publicatie

Tribune 10/2012 :: Syrië "Er is geen gemakkelijke oplossing"

Tribune, november 2012

Syrië: ‘Er is geen gemakkelijke oplossing’

Tekst: Rob Janssen foto: Daniel Etter / Redux

Uit Syrië komen de meest afschuwelijke verhalen over grootschalige schendingen van mensenrechten. De burgeroorlog dreigt bovendien te escaleren in een grote uitslaande brand in het Midden-Oosten en diverse grootmachten hebben zich inmiddels ook niet onbetuigd gelaten. Dat maakt de oplossing van het conflict er niet bepaald eenvoudiger op, stelt Harry van Bommel.

De Engelsen en de Amerikanen noemen het een proxy war: een oorlog bij volmacht. Dat betekent dat een machtig land als het ware een oorlog laat voeren in en door een ander land, dat zich gesteund weet door de grote broer. Volgens Harry van Bommel is de kans op een meervoudig gelaagde proxy war met Syrië als brandpunt momenteel levensgroot. En wel bovenop de bloedige burgeroorlog die volgens sommige bronnen al meer dan 30.000 levens heeft gekost. Een pasklare oplossing is er niet, zegt de SP’er. Wie de internationale belangen eens op een rijtje zet, begrijpt dat.

Turkije, Rusland, Saudi-Arabië, Qatar; allemaal zien ze op de een of andere manier een belang in Syrië. ‘Rusland levert wapens aan het regime van Assad en heeft een deel van zijn oorlogsvloot in een Syrische haven liggen,’ legt Van Bommel uit. ‘Voor Rusland is Syrië nog de enige goed bevriende partner in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Turkije op zijn beurt vreest dat de Koerden in het grensgebied een semi-autonome staat uitroepen, zoals dat ook in Irak gebeurde. De Turken hebben geen zin in een versterkte uitvalsbasis van de PKK in dat gebied. En Saudi-Arabië en Qatar steunen de Syrische opstandelingen om religieuze redenen. Die landen zouden graag zien dat de alevitische clan rondom Assad vervangen werd door een soennitische regering. Maar veel mensen in Syrië zijn juist bang voor wat er gebeurt als een andere religieuze groepering de macht krijgt. En die angst is niet ongegrond als je kijkt naar wat er in Egypte gaande is.’

Ondertussen lieten ook de Amerikanen weten dat ze er zijn, getuige de grootschalige militaire manoeuvres die samen met het Israëlische leger zijn gepland en deels uitgevoerd. Toevallig? Van Bommel: ‘Weliswaar worden dergelijke oefeningen lang van tevoren gepland. Maar deze mag je best opvatten als spierballentaal. Samen oefenen betekent in de regel het onderstrepen van een bondgenootschap. De VS geven daarmee het signaal in de regio af: kom niet aan Israël.’

Maar ook Syrië zelf liet zich zien op buitenlands grondgebied. Zo zocht het al ruzie met Turkije door beschietingen op dat land uit te voeren. Turkije zit lastig, niet alleen omdat het weet dat Assad de Koerden tegenwoordig alle ruimte laat, maar ook omdat een Turks-Syrische oorlog de NAVO direct bij het conflict zou betrekken en bovendien Rusland op de kast zou jagen. Dat laatste was namelijk al het geval toen Turkije onlangs een Syrisch vliegtuig onderschepte dat Russisch wapentuig aan boord zou hebben. Van Bommel: ‘Syrië wordt tevens verantwoordelijk gehouden voor de bomaanslag in Libanon. Ik sluit niet uit dat Assad andere landen heeft willen waarschuwen. Zo van: bemoei je maar niet met ons. Libanon is dan een gemakkelijke prooi; het land is immers zelf instabiel.’

Wordt het dan niet eens tijd voor militair ingrijpen in Syrië? ‘Nee,’ zegt Harry van Bommel. ‘Er is geen enkele militair expert die dat bepleit. Vergis je niet: Syrië is zwaar bewapend en heeft al eens gedreigd chemische wapens in te zetten. Uiteindelijk zou er bij militair ingrijpen een bezetting moeten plaatsvinden, voorafgegaan door een luchtoorlog. Terwijl je weet dat de diverse groeperingen in Syrië toch door zullen gaan met wat ze tot nu toe deden. Het zou voor de bevolking echt een horror-scenario opleveren, dat het huidige leed nog eens enorm zou vergroten.’ Maar wat dan? ‘Eerst een staakt-het-vuren. Daarin steun ik Lakhdar Brahimi, de internationaal gezant voor Syrië, die Assad tot een wapenstilstand probeert te bewegen. Veel Syriërs wijzen erop dat in het Westen het verkeerde beeld over hun land heerst en dat alleen Assad nog meer bloedvergieten kan voorkomen. Pas daarna zou je kunnen denken aan een VN-stabilisatiemacht. Suggesties daartoe zijn nu veel te voorbarig. De VN heeft, met instemming van Rusland en China, het Syrische geweld tegen Turkije veroordeeld; dat is al positief. Maar ik zeg je: zolang als het conflict van buitenaf gevoed blijft worden, zolang vanuit het buitenland wapens, geld en trainingen geleverd worden, zal niemand bereid zijn tot een staakt-het-vuren. Vandaar dat er op de internationale gemeenschap een grote verantwoordelijkheid rust; die moet veel meer druk zetten op landen als Rusland, Turkije en Syrië. Met de mond veroordeelt minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken weliswaar wapenleveranties door Saudi-Arabië en Qatar, maar er zal echt meer nodig zijn.’

Rosenthal, eveneens tegenstander van militair ingrijpen, hecht net als Van Bommel grote waarde aan de vereniging van de Syrische burgers tegen het regime van Assad. ‘Eensgezindheid onder de bevolking is cruciaal, ook met oog op de periode na Assad,’ zegt Van Bommel. ‘Want dát deze dictator vroeg of laat vertrekt, daar ben ik van overtuigd.’