opinie
Sadet Karabulut:

Gehandicapten niet stigmatiseren

Als het aan het kabinet ligt, komt er vanaf 2013 loondispensatie voor werkgevers die mensen met een beperking aannemen.

Het valt niet mee deze mensen aan het werk te helpen, maar het is zeer onwenselijk ze onder het minimumloon te betalen. Met het voorstel ondermijnt het kabinet het verworven recht op minimumloon. Terecht constateert de internationale arbeidsorganisatie ILO dit ook.

Ook nu kan een werkgever al compensatie te krijgen, wanneer die bijvoorbeeld een jonggehandicapte in dienst neemt. De jongere krijgt dan een aanvulling van het UWV, waardoor hij of zij alsnog op ten minste het minimumloon uitkomt. De nieuwe Wet Werken naar vermogen maakt daar een einde aan.

Tweeledig doel Het wettelijk minimumloon is er niet voor niets en heeft een tweeledig doel. Ten eerste worden mensen met een relatief laag loon in bescherming genomen. Ten tweede perkt het de mogelijkheid tot discriminatie op de arbeidsmarkt in. Het wettelijk minimumloon is een minimale vergoeding voor werk, ongeacht sekse, leeftijd, etniciteit of handicap.

De kritiek van de ILO op het voorstel is niet mals. De organisatie betwijfelt of er nog wel recht gedaan wordt aan het uitgangspunt dat voor werk van gelijke waarde een gelijke beloning verstrekt wordt. Ook wijst de ILO er terecht op dat de politiek vele andere maatregelen zou kunnen nemen om meer mensen met een beperking aan de slag te helpen. Als voorbeelden noemt ze een lagere bijdrage aan de sociale zekerheid voor werkgevers die jongeren met een handicap een baan aanbieden en een belastingreductie voor maatregelen die zijn gericht op het verbeteren van de productiviteit van mensen met een arbeidsbeperking.

Weinig inhoudelijke discussie Opvallend genoeg is er in de Nederlandse politiek weinig echte inhoudelijke discussie over de kabinetsplannen om mensen met een arbeidsbeperking onder het minimumloon te laten verdienen. De materie is wellicht regeltechnisch van aard, maar daardoor niet minder sociaal ingrijpend. Het zou de verschillende fracties sieren als ze zich hierin meer verdiepen in plaats van klakkeloos mee te gaan met de richting die het kabinet is ingeslagen. Een voorbeeld daarvan is de gemeente Amsterdam, die zich heeft opgegeven als vrijwillige proeftuin voor deze maatregel, met instemming van de coalitiepartijen PvdA en GroenLinks.

Landelijk is de politiek verdeeld over deze maatregel. De SP voert actie tegen het ondermijnen van het minimumloon. GroenLinks daarentegen is verrassend genoeg een voorstander. Lichtpunt is dat de PvdA-fractie in de Tweede Kamere inmiddels tegenstander is van het onder het minimumloon laten werken van mensen die een beperking hebben. Meer fracties zouden moeten volgen. De vraag is of bij het CDA, dat zegt te staan voor zwakkeren in de samenleving, de restanten van dat sociaal geweten nog tot leven komen.

Mensen met beperking volwaardig laten meedoen Als het voornemen van het kabinet standhoudt, ontstaan in de toekomst twee soorten werknemers: zij die wel recht hebben op een minimum- of CAO-loon en zij met een arbeidsbeperking, die dit niet langer hebben. Dit gaat lijnrecht in tegen de bedoeling die het kabinet zegt te hebben, namelijk mensen met een beperking volwaardig te laten meedoen. Het resultaat van de nieuwe voorstellen is dat in de toekomst werkenden met een beperking het nog moeilijker krijgen. Om rond te komen, een zelfstandig bestaan op te bouwen met een partner of een opleiding te volgen.

Dit kabinetsvoorstel komt boven op de andere bezuinigingen op mensen met een beperking, zoals de bezuinigingen op de pgb's en de verdere uitkleding van het basispakket in de zorg.

Daarom roepen wij het kabinet op deze onzalige maatregel niet te laten doorgaan. Wij vinden dat het recht op een minimumloon ook in stand moet blijven voor mensen met een arbeidshandicap. Anders wordt het kabinet-Rutte het kabinet dat mensen met een arbeidsbeperking uitsluit en op deze wijze discrimineert.

Betrokken SP'ers