laagste prijs in vier Europese landen. Kortingen en bonussen bij apothekers en/of zorgverzekeraars dienen te worden verboden. De inkoop van medicijnen moet landelijk worden geregeld, zodat het fenomeen van de apotheker als ‘handelaar in medicijnen’ verdwijnt.

    Wetenschappers dienen meer greep te krijgen op het stellen van prioriteiten in het medisch onderzoek, zodat er meer onderzoek gedaan kan worden naar preventie, nieuwe vormen van bevolkingsonderzoek, zeldzame ziekten en bijwerkingen. Door het instellen van een onafhankelijk Nationaal Fonds Geneesmiddelenonderzoek kunnen rechtstreekse financiële banden tussen farmaceuten en onderzoekers voorkomen worden. Alle onderzoeken en onderzoeksresultaten moeten opgenomen worden in een publiek register, zodat wetenschappelijke kennis ten goede komt aan het algemeen belang.

     De kwaliteit van alle geneesmiddelen, dus ook van de alternatieve geneeswijzen, moet door de Inspectie voor de Gezondheidszorg bewaakt worden. De overheid ziet er op toe dat diagnoses worden gesteld en therapieën worden gegeven door mensen die betrouwbaar en deskundig zijn. Er moet altijd de mogelijkheid zijn voor een onafhankelijk onderzoek naar bijwerkingen.

  • Kleinschalige zorg voor ouderen en gehandicapten

    Het is belangrijk dat mensen die zware zorg nodig hebben terecht kunnen in veilige en huiselijke verpleeghuizen. Deze zorg moet kleinschalig in de buurt worden aangeboden, zodat mensen niet op het einde van hun leven ver weg moeten verhuizen. In de kleinschalige verpleeghuizen worden huishoudelijke taken met de bewoners gedaan door voldoende en goed opgeleid personeel.

    In de grootschalige verpleeghuizen die er nog zijn moet het personeel voldoende tijd hebben om naast de dagelijkse lichamelijke verzorging ook aandacht te kunnen besteden aan de bewoners. Daarom moeten de zorgzwaartepakketten (ZZP’s) omgevormd worden tot een betalingsvorm op basis van de zorgzwaarte, personeelsbezetting en omgevingseisen.De werkdruk in instellingen voor ouderen- en gehandicaptenzorg moet aanpakt worden, door meer deskundige en professionele verzorgenden en begeleiders per groep aan te stellen. Woonvormen met begeleiding en zorg in de wijk moeten waar mogelijk gestimuleerd worden. Ook moet de mogelijkheid blijven om te kiezen voor verblijf in een instelling, en moeten er voldoende mogelijkheden zijn voor beschermd wonen en beschut wonen. Voor elk van deze keuzes mogen geen wachtlijsten bestaan. Er moeten voldoende mogelijkheden zijn voor dagbesteding.

    Mensen moeten zo lang mogelijk in hun eigen woning of buurt kunnen blijven wonen. Hiervoor dient vanuit de eigen wijk, buurt of dorp zorg beschikbaar te zijn, die mensen hierin ondersteunt. De SP pleit daarom voor kleinschalige, intieme buurtverpleeg- en verzorgingshuizen. Daarnaast moeten seniorenwoningen en aanpasbare woningen gebouwd worden en moeten er meer mogelijkheden geboden worden voor woningaanpassing. Zo wordt gedwongen verhuizing naar grootschalige verzorgings- en verpleeghuizen onnodig.

  • Versterk het Persoonsgebonden Budget (PGB)

    Het Persoonsgebonden Budget (PGB) moet wat de SP betreft behouden en versterkt worden. Dit kan onder andere door het aanvragen van zorg niet meer op basis van financieringsvorm te doen, maar op zorgbehoefte. Heeft iemand begeleiding of verpleging nodig, dan wordt dat vastgesteld en pas daarna komt de financieringsvorm aan de orde. Ook wordt er eerst gekeken naar wat er geregeld kan worden in de reguliere zorg. Ontbreekt daar het zorgaanbod, dan moet een PGB beschikbaar zijn voor iemand die zorg nodig heeft en dat zelf kan organiseren.

    Georganiseerde aanbieders met personeel, zoals zorgboerderijen, Thomashuizen, thuiszorgaanbieders, aanbieders van begeleiding, moeten ook reguliere zorg gaan leveren. Dit vergroot de keuzevrijheid voor mensen die graag bij een aanbieder zorg willen, maar die geen PGB wensen. Hiervoor is het noodzakelijk dat voor een zorgaanbieder de toelating tot de reguliere zorg beter, goedkoper en sneller mogelijk is. Het grote voordeel hiervan is dat aanbieders onder de Kwaliteitswet gaan vallen en de Inspectie voor de Gezondheidszorg toezicht kan houden.

    Voor mensen die werken via het PGB gaat gelden dat opbouw van sociale rechten verplicht worden. Er moeten dus premies voor pensioen, WW en zorgverzekering worden afgedragen. De PGB-houder kan dit zelf doen of een derde vragen om te helpen het werkgeverschap te organiseren. Ook komt er een mantelzorgcontract: familieleden die hun baan opzeggen om de zorg op zich te nemen en via het PGB een inkomen weten te behouden, krijgen meer zekerheid. Dit contract behelst dat er premies worden betaald voor pensioen en WW, zodat ook de mantelzorger sociale rechten opbouwt. Voor het contract gelden geen urenrestricties, maar wel de mogelijkheid tot beroep op scholingsgelden voor de mantelzorger. Wanneer een PGB-houder niet zelf de contracten beheert, maar dit laat doen door een derde, dan geldt dat die niet meer mag rekenen voor de diensten dan de daadwerkelijke uitvoeringskosten. Het blijft mogelijk om PGB-budget op eigen rekening te ontvangen, maar het mag ook naar een derde, door de zorgvrager aangewezen en geaccordeerde persoon of instantie.

  • Voorkomen is beter dan genezen

    De sociaal economische gezondheidsverschillen in ons land zijn groot en de afgelopen jaren niet verkleind. Iemand met een hogere opleiding leeft gemiddeld zeven jaar langer en 20 jaar langer in ervaren gezondheid. Het is een taak van de overheid dit verschil te verkleinen. Dat kan voornamelijk door meer aandacht te hebben voor het voorkomen van ziekten en ziek worden.

    Programma’s ter voorkoming van verslaving aan drugs, alcohol en roken alsmede de hulpverlening bij het stoppen/afkicken van een verslaving moet worden uitgebreid. Naast het aanpakken van overgewicht, moet overgewicht vooral voorkomen worden. Daarom gaat de jeugd meer sporten, via een vast aantal uren gym op school en schoolzwemmen, meer mogelijkheden om buiten te spelen en een verbod op snoepreclames die gericht zijn op kinderen.

    Roken en meeroken zijn slecht voor de gezondheid. Voorkomen moet worden dat jongeren beginnen met roken. De ‘grijpbaarheid’ van tabak moet verkleind worden door de verkoop van tabak te beperken tot tabaksspeciaalzaken. Er dient een wettelijk verbod te komen op het toevoegen van verslavende stoffen en van smaakmakers die aanzetten tot roken. De SP is voor een rookvrije horeca, met een uitzondering voor kleine cafés zonder personeel. Het rookverbod in de horeca dient streng te worden gehandhaafd.

  • Meer bewegen houdt mensen langer gezond

    Een laagdrempelig en toegankelijk sportaanbod levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de samenleving, waarin verbondenheid, cohesie en het voorkomen van sociale uitsluiting van belang zijn. Daarnaast is meer bewegen gezond. Hoe jonger mensen met sporten beginnen, hoe langer zij doorgaans actief blijven. Daarom is het belangrijk om sporten  op jonge leeftijd te bevorderen.

    Sportverenigingen moeten voldoende worden ondersteund, zodat voorkomen kan worden dat zij hun contributie fors moeten verhogen.

    Ook is het verstandig om scholen en sportverenigingen de kans te geven om meer met elkaar samen te werken en gebruik te maken van elkaars ervaringen en accommodaties.

    Kinderen op de basisschool krijgen een sportstrippenkaart, waarmee ze gratis kunnen kennismaken met verschillende sporten.

    Sporten op school is de basis waar alle kinderen bereikt worden om te leren sporten en bewegen. Dit bestrijdt overgewicht onder kinderen en op deze wijze leren kinderen hoe leuk het is om te sporten. Daarom moet er een minimumsportnorm komen voor scholen, om te beginnen met drie uur sport en bewegen per week.

    Op de basisscholen wordt weer gewerkt met vakleerkrachten en schoolzwemmen wordt aan het vakkenpakket toegevoegd.

    In elke buurt moet een gegarandeerde hoeveelheid vierkante meters aan buitenspeelruimte beschikbaar zijn. Daartoe kunnen ook schoolpleinen onder buurttoezicht worden opengesteld voor sporten en spelen van kinderen.

    Sommige mensen hebben de kwaliteiten om topsporter te worden. Ook daarvoor hoort de overheid oog te hebben. Niet alles moet hier worden overgelaten aan de commercie. De overheid heeft een eigen verantwoordelijkheid om getalenteerde sporters een kans te geven de top in hun sport te halen.Extra aandacht is nodig voor sporters met een beperking. Voor de extra kosten die de sporter met een beperking maakt voor vervoer moet een adequate vergoedingsregeling komen. 

    De vergoeding van hulpmiddelen ten behoeve van sportbeoefening moet niet alleen sportrolstoelen, maar ook andere hulpmiddelen omvatten. Bij revalidatie is naast dagelijkse hulp en begeleiding naar werk ook begeleiding naar sport van belang. De toegankelijkheid van sportaccommodaties moet worden aangepast voor mensen met een beperking. </ul>

  • Goede thuiszorg in de buurt

    De SP kiest ervoor om zoveel mogelijk zorg in de buurt, op kleine schaal te organiseren. Door thuiszorg, verpleging, verzorging en dagbesteding in de wijk te organiseren kunnen mensen langer zelfstandig op een vertrouwde plek blijven wonen. De thuiszorg wordt ruimhartiger toegewezen en de respijtzorg wordt verruimd. De aanbestedingen van de huishoudelijke verzorging worden per direct geschrapt. Dit leidt namelijk tot onderbetaling van de thuiszorgorganisaties. Uiteindelijk verschraalt de zorg en wordt de rekening bij de thuiszorgwerkers neergelegd door een verslechtering van arbeidsvoorwaarden. Er moet wat de SP betreft een basistarief geboden worden, zodat onder de kostprijs werken verleden tijd is. Daarom is het belangrijk dat gemeenten verplicht worden om het geld dat zij krijgen voor thuiszorg, ook te besteden aan thuiszorg.

    De ontwikkeling dat steeds meer professionele zorg overgenomen moet worden door mantelzorgers en vrijwilligers keuren wij af. Familie, vrienden of buren kunnen in de ogen van de SP nooit gedwongen worden om professionele zorg te verlenen. Huidige mantelzorgers en vrijwilligers moeten juist meer ondersteuning krijgen in plaats van meer werkdruk. De indicatie van de huishoudelijke verzorging moet gebeuren door een professional en niet door een gemeenteambtenaar zonder expertise. De forse bezuiniging die is ingeboekt per 1 januari 2015 (40% van het budget) keurt de SP af. De eigen bijdragen voor thuiszorg en dagbesteding zorgen ervoor dat mensen afzien van zorg.

    De dagbesteding kan voor demente ouderen of mensen met een verstandelijke beperking een waardevolle invulling zijn van hun leven. Bovendien geeft het partners en familieleden tijd om even op adem te komen. De steeds verdere verschraling van dagbesteding moet voorkomen worden.

  • Behoud kleine ziekenhuizen dichtbij huis

    Er moet een nationaal netwerk van ziekenhuizen komen waarin ziekenhuizen samenwerken op specialistische zorg en waarmee kleine ziekenhuizen dichtbij huis behouden blijven. Ziekenhuizen moeten gefinancierd worden op basis van een aantal hoofdparameters, die samen een goede inschatting geven van de geleverde zorg. De financiering per verrichting en/of behandeling (via DBC’s/Dots) schaffen we af. Er komt geen winstuitkering voor ziekenhuizen. Wachtlijsten voor ziekenhuiszorg zijn niet acceptabel.


  • Samenwerking in plaats van marktwerking in de zorg

    De SP wil tweedeling in de zorg voorkomen; financiën mogen geen drempel opwerpen om zorg te krijgen. Gezamenlijk brengen we de kosten voor de zorg op, via inkomensafhankelijke premies. Marktwerking in de zorg maakt van zorg verlenen een verdienmodel en van de patiënt een product. De bureaucratie neemt toe omdat iedere (be)handeling omschreven en genoteerd moet worden. De SP wil af van deze bureaucratie.

    Zorgverzekeraars maken steeds meer uit wat goede en noodzakelijke zorg is. Zij gaan op de stoel van de arts zitten. Bovendien bestaat het gevaar van risicoselectie door zorgverzekeraars; op mensen die veel zorg nodig hebben, zoals ouderen en gehandicapten, valt immers geen winst te maken. Daarom dient onmiddellijk een einde te worden gemaakt aan deze vorm van marktwerking via verzekeraars.

    De SP wil dat zorginstellingen niet concurreren maar juist samenwerken om de zorg beter en effectiever te maken. We gaan versnippering van de zorg tegen door in samenwerking optimaal gebruik te maken van kennis en middelen. Zorginstellingen werken samen en worden gefinancierd op basis van beschikbaarheid en parameters die belangrijk zijn voor de zorgverlening. Denk aan kwaliteitseisen en een verbod op wachtlijsten. Artsen werken in loondienst en zorginstellingen hebben geen winstuitkering.  De financiering per verrichting en/of behandeling (via DBC’s/Dots) schaffen we af.

    Er moet een einde komen aan de indicatie- en controlegekte. We stappen af van het betalen per behandeling of verrichting. Dat scheelt heel veel bureaucratie. De Nederlandse Zorgautoriteit en het Centrum Indicatiestelling Zorg kunnen worden afgeschaft. Of iemand zorg nodig heeft en hoeveel, moet vastgesteld worden door de mensen die er het meeste verstand van hebben en het dichtst bij de mensen staan. Zij kennen de situatie en kunnen bijvoorbeeld ook de belasting van mantelzorgers beoordelen. Een indicatie kan prima door de wijkverpleegkundigen, in samenwerking met de huisarts, gesteld worden. Mantelzorg mag niet afgedwongen worden in de indicatie.

    De salarissen van bestuurders in de zorg moeten worden gemaximeerd, met een maximum ter hoogte van het salaris van de minister-president. Dit salaris zou gekoppeld moeten worden aan de geldende CAO, zodat het salaris niet harder kan stijgen dan dat van de mensen op de werkvloer.

    Europa gaat niet over ons zorgstelsel. Wel werken we samen bij epidemie-uitbraken, het verbieden van consumentenreclame voor medische producten, het bevorderen van onderzoek naar geneesmiddelen die de commercie niet interessant vindt en het aanpassen van patenten zodat geneesmiddelen toegankelijker zijn voor ontwikkelingslanden. Europese samenwerking is ook nodig om te voorkomen dat slecht functionerende artsen niet in andere landen aan de slag kunnen.

Werk en inkomen

  • Voor een goed pensioen en meer koopkracht

    Het inkomen van ouderen dient de koopkrachtontwikkeling van de werkende mens te volgen, zodat ook ouderen kunnen profiteren van welvaartsontwikkelingen. Als ouderen het willen, moet het mogelijk zijn om aan het arbeidsproces te blijven deelnemen. Voor hen moeten dan wel dezelfde rechten en plichten gelden als voor alle werkende mensen, zodat er geen verdringing plaatsvindt. 

    Wat de SP betreft blijft de AOW-leeftijd in ieder geval tot 2020 gehandhaafd op 65 jaar. Voor zware beroepen komt er een recht op pensioen na 40 jaar werken door VUT- en prepensioenregelingen zoals geregeld in de CAO.

    De SP vindt dat in de besturen van pensioenfondsen ook vertegenwoordigers van gepensioneerden thuishoren. De besturen moeten dan bestaan uit 1/3 werknemers, 1/3 werkgevers en uit 1/3 vertegenwoordigers van gepensioneerden.

    Pensioenen zijn geen Europese bevoegdheid. We hebben in Nederland een stelsel opgebouwd, waarbij zowel werkgevers als werknemers betrokken zijn. Europese initiatieven die erop gericht zijn om meer marktwerking in te voeren en alleen de werknemers verantwoordelijk te maken voor hun pensioenopbouw, zijn onacceptabel.

  • Volledige werkgelegenheid en eerlijke lonen

    Om onze welvaart te behouden is het nodig dat iedereen die kan werken, dat ook doet en er de mogelijkheden voor krijgt. Volledige werkgelegenheid dient centraal te staan in het sociaal-economisch beleid. 

    Daarom wil de SP dat bedrijven het maken van winst combineren met het behoud van werkgelegenheid, door bijvoorbeeld te investeren in onderzoek, ontwikkeling en de scholing van werknemers. De overheid moet maatregelen nemen om mensen aan de slag te krijgen, bijvoorbeeld door een industriepolitiek gericht op innovatie en door investeringen in de publieke sector. Alle vormen van discriminatie, zoals leeftijdsdiscriminatie, dienen door de arbeidsinspectie worden opgespoord en bestreden. 

    Daarnaast dienen bedrijven en instellingen te worden aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het scheppen van werk voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten, afgestudeerde VMBO’ers en kinderen van migranten. Zij maken met scholen afspraken over stageplekken voor leerlingen en studenten.

    De tweedeling op de arbeidsmarkt tussen mensen met een vast contract en mensen met een tijdelijk contract wordt steeds groter. De SP vindt dat structureel werk moet worden uitgevoerd met vaste contracten, niet door uitzendwerkers. Uitzendwerk is er voor piekperiodes, om ziekte op te vangen en in seizoenswerk. Goede werkgevers geven hun werknemers na een proefperiode zekerheid. Uitzendkrachten hebben recht op dezelfde beloning als vergelijkbare vaste medewerkers die hetzelfde werk doen. Dit geldt niet alleen voor de salarisschalen, maar ook voor inkomsten die voortvloeien uit de CAO, zoals winstdeling en een dertiende maand.

    Een vergunningplicht voor uitzendondernemingen moet worden ingevoerd zodat misstanden worden voorkomen. Arbeidsbemiddeling zou uiteindelijk een taak van de overheid en werkgevers en werknemers zelf moeten zijn en niet worden overgelaten aan de markt.

  • Reguleer arbeidsmigratie en voorkom illegale arbeid

    Arbeidsmigratie uit de nieuwe lidstaten van de Europese Unie en daarbuiten moet beter worden geregeld. Werkgevers kunnen geen beroep doen op buitenlandse arbeidskrachten als er geen garanties zijn voor het uitbetalen van gelijk loon voor gelijk werk en voor fatsoenlijke huisvesting van arbeidsmigranten. Inzet van illegale arbeid is schadelijk voor binnen- én buitenlandse arbeidskrachten en moet worden voorkomen.

  • Een sociale bijstand zonder pesterijen

    De SP vindt de bijstandsnorm structureel te laag. Om de armoede te bestrijden wil de SP een structurele verhoging van het minimumloon en daaraan gekoppelde uitkeringen. Gemeenten krijgen weer de mogelijkheid om categoriale bijstand te verstrekken. De sollicitatieplicht is geen automatisme meer voor groepen met weinig kansen op de arbeidsmarkt. Er wordt gekeken naar de individuele omstandigheden en de perspectieven op werk. Uitkeringen en voorschotten worden tijdig verstrekt, de menselijke maat staat centraal bij de uitvoering van de Participatiewet.

    De hulp aan werkzoekenden laat nogal eens te wensen over. We zien dat gemeenten en het UWV allerlei commerciële re-integratiebureaus inschakelen om mensen aan het werk te krijgen. Deze bedrijven bekommeren zich voor een deel meer om de winst dan om maatwerk en het vinden van werk voor hun klanten. Helaas gaat het vaak om gesol met mensen, waarbij begeleiding op maat ontbreekt. Mensen krijgen geen echte hulp en uiteindelijk geen werk. Daarom wil de SP dat gemeenten de hulp aan werklozen zelf organiseren. Voor specifieke groepen die speciale begeleiding nodig hebben, kunnen gemeenten wel diensten van gespecialiseerde bedrijven inschakelen. Er wordt ingezet op opleiding en scholing, zodat mensen ook een duurzame arbeidsplek vinden en niet meer terugvallen op een uitkering. Nutteloze treitertrajecten en verspilling worden gestopt.

    Gemeenten krijgen ook meer mogelijkheden om werkcentrales op te richten om mensen die (nog) geen werk kunnen vinden scholing en praktijkervaring te bieden, tegen een eerlijk loon. De gemeentelijke werkcentrales kunnen mensen die niet direct op eigen kracht een reguliere baan kunnen krijgen, een publieke baan aanbieden tegen een eerlijk loon. Gemeenten krijgen via ‘social return’ meer mogelijkheden om bij aanbestedingen voorwaarden te stellen voor het reserveren van banen voor werkzoekenden.

  • Eerlijk delen en armoede bestrijden

    Om de armoede te bestrijden stelt de SP een structurele verhoging van het wettelijk minimumloon en daaraan gekoppelde uitkeringen voor van 5 procent voor de komende vier jaar. Mensen met een baan tegen het minimumloon krijgen van de overheid een werkbonus. De werkbonus wordt afgebouwd naarmate iemand meer gaat verdienen. Het geld dat bestemd is voor gemeentelijke armoedebestrijding moet daar ook daadwerkelijk voor worden gebruikt. Door de kinderbijslag en de zorgpremies inkomensafhankelijk te maken komt het geld daar terecht waar het het hardste nodig is. Gemeenten moeten meer mogelijkheden krijgen om armoede te bestrijden, schulden te saneren en te voorkomen dat kinderen opgroeien in armoede.

    De kinderbijslag wordt inkomensafhankelijk en vervalt voor gezinnen met de hoogste inkomens. Kinderbijslag wordt afgebouwd bij een huishoudinkomen tussen de 60.000 en 100.000 euro.

    Het maximumsalaris in de publieke en semi-publieke sector, zoals in ziekenhuizen, universiteiten en woningcorporaties, wordt gelijk gesteld aan een ministerssalaris. Binnen bedrijven wordt de groeiende tweedeling in inkomens aangepakt door alle werknemers onder de CAO’s te brengen, zodat er een koppeling komt tussen de hoogste en laagste inkomens. CAO’s blijven algemeen verbindend. De ondernemingsraad krijgt een instemmingsrecht over de topsalarissen in het bedrijf.

    De SP wil dat de uitkeringen die politici krijgen worden gelijkgesteld met die van werknemers. Het wachtgeld voor politici komt meer in overeenstemming met de hoogte en de duur van de WW. Ook politici moeten een sollicitatieplicht hebben. De uitkering voor politici dient in overeenstemming te zijn met de WIA. De SP wil grenzen stellen aan de nevenfuncties en -inkomsten van politici. Politici moeten geen belangen hebben in organisaties waarover zij in het parlement het woord voeren.

    Wat de SP betreft zouden voedselbanken overbodig moeten worden.

  • Voor sociale werkplaatsen en steun voor jongehandicapten

    Door de Participatiewet is het vanaf 2015 niet meer mogelijk voor nieuwe mensen om in te stromen in de sociale werkvoorziening. Dit is onwenselijk, de SP wil dat de sociale werkplaatsen ook na 2015 open blijven voor nieuwe instroom. Regio’s zoals Noord-Oost Groningen en Zuid-Limburg, die door de Participatiewet worden geconfronteerd  met grote tekorten moeten voldoende worden gecompenseerd.

    De massale herkeuring van mensen met een Wajong-uitkering is onwenselijk. Het leidt tot onzekerheid en rechtsongelijkheid omdat een deel van deze mensen eerder te horen heeft gekregen dat er nooit meer een herkeuring zou plaatsvinden. De SP is tegen de verslechteringen in de regeling voor jonggehandicapten. Deze mensen zijn jaren in de steek gelaten en onvoldoende begeleid naar werk. Velen willen dolgraag aan het werk, maar er zijn te weinig werkgevers die hen willen opnemen. De SP vindt dat werkgevers ruimte moeten maken voor jonggehandicapten, en dat zij hulp moeten krijgen bij het creëren van deze banen.

    Het UWV moet in de vacatures voorzien, de jongehandicapte begeleiden, werkplekken passend maken en de papieren rompslomp voor werkgevers overnemen. Elk gewerkt uur moet voor de werknemer een netto-inkomensverbetering betekenen. 

  • Bescherming tegen ontslag en werkloosheid

    Bij werkloosheid hebben mensen recht op een werkloosheidsuitkering. De SP is tegenstander van de verslechteringen in de duur en hoogte van de WW. Aan artiesten met flexibele contracten en tijdelijke producties moeten lagere eisen worden gesteld voor een WW-uitkering, zodat ook zij nog aanspraak daarop kunnen maken.

    De SP houdt de ontslagbescherming intact. De sollicitatieplicht wordt afhankelijk van de individuele omstandigheden en de perspectieven op werk.

    We willen geen Europese bemoeienis met ons arbeids- en ontslagrecht en sociale voorziening. 

  • Billijke eisen voor arbeidsongeschikten

    De onbillijke keuringseisen waarmee WAO’ers de afgelopen jaren zijn herbeoordeeld, worden afgeschaft. Mensen die al herbeoordeeld zijn krijgen de mogelijkheid om een nieuwe beoordeling aan te vragen, tegen billijke keuringseisen, in plaats van de huidige te strenge en onrechtvaardige eisen.

    De keuringseisen voor de WIA worden versoepeld. De uitkering voor een gedeeltelijk arbeidsongeschikte wordt gekoppeld aan het laatstverdiende loon in plaats van aan het minimumloon. Ook de groep die voor 15% tot 35% arbeidsongeschikt is, heeft recht op een uitkering.

Wonen

  • Investeer in energiebesparing en duurzaamheid

    De overheid moet wettelijke financiële prikkels geven voor het bevorderen van  maatschappelijke doelen op het gebied van wonen en wijken, zoals levendige en veilige wijken, energiebesparing en duurzaamheid. Ook zuinig ruimtegebruik, betere benutting en goed onderhoud van de bestaande voorraad en behoud van het cultureel erfgoed gelden als maatschappelijke doelen. Een voorbeeld van deze nieuwe aanpak is het invoeren van fiscale voordelen voor (groot) onderhoud en investeringen in energiebesparing die alleen verstrekt worden als eigen-woningbezitters collectief investeren in hun complex. Een kleine fiscale prikkel kan zo een groot financieel voordeel opleveren, omdat een collectieve aanpak veel goedkoper is dan een individuele. Ook versterkt deze maatregel de sociale samenhang.

    De preventieve toets op het Bouwbesluit (in de bouwvergunning) wordt afgeschaft en vervangen door een wettelijk verplichte verzekerde garantie. Daardoor weet de koper zeker dat de woning die hij koopt voldoet aan de wettelijke eisen. Is dat niet het geval en gaat de aannemer failliet, dan zorgt de verzekeraar voor het herstel. Aannemers die een goede kwaliteit leveren zullen een lagere verzekeringspremie gaan betalen, waardoor goed gedrag beloond wordt.

    Het opleidingsniveau in de bouwsector dreigt af te zakken, omdat het aantal bouwvakkers dat onder de CAO valt in tien jaar tijd is gehalveerd. ZZP-ers en buitenlandse onderaannemers dragen niet bij aan het opleidingsfonds voor bijscholing. Dat moet veranderen. Het opleidingsfonds wordt voortaan gevuld op basis van omzet van alle bedrijven die op de bouwplaats rondlopen. Natuurlijk kunnen de betreffende medewerkers voortaan dan ook profiteren van het scholingsaanbod.

    Voor de bestaande gebouwenvoorraad komt er een gebouwgebonden dossier, dat geregistreerd wordt bij het kadaster. In dit dossier worden alle belangrijke gegevens over een gebouw voor de huidige en toekomstige gebruikers geregistreerd: aanwezigheid van asbest, energielabel, aankoopkeuringen, informatie over de toestand van de fundering. Iedere vier jaar krijgt een gebouw een APK-keuring, te beginnen met de gebouwinstallaties. De kwaliteit van het binnenklimaat en van gebouwinstallaties is in veel gebouwen ver onder de maat. Een systematische aanpak kan een grote bijdrage leveren aan de volksgezondheid en veel werk opleveren voor installateurs en aannemers.

  • Verrommeling van landschap tegengaan

    We leven met veel mensen op een klein stukje aarde. Die ruimte moeten we slim gebruiken, voor wonen en natuur, economie en recreatie. De grenzen tussen bebouwd en onbebouwd gebied moeten scherp blijven, om verrommeling van het landschap tegen te gaan. De grondmarkt moet grondig op de schop. De overheid moet zijn greep op onze grond terugkrijgen en speculatie de kop indrukken.

    In sommige gebieden krimpt de bevolking. Maatregelen zijn nodig om die gebieden leefbaar te houden. Nederland heeft een mooie traditie van volkshuisvesting, om iedereen een fatsoenlijk en betaalbaar thuis te bieden. In een plezierige buurt, met voldoende voorzieningen. Die verworvenheid is te grabbel gegooid.

  • Geen huurexplosies en voldoende sociale huurwoningen

    Landelijk dient de gemiddelde huurstijging van de corporatiewoningen niet hoger te zijn dan de inflatie. De maximale huurprijs moet gebaseerd worden op een verbeterde puntentelling, niet op de marktwaarde van de woning. Bij woningcorporaties zou de toelaatbare gemiddelde huurverhoging ook gekoppeld moeten worden aan de omvang van hun hoeveelheid betaalbare huurwoningen.

    Gemeenten die een aandeel sociale huur hebben dat lager is dan 80 procent van het regionale gemiddelde, moeten wettelijk verplicht worden om bij alle nieuwbouwprojecten het aandeel sociale huur fors te verhogen. Bij nieuwbouw en stadsvernieuwing moet het uitgangspunt zijn dat er een redelijke menging plaatsvindt van huur- en koopwoningen.

    De SP is voor een terughoudend beleid bij het verkopen van sociale huurwoningen. Verkoop zou alleen moeten plaatsvinden in wijken waar het aandeel sociale huur nu erg hoog is. Bij verkoop zou bij voorkeur sprake moeten zijn van beschermde koopvormen, waardoor de woonlasten voor de koper lager zijn, maar anderzijds de woning op termijn behouden blijft voor de sociale voorraad. Een aantrekkelijke constructie is bijvoorbeeld verkopen met korting en winstdeling bij doorverkoop.

    Leegstand is zonde in ons druk bevolkte land. We stimuleren daarom het hergebruik van panden of het wonen boven winkels. In herstructureringswijken zouden vaker woningen hergebruikt kunnen worden voor studentenhuisvesting. Sociale huurwoningen worden alleen gesloopt als uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat dit bouwtechnisch noodzakelijk is of als permanente leegstand dreigt.

    Huishoudens met een inkomen tot anderhalf keer modaal kunnen in gebieden met een overspannen woningmarkt moeite hebben om op eigen kracht een huis te vinden. Daarom moeten woningcorporaties ook deze doelgroep bedienen. Een brede doelgroep voor de woningcorporaties heeft als bijkomend voordeel dat huurcomplexen een gemengde opbouw hebben, wat goed is voor de sociale samenhang.

    Alle uitspraken van Huurcommissies moeten openbaar worden en gepubliceerd op internet. Zittingen van de Huurcommissie moeten op hooguit 20 kilometer afstand van de woonplaats van de huurder gehouden worden. De Huurcommissies moeten zich actief gaan bemoeien met het waarborgen van een energiezuinig beheer van woningen.

    Het bij herhaling vragen van bovenwettelijke huren moet vervolgd kunnen worden op basis van het Wetboek van Strafrecht. Ook vormen van intimidatie om huurders uit het huis te krijgen moeten eenvoudiger strafrechtelijk aangepakt kunnen worden. Huisjesmelkers moeten streng worden aangepakt.

  • De hypotheekrenteaftrek wordt afgebouwd

    De SP wil de renteaftrek voor alle huishoudens garanderen tot de rente over de eerste  350.000 euro hypotheekschuld, tegen een maximale belastingaftrek van 42 procent. Daarnaast moet het aflossen van de hypotheekschuld fiscaal het voordeligst worden. Concreet betekent dit dat er voor een huishouden met een inkomen van 50.000 euro en een hypotheek van 300.000 euro niets verandert. Een huishouden met een inkomen van 100.000 euro en een hypotheek van 500.000 euro zal ook de rente over de eerste 350.000 euro hypotheekschuld tegen 42 procent mogen aftrekken. De veranderingen in de hypotheekrenteaftrek moeten binnen 10 jaar bereikt worden zodat de woningmarkt de fiscale veranderingen rustig kan verwerken.

    De rechtsbescherming van eigenaar-bewoners op erfpachtgrond wordt verbeterd, door de invoering van een wettelijk verplicht modelcontract voor nieuwe overeenkomsten. Bestaande erfpachtovereenkomsten worden geconverteerd op het moment dat een woning verkocht wordt.

    De laatste jaren zijn de gemeentelijke lasten, zoals de rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing, relatief veel gestegen. De rijksoverheid moet de gemeenten verplichten om beter verantwoording af te leggen over deze gemeentelijke lasten, bijvoorbeeld door de verplichte deelname aan een jaarlijkse benchmark.

  • Niet alleen aandacht voor de Randstad, ook voor krimpregio's

    Het ene na het andere kabinet zet zijn kaarten louter op de Randstad. De SP is voorstander van een meer evenwichtige economische en maatschappelijke ontwikkeling. Daardoor worden bestaande voorzieningen buiten de randstad beter benut en treedt minder kapitaalvernietiging op. Gebieden waar desondanks krimp optreedt moeten kunnen rekenen op een vorm van solidariteit uit groeiregio’s. Gemeenten in krimpregio’s zijn verplicht om een gezamenlijke planning te maken voor de bouw en sloop van woningen, kantoren/bedrijventerreinen en maatschappelijke voorzieningen. Deze dienen qua capaciteit binnen de ruimte van de bevolkingsontwikkeling te blijven.

  • Uitbreiding van de huurtoeslag

    De SP is voorstander van een radicaal ander overheidsbeleid voor de bouw- en woningmarkt. Iedereen heeft recht op een fatsoenlijk dak boven zijn hoofd, ongeacht het inkomen. Zo nodig springt de overheid financieel bij voor huishoudens die daar niet op eigen kracht in kunnen voorzien. Daarbij wordt in de toekomst geen onderscheid meer gemaakt in de financiële behandeling van huurders en kopers: huurtoeslag en hypotheekaftrek gaan over in woontoeslag, die louter gebaseerd wordt op het verzamelinkomen en de samenstelling van het huishouden. De overdrachtsbelasting wordt geheel afgeschaft. Dit systeem wordt geleidelijk ingevoerd, met een overgangsperiode van minstens tien jaar. De woontoeslag is gebaseerd op 40m2 voor alleenstaanden, bij meerpersoonshuishoudens komt daar bij: 20m2 voor iedere volwassene en 12m2 voor ieder kind. Ruimer wonen mag natuurlijk ook, maar daarvoor wordt geen extra woontoeslag verstrekt.

     Zolang de huurtoeslag in het huidige systeem bestaat,  moet deze verruimd worden. De SP steunt de invoering van een huurtoeslag voor kamerbewoners. Bewoners van onzelfstandige wooneenheden in studentencomplexen moeten ook in aanmerking kunnen komen voor huurtoeslag.

     Ook vinden wij dat aanvragers van huurtoeslag die gedupeerd worden door fouten of een lange behandeltermijn door de Belastingdienst gecompenseerd moeten worden.

  • Investeren in de leefbaarheid van wijken

    Het kabinet moet gemeenten en woningcorporaties ondersteunen om te investeren in buurten met grote sociaal-economische verschillen. Dat corporaties hierin investeren is geen enkel probleem. Het vrij besteedbaar vermogen van de corporaties kan worden ingezet voor investeringen die aansluiten op de kerntaken van de corporaties, zoals het bouwen van nieuwe betaalbare woningen, stadsvernieuwing, het vergroten van de leefbaarheid van wooncomplexen en energiebesparing in de woningen. Alleen de corporaties die de hiervoor genoemde zaken op orde hebben, mogen wat de SP betreft ook investeren in andere projecten zoals de bouw van buurthuizen en schoolgebouwen.

    Nederland heeft een fijnmazig net van wijk- en dorpswinkelcentra waardoor de meeste mensen op fietsafstand hun dagelijkse boodschappen kunnen doen. Internationaal vergelijkend onderzoek heeft aangetoond dat deze structuur ook zeer concurrerend is qua prijsniveau. Schaalvergroting van winkelvoorzieningen voor de dagelijkse inkopen is een bedreiging van de waardevolle winkelinfrastructuur. Het Rijk zou heldere uitgangspunten moeten formuleren voor de maximale afmetingen van supermarkten, afhankelijk van de bevolkingsdichtheid van de regio. Daarmee wordt ook kapitaalvernietiging door leegstand voorkomen.

  • Kleinschalige woningcorporaties, de leden zijn de baas

    De meeste woningcorporaties zijn omgezet in stichtingen, waar de huurders en woningzoekenden niets meer te zeggen hebben. De SP is voorstander van de herinvoering van de verenigingsstructuur bij de woningcorporaties, waarbij de ledenvergadering het hoogste controlerend orgaan is. Ook moet de omvang van corporaties gemaximeerd worden op 10.000 woningen. Bij die omvang kan de organisatie overzichtelijk blijven en is de afstand tot de huurders beperkt.

    De wijze waarop het kabinet corporatievermogens (1,7 miljard euro) afroomt is een bom onder de sociale volkshuisvesting. Door middel van een winstbelasting op de sociale activiteiten van woningcorporaties zullen de corporaties nog commerciëler gaan werken. De huren worden fors verhoogd, er wordt minder geïnvesteerd in nieuwbouw van sociale huurwoningen of huurwoningen worden verkocht. De huurder is de dupe.

    De SP stelt voor dat woningcorporaties die investeren in groot onderhoud, renovatie, energiebesparing en nieuwbouw, vrijgesteld worden van de heffing. Hiermee krijgt de Nederlandse economie een miljardenimpuls, behouden duizenden bouwvakkers hun baan en blijven bouwbedrijven overeind. Dit heeft een positieve invloed op de werkgelegenheid, het aantal betaalbare woningen en de schatkist.

     De SP is er voorstander van dat het inkomen van directeuren van corporaties weer via de corporatie-CAO wordt geregeld. Salarissen en bijkomende vergoedingen dienen te passen bij de sociale taak van een woningcorporatie, dus zeker niet hoger te zijn dan het inkomen van de minister-president.

Onderwijs en cultuur

  • Meer vertrouwen in docenten

    Een school is geen toetsfabriek. De SP wil meer vertrouwen geven aan leraren en stoppen met de oprukkende afrekencultuur. Verplichte toetsen, eisen van de Inspectie en bureaucratie worden tot een minimum beperkt. Leraren weten vaak heel goed zelf welk niveau een leerling aankan. Er komt geen verplichte eindtoets in het basisonderwijs. Basisscholen zijn vrij in welke eindtoets zij afnemen.

    Om leerkrachten meer ruimte te geven zetten we in op extra ondersteuning, bijvoorbeeld via conciërges en onderwijsassistenten. Zeker met het zogenaamde passend onderwijs, waarbij meer kinderen uit het speciaal onderwijs naar reguliere scholen gaan, hebben leerkrachten extra ondersteuning nodig. 

    In de grote steden zijn steeds meer ‘witte’ en ‘zwarte’ scholen te vinden. De SP is voorstander van gemengde scholen. Daartoe dienen basisscholen afspraken te maken met gemeenten over gemengde toelating van leerlingen door met twee wachtlijsten te werken: één wachtlijst voor leerlingen zonder en één wachtlijst voor leerlingen met achterstand. Nieuwe scholen moeten een afspiegeling van de omgeving vormen. Orthodoxe scholen moeten ook Nederlandse normen en waarden onderwijzen. Ook mogen deze scholen niet langer leerlingen weigeren als zij de grondslag van de school wel respecteren maar niet onderschrijven.

  • Minimaal één bibliotheek per gemeente

    Er moet een goed landelijk netwerk van bibliotheken zijn. Zodat voor iedereen een goede bibliotheekvoorziening in de buurt bestaat. Want een bibliotheek is van enorme waarde voor de samenleving, niet alleen om boeken uit te lenen en mensen te informeren maar ook als ontmoetingsplek, een plek voor huiswerk, leesbevordering, toegang tot computers, taalcursussen, en allerlei andere culturele activiteiten. Wij vinden dat bibliotheekwerk in de beste handen is bij daarvoor opgeleide professionals. De SP pleit voor minimaal één bibliotheek per gemeente, en verder voldoende bibliotheekvoorzieningen in de wijken en dorpen.

  • Geen bezuinigingen op cultuur en gratis toegang tot rijksmusea

    De SP pleit voor een breed en toegankelijk cultuuraanbod. We stoppen met bezuinigen op cultuur. Marktwerking en sponsoring zijn nooit een waarborg voor een kwalitatief en afwisselend aanbod aan cultuuruitingen. Om vermarkting en verschraling tegen te gaan moet de overheid toezien op een breed aanbod.

    De vaste collectie van rijksmusea moet gratis toegankelijk zijn voor Nederlanders. De rijkscollectie is eigendom van alle Nederlanders en er hoort geen kassa te staan tussen ons en deze prachtige collectie. Rembrandt en Van Gogh zijn van ons allemaal. Daarnaast moeten musea zich blijven inspannen om een breed publiek te bereiken.

    De Nederlandse popmuziek kan een extra impuls goed gebruiken. Er gebeurt te weinig om poptalent te stimuleren. Succesvolle popmuzikanten hebben ook een economische betekenis, zeker wanneer zij de internationale markten binnendringen. Een speciaal fonds voor popmuziekproducties kan Nederland op de internationale popmuziekkaart zetten. Lokale regelgeving kan waar mogelijk worden aangepast om livemuziek te stimuleren.

    Televisiekijkers hebben recht op inspraak over het zenderaanbod op televisie en radio. De regering moet daarom een volwaardig voorstel doen voor consumenteninvloed op digitale zenderpakketten. Zonder inspraak zijn de kabelbedrijven heer en meester over de inhoud van zenderpakketten. Er moet een tegenmacht zijn waar kijkers terecht kunnen.

  • Voor toegankelijk hoger onderwijs

    Goed en toegankelijk hoger onderwijs zijn van groot belang voor de samenleving. Toch wordt studeren steeds moeilijker gemaakt. De groei van het aantal studenten wordt niet gevolgd door extra financiering. Sinds de jaren tachtig is het budget per student met 40 procent gedaald. Ook de studiefinanciering is niet meegegroeid waardoor studenten steeds vaker moeten werken of lenen. De studiefinanciering is van groot belang voor toegankelijk hoger onderwijs. Invoering van een leenstelsel werpt een hoge drempel op. Een groot deel van de jongeren ziet af van een studie als de basisbeurs wordt omgezet in een lening. De SP wijst een leenstelsel daarom af. De SP wil dat de basisbeurs blijft bestaan en dat de aanvullende beurs wordt verhoogd. Hiermee wordt studeren voor jongeren uit minder draagkrachtige gezinnen beter bereikbaar.

    Het collegegeld voor een tweede studie is totaal uit de hand gelopen. Voor sommige studies moet meer dan 10.000 euro worden betaald. Hiermee wordt ambitie bestraft in plaats van beloond. De SP wil voor een tweede studie niet meer dan het wettelijke collegegeld rekenen.

    Onafhankelijk onderzoek is van groot belang voor de samenleving. In toenemende mate is onderzoek financieel afhankelijk van opdrachtgevers. Het gevaar van beïnvloeding is het sterkst wanneer het onderzoek slechts door één partij wordt gefinancierd. Beroepseer, academische ethiek en wetenschappelijke onafhankelijkheid komen steeds verder onder druk te staan. De onafhankelijkheid van onderzoek kan pas echt worden gegarandeerd wanneer de druk op publicaties en rendementseisen op wetenschappelijk onderzoek verleden tijd zijn. De SP pleit voor openbaarheid van vergoedingen voor onderzoek, nevenfuncties van wetenschappers en recht op publicatievrijheid. Onderzoeksresultaten moeten openbaar toegankelijk en beschikbaar zijn zodat wetenschappelijke kennis ten goede komt aan het algemeen belang.

  • Maak van de kinderopvang een publieke voorziening

    De kinderopvang moet weer een publieke voorziening worden. Sinds de invoering van de marktwerking grepen buitenlandse investeerders en durfkapitalisten hun kans. Zij kochten de kinderopvangbedrijven met maar één doel: winst maken. Dit is ten koste gegaan van de kwaliteit. De SP wil dergelijke investeerders weren uit de kinderopvang.

    Kinderopvang moet betaalbaar zijn en van goede kwaliteit. Het toezicht op de opvang wordt verbeterd en ouders krijgen meer rechten en meer inspraak in de kwaliteit en de kosten van de kinderopvang. Kinderopvangorganisaties worden regelmatig geïnspecteerd en de adviezen van de GGD-inspecteurs moeten door de gemeenten nageleefd worden. Dit gebeurt nu nog te vaak niet.

    Peuterspeelzalen blijven laagdrempelige voorzieningen voor alle kinderen. Personeel op de groep is geschoold om (spraak-)problemen te herkennen en adequaat te reageren. Door het vroeg signaleren van problemen kunnen kinderen al in een vroeg stadium geholpen worden waardoor de stap naar de basisschool met minder hobbels gepaard zal gaan.

    De SP is warm voorstander van inkomensafhankelijke kinderbijslag. Ook ouders die hun werk kwijtraken hebben nog zes maanden recht op kinderopvangtoeslag zodat ze niet tegen wachtlijsten aanlopen op het moment dat ze snel weer een baan vinden of geconfronteerd worden met forse bedragen die ze moeten terugbetalen aan de Belastingdienst.

  • Bestrijd laaggeletterdheid, investeer in bibliotheken

    De 1,5 miljoen laaggeletterden in Nederland moeten meer en betere mogelijkheden krijgen om te leren lezen en schrijven. De regering dient erop toe te zien dat gemeenten een goed aanbod van educatie/volwassenenonderwijs aanbieden. Ook bedrijven moeten hun verantwoordelijkheid nemen en waar nodig hun personeel bijscholen.

    Het volwassenenonderwijs voor taal en rekenen is een belangrijke publieke voorziening. Dit mag niet aan de markt worden overgelaten. Ook de bereikbaarheid van bibliotheken speelt een grote rol bij de aanpak van laaggeletterdheid. Helaas is er  de afgelopen jaren in veel gemeenten fors bezuinigd op bibliotheken. De SP vindt dat er een wettelijk minimum moet komen voor tenminste één bibliotheek per gemeente. Zo wordt ervoor gezorgd dat er geen gemeenten zonder bibliotheken zijn. 

  • De Nederlandse Publieke Omroep verdient bescherming én verdere ontwikkeling

    De Nederlandse Publieke Omroep verdient bescherming én verdere ontwikkeling. De SP hecht waarde aan een pluriform aanbod waarbij kijkcijfers van ondergeschikt belang zijn. Omroepen moeten in staat worden gesteld programma’s van hoge kwaliteit te maken. Het is onwenselijk dat programma’s van de publieke omroep op internet alleen tegen betaling verkrijgbaar zijn.

    Televisiekijkers hebben recht op inspraak over het zenderaanbod op televisie en radio. De regering dient te zorgen voor volwaardige consumenteninvloed op digitale zenderpakketten. Zonder inspraak zijn de kabelbedrijven heer en meester over de inhoud van zenderpakketten. Er moet een tegenmacht zijn waar kijkers terecht kunnen.

  • Voor kleinschalige MBO-opleidingen

    Het MBO leidt circa 500.000 jongeren op tot vakmensen. De afgelopen jaren heeft het MBO veel last gehad van omstreden onderwijsvernieuwingen en schaalvergroting. De belangrijkste onderwijsvernieuwing is het competentiegericht onderwijs. Bij deze onderwijsvorm werden studenten te vaak aan hun lot overgelaten. Vakkennis werd minder belangrijk. Door protesten van leerlingen en leraren wordt nu geleidelijk erkend dat vakdocenten en vakkennis een grotere rol moeten spelen in het beroepsonderwijs.

    De afgelopen jaren zijn de meeste mbo-instellingen verworden tot leerfabrieken. De schaalvergroting heeft verkeerd uitgepakt. Er is veel bureaucratie en weinig persoonlijk contact tussen docenten en studenten. Dankzij de SP is er een fusietoets gekomen waarmee nieuwe scholenfusies streng worden getoetst. Om schaalverkleining te stimuleren zorgen we dat scholen de kans krijgen uit een groot schoolbestuur te stappen. We stimuleren de bouw van kleine scholen, bijvoorbeeld door middel van een financiële prikkel. Bestuurders die zich schuldig maken aan wanbeleid worden persoonlijk aansprakelijk gesteld. Zij mogen geen nieuwe onderwijsfuncties bekleden. In het onderwijs verdient niemand meer dan een minister.

    De SP wil kleinschalige opleidingen waar veel ruimte is voor contact tussen student en docent. Waar mogelijk moeten VMBO en MBO niveau 1 en 2 opleidingen worden samengevoegd tot kleine vakscholen. Beroepsopleidingen dienen praktijkgericht te zijn, met veel ruimte voor maatwerk. Met kleine klassen en intensieve begeleiding worden deze jongeren goed opgeleid en wordt schooluitval bestreden. Ook moet in overleg met het bedrijfsleven gezorgd worden voor voldoende stageplekken. De SP vindt het onverstandig dat vierjarige MBO-opleidingen massaal worden ingekort naar drie jaar. Dit moet per opleiding bekeken worden.

    De vrijwillige (ouder-)bijdrage mag niet verplicht worden gesteld. Toch zijn er scholen die proberen bepaalde schoolkosten op hun leerlingen te verhalen. Sommige scholen zetten zelfs incassobureaus in voor het innen van een vrijwillige bijdrage. Dit is in strijd met de wet en moet dan ook worden gestopt. De ouderbijdrage is bedoeld voor extraatjes en zou bij voorkeur aan een maximum moeten worden gebonden.
     

  • Geld voor leraren en niet voor prestigeprojecten

    In het onderwijs wordt gewerkt met de zogenaamde lumpsumfinanciering. Dat betekent dat schoolbesturen één budget krijgen dat vrij besteedbaar is. Daarmee ontstaat het gevaar dat geld voor personeel wordt gebruikt voor andere zaken, zoals dure gebouwen, bureaucratie en management. Het gevolg is grotere klassen en meer onbevoegde leraren.

    De SP wil dat het budget voor onderwijspersoneel apart wordt uitgekeerd, via een landelijke CAO. Zo wordt voorkomen dat geld voor leraren wordt gebruikt voor andere zaken. De Onderwijsinspectie ziet toe op een zinvolle besteding van het onderwijsgeld, kostbare prestigeprojecten wordt een halt toegeroepen. Bestuurders verdienen een salaris dat in redelijke verhouding staat tot dat van leraren.

  • Het niveau van de lerarenopleidingen gaat omhoog

    Op de Pabo’s moet het niveau van taal- en rekenen van studenten worden verhoogd. Dit kan via een ‘intaketoets’, een bijspijkerprogramma en een eindtoets na het eerste jaar. De tweedegraads lerarenopleidingen moeten meer aandacht besteden aan de vakinhoud.

  • Speciaal onderwijs moet toegankelijk blijven

    De SP wil dat het speciaal onderwijs toegankelijk blijft voor kinderen die dat nodig hebben.

    'Passend onderwijs' staat voor het onderwijs aan leerlingen met een stoornis of beperking. Achterliggende gedachte is dat meer leerlingen met een beperking op 'normale' scholen worden opgenomen in plaats van in het speciaal onderwijs. Voor sommige leerlingen is dat mogelijk, maar de SP stelt ook dat er genoeg plaats moet blijven in het speciaal onderwijs. 

    Binnen de huidige omstandigheden - met grote klassen en een hoge werkdruk - is het onverantwoord om alle leerlingen met een beperking op gewone scholen te plaatsen. Passend onderwijs komt dan neer op knellend onderwijs.

  • Geen leenstelsel, wel studiefinanciering

    De studiefinanciering is van groot belang voor toegankelijk onderwijs. Invoering van een leenstelsel werpt een hoge drempel op. Een groot deel van de jongeren ziet af van een studie als de basisbeurs wordt omgezet in een lening. De SP wijst een leenstelsel daarom af. De SP wil dat de basisbeurs blijft bestaan en dat de aanvullende beurs wordt verhoogd. Hiermee wordt studeren voor jongeren uit minder draagkrachtige gezinnen beter bereikbaar.

  • Geen onbevoegde docenten voor de klas

    Jarenlang is er binnen en buiten de Tweede Kamer actie gevoerd tegen De Wet Onderwijstijd, met daarin de 1040-urennorm. Deze urennorm, ook wel ‘ophokplicht’ genoemd, verplichtte scholen om ieder jaar 1040 lesuren te geven, zonder dat de scholen daar extra budget voor kregen. Deze wet is nu ingetrokken en wat de SP betreft blijft dat zo.  Jongeren verdienen goed onderwijs met voldoende financiering en zinvolle lesuren. Dat wordt niet bereikt door de 1040-urennorm.

    Het onderwijs wordt beter als meer leraren hoog opgeleid zijn. Daarom wil de SP voorkomen dat onbevoegde leraren voor de klas staan; tegelijk willen we het aantrekkelijk maken dat leraren tijdens hun loopbaan doorleren en vervolgopleidingen doen. Grote onderwijshervormingen worden nooit meer over de hoofden van scholieren, studenten en docenten doorgevoerd.

    De maatschappelijke stage is een belangrijk middel om jongeren kennis te laten maken met de maatschappij. Gedurende de stage wordt belangstelling gewekt voor het werken zonder winstoogmerk, in dienst van de samenleving. Bijvoorbeeld in de zorg, het onderwijs, of de welzijnssector.

Economie

  • Ondersteun de kleine ondernemer

    Nederland telt bijna 700.000 – vooral kleine – bedrijven. Het midden- en kleinbedrijf heeft met recht de naam de motor van de economie te zijn en de plek waar de meeste banen worden gemaakt. Kleine ondernemers zijn van grote waarde voor de economie, maar het starten van een onderneming is onnodig moeilijk. Er is te veel bureaucratie en nauwelijks sociale zekerheid.

    Ruim 1 op de 7 zelfstandigen leeft onder de armoedegrens. Kleine ondernemers en zelfstandigen krijgen te weinig aandacht van de politiek. Achtereenvolgende regeringen hebben vooral oog gehad voor middelgrote en grote ondernemingen. De SP wil dat er structurele maatregelen worden genomen om kleine ondernemers te ondersteunen.

    Allereerst moet er een Nationale Investeringsbank komen, die ondernemers kan ondersteunen met kredieten. Daarnaast moet de kleinschaligheidaftrek fors worden verhoogd en het belastingtarief over de eerste 41.000 euro winst moet worden verlaagd.

    Kleine bedrijven moeten bij ziekte van werknemers nog maar één in plaats van twee jaar loon doorbetalen. Ook moet er een verbod komen op verkoop onder de inkoopprijs. Zie ook het SP-rapport ‘Hart voor de Zaak’.

  • Verbeter de bescherming van consumenten

    De SP hecht veel waarde aan een goede bescherming van consumenten. Daarom moet de Consumenten Autoriteit meer geld én meer menskracht krijgen.

  • Voor innovatieve industriepolitiek

    De SP is voorstander van het voeren van een innovatieve industriepolitiek, vooral gericht op de maakindustrie. Hiervoor wil de SP onder meer de aansluiting van (v)mbo’ers op het bedrijfsleven verbeteren, zodat het tekort aan geschoold productiepersoneel wordt opgeheven. Ook wil de SP een deel van het risico afdekken dat banken lijden op leningen voor onderzoek en ontwikkeling. De SP is voorstander van overheidssteun aan de scheepsbouw, zolang deze is toegestaan door Brussel en eveneens door andere landen wordt verleend.

  • Meer investeren in innovatie

    Innovatie

    Voor een bloeiende economische ontwikkeling is innovatie van groot belang. In die vernieuwing blijft Nederland achter. Ook grotere bedrijven die er financieel goed voor staan, investeren relatief weinig in onderzoek en ontwikkeling. De uitgaven aan Research en Development moeten omhoog. Voor iedere euro overheidssubsidie zal het bedrijfsleven twee euro moeten gaan investeren.

    Bijna 80 procent van onze technologische innovatie komt uit de industrie. Nederland gaat dan ook, wat de SP betreft, een innovatieve industriepolitiek voeren. Daartoe wordt een permanente industrie&innovatieraad opgericht, die een lange-termijn innovatiestrategie formuleert. Hierin komen heldere doelen en criteria te staan. De overheid ondersteunt de industrie bij het halen van die doelen, onder andere door het oprichten van een Nationale Investeringsbank die voorziet in de behoefte aan hoog-risicovolle leningen. De bank financiert innovatieve projecten, die pas op lange termijn rendement opleveren.

    Uitwisseling van kennis tussen bedrijfsleven, universiteiten en kennisinstituten wordt verder gestimuleerd. Daardoor wordt universitaire kennis beter ontsloten en benut voor praktische toepassingen.

    De industrie creëert werkgelegenheid over de volle breedte van de arbeidsmarkt. Mensen die werken met hun handen zijn ook in de toekomst hard nodig. Tegelijkertijd blijkt dat bijna de helft van de bedrijven een tekort heeft aan geschoold productiepersoneel. De aansluiting van (V)MBO’ers op het bedrijfsleven moet worden verbeterd, zodat het tekort aan geschoold personeel kan worden aangepakt.

    Onderzoek met kernenergie

    De SP is voorstander van het faciliteren van fundamenteel en toegepast onderzoek op het terrein van kernenergie in Nederland door de overheid. Gezien de snel groeiende energieproblematiek kunnen we ons niet permitteren om opties voor toekomstige energievoorziening op voorhand uit te sluiten. Wij steunen de vernieuwing van nucleaire onderzoeksfaciliteiten van de TU Delft en NRG in Petten. De reden daarvoor is het grote belang van fundamenteel onderzoek, ook met betrekking tot nieuwe materialen, waarvoor deze reactoren gebruikt worden. De reactor van NRG is bovendien van groot belang voor de productie van medische preparaten.

  • Beperk het aantal koopzondagen

    De SP is voor beperking van het aantal koopzondagen tot 12 per jaar. In gebieden die van zichzelf een toeristische aantrekkingskracht hebben kunnen extra koopzondagen worden toegestaan. De SP wil het aantal koopzondagen beperkt houden omdat het voor werknemers en kleine zelfstandigen belangrijk is dat er een gezamenlijke dag is waarop de winkels in meerderheid gesloten zijn. Extra koopzondagen bevoordelen het grootwinkelbedrijf ten opzichte van de kleine middenstanders.

    Voor de kleine middenstand leiden extra koopzondagen nauwelijks tot meer omzet, maar winkeliers moet wel vaker in hun winkel staan om hetzelfde te verdienen. Uitbreiding van koopzondagen gaat dan ook ten koste van het MKB. Daarnaast zien veel werknemers zich gedwongen om op zondag te werken. Uit onderzoek van de vakbond blijkt dat velen dat tegen hun zin doen. Ook is het belangrijk dat er een gemeenschappelijke dag is waarop verenigingsactiviteiten georganiseerd kunnen worden en mensen activiteiten kunnen ondernemen met familie en vrienden. De SP vindt het belangrijk dat zo veel mogelijk mensen daar aan mee kunnen doen. In Nederland is de meest aangewezen dag hiervoor de zondag omdat dit een dag is waarop de meeste mensen vrij zijn, overheidsdiensten veelal gesloten zijn en ook scholen en universiteiten dicht zijn.

  • Regels voor verantwoord ondernemen in het buitenland

    Veel Nederlandse bedrijven doen goede zaken met het buitenland. En we mogen er trots op zijn dat Nederlandse bedrijven op die manier bijdragen aan de groei van welvaart in landen waar de mensen veel armer zijn dan wij hier. Maar helaas komt er in veel landen schending van mensen-, arbeids- of milieurechten voor. En soms zijn daar Nederlandse bedrijven of dochterondernemingen van Nederlandse bedrijven bij betrokken. De SP wil dat er regels worden gemaakt voor bedrijven die overzee zaken doen. Anders dan de neoliberale visie van een aantal andere partijen gelooft de SP dat de overheid eisen mag stellen aan de verantwoordelijkheid van ondernemen ver weg omdat consumenten het recht hebben om te weten of de maker van het product dat ze kopen eerlijk is betaald, of dat het geld alleen maar in de diepe zakken van een handelaar achterbleef. Daarom stellen wij het volgende voor:

    • Alle middelgrote en grote Nederlandse ondernemingen rapporteren ieder jaar over wat ze doen om hun productie en import menswaardig en milieuvriendelijk te krijgen of te houden.
    • Alle middelgrote en grote Nederlandse ondernemingen verbeteren de transparantie in hun keten van toeleveranciers. Zo wordt voor consumenten ook duidelijk wat ze kopen.
    • Bedrijven die in aanmerking willen komen voor financiële steun van de overheid, bijvoorbeeld een subsidie, moeten aantonen dat zij belangrijke arbeidsrechten in den vreemde, zoals het niet gebruik maken van dwangarbeid en het toestaan van vrijheid van vereniging van werknemers (vrijheid van vakbond) respecteren en waar mogelijk actief bevorderen.
    • Nederlandse bedrijven met dochterondernemingen zijn aansprakelijk voor de werkwijze van het dochterbedrijf in den vreemde.
    • Bedrijven die in aanmerking willen komen voor overheidssteun, bijvoorbeeld een subsidie, moeten werk maken van verantwoord ondernemen.
  • Hogere boetes voor kartelovertredingen

    De SP is voor een evenwichtiger mededingingsbeleid, dat in het belang van de consument wordt gesteld en waarbij relevante markten met elkaar worden vergeleken. Fors hogere boetes voor kartelovertredingen acht de SP wenselijk.

     

  • Meer aandacht voor problemen MKB

    Het Midden- en Kleinbedrijf is het hart van onze economie: 95 procent van alle bedrijven in Nederland is klein, met 20 medewerkers of minder. Deze belangrijke spil van werkgelegenheid is wendbaar, innovatief en in staat om maatwerk te leveren in de meest uiteenlopende specialisaties. Het kleinbedrijf is dan ook een onmisbare toeleverancier van het grootbedrijf.

    De menselijke maat
    Daarnaast weerspiegelt het kleinbedrijf de menselijke maat; door hun schaal en aard bevinden kleine bedrijven zich midden in de samenleving, tussen de mensen. Ze zorgen voor bedrijvigheid in de buurten, voor werkgelegenheid in dorpen en voor de leefbaarheid van het platteland. Bovenal is de betrokkenheid bij de zaak van ondernemers en werknemers in het kleinbedrijf groot.

    De SP wil meer hart voor de zaak
    De SP wil dat de politiek meer oog krijgt voor de belangen en problemen van kleine bedrijven. De machtspositie van het kleinbedrijf ten opzichte van het grootbedrijf is vaak zwak daar waar het gaat om onderhandelingen over prijzen, het huren van gewilde bedrijfslocaties of het dingen naar overheidsopdrachten. Het besef van hoe belangrijk het is om kleine bedrijven te behouden moet daarom in de politiek doordringen. De SP wil dat er bij het maken van regels en wetten meer rekening wordt gehouden met het kleinbedrijf.

    Het plan 'Hart voor de Zaak' bevat tientallen voorstellen om de positie van kleine zelfstandigen te verbeteren. Alle onderwerpen waarmee deze bedrijven te maken krijgen komen aan bod, van financiering tot mobiliteit en van lastendruk tot bestrijding van criminaliteit.

    Alle ondernemers moeten gelijke toegang hebben tot overheidsopdrachten. Een clusterverbod bij aanbesteden moet leiden tot gelijke kansen voor MKB-ers en ZZP-ers.

     

  • Maak de netbeheerders weer publiek

    Na de splitsing van productie en netbedrijven in 2009 zijn Essent en NUON verkocht. Daarmee wordt nu zo’n 75 procent van de Nederlandse huishoudens beleverd door een privaat energiebedrijf. Bij de splitsing zwoor het kabinet dat de netbeheerders publiek eigendom zouden blijven. Rutte wil echter (om te beginnen) 49 procent van TenneT en Gasunie verkopen en daarna zullen de provincies en de gemeenten ongetwijfeld hetzelfde willen met de regionale netbeheerders.

    De SP is voor 100 procent publieke netbeheerders waarbij de winstuitkering aan de overheden beperkt wordt tot de rente op staatsleningen. Wij zijn voorstander van het herverkavelen van het werkgebied van de regionale netbeheerders, zodat 4-6 bedrijven van vergelijkbare grootte gevormd worden met een aaneengesloten, logisch werkgebied. Zo wordt ook de maatschappelijke controle door de provincies en gemeenten versterkt.

    De buitenlandse expansie van TenneT en Gasunie, door het verwerven van Duitse energienetwerken, willen wij terugdraaien. Het is onlogisch (en riskant) als een Nederlands staatsbedrijf eigenaar is van Duitse infrastructuur. Wel zijn wij voorstander van de vorming van een Noordwest-Europees nutsbedrijf voor de aanleg en het beheer van de zwaarste gasleidingen en hoogspanningstracees. Daarin zouden alle betrokken landen naar rato van hun omvang moeten participeren. Zo’n bedrijf zou ook de logisch initiatiefnemer zijn van de aanleg van een "stopcontact op zee" (hoogspanningsnet voor de ontsluiting van windparken op de Noordzee).

    Elektriciteitsproducenten kiezen op dit moment massaal voor de bouw van nieuwe centrales op drie locaties aan de kust: Eemshaven, Maasvlakte en Borssele. Daardoor veroorzaken zij grote kosten voor uitbreiding van het hoogspanningsnet. Maar die kosten worden niet in rekening gebracht bij de veroorzaker, maar bij de afnemers van elektriciteit. Wij zijn er daarom voorstander van dat ook de producenten een deel van de netkosten gaan betalen.

  • Meer concurrentie tussen telecomdiensten

    Voor een goed werkende en concurrerende telecommunicatiemarkt acht de SP het noodzakelijk dat er meer concurrentie komt tussen de verschillende soorten infrastructuur, evenals tussen de diensten op de betreffende infrastructuur. De infrastructuur moet bij voorkeur in overheidshanden zijn, om eerlijke concurrentie te kunnen garanderen.

  • Behoud kleinschalige winkelvoorzieningen

    Nederland heeft een fijnmazig net van wijk- en dorpswinkelcentra waardoor de meeste mensen op fietsafstand hun dagelijkse boodschappen kunnen doen. Internationaal vergelijkend onderzoek heeft aangetoond dat deze structuur ook zeer concurrerend is qua prijsniveau. Schaalvergroting van winkelvoorzieningen voor de dagelijkse inkopen is een bedreiging van de waardevolle winkelinfrastructuur. Het Rijk zou heldere uitgangspunten moeten formuleren voor de maximale afmetingen van supermarkten, afhankelijk van de bevolkingsdichtheid van de regio. Daarmee wordt ook kapitaalvernietiging door leegstand voorkomen.

    De structuurvisie zou ook richtinggevend moeten zijn voor de locatie en omvang van non-food winkellocaties (zoals meubelboulevards) met een verzorgingsgebied van 20km of meer. In veel gevallen zullen deze verzorgingsgebieden provinciegrenzen overschrijden, waardoor zonder goede regie provincies in een concurrentiepositie terecht komen.

Recht en veiligheid

  • Laat kinderen zoveel mogelijk in oorspronkelijke omgeving opgroeien

    Veel adoptieouders zetten zich met hart en ziel in voor hun kinderen. Niettemin moet het uitgangspunt zijn dat kinderen zoveel mogelijk in hun oorspronkelijke omgeving op kunnen groeien. Adoptie uit het buitenland is bovendien een kwetsbaar proces, waarbij veel mis kan gaan. Daarom moet er terughoudend en uiterst zorgvuldig worden omgegaan met adoptie van kinderen uit het buitenland. De overheid controleert nauwgezet of er geen sprake is van kinderontvoering, kinderhandel of corruptie. De bewaartermijn van adoptiedossiers moet fors worden verlengd.

  • Houd de sociale advocatuur aantrekkelijk

    De integriteit van advocaten wordt met enige regelmaat ter discussie gesteld. Een paar corrupte figuren kunnen het aanzien van de hele beroepsgroep schaden. Daarom moet de Nederlandse Orde van Advocaten zeer alert zijn op vakgenoten die over de schreef gaan en daar hard tegen optreden.

    Er moet meer gedaan worden om de sociale advocatuur aantrekkelijk te houden voor beginnende advocaten: daartoe moet de uurvergoeding voor deze rechtshulpverleners omhoog en moet de bureaucratie in de gesubsidieerde rechtsbijstand drastisch worden teruggedrongen.

  • Meer geld voor opvang van vluchtelingen in eigen regio

    Uit de hele wereld zijn mensen naar ons land gekomen om er te werken, om zich te verenigen met hun familie, of omdat zij hun leven in hun eigen land van oorsprong niet zeker zijn. In Nederland moet iedere inwoner gelijkwaardige kansen krijgen. Dat is een voorwaarde om met elkaar te kunnen samenleven.

    In internationale verdragen is vastgelegd dat vluchtelingen recht hebben op bescherming tegen vervolging, terreur of oorlog. De meeste vluchtelingen worden opgevangen in de regio. We moeten daarvoor meer geld en middelen beschikbaar stellen. Nederland moet in haar asielbeleid uitvoering geven aan de verdragen waaraan we ons gebonden hebben. De asielprocedure moet snel, zorgvuldig en duidelijk zijn. Wie mag blijven, moet zo snel mogelijk inburgeren. Wie niet mag blijven, moet het land verlaten.

  • Meer buurtagenten en een grotere pakkans voor criminelen

    Criminaliteit en overlastgevend gedrag verzieken het leven van veel mensen en moeten daarom worden bestreden. Elk jaar worden in Nederland meer dan 6 miljoen strafbare feiten gepleegd, een kwart van de mensen wordt eenmaal of vaker slachtoffer. Dat loopt van vernieling en diefstal tot verkrachting en moord. De politie doet zijn best, maar weet slechts bij een klein deel van de wetsovertredingen een verdachte te vinden. Van dat kleine percentage wordt een nog veel kleiner gedeelte voor de rechter gebracht. Vanwege capaciteitsgebrek stelt de politie nu prioriteiten en blijven er zaken liggen. De capaciteit bij politie en justitie moet worden uitgebreid en alle aangiften moeten in behandeling worden genomen. Daders moeten de schade die zij aanrichten vergoeden.

    Het overgrote deel van de criminaliteit is lokaal en moet dan ook lokaal worden aangepakt. In teveel buurten gaat het niet goed, een kwart van de bevolking voelt zich wel eens onveilig. Buurtagenten moeten voldoende tijd in de buurt op straat kunnen zijn. Een buurtagent die de mensen in de buurt kent en gekend wordt door de mensen kan problemen voorkomen. Er komen meer buurtagenten en kleinschalige politieposten bij. Wat de SP betreft krijgen op lokaal niveau diefstal (inclusief winkelcriminaliteit), geweldsdelicten, inbraak en overlastgevende groepen prioriteit.

    Ook tegen het bedrijfslevens worden ieder jaar miljoenen strafbare feiten gepleegd. Bedrijven kunnen te maken krijgen met inbraak, vernieling, diefstal of geweld. Vooral in de detailhandel en de horeca is men vaak het slachtoffer. De totale schade van criminaliteit tegen het bedrijfsleven loopt elk jaar in de honderden miljoenen euro’s. Criminaliteit tegen het bedrijfsleven is een groot probleem en moet stevig worden aangepakt.

    Het beter begeleiden van criminelen na het uitzitten van de straf kan voorkomen dat mensen nog eens in de fout gaan. Veelplegers kunnen nu voor een aantal relatief kleine strafbaar feiten twee jaar worden opgesloten in een gevangenis (een 'Inrichting voor Stelselmatige Daders'). Die tijd in detentie moet veel nuttiger worden besteed. Intensieve verslavingsbegeleiding moet voorkomen dat mensen weer in de fout gaan en daarmee de samenleving tot last zijn.

    Een deel van de criminaliteit in Nederland gebeurt in georganiseerd verband, waarbij soms internationale netwerken actief zijn. De slagkracht en de expertise van de Nederlandse politie en het magistraat moeten worden vergroot om dit te bestrijden. Er moet meer werk worden gemaakt van het bestrijden van internetcriminaliteit, witwaspraktijken en de vermenging van de onderwereld met de bovenwereld.

  • Het legaliseren van softdrugs

    De verkoop en teelt van softdrugs voor de Nederlandse markt moet worden gelegaliseerd. Aan de vreemde situatie dat coffeeshops wel softdrugs mogen verkopen maar het niet geteeld mag worden moet een einde komen. Het wordt steeds duidelijker dat legalisering grote voordelen heeft. Er kunnen eisen en beperkingen worden gesteld, bijvoorbeeld aan het THC-gehalte. Kwaliteitscontroles van de softdrugs die in coffeeshops wordt aangeboden wordt mogelijk, het beperken van de gezondheidsschade moet voorop staan. Ook wordt met legalisering voorkomen dat de georganiseerde misdaad enorm veel geld verdient met de productie en handel in softdrugs. Legalisering van softdrugs leidt ook tot een forse besparing voor politie en justitie en tot extra inkomsten door belastingheffing. Er moet meer ingezet worden op preventie en het geven van goede voorlichting aan de jeugd.

    Handel in harddrugs moet strafbaar blijven. Voorlichting over de schadelijke gevolgen van het gebruik van harddrugs blijft ook van groot belang.

  • Bevorderen van keuze voor één nationaliteit

    De keuze voor één nationaliteit wordt bevorderd. Mensen moeten beoordeeld worden op hun doen en laten als Nederlands burger, met of zonder dubbel paspoort. Het is niet gezegd dat mensen niet hele goede en praktische redenen kunnen hebben om die tweede nationaliteit niet op te geven. Het respecteren van de één betekent niet het diskwalificeren van de ander. Wetgeving inzake nationaliteit mag geen symboolpolitiek worden. Het is een illusie om te denken dat met het verbieden van de dubbele nationaliteit het integratieprobleem wordt opgelost. Het verkrijgen van een nationaliteit brengt naast rechten ook plichten met zich mee. Wanneer iemand kiest voor een toekomst in Nederland, dan brengt dat ook met zich mee dat je gehouden bent aan de wetten en regels zoals die voor iedere Nederlander gelden. Er zijn landen, zoals Marokko, die het onmogelijk maken dat mensen hun nationaliteit opgeven. Daarnaast zijn er landen - zoals bijvoorbeeld Turkije met de dienstplicht – die proberen via de nationaliteit grip te houden op burgers. Dit is ongewenst. Alle mogelijke middelen moeten worden ingezet om aan deze situatie een einde te maken. De Nederlandse overheid moet de (inter)nationale druk opvoeren om de keuze voor één nationaliteit mogelijk te maken.

  • Eerlijkere regels voor partneralimentatie

    Meer dan één op de drie huwelijken eindigt in een scheiding. Jaarlijks maken meer dan 50.000 kinderen de scheiding van hun ouders mee. Een kwart van alle kinderen van wie de ouders scheiden, verliest op termijn het contact met één van beide ouders, in de meeste gevallen de vader.

    Kinderen hebben – ook na echtscheiding - recht op verzorging door en contact met beide ouders. De SP is daarom voorstander van gelijkwaardig ouderschap. Ouders zullen hierover met elkaar afspraken moeten maken. Komen zij er niet uit dan zal de rechter dat moeten doen.

    Er is een wetswijziging nodig om de partneralimentatieregels eerlijker te maken. In de wet staat dat 12 jaar alimentatie betalen de maximumtermijn is, maar in de praktijk is dit de standaard geworden, terwijl dit in veel gevallen onredelijk lang is. Er moet beter gekeken worden naar alle omstandigheden in een bepaalde situatie. De wet moet maatwerk mogelijk maken.

    Het heeft de voorkeur dat mensen er samen uitkomen, bijvoorbeeld in een partneralimentatieplan. In zo’n plan zou bijvoorbeeld opgenomen kunnen worden welke inspanningen de ontvangende partner gaat verrichten om zelf inkomsten binnen te krijgen en per wanneer. Ook zou afgesproken kunnen worden dat het alimentatiebedrag langzaam daalt totdat het na enkele jaren op nul uitkomt.

    Als mensen er niet samen uitkomen dan moet de rechter de knoop doorhakken. De rechter moet dan onder andere gaan kijken naar het arbeidsverleden, de carrièrekansen, de leeftijd van de kinderen, en andere relevante omstandigheden. Het hangt van de omstandigheden van het geval af hoelang alimentatie betaald moet worden, waarbij rekening moet worden gehouden met een maximumtermijn van 12 jaar.



  • Geen Europees Openbaar Ministerie

    De SP is groot voorstander van daadwerkelijke en effectieve samenwerking tussen lidstaten op het gebied van justitie. Criminelen moeten worden gepakt. De opsporingsdiensten moeten samenwerken om opgewassen te zijn tegen criminelen die de open grenzen als een zegen zien en deze misbruiken. Het is dus goed dat er in Europa wordt samengewerkt tussen diverse politiediensten en de vervolgende instanties (Openbaar Ministeries).

    Maar, dat is iets anders dan het overdragen van bevoegdheden en het inperken van de nationale soevereiniteit. De EU gedraagt zich op dit gebied als een rupsje-nooit-genoeg. Omdat het zogenaamd ‘noodzakelijk’ is, worden steeds nieuwe voorstellen gepresenteerd die inbreuk maken op de Nederlandse soevereiniteit, zoals voorstellen om minimumstraffen in te voeren, het drugsbeleid te bepalen of de verplichting om 12 maanden lang al het telecomverkeer te bewaren.

    Ook het voorstel voor de oprichting van een Europees Openbaar Ministerie wijzen we af. De Europese Commissie wil deze oprichten om fraude met EU-gelden beter aan te pakken. Wat ons betreft moet er eerst werk gemaakt worden van het verbeteren van OLAF, het anti-fraudebureau van de EU, en moeten lidstaten verplicht hun uitgaven van EU-subsidies verantwoorden via een lidstaatverklaring. Ook kan het stoppen met rondpompen van geld veel fraude voorkomen.

    Het is voor de SP van groot belang dat de uitwisseling van persoonsgegevens alleen gebeurt als dit niet indruist tegen de privacyregels. De Europese Unie heeft de neiging zowel binnen de EU, als in relatie tot landen zoals de VS, veel te gemakkelijk om te gaan met de ter beschikking stelling van persoonsgegevens.

    In het Nederlandse parlement is de SP op dit gebied bij uitstek dé kritische partij. Voortdurend vragen wij de Nederlandse minister en staatssecretaris stelling te nemen in Europa tegen voorstellen die nergens voor nodig zijn, te ver gaan of inbreuk maken op ons nationale stelsel, op de privacy.

  • Inzetten op de aanpak van fraude

    Bij alle terechte aandacht voor criminaliteit en geweld op straat, wordt nog wel eens vergeten dat een groot aantal misdrijven in Nederland van achter een bureau wordt gepleegd. Allerlei vormen van fraude (zoals de bouwfraude, faillissementsfraude, vastgoedfraude) beschamen het vertrouwen van mensen in elkaar en de overheid. Met deze en andere vormen van witteboordencriminaliteit zijn jaarlijks miljarden euro’s gemoeid.

    De aanpak van fraude en witteboordencriminaliteit krijgt meer prioriteit. De SP verwerpt de bagatelliserende stelling dat fraude van alle tijden is en overal voorkomt en dat het in Nederland wel meevalt. De prioriteit van het vervolgen van fraude wordt stevig vergroot. Het aantal deskundigen (zoals forensische accountants en fiscalisten) bij de recherche, het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht wordt uitgebreid. Er komt een spreekplicht voor ambtenaren die weet hebben van fraude of corruptie; voorwaarde is dat zij hiervan geen negatieve consequenties ondervinden bij hun werkgever. Er komt eindelijk een goede klokkenluidersregeling, mét een fonds voor mensen die hun maatschappelijke plicht vervullen door fraude te melden. De Tweede Kamer krijgt een eigen onderzoeksbureau om zélf fraude te onderzoeken. Er wordt een Nationale Fraude Autoriteit opgericht.

    Misdaad mag niet lonen. Geld dat met criminele activiteiten is verdiend moet worden afgepakt door justitie.

  • Bereid gedetineerden voor op terugkeer in samenleving

    Op het gevangeniswezen wordt al jaren fors bezuinigd. Dit heeft geleid tot grote verslechteringen in de Nederlandse bajessen. De begeleiding van gedetineerden en het aanbod van onderwijs en arbeid zijn geheel of grotendeels verdwenen. Dat is onverstandig, omdat de meeste mensen een tijdelijke gevangenisstraf uitzitten en na verloop van tijd weer terugkeren in de samenleving. Het is veel beter de tijd in detentie goed te benutten. Een gevangene die een vak heeft geleerd, arbeidservaring heeft opgedaan of van zijn verslaving af is zal minder snel opnieuw een delict plegen. Er moet geïnvesteerd worden in meer en goed opgeleid personeel en een stevig onderwijs- en arbeidsaanbod. Dat vindt ook het gevangenispersoneel, dat dagelijks met deze moeilijke doelgroep werkt. Het uitkleden van het dagprogramma in de bajessen is slecht voor de veiligheid in de samenleving en voor de veiligheid van het personeel op de werkvloer.

    Een groot probleem in de gevangenissen is het grote aantal verslaafde gedetineerden, vaak ook nog met psychiatrische problemen. Die gedetineerden moet speciale zorg worden geboden. Op termijn is ook dat een goede investering in onze veiligheid.

    Door de sluiting van een aantal jeugdgevangenissen worden minderjarigen steeds verder van huis gedetineerd, waardoor zij problemen kunnen ondervinden bij het voortzetten van hun opleiding of werk. De groepen worden steeds groter en goed opgeleid personeel wordt ontslagen. Dit is een onwenselijke ontwikkeling. Zeker bij minderjarigen moet detentie altijd eerst en vooral in het teken staan van betere behandeling, heropvoeding en resocialisatie.

    De recidivecijfers moeten omlaag. Er zijn voor de hand liggende maatregelen die genomen kunnen worden om te voorkomen dat mensen direct na een gevangenisstraf weer misdrijven gaan plegen. Voordat iemand de gevangenis verlaat, moet hij een geldig legitimatiebewijs op zak hebben, moet duidelijk zijn waar hij of zij de eerste weken gaat wonen, en moet het liefst ook werk zijn geregeld.

    De reclassering, van oudsher expert in de begeleiding van ex-gedetineerden, moet de vrijheid en de middelen krijgen om waar nodig ex-gedetineerden hulp te bieden om op het rechte pad te blijven. De bureaucratie en de verantwoordingsplichten die in protocollen zijn vastgelegd zijn doorgeslagen, de professionele reclasseringswerkers moeten meer vrijheid krijgen om te doen wat nodig is om recidive te voorkomen. Ook de gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor de opvang van ex-gedetineerden, moeten voldoende geld en ondersteuning krijgen voor deze taak. Op recidivebestrijding mag niet visieloos bezuinigd worden, daar is de veiligheid van onze samenleving te kostbaar voor. 

  • Voor een restrictief gokbeleid

    De SP is voorstander van een restrictief gokbeleid. Om dit beleid ook in Europees verband overeind te kunnen houden, moeten er wettelijke regels komen voor reclameacties van loterijen en Holland Casino. Nederland wordt geen Las Vegas aan de Noordzee. Illegaal gokken via internet moet beter worden bestreden. Creditcardmaatschappijen en banken die illegaal gokken mogelijk maken moeten worden aangepakt.

  • Huwelijksdwang wordt hard aangepakt

    Het is belangrijk dat mensen zich voorbereiden op hun komst naar Nederland. De gestelde eisen aan huwelijks- en gezinsmigratie mogen niet misbruikt worden om de vrije huwelijkskeuze in te perken. Huwelijksdwang en polygamie worden hard aangepakt.

    De SP is zeer terughoudend als het gaat om arbeidsmigratie. Zolang er hier nog honderdduizenden mensen aan de kant staan, is het ongewenst om werknemers uit het buitenland te halen. Bovendien zijn die mensen vaak in hun eigen land harder nodig dan hier, migratie kan leiden tot ontwrichting in het land van herkomst.

  • Geen kind in de cel

    Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) vormen in het asielbeleid een aparte en kwetsbare groep. Zij zijn weliswaar vreemdeling maar bovenal kind en moeten ook als zodanig worden behandeld. Er moet zorgvuldig gekeken worden of deze kinderen beschikken over familie in het land van herkomst die hen kan opvangen. Niet iedere familie is geschikt voor opvang omdat er ook sprake kan zijn van mensenhandel door familie. Wanneer kinderen terug kunnen is het in het belang van het kind dat dit ook zo snel mogelijk gebeurt. Kinderen horen niet in een cel.

    De SP pleit voor grote zorgvuldigheid in de omgang met deze groep: altijd moet grondig bekeken worden of uitzetting niet tot te grote schrijnendheid leidt, bijvoorbeeld vanwege de lange verblijfsduur in Nederland. Als terugkeer mogelijk is moeten juist deze jonge mensen heel goed worden voorbereid op en begeleid bij hun terugkeer, zodat zij in het land van herkomst een kans hebben op een toekomst. Het belang van het kind staat hierbij voorop. Het op de 18e verjaardag klakkeloos stopzetten van opvang en leefgeld is onacceptabel.

    De totstandkoming van het zogenaamde kinderpardon in 2013 is een overwinning voor iedereen, waaronder de SP, die heeft gestreden voor de asielkinderen die na jaren verblijf in Nederland uitgezet dreigden te worden. Van een aanzuigende werking is niets gebleken. Voor de kinderen die in onze samenleving geworteld zijn is nu eindelijk duidelijkheid gekomen. Zij kunnen met hun broers, zussen en ouders eindelijk werken aan hun toekomst in Nederland.
     

  • Geen marktwerking in het notariaat

    De SP is altijd tegen de invoering van de marktwerking in het notariaat geweest. Sinds notarissen met elkaar op prijs moeten concurreren zijn de tarieven slechts gedeeltelijk gedaald (alleen terzake vastgoedtransacties; testamenten en dergelijke zijn juist duurder geworden). De integriteit van het notariaat komt steeds vaker ter discussie te staan. Marktwerking en winstmaximalisatie verhouden zich nu eenmaal slecht tot de onkreukbaarheid en onpartijdige betrouwbaarheid die van een ambtsdrager geëist mag worden.

    Indien mogelijk draaien we de marktwerking in het notariaat zo veel mogelijk terug en wordt er opnieuw een vorm van tariefregulering ingevoerd.

  • Verbeter de kwaliteit van asielzoekerscentra

    Uitgeprocedeerde asielzoekers houden recht op opvang waarbij van hen wordt verwacht dat zij meewerken aan oplossingen, zoals terugkeer of een medische behandeling ten behoeve hiervan. Ook de Raad van Europa heeft aangegeven dat kwetsbare vreemdelingen opvang moeten krijgen. Gemeenten hebben bovendien een zorgplicht en altijd het recht om opvang te bieden aan kwetsbare mensen (ouderen, zieken, vrouwen, kinderen), ook als zij illegaal zijn. De overheid mag de gemeenten hierin niet tegenwerken.

    Asielzoekers worden in Nederland regelmatig opgevangen onder sobere omstandigheden. Asielzoekerscentra staan vaak ver van de bewoonde wereld, hebben nauwelijks voorzieningen, mensen worden er gedwongen met vreemden een kamer te delen. Zeker wanneer het verblijf in een asielzoekerscentrum langer dan een paar maanden duurt is dat onwenselijk. Asielzoekers hebben het extra zwaar omdat ze nauwelijks mogen werken, niet mogen studeren en hun toekomst onzeker is.

    Asielzoekers moeten meer mogelijkheden krijgen om tijdens hun procedure te werken en kunnen daardoor meebetalen aan hun opvang, die veel beter van kwaliteit moet zijn. Gezinnen krijgen recht op de privacy van een eigen kamer in een asielzoekerscentrum en verhuizingen van kinderen worden tot het minimum beperkt.

    Het vasthouden van illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen mag wat de SP betreft alleen voor zeer korte tijd (enkele dagen) wanneer er direct zicht is op uitzetting. Vreemdelingenbewaring mag niet worden gebruikt om mensen te dwingen mee te werken aan terugkeer. Vreemdelingen zijn geen criminelen en het gevangenisregime dat in vreemdelingenbewaring wordt gehanteerd moet worden afgeschaft.  Volgens de SP mogen kinderen in geen geval in vreemdelingenbewaring worden genomen.

  • Een beter loon voor onze politieagenten

    Politiemensen moeten beter hun werk kunnen doen. Zij verdienen een beter loon, voor het harde, onregelmatige en soms gevaarlijke werk dat zij moeten doen. De politie verdient ook minder bureaucratie. Politieagenten gaan nu nog te vaak gebukt onder regelzucht. De SP wil extra inzet van politieagenten en het aantrekken van meer officieren van justitie en rechters. Buurtagenten zijn onmisbaar voor buurten en wijken. Zij zijn makkelijk aanspreekbaar en weten wat er speelt in de buurt. Daarom moet het aantal buurtagenten worden uitgebreid. Een deel van de criminaliteit in Nederland gebeurt in georganiseerd verband, waarbij soms internationale netwerken actief zijn. De slagkracht en de expertise van de Nederlandse politie en het Openbaar Ministerie moeten worden vergroot om dit te bestrijden. 

  • Openheid over verzamelen persoonsgegevens





     

    Het recht op privacy is een belangrijk grondrecht. Het is niet mogelijk om te stellen dat 'veiligheid belangrijker is dan privacy', zoals sommige politici doen, dat is een valse tegenstelling. Veiligheid en privacy gaan juist hand in hand. Het opheffen of drastisch inperken van de privacy levert geen veilige samenleving op. Dat sluit niet uit dat er soms inbreuk moet worden gemaakt op dit recht. Bijvoorbeeld wanneer er gefouilleerd moet worden, of wanneer een huis door justitie moet worden onderzocht. Daar zijn strenge regels voor die strikt moeten worden nageleefd. Het College bescherming persoonsgegevens moet meer bevoegdheden krijgen en strengere straffen op kunnen leggen bij overtredingen van de privacywetgeving.

    Bij ieder voorstel dat inbreuk maakt op de privacy bekijken we of die inbreuk noodzakelijk is voor het te bereiken doel, of het niet op een andere manier kan, en of de voorgestelde maatregel wel effectief is. Pas wanneer die vragen naar tevredenheid zijn beantwoord en er echt geen andere optie overblijft, mag inbreuk gemaakt worden. Ook de Europese Unie heeft de neiging zowel binnen de EU, als in relatie tot andere landen (zoals de VS) veel te gemakkelijk om te gaan met de ter beschikking stelling van persoonsgegevens. Daar moet een einde aan komen.

    Niet alleen de overheid maakt inbreuk op de privacy. Ook bedrijven schenden de privacy van burgers geregeld. Het moet voor iedereen volstrekt helder zijn door wie persoonsgegevens worden verzameld, met wie deze mogen worden gedeeld en voor welk doel. Mensen vinden het niet altijd een probleem wanneer hun persoonsgegevens worden verzameld of bewaard, als ze maar weten door wie, waarom, en er van verzekerd zijn dat de gegevens veilig zijn. Dat is nog lang niet op orde. Veel bedrijven beheren de gegevens slecht of vragen onnodige gegevens van hun klanten. De SP pleit voor een informatiecentrum waar iedereen terecht kan met vragen over persoonsgegevens en privacy. Bedrijven waarbij in de digitale systemen is ingebroken waardoor persoonsgegevens zijn gestolen moeten dit gaan melden aan de personen om wie het gaat.

  • Hard optreden tegen uitbuiting en mensenhandel

    De SP heeft ingestemd met de opheffing van het bordeelverbod, waardoor de prostitutie is gelegaliseerd. Ook is de SP een voorstander van de invoering van een vergunningstelsel om het zicht en de controle op de sector verder te vergroten. Nog steeds zijn er teveel misstanden in de seksbranche, zoals gedwongen prostitutie, uitbuiting en mensenhandel. Dat zijn vreselijke misdrijven die krachtig moeten worden bestreden. Hiervoor moet voldoende (opsporings)capaciteit beschikbaar zijn bij politie en openbaar ministerie.

    Bij verandering van beleid, zoals het verhogen van de prostitutieleeftijd, moet altijd worden gewaakt voor het fenomeen dat (een deel van) de activiteiten in de illegaliteit zullen worden voortgezet. De sociale positie van de prostituee moet worden verbeterd. Klanten die willens en wetens gebruik maken van een prostituee die gedwongen aan het werk is moeten strafrechtelijk aangepakt kunnen worden.

    Mensenhandel is een zeer ernstige vorm van misdaad, waar hard tegen moet worden opgetreden. Veel slachtoffers van mensenhandel werken in Nederland onder afschuwelijke omstandigheden in de gedwongen prostitutie. Aangifte doen is voor deze vrouwen bijzonder moeilijk, omdat zij dan het risico lopen (uiteindelijk) te worden uitgezet en in het land van herkomst slachtoffer te worden van wraakacties door degenen die hen verhandeld hebben. De SP is van mening dat deze mensen, als slachtoffers van een misdrijf, recht hebben op bescherming door de Nederlandse overheid. Wie een geloofwaardige aangifte doet van mensenhandel en/of uitbuiting heeft recht op een verblijfsvergunning. Ook dient de politie, wanneer zij stuit op illegalen, altijd vóór uitzetting te onderzoeken of er onder hen slachtoffers zijn van mensenhandel.

    Er moet alles aan gedaan worden om meiden, en ook jongens, uit de handen van pooierboys te houden. Goede voorlichting is daarom essentieel. Het is wenselijk dat hierover op scholen en in jeugdzorginstellingen voorlichting wordt gegeven. Er moet meer opvang voor en begeleiding van slachtoffers van pooierboys komen. In de gesloten jeugdzorg moet er specifiek aandacht zijn voor meiden die slachtoffer zijn van pooierboys. Het is belangrijk dat ze in een groep komen met meiden die hetzelfde hebben doorgemaakt zodat ze van elkaar kunnen leren en ervaringen kunnen uitwisselen. Helaas worden pooierboys niet altijd gestraft voor hun daden. Er moet voldoende hulpverlening voorhanden zijn om de slachtoffers te stimuleren en te helpen bij het doen van aangifte.

  • Meer geld voor gesubsidieerde rechtsbijstand

    Toegang tot de rechter is een basisrecht van iedere burger. Om te voorkomen dat mensen vanwege geldgebrek hun recht niet kunnen halen, bestaat er in Nederland een stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Dit stelsel staat wegens jarenlange bezuinigingen onder druk en mensen met een kleine portemonnee kunnen onder andere door te hoge eigen bijdragen hun recht niet meer halen. Klassenjustitie ligt op de loer. Ook valt een steeds grotere groep mensen met een middeninkomen buiten het stelsel, terwijl zij ook niet in staat zijn om de hoge advocaten- en proceskosten zelf te betalen. Deze groep dreigt verstoken te blijven van juridische bijstand. Dat is een buitengewoon slechte zaak.

    Een ander probleem van het huidige systeem van gesubsidieerde rechtshulp is dat vanwege geldgebrek advocaten maar een heel beperkt aantal uren werk vergoed krijgen. Daardoor staat de kwaliteit van de rechtsbijstand onder druk. De SP vindt dat financiële overwegingen er nooit toe mogen leiden dat mensen niet hun recht kunnen halen: waar nodig moet er dus meer geld worden uitgetrokken voor gesubsidieerde rechtsbijstand.

  • Geef rechters tijd en ruimte

    De fouten die zijn gemaakt in bijvoorbeeld het onderzoek naar de Schiedammer parkmoord en de zaak van Lucia de Berk hebben het vertrouwen in de (straf)rechtspraak doen afnemen. Het is belangrijk dat van de gemaakte fouten wordt geleerd en het vertrouwen in de rechtspraak zo snel mogelijk wordt hersteld. De rechtbanken en gerechtshoven moeten werken aan kwaliteits- en deskundigheidsbevordering van hun rechters, vooral op onderwerpen als DNA en forensische psychologie. Bovendien moeten rechters de tijd en de ruimte krijgen om een strafzaak uitputtend te behandelen, zonder druk van prestatiecontracten en outputfinanciering. Waarheidsvinding moet altijd voorop staan.

    De SP hamert al jaren op het beter motiveren van vonnissen, zodat volstrekt duidelijk is op welke gronden een rechtbank tot een bewezenverklaring of een vrijspraak is gekomen. Toegang tot een herzieningsprocedure bij de Hoge Raad bij gerede twijfel over de juistheid van een vonnis moet gemakkelijker worden. Er moet een permanent fonds komen waarbij bijvoorbeeld door een commissie van wijzen bepaald wordt of in een bepaalde zaak onderzoek vanuit dat fonds betaald kan worden.

    Verhoren bij de politie moeten voortaan altijd op band of video worden opgenomen. Bovendien zouden advocaten het recht moeten krijgen bij het verhoor aanwezig te zijn.

  • Geen minimumstraffen

    In Nederland kennen we terecht een systeem van maximumstraffen. Op een diefstal staat bijvoorbeeld maximaal 4 jaar gevangenisstraf. De rechter heeft de vrijheid een voor een diefstal geschikte straf op te leggen. Bijvoorbeeld een geldboete, een taakstraf, of een gevangenisstraf die niet langer mag zijn dan 4 jaar.

    Bij een systeem van minimumstraffen zou de rechter, onafhankelijk van de omstandigheden, de dader van een strafbaar feit tot een minimale straf moeten veroordelen. Diefstal zou dan bijvoorbeeld tot 4 jaar gevangenisstraf leiden, ook al was de dader een dakloze die honger had. Dit zou een begrenzing van de vrijheid van de rechter zijn. Deze vrijheid van de rechter is voor de SP belangrijk. De rechter kijkt naar de ernst van het delict, de omstandigheden en de dader. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk of iemand beroepscrimineel is, of iets voor de eerste maal doet. De rechter levert maatwerk en legt een straf op die past bij de ernst van het feit en geschikt is voor die persoon. Dat zou niet meer mogelijk zijn als je de rechter in het keurslijf van de minimumstraf perst.

    De doodstraf bestaat vooral in dictaturen en primitieve samenlevingen. De SP is tegen de doodstraf. Dat je mensen niet mag doodmaken, maak je niet duidelijk door mensen dood te maken.

  • Het TBS-stelsel is goed voor de veiligheid van de samenleving

    Het TBS-stelsel maakt mogelijk dat personen die psychisch ziek zijn worden vastgehouden en behandeld totdat zij geen gevaar meer vormen voor de samenleving. Het is een systeem dat uiteindelijk goed is voor de veiligheid van de maatschappij en het verdient het om in stand te worden gehouden.

    Hoewel het helemaal uitsluiten van ieder risico onmogelijk is, moet steeds alles worden gedaan om het stelsel, inclusief vormen van proefverlof, zo veilig mogelijk te maken. Zo moet het mogelijk worden om na vrijlating ex-tbs’ers langer aan voorwaarden te binden (zoals een alcoholverbod) om de kans op recidive zo klein mogelijk te houden.

    Mensen die na behandeling nog steeds een onacceptabel risico vormen voor de samenleving moeten worden overgeplaatst naar een ‘long stay’-afdeling, waar ze in principe levenslang blijven. Lange gevangenisstraffen in combinatie met TBS verkleinen de kans op een succesvolle behandeling en zijn daarom onwenselijk.

  • Intensieve begeleiding bij terugkeer

    Bij een goed asielbeleid hoort een goed terugkeerbeleid: als mensen na een zorgvuldige asielprocedure niet zijn erkend als vluchteling of op andere gronden voor verblijf in aanmerking komen, zullen zij moeten vertrekken. Daarbij moet altijd bedacht worden dat terugkeer voor veel mensen niet eenvoudig is: in het land van herkomst wacht vaak een onzekere toekomst. Een goed terugkeerbeleid biedt mensen intensieve begeleiding bij de voorbereiding van het vertrek en probeert obstakels die een terugkeer in de weg staan weg te nemen. Waar mogelijk worden mensen door middel van financiële bijdragen en/of opleidingen geholpen om in het land van herkomst een nieuw bestaan op te bouwen.

    Een aanzienlijk aantal ex-asielzoekers dat bezig is met de voorbereiding van hun terugkeer wordt geconfronteerd met tegenwerking door de autoriteiten en de ambassades van de landen van herkomst. Nederland moet landen van herkomst veel nadrukkelijker aanspreken op hun verantwoordelijkheid voor hun staatsburgers. Bovendien moet Nederland ex-asielzoekers die willen terugkeren actief en intensief begeleiden en helpen bij het verkrijgen van reisdocumenten. Kan iemand buiten zijn schuld niet terugkeren, dan moet een verblijfsvergunning volgen. Door de actieve begeleiding vanuit de overheid kan gemakkelijk gecontroleerd worden of iemand echt alles heeft gedaan om terug te kunnen keren. Nu ligt de bewijslast volledig bij de ex-asielzoeker, wat in de praktijk leidt tot schrijnende toestanden.

  • Neem de voedingsbodem voor terrorisme weg

    Veiligheid is vooral mensenwerk. Er moet voldoende politie in de buurten aanwezig zijn als aanspreekpunt. De wijkagent moet de mensen in de buurt kennen en gekend worden door de mensen. Dat maakt buurten aantoonbaar veiliger. De overlast en de verloedering in de buurten moet worden aangepakt. Bij alle maatregelen en voorstellen om de samenleving veiliger te maken beoordelen we de effectiviteit. Cameratoezicht kan bijvoorbeeld in een aantal gevallen helpen, maar het is zeker niet de oplossing voor de problemen in de buurten. Aan schijnveiligheid hebben we niets.

    Terrorisme moet effectief worden bestreden. Dat doen we vooral door de voedingsbodem voor terrorisme zoveel mogelijk weg te nemen, maar ook door gerichte opsporing van politie en justitie naar terroristische organisaties en verdachte personen. Het steeds maar uitbreiden van verzamelingen persoonsgegevens van alle burgers is niet effectief en maakt inbreuk op de privacy van alle mensen.

Natuur en milieu

  • Stop de productie van bont

    De SP is tegen bont omdat dit geen recht doet aan de intrinsieke waarde van het dier. De productie van bont gebeurt vaak onder dier-onterende omstandigheden. Zo worden in de nertsenfokkerij deze solitaire levende roofdieren, die in het wild afstanden afleggen van 40 kilometer, in kleine gazen kooitjes opgesloten waar ze alleen cirkels kunnen draaien van 30 cm doorsnee. Om die reden heeft de SP een initiatiefwet opgesteld die inmiddels door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen. Dankzij deze wet  mogen er geen nieuwe pelsdierfokkerijen gestart worden en mogen bestaande fokkerijen niet uitbreiden. Het fokken van pelsdieren wordt per 2023 helemaal verboden.

    Ook voor bont uit het wild lijden dieren onnodig, bijvoorbeeld bij de dieronvriendelijke vossenjacht of bij de zeehondenjacht. Tegenwoordig is er zo veel goed nep-bont, dat er geen reden meer is om echt te kopen. De SP heeft een Europees verbod op IJsberenbont bewerkstelligd. Ook voor een verbod op honden-, katten- en zeehondenbont heeft de SP een belangrijke rol gespeeld. Op ons initiatief is er inmiddels een importverbod op vossen- en chinchillabont.

    De SP heeft een motie in de Tweede Kamer aangenomen gekregen die etikettering van bont verplicht stelt. Een wijd verbreid misverstand over bont is dat mensen denken dat bijvoorbeeld konijnenbont een bijproduct is. Dat is niet zo. Vleeskonijnen worden apart gefokt en op jonge leeftijd geslacht. Het bont is dan nog niet bruikbaar. Bontkonijnen worden apart gefokt. De SP is om die reden ook tegen konijnenbont.

  • Pak dierenmishandeling stevig aan

    Beschaving uit zich onder meer in de wijze waarop mensen met andere levende wezens en met de natuurlijke omgeving omgaan. Dierenmishandeling moet stevig worden aangepakt. In de Grondwet moet een zorgplicht voor dieren worden opgenomen. De bio-industrie gaat zo spoedig mogelijk op de helling. Dierenwelzijnsnormen worden flink verscherpt. Dieronvriendelijke praktijken van de bio-industrie en verminking van dieren worden verboden. Met het oog op het milieu en ter voorkoming van dierziekten wordt er een maximum gesteld aan het aantal boerderijdieren in Nederland. Diervriendelijke, extensieve veehouderijen worden beloond met een gratis dierrecht vergunning. Bedrijven die het minder goed doen op het gebied van dierenwelzijn, volksgezondheid en milieu moeten betalen. Preventief enten wordt  toegestaan. Onderzoek naar vlees vervangende producten wordt bevorderd en er wordt eerlijke voorlichting gegeven over de milieu- en gezondheidsgevolgen van (overmatige) vleesconsumptie. Transport van slachtdieren van meer dan 500 kilometer of langer dan 8 uur wordt in heel Europa verboden en de omstandigheden bij het transport worden verbeterd.

    Bij het debat over de intensieve veehouderij volgt de SP eenvoudige uitgangspunten:

    • een dier moet zijn natuurlijk gedrag kunnen uiten;
    • de veehouderij moet niet de draagkracht van de natuur overschrijden;
    • de veehouderij moet niet de draagkracht van de mensen in de omgeving overschrijden;
    • het mag geen risico voor de volksgezondheid vormen;
    • de boer moet er een schappelijk inkomen uit kunnen verdienen.

    Het overtreden van (welzijns-)regels voor dieren en dierenmishandeling dient harder te worden bestraft, in het uiterste geval door een verbod op het houden van dieren. Ook moet er een verbod komen op het fokken van dieren die door selectieve fok geen volwaardig zelfstandig leven kunnen leiden. Dit kan zijn doordat ze niet zelfstandig kunnen baren, ademhalingsmoeilijkheden hebben, een te kleine schedel of andere ernstige afwijkingen hebben. Er moet adequate welzijnswetgeving voor alle dieren komen, onder andere voor konijnen, kalkoenen en ganzen.

    Het aantal dierproeven wordt tot het absolute minimum beperkt. Waar alternatieven voor dierproeven voorhanden zijn, worden deze verplicht gesteld, evenals een test naar het maatschappelijk nut en de medische relevantie. Er moet een groter budget komen voor het onderzoek naar proefdiervrije alternatieven. Bedrijven betalen hieraan mee. Onderzoeksmethoden en –resultaten van dierproeven worden openbaar. De SP is tegen het vernietigen van ‘overtollige’ proefdieren. Het testen op dieren van nieuwe medicijnen die nauwelijks van bestaande medicijnen afwijken, dient verboden te worden.

  • Op naar 100% duurzame energie

    De energievoorziening is van groot belang voor huishoudens en bedrijven. De SP heeft de volgende prioriteiten:

    • Besparen waar het kan. Denk hierbij aan energiebesparing in huis door de aanschaf van energie-efficiënte apparaten, maar ook de keuze voor energiezuinige mobiliteit;
    • Verliezen van energie worden tegengegaan door woningisolatie, opslaan van warmte of koude, hergebruiken van energie en bedrijven aan elkaar te schakelen;
    • Groen opwekken van energie via wind, zon, geothermie en door lokale groene energiecoöperaties;
    • Import van energie spreiden over meerdere landen en aanbieders. Kernenergie, schaliegas en energie uit kolen zijn geen reële optie voor de SP vanwege de veiligheid- en milieurisico’s die ze opleveren.

    We willen grote stappen maken naar een maatschappij die voor 100 procent draait op duurzame energie, maar we beseffen dat dit niet in een paar jaar kan worden gerealiseerd tegen kosten die voor burger en bedrijf acceptabel zijn.

    De overheid kan stevig sturen met fiscale prikkels die duurzaam energiegebruik stimuleren en verspilling en lozing van restwarmte tegengaan. Van bouwbedrijven en woningcorporaties verlangen we dat zij energiezuinig bouwen en renoveren. Woningbezitters worden gestimuleerd om het energielabel van hun huis te verbeteren. De energiebelasting is vrij complex en zou moeten worden vereenvoudigd. Dat geldt ook voor de kosten en baten van het toekomstig energiegebruik.

    De burger moet een beter inzicht krijgen in zijn gas- en elektriciteitsrekening en de manier waarop de tarieven worden berekend. Bovendien moet hij eenvoudiger inzicht krijgen hoe energiezuiniger geleefd kan worden. Slimme meters kunnen hierbij helpen, maar hebben zich nog niet bewezen en zijn privacygevoelig. Het deelnemen in wind- en zonne-energie, al dan niet via lokale opwek, moet volop gesteund worden. Waar windmolens overlast veroorzaken moeten bewoners op z’n minst financieel profijt hebben van de aanwezigheid van de molens.

    Om zuinig om te gaan met onze fossiele bronnen zal door landen in Europa beter samengewerkt moeten worden om duurzaam opgewekte energie van bijvoorbeeld zon of wind slimmer in te zetten. We bevorderen daarom de grensoverschrijdende koppeling tussen nationale netwerken om de pieken en dalen van duurzame energieproductie op te vangen. EU-wetgeving moet worden aangepast om aansluiting van de meest duurzame productiemiddelen op energienetwerken te bevorderen en de risico’s op uitvallen van het elektriciteitsnet terug te dringen. Het internationale systeem van handel in emissierechten moet effectief gaan functioneren. We verwachten veel van de wetenschap en steunen daarom onderzoek naar duurzame energiedragers en ook naar de grootschalige uitrol hiervan, waardoor ze voor burger en bedrijf betaalbaar worden.

  • Beperk de jacht

    De SP wil dat jacht tot het absolute minimum wordt ingeperkt. De SP geeft de voorkeur aan beheer door natuurlijk evenwicht boven beheer door jacht. De  SP is tegen de plezierjacht en de vrijstellingslijst van vrij bejaagbare soorten kan wat de SP betreft tot nul beperkt worden. Alleen in geval van ernstige en wetenschappelijk onderbouwde gevaren voor de volksgezondheid of in geval van grote landbouwschade die niet op diervriendelijke wijze bestreden kan worden, kan jacht in overweging genomen worden. Daarbij moet de uitoefening door professionals in overheidsdienst of onder direct overheidstoezicht plaatsvinden.

  • Klimaatverandering: voorkomen en aanpassen

    De opwarming van de aarde kan grote gevolgen hebben voor Nederland, omdat het voor een groot deel onder de zeespiegel ligt. Er zijn twee smaken: voorkomen of aanpassen.

    Voorkomen kunnen we niet in ons eentje, maar de SP wil wel bijdragen aan stabilisering van het klimaat door het gebruik van fossiele brandstoffen zoals olie en kolen en de uitstoot van broeikasgassen in industrie en landbouw te verminderen. Wij willen dat de overheid hierbij het goede voorbeeld geeft: inzetten op zuinige auto’s, meer gebruikmaken van het openbaar vervoer en de fiets, minder vlees eten en het accent leggen op duurzaam opgewekte energie en duurzame bouwmaterialen.

    Aanpassen zit in de sfeer van het overstromingsbestendig maken van de laaggelegen gebieden van Nederland en het klaar hebben liggen van vluchtroutes en –plekken. Het eerste krijgt aandacht in de Deltawet, maar het laatste moet flink verbeteren, want onderzoek laat zien dat de bevolking zich niet genoeg bewust is hoe te handelen bij een overstroming. Er is onderzoeksgeld nodig om met name de aanpassingsmogelijkheden te verbeteren en daarmee het risico van schade en verlies aan mensen- en dierenlevens te verkleinen.

  • Eerlijke prijzen voor eerlijke handel

    De SP is voor boerenlandbouw en niet voor doorgeschoten industrialisatie van de agrarische sector met eindeloze schaalvergroting en excessen als megastallen. Europese landbouwsubsidies komen vooral terecht bij de rijken en benadelen ook nog eens ontwikkelingslanden. Deze subsidies moeten worden afgebouwd. De SP wil dat boeren een eerlijke prijs krijgen door eerlijke handelspraktijken, betere margeverdeling en quotering. Met diervergunningen kunnen ongewenste schaalvergrotingen zoals megastallen worden tegengehouden.
    Daarnaast vindt de SP het prima dat boeren betaald worden voor milieu- en waterbeheer. De SP wil geen dumping van landbouwoverschotten in ontwikkelingslanden en geen landbouwsubsidies die ontwikkelingslanden benadelen. Importtarieven voor goede, duurzame producten moeten worden verlaagd of afgeschaft. Importtarieven op foute producten moeten worden behouden, zodat eerlijke producten gemakkelijk de markt op kunnen, maar onze boeren beschermd worden tegen valse concurrentie van foute producten.

    Er moet snel een verduurzamingsslag gemaakt worden in de veehouderij waarbij we gaan naar een duurzame, diervriendelijke manier van dieren houden. De veehouderij dient de draagkracht van de natuur en de mensen in de omgeving niet te overschrijden. Dieren moeten hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen. Een koe hoort in de wei, een kip moet kunnen scharrelen en een varken moet kunnen wroeten. De veehouderij moet aangepast worden aan de natuurlijke behoeften van het dier, en niet andersom. De schaalgrootte van de veehouderij moet passen in de omgeving.

    De SP is voor regionalisering van de landbouw en voedselsoevereiniteit. De groeiende macht van multinationals over boeren, zaaigoed en voedsel moet worden tegengegaan. Boeren horen een eerlijke prijs te krijgen voor een eerlijk product. Het verschil tussen de prijs die de boer krijgt en de prijs in de supermarkt is te groot. Verkoop onder de kostprijs wordt aangepakt, eventueel in combinatie met quoteringsmaatregelen.

    De SP zet zich in voor leefbaarheid en armoedebestrijding op het platteland. Geld van de overheid moet niet gaan naar de rijkste (die nu vaak de subsidies ontvangen) maar naar de armste boeren. We willen een diverse en levendige plattelandseconomie waar ook kleinere ondernemers én duurzame ondernemers kansen en kredieten krijgen. Voorzieningen als winkels, scholen, buslijnen en pinautomaten moeten blijven.

  • Schonere lucht, minder afval en milieucriminelen aanpakken

    Milieu is een veelomvattend begrip. Ondanks een toegenomen milieubewustzijn en strengere regels is de mens nog altijd een grote veroorzaker van milieuproblemen. Die tasten óf de eigen gezondheid en die van anderen aan, óf die van bodem, water, plant en dier. Veel milieuproblemen zijn grensoverschrijdend en moeten daarom ook grensoverschrijdend worden aangepakt. Bindende Europese afspraken daarover zijn nodig. 

    Dit zijn de speerpunten voor de SP:

    Schonere lucht

    De lucht die we inademen bevat vooral in binnensteden, rond industrieterreinen, snelwegen en veehouderijen teveel stikstofoxiden en fijnstof. Dat moet verder omlaag gebracht worden. Waar men dat nodig acht moeten in steden meer meetpunten worden ingericht. Vervuiling van grond- en oppervlaktewater is schadelijk en bovendien is reiniging, net als bij bodemvervuiling, duur. Daarnaast is vervuiling slecht voor de visstand en nuttige bodemorganismen.  Wij hanteren aan het principe dat de vervuiler betaalt. De CO2-uitstoot moet in de gehele Europese Unie in 2020 met op zijn minst 30 procent omlaag zijn gebracht. 

    Verklein de afvalberg

     We creëren een enorme berg afval: van weggegooid eten tot de afgedankte koelkast. Er gebeurt veel om afval te recyclen, maar er is nog een wereld te winnen. Zo dreigt het statiegeld op lege flessen afgeschaft te worden en gooien we veel dingen in de wc die daar niet thuis horen, zoals medicijnresten, kookvet en allerlei andere troep die er bij de rioolwaterzuivering weer uit moet worden gevist. Er komen steeds nieuwe (speelgoed)producten op de markt van niet-recyclebaar plastic. Dat moet afgelopen zijn, net als het royale gebruik van plastic tasjes voor de boodschappen. We moeten streven naar een volledige kringloop van grond- en afvalstoffen. We treden hard op tegen afvaldumping. 

    Minder schadelijke stoffen

    Transport van gevaarlijke stoffen kent een aanzienlijk veiligheidsrisico. Dit moet zoveel mogelijk gebeuren door buisleidingen en niet over weg of spoor. De SP maakt zich blijvend hard voor het saneren van asbest en het steun bieden aan asbestslachtoffers. We zijn ook alert op ongezonde arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld in de bouw) en het gebruik van schadelijk landbouwgif. Af en toe is er een grote brand (ChemiePack, Shell). Dit noopt tot strikte naleving van milieuregels. Vooral de chemiesector is kwetsbaar en doorgaans vervuilend. De huidige wetgeving (indeling van bedrijven in gevaarcategorieën) houden we streng in de gaten, net als naleving van wetgeving op stank- en geluidsoverlast.

    Verwijder de plastic soep

    De SP maakt zich hard voor de verbetering van het milieu in internationaal verband. De plastic soep in de Stille Oceaan moet verwijderd worden, tropische bossen moeten duurzaam beheerd worden en in tropische steden is behoefte aan afvalbeleid. Meren en rivieren zijn in veel delen van de wereld enorm vervuild als gevolg van de winning van delfstoffen. In veel ontwikkelingslanden zijn elementaire voorzieningen op gebied van hygiëne nog niet op orde. Dat schaadt land en water, maar ook mens en dier zelf. De SP zet op deze punten stevig in.

    Pak milieucriminaliteit aan 

    Voor sommigen is het aanlokkelijk milieuregels te ontduiken. Zo wordt er op steeds grotere schaal drugsafval gedumpt, worden containers niet altijd milieuvriendelijk ontgast en wordt er geknoeid met afgewerkte stookolie. Toezicht en handhaving is essentieel om dit tegen te gaan. Met de instelling van Regionale Uitvoeringsdiensten is veel tijd gestoken in de vorm, maar de SP ziet graag meer aandacht voor het vak van toezichthouder en handhaver. We willen onderzoeken of het werk effectiever, boeiender en zichtbaarder wordt wanneer je dit vak uit zijn verzuilde kokers haalt. Waar welbewust het milieu wordt aangetast, kan men daarnaast een bezoek van de SP tegemoet zien. 

  • Meer groen in en om de stad

    De natuur in Nederland staat onder druk. Het aantal soorten dieren en planten neemt snel af (biodiversiteitsverlies). Natuur is belangrijk voor het welbevinden van mensen. Daarom moet de natuur van de Ecologische Hoofdstructuur (Nationale Natuur Netwerk) inclusief de natuurgebieden van Natura 2000 snel planologisch vastgelegd en daadwerkelijk gerealiseerd worden. Rondom deze natuurgebieden wil de SP duurzame landbouw vestigen. Hierdoor worden meer natuurdoelen bereikt. Groen in en om de stad is cruciaal voor de leefbaarheid. Bestaand groen moet zoveel mogelijk behouden blijven en toegankelijk worden.

    De SP is een groene partij. SP Tweede Kamerlid Henk van Gerven is in 2013 door Natuurmonumenten uitgeroepen tot Groenste Politicus, onder andere vanwege zijn verzet tegen de halvering van het natuurbudget en de gedwongen verkoop van natuurgronden van Staatsbosbeheer. Deze verkoop is inmiddels afgeblazen mede door het protest. De destructieve bezuinigingen op de natuur, die ingezet zijn door voormalig staatssecretaris Bleker, worden echter onverminderd voortgezet door het kabinet Rutte 2. De SP is tegen het verdwijnen van natuur voor de Blankenburgtunnel en voor het behoud van recreatiegroen voor stedelingen. De SP heeft middels een initiatiefnota ‘Een stap vooruit’ zo’n 20 voorstellen gedaan om wandel- en fietsmogelijkheden voor recreanten te verbeteren, bijvoorbeeld door het lange afstand wandel- en fietspaden netwerk te verbeteren. Dankzij de SP wordt extra geïnvesteerd in biologische natuurvriendelijke landbouw. In 2014 kreeg SP-er Johan van der Hout, gedeputeerde in Noord-Brabant, de prijs van Groenste Politicus, vanwege zijn inspanningen voor de natuur in Brabant.

    De SP wil af van de opgeklopte vermeende tegenstelling tussen natuur en landbouw. Het Nationale Natuur Netwerk moet ecologische randvoorwaarden scheppen over welke soort van landbouw er bij kwetsbare natuur kan plaats vinden. Zo krijgen we een natuurlijke zonering van het groene open gebied van Nederland, waarbij natuur en landbouw met elkaar verweven zijn. In de Noordzee worden grote beschermde natuurgebieden planologisch vastgelegd om natuurherstel en herstel van de visstand te bevorderen.

  • Samen bepalen hoe we het land inrichten

    Nederland is een klein en druk land. De ruimte die we hebben wil de SP zo optimaal mogelijk benutten. Dat betekent dat we verstandige afwegingen moeten maken, waarbij de verschillende functies van land tegen elkaar afgewogen moeten worden; wonen, werken, verplaatsen en vervoeren, natuur beschermen en recreëren, cultuurhistorisch erfgoed beschermen, landbouwproducten voortbrengen of spullen maken in fabrieken.

    Wij willen dat de rol van de overheid sterk is en blijft: hoe we stad en land inrichten beslissen we democratisch en laten we niet over aan beleggers en  op winst beluste projectontwikkelaars en bedrijven zoals KPMG die een nieuw, kolossaal gebouw in Amstelveen na enkele jaren huur leeg achter liet om vlak ernaast een nieuwe te laten verrijzen.

    Het grondbeleid is aan herziening toe, na jaren van snel stijgende en vanaf 2008 weer scherp dalende prijzen. De overheid moet niet langer als een private partij aanwezig willen zijn op de grondmarkt, wanneer dit het risico met zich meebrengt dat zij zwaar in de rode cijfers duikt en de rekening vervolgens bij de bewoners neerlegt. De overheid moet ook zorgen dat er niet gebouwd wordt voor leegstand (kantoren) of voor een te dure koopmarkt (woningen), het moet stads- en dorpskernen aantrekkelijk houden door het winkelbestand te ondersteunen en het moet het buitengebied aantrekkelijk houden of maken voor duurzame landbouw, natuurliefhebbers en recreanten.

  • Een einde aan overbevissing

    De zee brengt ons voedsel en rijkdom. Dat willen we graag zo houden. Er is nu een overcapaciteit van twee tot drie keer meer dan de natuur aan kan. Door overbevissing wordt er wereldwijd 32 miljard euro misgelopen en blijft er niet genoeg vis met reproductiecapaciteit over voor volgende generaties. Daarmee ontzeggen we toekomstige generaties toegang tot natuurlijke bronnen en schieten we onszelf in de voet. Uitgangspunt van de SP is om niet meer te vissen dan de maximale duurzame opbrengst. Visbestanden moeten zichzelf kunnen reproduceren alvorens ze worden opgevist. Dit moet zo snel mogelijk bereikt worden. Daarom zal ook de overcapaciteit aangepakt moeten worden. In de Noordzee wil de SP grote beschermde natuurgebieden planologisch vastleggen om natuurherstel en herstel van de visstand te bevorderen.

    Naar schatting van de voedselorganisatie van de VN (FAO) wordt er 900.000 ton vis op de Noordzee gevangen en vervolgens weer dood teruggegooid in zee. Op wereldschaal wordt op de Noordzee de grootste hoeveelheid vis teruggegooid. De SP is voor een verbod hierop en wil dat voor alle vangsten wordt vastgehouden aan een aanlandingsplicht voor alles wat niet meer levensvatbaar is. Het dood teruggooien in zee van pas opgevangen vis omdat deze niet economisch rendabel genoeg is, moet met effectieve inzet van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit en waar mogelijk met cameratoezicht en volledig gedocumenteerde visserij, effectief worden bestreden. Parallel daaraan moet geïnvesteerd worden in aanpak bij de bron, namelijk selectievere, duurzamere en diervriendelijkere visserij. Voor alle vissoorten moeten lange termijn beheerplannen worden opgesteld zodat op een duurzame manier gevist kan worden.

    Bij de vangst moet voorkomen worden dat vissen onnodig lijden. Zo heeft de SP gepleit voor het invoeren van een methode waarmee vis bedwelmd wordt alvorens hij geslacht wordt. In Nederland moet stroperij worden aangepakt door een effectieve inzet van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Viskweek dient uiterst zorgvuldig ontwikkeld te worden, zodat het niet uitgroeit tot een nieuwe vorm van bio-industrie. Het voeren van kweekvissen met in het wild gevangen vissen of vismeel dient zoveel mogelijk voorkomen te worden, omdat dit de visstand alsnog negatief beïnvloedt.

    De SP zet zich in voor arme Afrikaanse vissers die hun zeeën leeggeschept zien door gesubsidieerde Europese supertrawlers en vraagt onder andere de schepen tenminste uit de 15 mijls kustzone te weren. Er moeten geen visserijakkoorden met arme landen worden afgesloten die schadelijk zijn voor de visstand, het ecosysteem, de lokale bevolking of de regionale economie

  • Investeren in waterwerken en de binnenvaart

    Nederland is vervlochten met water en geniet op dit terrein internationale faam. Een deel van onze welvaart danken we aan de handel en het transport over water. Miljoenen Nederlanders wonen in een laaggelegen delta en willen droge voeten houden. De SP wil blijven investeren in onze waterwerken zodat we de gevolgen van een stijgende zeespiegel en grotere pieken en dalen in de afvoer van de rivieren kunnen opvangen. Het blijven ontwikkelen van expertise op dit gebied (zowel techniek als beheer) ziet de SP ook een belangrijk exportprodukt. 

    De SP is een groot pleitbezorger van de binnenvaartsector. Wij komen op voor de schippers die te kampen hebben met prijzen die niet of amper kostendekkend zijn. We willen het onderhoud aan de Nederlandse waterwegen verbeteren en knelpunten oplossen. De binnenvaart is immers één van de minst vervuilende en één van de meest efficiënte vormen van transport.

    De ecologische kwaliteit van grond- en oppervlaktewater is van groot belang en de SP steunt daarom de Europese wetgeving op dit gebied (nitraatrichtlijn, kaderrichtlijn water). Ook de drinkwaterwinning heeft de warme belangstelling van de SP. Het is essentieel dat in winningsgebieden geen concurrerend gebruik van de ondergrond plaatsvindt dat de waterkwaliteit negatief beinvloedt. Verder dient uiterst terughoudend te worden omgegaan met het afsluiten van particulieren die niet in staat zijn hun rekening te betalen omdat toegang tot drinkwater een basaal recht is. Tenslotte is meer onderzoek nodig hoe legionellabesmetting en vervuiling als gevolg van medicijnresten kan worden tegengegaan.

Internationale zaken

  • Een twee-statenoplossing voor Israël en Palestina

    De SP is voorstander van een twee-statenoplossing, zoals dit in resoluties van de VN is vastgelegd. Onderhandelingen moeten tot dit resultaat leiden. Omdat onderhandelingen onder Amerikaanse leiding herhaaldelijk zijn mislukt, is het van belang dat andere spelers, waaronder de EU, hier nu meer het voortouw in nemen. De SP houdt vast aan uitvoering van eerdere resoluties van de VN en van het internationaal recht. Wanneer partijen zich hier niet aan houden, worden die veroordeeld. Zolang Israël bijvoorbeeld doorgaat met het illegaal bouwen van woningen in bezet Palestijns gebied moeten maatregelen hiertegen genomen worden. Dat kan onder meer door het opschorten van de associatieovereenkomst die Israël belastingvoordeel geeft bij export naar de landen van de EU. De Nederlands-Israëlische betrekkingen moeten niet geïntensiveerd worden zolang Israël doorgaat met het schenden van het internationale recht. De SP veroordeelt de raketaanvallen van Hamas op burgerdoelen.

  • Maak van de NAVO geen agressieve interventiemacht

    De SP is tegen de ontwikkeling van de regionaal gerichte oude Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) naar een wereldwijd opererende NAVO als offensieve en agressieve interventiemacht. Daarom werkt de SP niet mee aan het huidige NAVO-plan voor een raketschild, dat onze veiligheid eerder verkleint dan vergroot door toename van tegenstellingen met landen buiten de NAVO. We bepleiten verdergaande internationale samenwerking om vrede en veiligheid mondiaal beter te bewaken en te beschermen. De SP wil ook dat de NAVO haar nucleaire doctrine laat varen, omdat die niet bijdraagt aan het behoud en het bevorderen van vrede en veiligheid.

  • 0,7 procent van het nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking

    De SP is er geen voorstander van dat de Europese Commissie uitgroeit tot een aparte, 28e donor. Meer coördinatie tussen de lidstaten vindt de SP prima, maar een Europese Commissie die zelfstandig ontwikkelingshulp verstrekt, niet. De SP vindt dat ontwikkelingssamenwerkingsgelden zo effectief en efficiënt mogelijk besteed moeten worden. De Europese Commissie is hier tot nu toe slecht in gebleken. De EU slaagt er wel in grote borden met "mede mogelijk gemaakt door de Europese Unie" te plaatsen, maar echte hulp komt niet altijd van de grond. De Europese Rekenkamer, die de Europese begroting controleert, heeft jaren achtereen de verantwoording door de Europese Commissie van haar ontwikkelingsuitgaven afgekeurd. Veel EU geld is niet besteed waar het voor bedoeld was of het is niet duidelijk waar het geld gebleven is. 

    Lidstaten en andere multilaterale organisaties, zoals het Global Fund, zijn beter in staat gebleken om ontwikkelingsgelden zo effectief mogelijk te besteden. Nederland houdt als een van de weinige lidstaten vast aan de internationale afspraak dat tenminste 0,7% van het nationaal inkomen aan ontwikkelingssamenwerking wordt uitgegeven. Niet alleen veel nieuwe lidstaten maar ook een aantal grotere lidstaten blijven ver onder die norm.. Als Nederland wil je daarom samenwerken met landen die er vergelijkbare ideeën op na houden, zoals Noorwegen en Canada, landen die niet in de EU zitten. De SP vreest dat Nederland bij een gezamenlijk EU-beleid op ontwikkelingssamenwerking teveel water bij de wijn moet doen. Hiertoe zijn wij niet bereid.

  • Los internationale conflicten op via de Verenigde Naties

    De invloed van de Verenigde Naties is de afgelopen periode flink uitgehold. De eenzijdige oorlog tegen Irak in 2003 en de discussie over de door de VN gemandateerde interventie in Libië zijn uitdrukkingen van de crisis waarin de veiligheidspolitiek in de wereld zich nog steeds bevindt. Het blijft noodzakelijk de Veiligheidsraad te hervormen. Van groot belang is dat de VN blijft trachten internationale ontwikkelingen en conflicten via de VN te laten regelen en oplossen.

Nederland en Europa

  • Sociaal en solide economisch beleid, in plaats van Brussels begrotingsfetisjisme

    De afgelopen jaren heeft Nederland steeds meer van haar bevoegdheden overgedragen aan de EU. Zowel in het begin van het jaar, als vlak na Prinsjesdag, stuurt de regering een voorstel naar de Europese Commissie voor de Nederlandse begroting van het volgende jaar. Als de eurocraten niet blij zijn met wat ze zien, worden de Nederlandse ministers op de vingers getikt. Dit kan zelfs leiden tot boetes. Rutte II laat zich gewillig leiden door dit Brusselse begrotingsfetisjisme. Om maar aan de Brusselse 3% te kunnen voldoen wordt bikkelhard bezuinigd op de zorg en andere sociale voorzieningen, en loopt de BTW enorm op.

    De SP wil dat de Tweede Kamer weer over het Nederlandse economisch beleid gaat. Het doel moet niet zijn om op korte termijn maar aan die 3% te voldoen, maar om op lange termijn een sociaal en solide beleid te voeren. In tijden van recessie moet er juist worden geïnvesteerd, en moet worden getracht om banen te behouden en de koopkracht overeind te houden. Brussel moet zich daar helemaal niet mee bemoeien.

    Andere partijen vinden die 3% zo belangrijk omdat ze denken dat de euro daarmee te redden is. Maar juist het bezuinigingsbeleid heeft in landen als Griekenland, Spanje en Ierland tot sociale rampen geleid. De jeugdwerkloosheidspercentages lopen op tot wel 60% en miljoenen mensen hebben geen toegang tot gezondheidszorg. Dit soort offers om de Euro te redden zijn wat de SP betreft onverdraagbaar.

    De SP wil niet langer offers brengen voor de het behoud van de euro, maar is ook niet uit op een snelle val van de munt. Wel willen we dat er maatregelen worden genomen zodat de ontvlechting, wanneer die vroeger of later plaatsvindt, ons zo weinig mogelijk schade toebrengt.

  • Tegen Europese grip op onze begroting

    De Europese  Commissie probeert op allerlei manieren de Europese begroting te verhogen. Als Brussel op een terrein formeel niets te zeggen heeft, wordt er een fonds opgericht en zo kan de Europese Commissie haar greep op een sector toch verstevigen. Denk aan cultuur: dit is geen taak voor Brussel, maar doordat er allerlei Europese fondsen zijn opgezet, worden artiesten steeds afhankelijker van Brussel. Ze moeten dan alleen wel laten zien dat er een ‘Europees cultureel erfgoed’ is, terwijl mensen in Europa dat helemaal niet zo voelen. Daarnaast is de constante geldhonger van de Europese Commissie extra schrijnend, doordat ze bij de lidstaten juist keihard vasthoudt aan de noodzaak van bezuinigingen in het kader van het ‘Europees economisch bestuur’.

    Een van de methodes waarmee de Commissie probeert meer geld naar zich toe te harken, is via de heffing van Europese belastingen. Nu al gaat een deel van de BTW-opbrengst naar Brussel, maar de Commissie wil dit uitbouwen tot een daadwerkelijke Europese BTW-opslag. De SP is hier mordicus tegen: belastingen worden geheven door Staten. De Europese Unie is geen Staat en de Commissie is geen regering. Alleen daarom al willen we die kant helemaal niet op.

  • Weg met het rondpompen van Europees geld

    De SP is tegen het rondpompen van geld door de Europese Commissie. Zo is het onbegrijpelijk dat Nederland eerst geld naar Brussel moet overmaken als ‘nationale bijdrage’, en er daarna via de vele fondsen van de Europese Unie weer geld terugvloeit. Dit is niet efficiënt en bovendien enorm bureaucratisch: niet alleen moet er in Brussel druk worden gelobbyd om zoveel mogelijk geld uit de fondsen te peuren, maar de verantwoording achteraf betekent opnieuw een enorme administratieve rompslomp. Wat de SP betreft, moeten de fondsen zich uitsluitend richten op de armste lidstaten. Bovendien moet er meer gewerkt worden met nationale accountantsverklaringen om het misbruik tegen te gaan. Jaar na jaar keurt de Europese Rekenkamer de jaarrekeningen van de  Commissie af, juist vanwege het onrechtmatig gebruik van de fondsen door lidstaten. Hier moet snel een einde aan komen.

  • Voor Europese samenwerking, tegen een ondemocratische EU

    De SP is groot voorstander van Europese samenwerking, maar wijst de huidige ondemocratische EU af. We willen geen Europese Superstaat en geen Europese regering. De huidige Europese Commissie wijzen we af. In plaats van een dominante, initiatief nemende en ideologisch sturende Commissie willen wij een orgaan dat zich beperkt tot het uitvoeren van door lidstaten genomen besluiten. De Commissie dient politiek aangestuurd te worden door de nationale lidstaten, door hun regeringen en parlementen, en door het Europees Parlement. Een bescheiden Commissie met minder macht en minder taken zal ook zorgen voor een drastische vermindering van de Brusselse bureaucratie. Zolang dat nog niet gebeurd is, maken we ons er sterk voor dat het Europees Parlement individuele Commissieleden naar huis kan sturen.

    De ingewikkelde en trage besluitvorming in Brussel maakt het proces vaak ondoorzichtig en moeilijk te beïnvloeden. De SP is er dan ook niet voor bevoegdheden in Brussel neer te leggen, als dit niet strikt noodzakelijk is. Wij zijn er juist voorstander van zaken zo dicht mogelijk bij de mensen te regelen: op wijk-, lokaal of landelijk niveau als het kan en alleen voor grensoverschrijdende zaken Europees.

    Tegelijkertijd maakt de SP gebruik van alle mogelijkheden die er zijn om het beleid in Brussel democratisch te beïnvloeden: via onze Tweede Kamer fractie controleren we de inbreng van de Nederlandse regering. In het Europees Parlement controleert de eurofractie de inbreng van de Europese Commissie en van de Raad (de lidstaten samen). Daarnaast werken we samen met organisaties als de vakbonden en proberen we op beslissende momenten de bevolking te mobiliseren. Zo was de SP in 2005 de drijvende kracht in het verzet tegen de Europese Grondwet. 

    Samenwerken ja, superstaat nee 

    De Europese Unie is een samenwerkingsverband van nationale lidstaten. Dat is een goede zaak en kan op de steun van de SP rekenen. De Raad van Ministers en de Europese Commissie zijn er om dat samenwerkingsverband zo goed mogelijk te laten functioneren, ten behoeve van de inwoners van de lidstaten. Pogingen om de Europese Unie te doen uitgroeien tot een superstaat, wijzen we echter af. Een Europese superstaat wordt niet gewenst door de inwoners van de Unie en dient hun belangen ook niet, maar veeleer die van de grote bedrijven. 

    Democratie betekent luisteren naar burgers 

    Belangrijke nieuwe stappen in de Europese samenwerking, zoals belangrijke verdragswijzigingen en substantiële soevereiniteitsoverdracht, moeten voortaan via referenda aan de burgers worden voorgelegd. De Europese politieke elite heeft er na het afwijzen van de Europese Grondwet door de Nederlandse en Franse kiezers alles aan gedaan om een herhaling te voorkomen. Met uitzondering van Ierland hebben alle Europese regeringsleiders en staatshoofden ervoor gezorgd dat er geen referenda plaatsvonden. Daarmee zijn de burgers belazerd. Dat mag niet nog eens gebeuren.

    Daarnaast moeten burgers gemakkelijker toegang krijgen tot informatie over de besluitvorming in Brussel: documenten moeten kunnen worden opgevraagd en de websites van de Europese instellingen moeten veel toegankelijker worden. 

    Stop het lobbycircus 

    Het beleid en de besluitvorming moeten transparant zijn. Het aantal lobbyisten vanuit het bedrijfsleven wordt geschat op ongeveer 25.000. Daarnaast geven 1.200 expertgroepen ‘ondersteuning’ aan de Europese Commissie. De SP wil dat lobbyisten zich verplicht moeten registreren en openheid geven over hun opdrachtgevers. Ook moet het lidmaatschap van expertgroepen openbaar zijn en dient de samenstelling evenwichtig te zijn. Ook moet inzichtelijk worden gemaakt welke lobbyisten actief waren op het beïnvloeden van wetten.

    Europese Commissie 

    De Europese Commissie is de enige instelling in de Europese Unie die nieuwe wetsvoorstellen kan indienen. Deze 28 eurocommissarissen, uit elk land één, worden door sommige eurofielen ook wel de Europese Regering genoemd, en haar voorzitter de President van Europa. Gelukkig is het nog niet zo ver. 

    De Europese Commissie noemt zichzelf de beschermengel van het verdrag van Lissabon, en gebruikt dit verdrag om haar macht zo groot mogelijk te maken. Hiertoe dienen de Eurocommissarissen enorm veel wetsvoorstellen in, vaak zonder dat daar voor landen echte aanleiding toe is. De Europese Commissie is enorm populair bij de multinationals, die buiten de openbaarheid lobbyen voor wetgeving in hun voordeel. Denk bijvoorbeeld aan het biotechnologie-bedrijf Monsanto, dat het bijna voor elkaar kreeg om de Europese Commissie een voorstel te laten doen waarmee het verboden zou worden voor andere bedrijven om zelf zaadjes te kweken.

    De SP wil af van al de eurocraten van de Europese Commissie. In plaats daarvan kunnen landen beter zelf voorstellen kunnen doen voor Europese wetgeving. Dan komen er geen voorstellen meer die enkel als doel hebben de Eurocommissarissen nog machtiger te maken, of het bedrijfsleven nog meer winst te laten maken, maar plannen die voortkomen uit problemen die de landen zien en waarbij zij het nodig vinden om over de grens samen te werken.

  • Voordelen van Europese interne markt niet alleen voor grote ondernemingen

    Goederen kunnen in Europa vrij verhandeld worden. Dat levert een positieve bijdrage aan onze welvaart omdat er binnen Europa geen invoerrechten meer hoeven worden te betaald. 

    Maar de interne markt kent ook nadelen. Onder druk van het neoliberalisme heeft de Europese Unie de lidstaten gedwongen hun publieke sector en sociale voorzieningen uit te kleden en af te breken. Steeds meer sectoren zijn daarbij opgesteld voor marktwerking. Dat heeft zware gevolgen voor de kwaliteit en samenhang van de samenleving.

    Economische samenwerking in de Europese Unie zou het algemeen belang van alle burgers en niet het eigen belang van grote ondernemers en mensen met veel geld moeten dienen. 

    Daarnaast is de interne markt vooral een geslaagd project voor de grote ondernemingen, het midden en kleinbedrijf komt nauwelijks aan bod. De SP maakt zich in Den Haag en Brussel hard om te zorgen dat maatregelen uit Brussel de echte ondernemers helpen in plaats van hinderen. Zo wil de SP dat er goed wordt gekeken naar de regels voor openbare aanbestedingen en bedong de SP verschillende uitzonderingsregels voor kleine ondernemers. 

    Vaak wordt door voorstanders van meer markt gemeld dat de voordelen voor consumenten gigantisch zullen zijn. Toch blijkt keer op keer dat vooral de winst voor de grote bedrijven toeneemt en niet de prijs voor de consument lager wordt, of de service verbeterd wordt. Brussel kan bijvoorbeeld telefoontarieven alleen omlaag krijgen als het een maximumtarief oplegt. Het dogma van 'meer markt is goed voor de maatschappij' is een sprookje gebleken. Daarom moet voortaan van te voren ook beter worden gekeken naar de belangen van consumenten.

    Europa en Amerika onderhandelen momenteel over TTIP, de Transatlantic Trade and Investment Partnership. Met dit verdrag wordt de interne markt uitgebreid naar één vrijhandelsgebied tussen de Verenigde Staten en Europa. De SP voorziet dat hiermee onze Europese standaarden onder druk komen te staan. Arbeidsvoorwaarden, duurzaamheid en veiligheid komen door dit verdrag in groot gevaar. Europese lidstaten, en dus ook Nederland, raken zo de vrijheid kwijt om regels op te stellen die de samenleving en economie kunnen reguleren. Onze economie wordt zo een race to the bottom: hoe goedkoper hoe beter. Dat dat gevolgen heeft voor bijvoorbeeld werknemers, voedselveiligheid en democratie wordt door voorstanders van het vrijhandelsverdrag onder het tapijt geveegd. 

  • Tegen het rondpompen van Europees geld

    De totale uitgaven van de EU zijn de laatste jaren opgelopen tot meer dan 120 miljard per jaar. De SP vindt dat de EU toe kan met ongeveer de helft van dat bedrag. Voornamelijk omdat heel veel geld nog steeds nodeloos wordt rondgepompt. Subsidies voor fietspaden, picknickplaatsen en projecten die de Europese identiteit opbouwen zijn volgens de SP geen zaken waaraan Brussel geld aan uit moet geven. 

    Ook het toezicht op de uitgaven van de EU moet sterk verbeterd worden. Een kwart van de uitgaven van de structuurfondsen wordt volgens de Europese Rekenkamer niet goed uitgegeven. Vooral in Bulgarije, Roemenië en Italië is deze situatie ernstig vanwege de banden tussen lokaal bestuur en georganiseerde misdaad. Voor de SP geldt dat iedere onterecht uitgekeerde euro aan subsidie terug moet worden betaald.

  • De EU eerlijker, socialer en menswaardiger

    De Europese Unie brengt ons al ruim 50 jaar vrede en welvaart. Samenwerking in Europa is ook broodnodig om mondiale problemen aan te pakken zoals klimaatveranderingen en grensoverschrijdende criminaliteit. Samen sta je sterker. Helaas loopt de huidige Europese Unie aan de leiband van grote bedrijven en grote landen. De vakbeweging, het mkb en de milieu- en consumentenorganisaties delven vaak het onderspit. Daardoor zijn in Brussel allerlei neoliberale maatregelen genomen die hebben geleid tot het ondermijnen van de verzorgingsstaat, een neerwaartse druk op lonen en arbeidsvoorwaarden, en de privatisering van publieke diensten. Ook is de Europese Unie met steeds meer landen uitgebreid die daar achteraf niet klaar voor waren.

    De SP zet zich er voor in om de EU eerlijker, socialer en menswaardiger te maken. Het overhevelen van bevoegdheden en de uitbreiding met nieuwe landen moet op voldoende draagvlak onder de bevolking kunnen rekenen. Bij belangrijke besluiten moet zij zich hierover via referenda of verkiezingen kunnen uitspreken. Binnen de Europese Unie moeten besluiten zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen. Lidstaten moeten dan ook de ruimte krijgen om zaken die niet per se grensoverschrijdend zijn, zoals onderwijs en zorg, zelf te bepalen. Wij willen samenwerken waar het nuttig en nodig is, maar de baas blijven over alles wat we beter zelf kunnen regelen. 

    Om Europa socialer te maken moet er meer gedaan worden om de belastingconcurrentie tussen lidstaten tegen te gaan. De vrijheid van de financiële sector moet drastisch worden ingeperkt. Economische coördinatie is nodig om welvaartverschillen tussen lidstaten, die o.a. leiden tot schadelijke arbeidsmigratie, te verminderen. Door daar afspraken over te maken we de EU socialer, veiliger en duurzamer. Wat de SP betreft is de menselijke maat weer leidend in Europa.

  • Uitbreiding Europa alleen per referendum

    In de komende jaren dient het aantal lidstaten niet verder te worden uitgebreid. Uitbreiding van de Unie kan pas weer op de agenda staan als de huidige lidstaten goed geïntegreerd zijn en er steun bij de bevolking voor zo'n uitbreiding is. Eventuele verdere uitbreidingen van de Europese Unie na 2014 moeten in Nederland ter goedkeuring in een referendum aan de bevolking worden voorgelegd. De regering wordt daarmee voortaan verplicht eerst de bevolking te overtuigen van het nut en de noodzaak van zo’n verdere uitbreiding, in plaats van de bevolking zoals tot nu toe voor een voldongen feit te plaatsen. Alleen zo kunnen uitbreidingsronden op voldoende draagvlak vanuit de bevolking rekenen. Andere vormen van samenwerking, tot wederzijds voordeel, zijn ook een serieuze optie. Die samenwerking kan nu al worden opgezet en uitgebreid, tot wederzijds voordeel. Dat geldt ook met andere buurlanden van de Europese Unie, zoals Rusland, Oekraïne, IJsland, Noorwegen, Zwitserland en de niet-Europese landen aan de Middellandse Zee.

    De EU heeft de deur voor Turkije op een kier gezet. De SP heeft geen principiële bezwaren tegen een mogelijke toetreding van Turkije tot de EU. Als Turkije voldoet aan de gestelde eisen (onder andere politieke en economische criteria), dan kan Turkije toetreden. Turkije voldoet nu nog bij lange na niet aan deze voorwaarden. Voornaamste problemen zijn de slecht functionerende rechtsstaat, schendingen van de mensenrechten, de rol van het leger en de Turkse relatie met EU-lid Cyprus. 

  • Nederlandse CAO leidend voor buitenlandse werknemers

    Bij het vrije verkeer van arbeiders is het belangrijk dat de Nederlandse CAO afspraken, arbeidsomstandigheden en sociale- en pensioenpremies worden gerespecteerd. Omdat dit vaak fout gaat, is het belangrijk om goed te controleren. Bij het vrije verkeer van diensten moeten deze zaken ook voor gedetacheerde werknemers gaan gelden. Doordat zij op dit moment lagere sociale- en pensioenpremies moeten betalen zijn zij altijd goedkoper, zonder dat een werknemer in Nederland daar iets aan kan doen. Aan dit soort oneerlijke concurrentie moet een eind gemaakt worden. Daarnaast is er een gigantische mentaliteitsverandering nodig in Brussel. Niet de grote bedrijven, maar de rechten van werknemers moeten weer prioriteit zijn. Brussel moet daarom niet in de weg gaan staan als landen extra controles willen invoeren.

    De door de Europese Unie afgedwongen openstelling van onze arbeidsmarkt voor Bulgaarse en Roemeense werkzoekers is een kolossale blunder. Daardoor worden mensen uit die landen tot goedkope koopwaar gemaakt voor genadeloze ondernemers en tot oneerlijke concurrenten op onze toch al uit zijn balans geraakte arbeidsmarkt. Eerder gebeurde dat met Poolse werkzoekers, ook op bevel van Brussel. Vrij verkeer van werkzoekers binnen de Europese Unie kan pas zonder grote problemen als de omstandigheden in de verschillende landen in Europa meer gelijk worden. Zolang dat niet het geval is, betekent het onbeperkt openstellen van binnengrenzen vragen om wantoestanden.

  • Geen schimmige handelsverdragen die de democratie uithollen

    TTIP (Transatlantic Trade and Investestment Treaty) is een vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU. Het heeft als doel om handelsbelemmeringen weg te nemen, zodat de VS en de EU meer als één interne markt functioneren. De verwachting is dat de onderhandelingen in 2015-2016 worden afgerond. De SP is zeer kritisch over het verdrag, met name vanwege de volgende bezwaren:

    • Het wegnemen van handelsbeperkingen komt neer op het wegnemen van standaarden die juist bedoeld zijn om burgers te beschermen. Allerlei standaarden staan onder druk, bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsvoorwaarden, duurzaamheid en veiligheid. Als het verdrag wordt aangenomen, verliezen de lidstaten de vrijheid om zelf regels op te stellen.
        1. Het verdrag bevat een hoofdstuk over “investeringsbescherming”. Dat geeft bedrijven de mogelijkheid om landen via een speciale rechtbank aan te klagen als zij menen dat zij belemmerd worden door nationaal beleid. De rechtsstaat wordt gepasseerd, de democratie uitgehold.
        2. De totstandkoming van het verdrag verloopt buitengewoon schimmig en ondemocratisch. De Tweede Kamer kan het proces nauwelijks controleren. Het is nog maar de vraag of nationale parlementen überhaupt goedkeuring mogen geven. Als het aan de Europese Commissie ligt, gebeurt dat in ieder geval niet.

      Belasting en financiën

      • Hervorm de financiële sector

        De financiële crisis is het bewijs dat banken en andere financiële ondernemingen niet zonder goede regels en sterk toezicht kunnen. Banken, verzekeraars en beleggingsfondsen zijn erg goed voor zichzelf geweest, maar zijn het belang van de rest van de maatschappij vergeten. Ook buiten de crisis zijn er de laatste jaren genoeg schandalen geweest rondom bijvoorbeeld slechte hypotheken. Het staat daarom buiten kijf dat er grote veranderingen plaats moeten vinden in de financiële sector.

        Er moeten regels komen waardoor banken niet meer kunnen gokken met ons spaargeld. Dit kan door spaar- en zakenbanken te scheiden. Dit doen we in Europees verband, maar Nederland kan hierin het voortouw nemen. Europese regels mogen niet in de weg staan, indien men op nationaal niveau strengere regels wil stellen om consumenten en spaarders in eigen land te beschermen.

        Medewerkers in de financiële sector moeten anders worden beloond. Er wordt een einde gemaakt aan de bonuscultuur, zodat het nemen van onverantwoorde risico’s niet meer wordt beloond. De wettelijke mogelijkheden moeten worden onderzocht om bankiers persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk te stellen, indien zij willens en wetens misbruik maken van het financiële systeem voor eigen gewin.

        Om te voorkomen dat klanten met slechte producten, zoals woekerpolissen, worden opgezadeld, moeten nieuwe producten vooraf getoetst worden door de Autoriteit Financiële Markten. Deze kan al ingrijpen voordat het kwaad is geschied.

      • Maak een einde aan belastingparadijzen

        Belastingontwijking en –ontduiking door bedrijven of door rijke personen die hun toevlucht zoeken in belastingparadijzen zorgt er voor dat overheden te maken krijgen met teruglopende inkomsten. Anderen moeten opdraaien voor die rekening in de vorm van hogere belastingen of bezuinigingen op publieke diensten. Veel multinationals betalen in Nederland nauwelijks belasting. Nederland is een doorvoerhaven voor het doorsluizen van winsten naar belastingparadijzen. Wil Nederland geloofwaardig zijn in de aanpak van belastingparadijzen, dan zal het zelf een goed voorbeeld moeten stellen.

        De SP wil een einde maken aan belastingparadijzen, onder andere door geen belastingverdragen meer te sluiten met deze landen. De internationale wedloop waarbij de vennootschapsbelasting voortdurend wordt verlaagd moet een halt worden toegeroepen door betere internationale afspraken. Ook moet de renteaftrek beperkt worden. Het aangaan van schulden wordt in Nederland nu te veel gestimuleerd, waardoor veel bedrijven in een kwetsbare positie terechtkomen.

         

      • Voor een solidair belastingstelsel

        De overheid moet belasting heffen om zaken als onderwijs, zorg, de wegen, het leger en de politie te betalen. De SP wil dat hierbij solidariteit het uitgangspunt is: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Wie meer kan bijdragen, moet dat doen. En wie minder heeft, hoeft minder bij te dragen. Wat de SP betreft dient het belastingstelsel een grotere bijdrage te leveren aan het verkleinen van de inkomensverschillen.

      • Voer een belasting in op flitskapitaal

        Er moet gewerkt worden aan de invoering van een belasting op flitskapitaal. Nederland moet zich aansluiten bij de kopgroep van Europese lidstaten om een financiële transactiebelasting in te voeren.

      • Garandeer hypotheekrenteaftrek tot 350.000 euro hypotheekschuld

        De SP wil de renteaftrek voor alle huishoudens garanderen tot de rente over de eerste  350.000 euro hypotheekschuld, tegen een maximale belastingaftrek van 42 procent. Daarnaast moet het aflossen van de hypotheekschuld fiscaal het voordeligst worden. Concreet betekent dit dat er voor een huishouden met een inkomen van 50.000 euro en een hypotheek van 300.000 euro niets verandert. Een huishouden met een inkomen van 100.000 euro en een hypotheek van 500.000 euro zal ook de rente over de eerste 350.000 euro hypotheekschuld tegen 42 procent mogen aftrekken. De veranderingen in de hypotheekrenteaftrek moeten binnen 10 jaar bereikt worden zodat de woningmarkt de fiscale veranderingen rustig kan verwerken.

      • Niet meer uitgeven dan er binnenkomt

        De overheid moet een verstandig begrotingsbeleid voeren. Het beleid van de afgelopen kabinetten versterkte de schommelingen in de economie, met alle schadelijke gevolgen van dien. Door een anticyclisch begrotingsbeleid, waarbij in goede jaren een begrotingsoverschot wordt gerealiseerd, voorkomen we dat bij tegenvallers direct moet worden bezuinigd. Uitgangspunt is dat er structureel niet meer wordt uitgegeven dan er binnenkomt.

      • Belast grote vermogens, ontzie kleine erfenissen

        De vermogens zijn in Nederland zeer scheef verdeeld. In vergelijking met de meeste andere landen wordt in Nederland kapitaal nauwelijks belast. Kapitaal kan bovendien op een veel rechtvaardigere manier worden belast. De SP stelt daarom voor dat de vermogensrendementsheffing wordt vervangen door de internationaal gebruikelijke vermogenswinstbelasting. Deze heffing kan op een meer rechtvaardige manier vermogensinkomsten belasten, doordat alleen over de daadwerkelijk gerealiseerde vermogenswinsten belasting verschuldigd is.

        De erf- en schenkbelasting zijn de afgelopen jaren flink verlaagd. Niet voor de gewone mensen met een kleine erfenis, maar vooral voor de allerrijksten met grote vermogens en erfenissen. De SP wil dit aanpassen, zodat het juist mensen met een kleine erfenis ten goede komt.

      Verkeer

      • Goed onderhoud wegen; knelpunten oplossen

        Veel mensen hebben een auto nodig om naar hun werk te gaan of voor hun sociale leven. Voor veel mensen is het openbaar vervoer (nog) geen goed alternatief. Daarom zet de SP in op goed onderhouden wegen, en losse we knelpunten op.

        De SP is terughoudend met de aanleg en verbreding van wegen. Soms zijn investeringen in het onderliggend wegennet effectiever dan uitbreiding van het hoofdwegennet. Dit dient dan ook in samenhang te worden bekeken. Om de doorstroming in het verkeer te verbeteren en de wegcapaciteit optimaal te benutten zetten we in op geautomatiseerd verkeersmanagement en intelligente navigatiesystemen.

        De maximumsnelheid op wegen wordt als het aan de SP ligt dynamisch geregeld, waardoor de kans op files vermindert en het verkeer beter doorstroomt. De reistijd van deur tot deur is meer gebaat bij een constante, zekere snelheid dan bij hogere maxima en grotere snelheidsverschillen.

        Bij de ringen van de grote steden kiest de SP voor een lagere maximumsnelheid van 80 kilometer per uur om op deze wijze de uitstoot van fijnstof en stikstof te beperken en de doorstroming te verbeteren. 

        Door het omzetten van een deel van motorrijtuigbelasting en BPM in variabele kosten (via de kilometerteller of via de brandstofprijs) wordt zuinig en minder rijden beloond.

        Elektrisch rijden wordt bevorderd. Dit levert extra voordelen op in de vorm van een betere luchtkwaliteit.

      • Meer aandacht en geld voor de binnenvaart

        De binnenvaart is over het algemeen de vervoerwijze die het minst milieuvervuilend en het veiligst is. Ook ondervindt het personenvervoer geen overlast van de binnenvaart. Alle politieke partijen onderkennen het belang van de binnenvaart. De SP wil extra geld uittrekken om knelpunten bij de vaarwegen en sluizen weg te werken.

        Daarnaast wil de SP dat er een einde komt aan de opstapeling ROSR-eisen van het CCR. Dit zijn nieuwbouweisen die worden opgelegd aan bestaande schepen waarbij de ondernemer wordt geconfronteerd met enorme kosten, zonder dat het een noemenswaardige bijdrage levert aan meer veiligheid of verduurzaming. Veel binnenvaartondernemers zijn de speelbal geworden van bevrachters en door de overcapaciteit staan de vrachtprijzen enorm onder druk, daarom wil de SP dat in Nederland een bodemtarief wordt ingevoerd, vergelijkbaar met België. Alleen op deze wijze kunnen we ook kleinere binnenvaartschepen behouden en deze zijn noodzakelijk voor het bevoorraden over smallere kanalen en rivieren.    

      • Verbeter de klantvriendelijkheid van het CBR

        Het CBR moet de klantvriendelijkheid verbeteren. Door inzet van de SP kunnen klachten over het CBR sinds een aantal jaar ook worden ingediend bij de Nationale Ombudsman. Verder moet het CBR stoppen met onzinnige medische keuringen die de automobilist op extra kosten en stress jagen zonder dat het aantetoont is dat dit ook de verkeersveiligheid bevoorderd. Mensen met een stabiele aandoening worden nog slechts één keer gekeurd als het aan de SP ligt. Daarnaast zet de SP grote vraagtekens bij het feit dat het CBR geheel eigenhandig sancties aan bestuurders kan opleggen, zelfs wanneer deze zijn vrijgesproken door de rechtbank.

      • Betere fietsverbindingen en meer fietsroutes

        De SP zet in op meer gebruik van de fiets. Het is gezond en goed voor het milieu, maar zeker in de stad ook een snel vervoermiddel. We zetten in om meer (gratis) fietsenstallingen bij stations.

         Fietsendiefstal moet beter worden aangepakt, bijvoorbeeld door het opzetten van een databank voor gestolen fietsen. Verder zetten we in op goede fietsverbindingen en bewegwijzering. Wij zijn voorstander van de invoering van een wettelijke status ter bescherming van (erkende) lange afstand fiets- en wandelroutes. Deze status moet bevorderen dat deze routes verkeersluw en veilig blijven, dat mooie cultuurlandschappen langs de routes bewaard blijven en ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk voorkomen.

        De  laatste jaren zien we een significante stijging van het aantal fietsers dat gewond raakt of overlijd na een verkeersongeluk. Vooral oudere fietsers in het bezit van een elektrische fiets blijken kwetsbaar. Daarom maken we extra budget vrij waar fietsbehendigheidscursussen mede kunnen worden gefinancierd. 

      • De NS en ProRail voegen we samen

        De NS en ProRail willen we samenvoegen. Zo kan voorkomen worden dat bij problemen op het spoor de spoorbeheerder en de grootste vervoerder naar elkaar kijken en er niks gebeurt. Bovendien zal de informatievoorziening met de reizigers kunnen verbeteren.

      • De kwaliteit van het openbaar vervoer moet omhoog

        Regeringen hebben de afgelopen jaren veel te weinig geïnvesteerd in het openbaar vervoer (OV). De NS maakt de afgelopen jaren tientallen miljoenen winst, vooral ook door de exploitatie van vastgoed. Tariefsverhogingen zijn helemaal niet nodig. De kwaliteit van het OV moet omhoog. Bijvoorbeeld door meer reisinformatie door GPS-systemen, internetverbindingen in de trein, infoschermen met nieuwsflash, technisch innovatie aan het spoor en snellere verbindingen. 

        Het openbaar vervoer in dunbevolkte gebieden moet in stand worden gehouden. Nu worden veel onrendabele lijnen wegbezuinigd. Er moeten minimale normen komen voor de afstand van elk huis tot de dichtstbijzijnde OV-halte. Het verder opknippen van het hoofdrailnet, ook als dat door Europa wordt verplicht, wijzen we af. Ook mag het hoofdrailnet in de toekomst niet worden aanbesteed, zodat het vervalt aan buitenlandse bedrijven. maar worden gegund aan de NS, waar uiteraard wel kwaliteitseisen aan worden gesteld. 

        De aanbestedingen bij het stads- en streekvervoer leveren veel werk op voor bureaupersoneel, maar verslechteren de situatie voor de passagiers. Op onderhoud, service en bediening wordt vaak als eerste bezuinigd. Daarom willen we af van deze (verplichte) aanbestedingen. Mede op initiatief van de SP is  het stadsvervoer in Rotterdam, den Haag en Amsterdam al gevrijwaard van deze aanbestedingen. Op initiatief van de SP heeft het Europees Parlement in 2007 de verplichte liberalisering van het stads- en streekvervoer afgewezen. Wat we zelf beter kunnen, willen we ook zelf mogen doen. 

      • Maak transport zuiniger; stimuleer transport over water

        18% van het totale energieverbruik in Nederland gaat op aan transport. De SP is voorstander van fiscale prikkels om zuiniger transport te bevorderen en de groei van de mobiliteit af te remmen. Door het omzetten van een deel van motorrijtuigbelasting en BPM in variabele kosten (platte kilometervergoeding of brandstof) wordt zuinig en minder rijden beloond.

        Elektrisch rijden wordt met name bevorderd bij typen gebruik waar dit nu al relatief economisch is (taxi, stedelijke distributie, deelauto’s) en positieve effecten heeft op de lokale luchtkwaliteit (stedelijk gebied). We verschuiven investeringsmiddelen van weginfra naar openbaar vervoer en fiets. De belastingvrijstelling op kerosine die concurrentievoordelen aan luchtverkeer geeft, schaffen we af. 

        Bij het goederenvervoer moet vooral flink ingezet worden op het vervoer over water. Dat is goed voor het milieu, de veiligheid en de doorstroming van de wegen. De infrastructurele investeringen moeten zich hier ook op richten door vaarwegen te verruimen, ligplaatsen aan te leggen en overnachtingshavens bij te bouwen. Daarnaast is ook het vervoer over het spoor nuttig, te hoge tarieven voor het goederenvervoerder over het spoor moeten dan ook voorkomen worden.

      • Investeren in meer verkeersveiligheid

        Nog altijd vallen er per jaar ruim zeshonderd slachtoffers in het verkeer. De regels voor verkeersveiligheid kunnen worden aangescherpt. Zo willen we dat mensen die keer op keer verkeersovertredingen maken, harder worden aangepakt en het risico lopen het rijbewijs kwijt te raken. De SP is niet enthousiast over het alcoholslotprogramma. Wij zien liever dat iemand die gepakt wordt met teveel alcohol het rijbewijs voor bepaalde tijd kwijt raakt. 

        Veel fietsers voelen zich niet veilig meer op het fietspad door een toename van opgevoerde snor- en bromscooters in grote steden. De SP wil deze scooterhufters harder aanpakken en wanneer ze meerdere keren over de schreef gaan wordt de scooter in beslag genomen.  

        Om files op een eerlijke manier op te lossen is het nodig om ervoor te zorgen dat veel mensen een alternatief krijgen voor de file. Dit alternatief kan het openbaar vervoer zijn of juist meer gespreide werktijden en thuiswerken. Daarnaast kunnen mensen via goed mobiliteitsbeleid ook verleid worden om op iets minder drukke tijden van huis/werk te vertrekken. Op al deze middelen moet de overheid fors inzetten. Daarnaast moeten natuurlijk duidelijke knelpunten op de wegen opgelost worden door te zorgen voor goede in- en uitvoegstroken en door het verbreden van enkele weggedeelten.

        De SP is terughoudend met de aanleg en verbreding van wegen. Soms zijn investeringen in het onderliggend wegennet effectiever dan uitbreiding van het hoofdwegennet. Dit dient dan ook in samenhang te worden bekeken. Om de doorstroming in het verkeer te verbeteren en de wegcapaciteit optimaal te benutten zetten we in op geautomatiseerd verkeersmanagement en intelligente navigatiesystemen.

      • Terughoudend zijn met openen van nieuwe regionale luchthavens

        Wij willen geen privatisering van Schiphol. Het bedrijf heeft te veel tegengestelde belangen met de omgeving. De belangen van omwonenden kunnen minder goed worden geborgd als het bedrijf meer marktgericht gaat ondernemen. Daarnaast is het ontvangen van jaarlijks rendement over de aandelen Schiphol meer verantwoord dan een eenmalig bedrag door verkoop van aandelen.

        Onderzocht moet worden of de overlast voor de omgeving van Schiphol kleiner kan worden. De ‘saldering’ van Schiphol (overlast oneerlijker verdelen over de regio) heeft vooral tot doel om meer vluchten mogelijk te maken. Hierdoor zal de situatie voor omwonenden verder verslechteren. Dit moet dus niet gebeuren.

        Kerosine moet fiscaal hetzelfde worden behandelen als benzine. Kerosine is nu accijnsvrij, waardoor vliegen een enorm concurrentievoordeel heeft ten opzichte van andere vervoerswijzen. Dit terwijl vliegen (vooral voor de afstanden onder de 1.500 kilometer) buitensporig vervuilend is. Dit wil de SP aanpakken op Europees niveau omdat anders een te groot verschil ontstaat met andere EU-lidstaten waardoor mensen uitwijken naar vliegvelden in Duitsland en Belgie.

        De SP is terughoudend met het openen van nieuwe of uitbreiden van regionale luchthavens. We zien dat deze luchthavens vaak een noodleidend bestaan leiden en voor extra overlast zorgen voor de omgeving. De SP is tegenstander van het openen van Lelystad Airport als overloop luchthaven van Schiphol. Schiphol heeft nog voldoende capaciteit en daardoor zijn grote investeringen en Lelystad de komende jaren niet rendabel.

      Overheid en bestuur

      • Antillen: samenwerken op basis van gelijkwaardigheid

        Nederland moet Curaçao, Aruba en Sint Maarten zo veel mogelijk ondersteunen, om op deze eilanden een betere toekomst voor de bevolking mogelijk te maken. Maar Nederland kan niet verantwoordelijk zijn voor falende en corrupte bestuurders op deze eilanden, zoals nu het geval is. De SP wil een nieuw Statuut voor het Koninkrijk, waarin de landen Nederland, Curaçao, Aruba en Sint Maarten samenwerken op basis van gelijkwaardigheid.

        De ministeries in Den Haag moeten speciale aandacht besteden aan de eilanden Bonaire, St. Eustatius en Saba, die onderdeel zijn van Nederland. Goed onderwijs en goede zorg zijn een voorwaarde om mensen op de eilanden en betere toekomst te bieden. Maatregelen moeten worden genomenom de armoede onder kinderen op deze eilanden te bestrijden, meer werk te creëren voor jongeren en te voorkomen dat ouderen in armoede vervallen.

      • Permanent onderhoud aan onze democratie

        9 van de 10 Nederlanders vindt onze parlementaire democratie het best mogelijke politieke systeem. Toch vinden 6 op de 10 burgers dat zij onvoldoende invloed hebben op wat de regering doet. Onze democratie heeft grondig en permanent onderhoud nodig. Daarom wil de SP dat er in het onderwijs meer aandacht komt voor de democratie en actief burgerschap.

        We hebben veel voorstellen om Nederland democratischer te maken. Door mensen meer zeggenschap te geven over de politiek, door invoering van een correctief referendum, waarmee de bevolking door middel van een volksraadpleging een besluit van de Tweede Kamer ongedaan kan maken. Maar ook door de invloed van mensen op hun eigen omgeving te vergroting, door meer zeggenschap te geven over de eigen buurt en meer inspraak te geven aan mensen in besluiten die hen zelf raken.

      • Uitsluiting en discriminatie moet bestreden worden

        Discriminatie is de bijl aan de wortel van de samenleving. Discriminatie verhoudt zich geenszins met de menselijke waardigheid en de gelijkwaardigheid van mensen. Het uitsluiten van mensen om wie ze zijn is een kwalijke zaak en moet worden tegen gegaan. Meldingen en aangiften van discriminatie moeten serieus genomen worden. 

        De capaciteit en deskundigheid bij politie en justitie wordt vergroot. Gemeenten doen meer om discriminatie bij uitgaansgelegenheden te voorkomen. Leerlingen krijgen een acceptatierecht, zodat zij niet geweigerd kunnen worden vanwege hun (religieuze) achtergrond.

        De aanpak van discriminatie op de arbeidsmarkt is nu te vrijblijvend en moet grotere prioriteit krijgen. De arbeidsinspectie moet de mogelijkheid krijgen om meldingen van (leeftijds-)discriminatie te onderzoeken en overtreders te beboeten. Op deze manier moet ook ongelijke beloning van vrouwen die voor eenzelfde functie een lagere beloning krijgen dan mannen, actief bestreden worden.

      • Vrijheid van godsdienst met respect voor wetten en regels

        Iemands geloof of levensbeschouwing is een persoonlijk zaak. Religies moeten niet door de overheid worden gepromoot of tegengewerkt. Voor gelovige mensen gelden precies dezelfde rechten en plichten als voor ongelovige mensen. Mensen moeten de vrijheid hebben om gezamenlijk hun geloof te belijden. Dat geldt ook voor orthodox-religieuze mensen, maar fundamentalisme dat de normen en waarden niet respecteert zoals die zijn vastgelegd in onze wetten en regels, dient met kracht te worden bestreden.

      • Meer middelen voor gemeenten

        De gemeente staat dichtbij mensen. Het is de bestuurslaag waar burgers in het dagelijks leven het meest mee te maken hebben. Gemeenten zijn het beste  in staat om voorzieningen aan te bieden op buurt-, wijk- en dorpsniveau. Maar dan moet het Rijk wel voorzien in voldoende geld. Voorzieningen overhevelen naar gemeenten en tegelijkertijd hard bezuinigen zorgt voor een verschraling van voorzieningen en zorgt ervoor dat mensen die ondersteuning nodig hebben aan hun lot worden overgelaten.

        Gemeenten worden nog steeds onnodig samengevoegd. Gemeentelijke herindelingen leiden vrijwel altijd tot grotere gemeenten, met bestuurders die op grotere afstand zitten. Bovendien blijkt uit de praktijk dat herindelingen meestal geen besparingen opleveren. Daarom vindt de SP dat zeer terughoudend moet worden omgegaan met het samenvoegen van gemeenten. Als er toch wordt besloten om gemeenten samen te voegen, moet nadrukkelijk rekening worden gehouden met de mening van de burgers van de betrokken gemeenten, bijvoorbeeld door het uitschrijven van een referendum.

      • Straf fraude, corruptie en machtsmisbruik af

        De integriteit van bestuurders, ambtenaren en politici moet voortduring worden aangetoond. Fraude, corruptie en machtsmisbruik moeten altijd en zonder pardon worden afgestraft.

        Ambtenaren die misstanden melden moeten worden beschermd tegen pesterijen, intimidatie en ontslag. Bestuurders die de volksvertegenwoordiging willens en wetens foutief inlichten komen op een zwarte lijst en worden zo mogelijk strafrechtelijk vervolgd. Ambtenaren moeten voldoende bescherming en een meldplicht krijgen. De politie of Rijksrecherche worden altijd ingeschakeld bij vermoedens van fraude of corruptie. 

        Wij vinden dat politieke vriendjes niet de kans moeten krijgen om elkaar interessante banen toe te spelen of elkaar af te dekken als het mis gaat. Functies in het openbaar bestuur worden vaak verdeeld onder politieke vrienden. Ook belangrijke adviescolleges zoals de Rekenkamer en de SER hebben een duidelijk politiek profiel, terwijl zij boven de partijen zouden moeten staan. De SP pleit voor meer openheid in de vacaturestelling van deze functies en streng toezicht dat deskundige mensen ook daadwerkelijk een eerlijke kans krijgen.

      • Bescherm, adviseer en ondersteun klokkenluiders

        Klokkenluiders zijn mensen die maatschappelijke misstanden melden, op het gebied van fraude, veiligheid en integriteit. Het verleden heeft aangetoond dat overheden en bedrijven vaak onfatsoenlijk omgaan met klokkenluiders, die niet zelden hun baan verliezen en in financiële problemen komen. Daarom willen we een Huis voor klokkenluiders, dat mensen adviseert, klokkenluiders ontslagbescherming biedt en onafhankelijk onderzoek kan doen naar een ernstige maatschappelijke misstand.

      • Geen politieke functies voor ongekozen staatshoofd

        Een monarchie in een democratie is niet logisch. Wij vinden dat welke politieke ambtsdrager, dus ook het staatshoofd, gekozen zou moeten worden. Veel Nederlanders hechten echter veel waarde aan het Koninklijk Huis. Daarom moet de monarchie goed worden ingepast in onze democratie. Het staatshoofd moet vooral een ceremoniële functie hebben, als symbool en vertegenwoordiger van Nederland. Daar passen geen politieke functies bij. De Koning hoeft geen lid te zijn van de regering. De leden van het Koninklijk Huis moeten voortaan ook gewoon belasting betalen, net als iedereen.

      • Volledige openheid politieke partijen over donaties

        In een democratie moeten politieke partijen zo veel mogelijk de vrijheid hebben om zichzelf te organiseren. Maar zij moeten ook altijd transparant, openbaar en te controleren zijn. Politieke partijen moeten daarom volledige openheid geven over donaties die zij ontvangen.

        Om belangenverstrengeling te voorkomen wordt sponsoring van partijen door commerciële belanghebbende verboden. Politieke partijen zouden minder afhankelijk moeten zijn van de overheid. De subsidies aan partijen moeten daarom worden bevroren en de hoogte ervan meer gekoppeld aan ledenaantallen. Partijen zouden zoveel mogelijk financieel hun eigen broek moeten ophouden, bijvoorbeeld door een goede afdrachtregeling voor politici, zoals bij de SP het geval is. We zijn voor afschaffing van de bijzondere wachtgeldregeling voor politieke ambtsdragers.

      • Provincies moeten terug naar de basis

        Provincies zijn een bestuurslaag met relatief weinig en onzichtbare taken, om hun bestaansrecht aan te tonen trekken ze daarom vaak onnodig veel taken naar zich toe, op het gebied van sociale veiligheid, integratie en zelfs daklozenzorg. De bemoeienis van provincies botst soms met de verantwoordelijkheid van gemeenten. Provincies moeten terug naar de basis en zich vooral bezighouden met ruimtelijk-economisch beleid en toezicht. Wij maken de provincies, als bestuurslaag tussen Rijk en gemeente, eenvoudiger, efficiënter en democratischer.

        Sommige provincies, zoals Noord- en Zuid-Holland, zijn eigenlijk te groot. Veel taken kunnen hier beter worden uitgevoerd door kleinschalige provincies met meer samenhang. We moeten er soms voor durven kiezen om in een provincie met veel grote gemeenten meer taken neer te leggen bij die gemeenten, terwijl we dezelfde taken in een gebied met kleinere gemeenten juist kunnen overlaten aan de provincie.

      • Voor publieke handhaving van milieu- en veiligheidswetgeving

        Economische belangen en een veilige leefomgeving gaan niet altijd goed samen. Vanwege financieel gewin worden veiligheidsmaatregelen in sommige gevallen achterwege gelaten. Dat vormt een groot risico voor de samenleving. Daarom zijn wij voor een publieke handhaving van milieu- en veiligheidswetgeving. Die controle moet zich niet enkel richten op de papieren werkelijkheid, maar vooral op de feitelijke situatie op de werkvloer. 

        Gevaarlijke bedrijven moeten minstens een keer per jaar onverwacht bezocht worden. Voor bedrijven die laag scoren wordt de controlefrequentie opgevoerd. Opgelegde sancties dienen in verhouding te staan tot het economisch gewin bij overtreden van de wet, ze worden bij recidive verhoogd.

      • Meer aandacht voor voorkomen radicalisering

        Bij de bestrijding van terrorisme moet de nadruk liggen op samenwerking door inlichtingendiensten, het opsporen van geldstromen tussen terroristische organisaties en het in de gaten houden van extremistische netwerken in Nederland. Oorlogen voeren op vreemde bodem versterkt vaak de voedingsbodem voor extremisme.

        In eigen land moeten netwerken van extremisten beter in kaart worden gebracht en een einde komen aan de praktijken van ronselaars. De bezuinigingen op de AIVD moeten ongedaan worden gemaakt, geïnvesteerd moet worden in het voorkomen dat jongeren in andere landen gaan deelnemen aan de jihad. Veel meer aandacht moet worden besteed aan het voorkomen van radicalisering. Daarbij moeten ook ouders, leraren en wijkagenten meer worden betrokken.

        De SP is voorstander van goede bestrijding van het terrorisme, waarbij de nadruk ligt op samenwerking door inlichtingendiensten, het opsporen van geldstromen tussen terroristische organisaties en versterkte politionele en andere specialistische militaire inzet tegen terroristische dreiging.

        Ook sociaal-economische maatregelen moeten worden genomen ter bestrijding van de voedingsbodem van terrorisme. Het voeren van oorlog is geen voor de hand liggend middel om terrorisme te bestrijden, onder andere omdat dit gemakkelijk contraproductief uitpakt. De SP heeft hierom grote kritiek op het Amerikaanse aanvallen met onbemande vliegtuigen, drones, in onder meer Pakistan en Jemen.

      • Breng waterschappen onder bij provincies

        Door de lage opkomst bij waterschapsverkiezingen ontbreekt het waterschappen aan democratische legitimiteit. Daarom brengen wij de waterschappen onder bij de provincies. Bovendien zorgt dat voor betere afstemming van het waterbeheer met ruimtelijke ordening, landbouw, natuur en recreatie. Ook levert het een besparing op omdat het een bestuurslaag minder betekent. Het eigen belastinggebied van de waterschappen gaat na de integratie over naar de provincie, maar blijft wel beschikbaar voor de watertaken.

      Defensie

      • Internationale afspraken over inzet drones

        Het gebruik van bewapende drones is buitengewoon omstreden. Vooral de Verenigde Staten gebruikt deze wapens voor buitengerechtelijke executies in gebieden waar geen oorlog mee wordt gevoerd. De SP pleit voor heldere internationale afspraken over het gebruik van bewapende drones. Tot die tijd dient Nederland zijn eigen drones niet te bewapenen.

        Het is niet uitgesloten dat Nederland door het delen van inlichtingen met de Verenigde Staten bijdraagt aan aanvallen met drones. De SP wil dat de regering alles doet om dit te voorkomen.

      • Missies onder VN-vlag, maar met eigen afweging

        Nederland overweegt alleen deelname aan internationale missies als de Verenigde Naties ons daar uitdrukkelijk om vraagt. Maar dan nog maken wij daarin onze eigen afweging, waarbij we onder meer kijken naar garanties voor het respecteren van het internationaal recht. Hierbij zijn de Conventies van Genève en de rechten van de mens leidend. Elke missie wordt gevolgd door een grondige parlementaire evaluatie.

      • Geen aanschaf van de JSF

        De SP is tegen aanschaf van de Joint Strike Fighter. Naast het feit dat Nederland de straaljager niet nodig heeft, is het toestel nog niet af en kampt het met talloze gebreken. De complexe techniek maakt de kans op nieuwe kostenstijgingen en vertragingen levensgroot. Dat betekent weer extra betalen of alsnog op zoek gaan naar een alternatief. De SP vindt het onbegrijpelijk om maar liefst 4,5 miljard euro aan de JSF uit te geven in tijden van grote bezuinigingen op publieke voorzieningen.

        De huidige F16 kan nog circa tien jaar mee. Tegen de tijd dat de F16 verouderd is kan uit het dan bestaande aanbod een vliegtuig worden gekozen. Zo hoeft Nederland niet mee te betalen aan de ontwikkeling van de JSF. Maar bovenal staat de SP voor ander militair en buitenlands beleid waarbij bommenwerpers niet nodig zijn. 

        De SP wil evenmin dat de JSF kernwapens kan dragen. Eind 2013 werd daartoe een motie van de SP aangenomen. 

      • Kernwapens de wereld uit

        Kernwapens zijn massavernietigingswapens en moeten zo snel mogelijk de wereld uit, om te beginnen uit Nederland en Europa. Ook de JSF mag geen kernwapens dragen. Een motie van de SP werd daartoe aangenomen.

      • Een slanke maar hoogwaardige krijgsmacht

        De SP is voorstander van een slanke, maar hoogwaardige Nederlandse krijgsmacht. Geen krijgsmacht die zich terugtrekt achter de dijken, maar één die in staat is een bijdrage te leveren aan het versterken van de internationale rechtsorde. Deze doelstelling is niet voor niets opgenomen in onze grondwet.

        Bij de politiek ligt de zware taak om te zorgen dat de mensen die hun leven wagen, daarvoor zo goed mogelijk worden uitgerust, zowel qua materieel als wat betreft arbeidsvoorwaarden. De huidige bezuinigingen mogen er niet toe leiden dat personeel zonder omhaal op straat wordt gezet. De overheid dient overtollig personeel van werk naar werk te begeleiden.

        Defensie wordt financieel steeds meer uitgekleed, maar moet van het kabinet nog steeds alle soorten missies aankunnen. Een onmogelijke en zelfs gevaarlijke opdracht. In plaats van krampachtig vasthouden aan een veelzijdig inzetbare krijgsmacht, kiest de SP voor een leger met een specifiek takenpakket. In plaats van 'veelzijdig inzetbaar' kan ons leger zich beperken tot vredesmacht. We doen dan niet mee aan aanvalsoorlogen (en hebben dus ook geen dure JSF nodig), maar richten ons op bevordering van vrede en veiligheid door middel van vredesoperaties.

      • Erkenning en waardering voor veteranen

        Goede zorg voor veteranen is van groot belang. Mede op initiatief van de SP is de Veteranenwet aangenomen. Daarmee krijgen veteranen de erkenning, waardering en zorg waar zij recht op hebben. Militairen werken in gevaarlijke omstandigheden en zijn bereid hun leven te geven. Talloze veteranen kampen jaren na hun uitzending nog met trauma’s en andere klachten. Daarom is het goed dat er een aparte wet is die de nazorg van veteranen waarborgt.

      • Scherp regels voor wapenhandel aan

        Nederland blaast al decennia een flinke partij mee in de internationale wapenhandel. Weliswaar op ruime afstand van grootmachten Rusland en de VS, hoort Nederland tot de top tien van grootste exporteurs. Een op papier 'restrictief wapenexportbeleid' laat in de praktijk genoeg ruimte om over de hele wereld militaire waar te verkopen.

        De regels rond wapenhandel moeten dan ook worden aangescherpt. De criteria voor wapenexport, de doorvoer van wapens en de informatievoorziening aan de Kamer moet glashelder zijn. Bij de verkoop van wapens zijn mensenrechten belangrijker dan handelsbelangen.