Spanning 4/2017 • Kapitaal versus klimaat

‘Waarom is het toch makkelijker voor ons om het einde van de wereld voor te stellen, dan een kleine wijziging in de economische orde?’ Zo vraagt filosoof Slavoj Žižek zich af. Alle pogingen klimaatverandering tegen te gaan, lopen voortdurend vast op een veto van kapitalistische belangen. Het vergt van ons verbeelding over een betere toekomst, waarin we strijden voor een wereld waarin niet accumulatie van kapitaal, maar mens en milieu centraal staan.

KAPITALISME EN UITBUITING VAN MILIEU

CO2-vervuiling is de belangrijkste oorzaak van klimaatverandering. ‘Van alle door de mens uitgestoten broeikasgassen levert de stijging van het CO2-gehalte in de atmosfeer de grootste bijdrage’, schrijven het Planbureau voor de Leefomgeving en het KNMI in de publicatie Klimaatverandering. De afgelopen 25 jaar is er door landen weliswaar onderhandeld over het terugdringen van de CO2-uitstoot, maar zonder succes. De uitstoot is immers sinds 1992 met 57 procent gestegen. We moeten ons daarom niet zozeer richten op de broeikasgassen, maar vooral op het economisch systeem dat de uitstoot van deze gassen veroorzaakt.

CO2-vervuiling is te vergelijken met de uitbuiting van arbeid in de kapitalistische productiewijze, zoals door Karl Marx beschreven is in Das Kapital. Met uitbuiting van arbeid bedoelde hij dat werkers minder betaald krijgen dan hun arbeidsvermogen waard is. Daardoor groeit het kapitaal. Zoals het kapitalisme met zich meebrengt dat werkers die een bedrijf niet genoeg winst opleveren op straat worden gezet, zo brengt het ook met zich mee dat stoffen die voor een bedrijf niet rendabel zijn worden gedumpt. Het is nog niet eens zo lang geleden dat fabrieken zoveel giftige stoffen in het water loosden dat er op veel plekken niet kon worden ge-zwommen. Dankzij toenemend maatschappelijk verzet vanaf de jaren 1970 tegen dumping, kwamen er strengere milieuwetten. Daardoor kun je inmiddels weer in de grachten van een aantal steden zwemmen. Desondanks is er nog steeds sprake van uitbuiting van onze leefomgeving door dumping van onrendabele stoffen. Het voormalige DuPont, tegenwoordig Chemours, vergiftigt al jaren werkers en omwonenden door het lozen van de giftige stoffen C8 en meer recent GenX. Met medeweten van de bedrijfsleiding, blijkt uit onderzoek van het Algemeen Dagblad.

Voor CO2 geldt hetzelfde. Deze stof draagt niet bij aan de winsten van bedrijven en wordt daarom op grote schaal in ons milieu gedumpt, met klimaatverandering tot gevolg. Het klimaatprobleem is daarom niet los te zien van het economisch stelsel dat het veroorzaakt. CO2-vervuiling op grote schaal is toegestaan en is lucratief. Dat is de kern van het probleem. Het is een dubbele uitbuiting van werkers: zij krijgen én te weinig betaald voor hun arbeid én hun leefomgeving wordt vervuild.

DE ROL VAN INDUSTRIE

Wereldwijd zijn 90 bedrijven verantwoordelijk voor tweederde van de totale CO2-vervuiling, blijkt uit onderzoek van Richard Heede. Shell staat in dit onderzoek op de vijfde plek in de lijst met de grootste CO2-vervuilers wereldwijd. Heede berekende  voor welke uitstoot fossiele energiebedrijven verantwoordelijk zijn. De Groene Amsterdammer onderzocht onlangs de Nederlandse situatie. Daaruit komt naar voren dat de vestigingen van slechts 132 bedrijven een kwart van de Nederlandse CO2-vervuiling uitstoten. Met Shell als onbetwiste nummer een. Ook blijkt dat de Nederlandse industrie nog net zoveel uitstoot als 10 jaar geleden. Willen we de CO2-vervuiling daadwerkelijk verminderen, dan moeten we op zijn minst de uitstoot van de grote vervuilers stoppen. Deze bedrijven hebben echter andere belangen.

Hoewel werkers in de 20e eeuw aanzienlijke macht hadden opgebouwd door zich te organiseren, heerst sinds de opkomst van het neoliberalisme in de jaren 1980 het belang van aandeelhouders in beursgenoteerde bedrijven. Daarmee staat winstmaximalisatie centraal. Naomi Klein beschrijft in This Changes Everything. Captitalism vs The Climate hoe je dat in de praktijk van een fossiele reus terugziet. Ze schrijft dat Shell in 2009 aankondigde dat het minder bewezen reserves had dan het bedrijf op dat moment in productie had. Er ontstond vervolgens onrust bij aandeelhouders. Diezelfde dag nog werden de investeringen in wind- en zonne-energie gestopt en de investeringen in schaliegas, diepzee-olie en teerzanden opgeschroefd.

Zo lukte het Shell om in dat jaar de bewezen reserves met het equivalent van 3,4 miljoen olievaten te laten groeien. Dat is bijna een verdrievoudiging van de productie in 2009. Net zoals de bewezen oliereserves van het bedrijf toenamen, zo steeg ook de aandelenkoers.

Een oliebedrijf moet bewezen oliereserves hebben om kapitaal van aandeelhouders te krijgen. De grote olie- en gasbedrijven zullen dus continu op zoek moeten naar nieuwe reserves, omdat anders hun waarde daalt. Dat zoeken is op zichzelf weer een investering en daarmee ontstaat de noodzaak voor het oliebedrijf om de gevonden olie- en gasvelden uiteindelijk ook weer te ontginnen. ‘Het moet doorhollen om op zijn plek te kunnen blijven’, noemt Naomi Klein dit treffend.

Je ziet het ook terug in de uitgaven van fossiele energiebedrijven. Journalist Jelmer Mommers van De Correspondent onderzocht de uitgaven van Shell om te achterhalen welk deel het bedrijf uitgeeft aan schone energie. In 2016 besteedde Shell $200 miljoen aan de ontwikkeling van nieuwe energietechnologieën. Dat is nog geen 1 procent van het totale budget van $270 miljard. Het is een uitgavenpa-troon dat vergelijkbaar is met dat van een andere fossiele reus, ExxonMobil.

Volgens onderzoek van The Carbon Tracker Initiative uit 2011 blijkt dat zo’n 80 procent van de koolstof in de grond moet blijven om onder de 2 graden opwarming van de aarde te blijven. Wordt het klimaatakkoord van Parijs gehandhaafd, dan wordt een groot deel van de bewezen olie- en gasreserves in de nabije toekomst waardeloos. Terwijl de totale koolstofvoorraad volgens Naomi Klein maar liefst $27 biljoen vertegenwoordigt. Ze concludeert daarover: ‘De getallen betekenen [..] dat wat we zouden moeten doen – stoppen met graven – precies is wat deze bedrijven zelfs niet kunnen overwegen, omdat ze daarmee de aanzet geven tot hun eigen ondergang.’

Naleven van het klimaatakkoord van Parijs heeft voor fossiele energiebedrijven dus een grote impact. Jan Rotmans voorspelt in de eerder genoemde uitgave van De Groene Amsterdammer dan ook een aanstaand ‘slachtveld’ in de fossiele industrie en dat het Rotterdamse Botlekgebied een ‘mausoleum van de fossiele industrie’ zal worden. De rol van de fossiele industrie in de CO2-vervuiling is groot en fossiele bedrijven zullen niet vanzelf bakzeil halen. Willen we het klimaatprobleem oplossen, dan is agitatie tegen de macht van het kapitaal nodig.

OPIUM VOOR HET VOLK

Op verschillende manieren worden de mechanismen van uitbuiting – ook die van ons milieu – ideologisch verdoezeld. Een voorbeeld is ecologisme, wat Slavoj Žižek in de documentaire Examined Life ‘het nieuwe opium voor het volk’ noemt. Hij stelt dat het een bijna religieus geloof is in een per definitie goede balans van de natuur, die de hoogmoedige en zondige mens zou hebben verstoord met wetenschap en techniek. Ecologisten stellen het ‘in harmonie met de natuur leven’ als ideaal. Je hebt daarbij de individuele keuze, en moet die natuurlijk ook maken, om niet te vervuilen. Als iedereen deze keuze maakt, dan verandert de wereld vanzelf. Bedrijven spelen hierop in door hun producten als duurzaam aan te prijzen. Zo helpen zij je met een leven in harmonie met de natuur. Je hoeft alleen maar hun producten te kopen.

Maar de natuur is niet per definitie goed en er is geen vaststaande balans. De natuur is continu in beweging en kan voor catastrofes zorgen. Denk maar aan ziektes en natuurrampen. En met een individuele, ethische keuze veranderen de 90 grootste vervuilers echt niet zomaar. Ecologisme is een ideologische afleiding van de ongelijke machtsverhoudingen tussen klassen. Het zorgt ervoor dat grote vervuilers hun gang kunnen gaan.

Een ander voorbeeld is CO2-compensatie. Je hebt vast weleens bij het boeken van een reis de optie zien staan om de CO2-uitstoot van je reis te compenseren. De compensatie gebeurt volgens Naomi Klein in veel gevallen niet door hier nieuwe bossen aan te planten, maar door bestaande bossen aan de andere kant van de wereld aan te merken als compen-satiebos. De inheemse bevolking wordt dan uit haar leefgebied verdreven en vervolgens komt er een hek omheen. Zo wordt onder het mom van duurzaamheid land onteigend en gaat de CO2-vervuiling gewoon door.

CO2-compensatie is een onderdeel van het CO2-handelssysteem dat onder andere door kapitalismevriendelijke milieuorganisaties werd gesteund. Het idee daarbij is dat een markt voor vervuiling bedrijven zou aansporen om minder CO2 uit te stoten. Met hun omvangrijke lobby hebben fossiele energiebedrijven het stelsel naar hun hand kunnen zetten. Tussen 2005 en 2010 werd de markt voor emissierechten door de Wereldbank geschat op zo’n $500 miljard, aldus Naomi Klein. Uit onderzoek uit 2016 van CE Delft blijkt dat vervuilende bedrijven aan de Europese variant van het handelssysteem (ETS) miljarden hebben verdiend. Ondertussen verandert er niets aan de CO2-vervuiling.

Marx schreef: ‘Mensen oproepen om de illusies over hun situatie op te geven, is hen oproepen om de situatie op te geven die illusies nodig heeft.’ Klimaatproblemen zijn lang genoeg overgelaten aan de illusies van individuele, ethische keuzes en marktmechanismen. We hebben de economische oorzaken van vervuiling te veranderen.

OBSTRUCTIE DOOR KAPITAAL

Het is niet alleen dat de fossiele industrie op dezelfde voet doorgaat, er is ook sprake van obstructie van klimaatbeleid. Fossiele brandstofbedrijven verwierven bijvoorbeeld dominante posities in belangrijke belangenorganisaties voor hernieuwbare energie. Ze lieten deze organisaties vervolgens zeggen dat gas een minder vervuilende brandstof is. Op deze manier werden de energiedoelen beïnvloed die de EU voor 2030 stelde. Een insider verwoordde het in The Guardian (2015) als volgt: ‘Als je ze niet kunt verslaan, voeg je dan bij hen. En als je er onderdeel van bent, vertraag ze dan zo dat je kunt overleven in de markt.’

Landen vertragen ook onderling elkaars klimaatbeleid. Naomi Klein haalt een tegelijkertijd inspirerend en wrang voorbeeld aan uit Canada. In Ontario, een provincie in Canada, beschrijft ze een tanende industrie die lange tijd vooral bestond uit drie grote Amerikaanse autofabrikanten. Om de lokale industrie nieuw, groen leven in te blazen, werd een ambitieus energieprogramma opgetuigd. Energiebedrijven konden hoge, gegarandeerde inkoopprijzen krijgen, op voorwaarde dat ze gebruik maakten van lokale producten en arbeidsvermogen. Met succes. Door beleid van de provincie werd vooruitgang afgedwongen en dat leverde veel banen op. In 2012 was Ontario de grootste producent van zonne-energie in Canada en in 2014 waren er naar schatting al 31.000 banen gecreëerd. Totdat Japan en de Europese Unie het programma aanklaagden bij de Wereldhandelsorganisatie. Deze sprak zich uit tegen Canada. De eis voor het gebruik van lokale producten zou onrechtmatig zijn, want discriminerend voor producten die ergens anders zijn gemaakt. Daarmee verdween de eis, waardoor de investeringen terugliepen. Bestaande fabrieken sloten en er werden geen nieuwe geopend.

Waar landen via de Wereldhandelsorganisatie elkaar kunnen aanklagen, stellen investeer-dersrechtenverdragen, zoals TTIP en CETA, grote bedrijven in staat om landen voor de rechter te slepen. Onderdeel van deze verdragen is namelijk ISDS. Dat werkt als volgt. Stel dat we democratisch besluiten dat Shell en ExxonMobil geen gas meer uit de Groninger gasbel mogen halen. Dan kunnen zij op grond van ISDS de winst die ze daardoor in de toekomst niet maken, verhalen op de samenleving. Zo worden democratische besluiten wel erg duur.

Met het verdedigen van de rechten van investeerders wordt de vrijheid van kapitaal gegarandeerd in plaats van het belang van ons allemaal. Met deze voorbeelden wordt de rol van kapitaal versterkt, terwijl democratisch handelen om klimaatproblemen op te lossen wordt beperkt.

VOORUITGANG DOOR AGITATIE TEGEN KAPITAAL

CO2-vervuiling is in de fossiele industrie onderdeel van een goed rendement op kapitaal. Tegelijkertijd is het een dubbele uitbuiting van werkers. Ze krijgen minder loon dan hun arbeidsvermogen waard is en hun leefomgeving wordt vervuild met klimaatverandering tot gevolg. Willen we het klimaatprobleem aanpakken, dan moeten we de invloed van kapitaal ter discussie stellen.

Voor een andere economie zijn namelijk andere investeringen nodig. Met democratische invloed op kapitaal kunnen we die besluiten nemen. Op weg daarnaartoe stelt de SP voor om een Nationale Investeringsbank op te richten. Verder helpt het SP-voorstel voor een werkersvergadering in grote bedrijven met dezelfde invloed als de aandeelhoudersvergadering, om andere investeringen mogelijk te maken.

Maar nu al kunnen we een groene industriepolitiek voeren. Er is namelijk veel werk te doen. We moeten alleen nog besluiten dat het werk is. Huizen verduurzamen, het bouwen van zonnepanelen, windmolens en accu’s. Met een groene industriepolitiek zorgen we voor werk en welvaart, voordat de fossiele industrie verdwijnt. Een Nederlandse werker heeft er immers niets aan als de kolencentrale waar hij werkt sluit en daar een baan in een Chinese zonnepanelenfabriek voor terugkomt.

De vooruitgang hoeft niet ver weg te zijn. Iedereen in staat stellen om zonnepanelen op het dak te hebben, betekent bijvoorbeeld onmiddellijk een lagere energierekening. De organisatie Natuur & Milieu rekende uit dat er op Nederlandse daken nog plek is voor 145 miljoen zonnepanelen. Ze stelt dat met zonnepanelen de energierekeningen van huishoudens met in totaal zo’n €6 miljard kunnen worden verminderd. Door huurders van onderop te organiseren om woningcorporaties zonnepanelen te laten plaatsen, dwingen we schone energie en een lagere energierekening af.

In Hamburg is succesvol van onderop georganiseerd om het kapitalisme uit de energiesector te krijgen. Per referendum is afgedwongen dat de gemeente de energieopwekking in handen neemt. Rekommunalisierung noemen ze dat. Ook Switched On London organiseert mensen om een gemeentelijk energiebedrijf af te dwingen. Ze eist daarbij schone en goedkopere energie om tegelijkertijd vervuiling en armoede te stoppen. Het klimaatprobleem oplossen leidt zo tot een vooruitgang van onze samenleving.

Bronnen: