Renske Leijten:

Nationaal ZorgFonds is drie keer beter

Renske Leijten
SP-Kamerlid Renske Leijten

Dit jaar viert ons zorgstelsel zijn 10-jarig bestaan en velen zullen zich afvragen of dit reden is voor een feestje. Zeker is dat de minister en de zorgverzekeraars dit jubileum zullen aangrijpen om te vertellen dat dit het beste zorgstelsel is en dat verbeteringen het nog beter zullen maken. Maar zijn de beloften waarmee dit zorgstelsel ingevoerd werd wel waargemaakt? De zorg is niet goedkoper, efficiënter en beter geworden. De prijs van ons stelsel is wel veel te hoog, zowel in financiële zin als vanuit democratisch oogpunt. Want we zijn de zeggenschap kwijt over iets wat van ons allemaal is: de zorg. Daarom stelt de SP een nationaal zorgfonds voor, zonder eigen risico. Daarmee wordt de zorg weer onder democratische controle gebracht, besparen we erg veel geld op bureaucratie, marketing en overhead, en maken we de zorg weer toegankelijk voor iedereen.

Huidig stelsel 

Met de inwerkingtreding van de zorgverzekeringswet veranderde er in één keer heel veel in de zorg. Private zorgverzekeraars kregen de sleutelrol om zorg in te kopen en kwaliteit af te dwingen. De inkoop gebeurt via producten – de zogenaamde diagnose-behandelcombinaties – en de gedachte is dat kwaliteit wordt afgedwongen door concurrentie. Is het bij de ene zorgaanbieder niet goed genoeg, dan lopen de zorgverzekeraars naar een ander. De verzekeraar zou op deze manier optimaal resultaat bereiken voor zijn verzekerden: goede zorg voor een zo laag mogelijke prijs. En de verzekerde zou die verzekeraar belonen door bij de verzekeraar te blijven. Sinds de invoering en de stelselmatige verhogingen van het eigen risico hebben we de introductie gezien van de budgetpolis: een polis waarbij de zorgverzekeraar slechts een beperkt aantal contracten sluit, zodat de verzekerde niet meer naar het ziekenhuis of arts van zijn of haar keuze kan.

Uiteindelijk is het de zorgverzekeraar die beslist. Krijgt iemand wel of niet de medicatie vergoed, krijgt iemand wel of niet het gewenste hulpmiddel of incontinentiemateriaal? Blijft een apotheek of spoedeisende hulp open? Krijgt een ziekenhuis wel of geen contract voor bepaalde specialismen?

Onze zorg zucht onder de bureaucratie die voortkomt uit het inkopen zoals dat nu werkt. Elk ziekenhuis en iedere praktijk moet contracten sluiten met meerdere verzekeraars. Die hebben allemaal andere voorwaarden en verschillen vaak per polis. De administratie die dit met zich meebrengt is zeer groot. De overhead van de Nederlandse ziekenhuizen is 4 procent hoger dan bij ziekenhuizen in Canada en het Verenigd Koninkrijk. Dat komt grotendeels door deze inkoop, onderhandelingen vooraf en de verantwoording van die inkoop achteraf.

Ook huisartsen zuchten onder de bureaucratie. Vorig jaar werd binnen een paar weken tijd bijkans de hele beroepsgroep hiertegen gemobiliseerd via Het Roer Moet Om. Ze dwongen veranderingen af, maar nog steeds is het zo dat de zorgverzekeraar beslist.

Zorgverzekeraars hebben in de afgelopen jaren veel winst gemaakt, of zoals minister Schippers het noemt ‘positief resultaat’ geboekt. Over 2014 was dat 1,9 miljard en in de jaren daarvoor 1,4 miljard. De verwachting is dat de winst over 2015 weliswaar lager zal uitvallen, maar de gedachte dat zorgverzekeraars alles zouden doen voor een lage premie, blijkt niet te kloppen. Zij bouwden in tien jaar tijd een reserve op van meer dan 10 miljard. Dit geld is ingelegd door de premiebetalers: alle burgers van 18 jaar en ouder. Zorgverzekeraars hebben gelijk wanneer ze stellen dat reserves verplicht zijn in verband met regels voor de financiële sector. Toch weten we dat de reserves te hoog zijn, veel hoger dan wat vereist is.

Zogenaamd heeft de patiënt in het Nederlandse zorgstelsel keuzevrijheid. Maar die behelst niet de vrije keuze van arts of ziekenhuis; deze staat meer en meer onder druk. In het huidige stelsel staat de vrijheid van keuze van een zorgverzekeraar centraal. Ieder jaar mag een verzekerde overstappen en dat kunnen we merken. Zorgverzekeraars en inmiddels ook de vergelijkers van zorgverzekeraars adverteren erop los. Een overgestapte verzekerde kost ongeveer 150 euro aan marketing, dat kan provisie zijn of reclamekosten. De kosten om mensen te overtuigen van een merk worden natuurlijk niet alleen in de overstaptijd gemaakt, juist ook buiten die periode probeert een verzekeraar zijn klanten te binden en zijn naamsbekendheid te vergroten. Met sponsoring, met mooie acties, met promotiemateriaal. De totale kosten van klantenbinding en klantenwerving bedragen naar schatting van de Consumentenbond ongeveer 450 miljoen per jaar.

Overstappen doen de meeste mensen niet. Voor 2016 stapte maar 5,2% over naar een andere verzekeraar. Sinds de invoering van het zorgstelsel is twee derde nog nooit overgestapt. Verschillende partijen in de Tweede Kamer en de minister willen nu een stimuleringscampagne beginnen om mensen te laten overstappen. Wij stellen een heel andere overstap voor: naar één nationaal zorgfonds

Nationaal zorgfonds

De SP wil de basisverzekering in zijn geheel overhevelen naar een nationaal zorgfonds. Dat zorgfonds neemt de uitvoering van de basisverzekering over van de zorgverzekeraars. De inkoop van zorg zal plaatsvinden op basis van samenwerking in de regio en op basis van de geraamde behoefte. De burger die zorg nodig heeft, mag zelf bepalen waar hij of zij zich laat behandelen. Uiteraard wordt goed gekeken welke zorg op welke plek met goede kwaliteit kan worden gegeven. Het is altijd zo geweest dat topklinische behandelingen niet in elk ziekenhuis kunnen worden gedaan. De verdere ontwikkeling van kwaliteitssystemen gaat gewoon door.

Het nationaal zorgfonds maakt geen onderscheid tussen hoge en lage inkomens in het verzekerde pakket. Het is dus niet mogelijk om voorrang te kopen als er wachttijden zijn. Wachttijden kunnen alleen ontstaan door een tekort aan artsen, niet doordat er tekort is aan ingekochte zorg.

Met een nationaal zorgfonds komt er één inkooporganisatie in plaats van negen zorgverzekeraars. Ook vervalt het verschil tussen polissen. Dit scheelt enorm veel bureaucratie. Een werkgroep van het ministerie van Financiën schatte de kosten daarvan op 800 miljoen in 2010.

Doordat iedereen voor de basisverzekering bij ziekte een beroep doet op één fonds, is het overstapcircus verleden tijd. Met een nationaal zorgfonds is het niet meer nodig dat er winst wordt gemaakt om de reservepositie te verbeteren. Het fonds zal namelijk niet onder de Europese financiële regels vallen. De premie die overblijft, kan worden teruggegeven aan de burgers of worden geïnvesteerd in initiatieven die voor de midden en lange termijn zorgkosten besparen. Het geld dat we besparen door via één nationaal zorgfonds de zorgmiddelen te verdelen, zetten we in voor het afschaffen van het eigen risico. 

Zonder eigen risico 

De toegang tot gezondheidszorg is een basisrecht en mag nooit afhankelijk zijn van iemands financiële situatie. Waarschijnlijk zijn er maar weinig mensen in Nederland die deze stelling zullen betwisten. Toch hebben we inmiddels een eigen risico van 385 euro voor de zorg. Meer dan zes miljoen mensen betalen jaarlijks 385 euro éxtra premie, simpelweg omdat ze ziek zijn of zijn geworden. Hiermee wordt de premie voor gezonde mensen laag gehouden. Sterker nog: mensen die het zich kunnen veroorloven om een extra hoog eigen risico te nemen, krijgen een lagere premie. Dit wordt uiteindelijk betaald door diegenen die dat risico niet kunnen dragen. Zorgverzekeraars geven al jaren aan dat de grens van het eigen risico bereikt is. Zij sloten met meer dan 800.000 mensen betalingsregelingen voor het betalen van het eigen risico. 

De gedachte dat het goed is dat mensen even nadenken voordat ze naar de dokter gaan, gaat in ons gezondheidsstelsel niet op. De huisarts is bewust uitgezonderd van het eigen risico om te voorkomen dat mensen met klachten niet naar de huisarts gaan. Het is – met uitzondering van acute zorg – in ons zorgstelsel niet mogelijk zonder verwijzing in de specialistische zorg terecht te komen, of dat nu lichamelijke of geestelijke zorg betreft. De huisarts heeft dus de verwijzende functie en dáár vindt de beoordeling plaats of iemand verwezen wordt. Remgeld (eigen risico, eigen bijdragen) heffen bij de patiënt slaat dus nergens op; de huisarts remt. Wanneer blijkt dat een huisarts wel erg veel en onnodig doorverwijst, dan moet dáár actie op worden ondernomen.

De gevolgen van het eigen risico worden door minister Schippers bewust niet in kaart gebracht, maar wie zijn oren te luisteren legt bij huisartsen en apothekers hoort dat zij vaak zien dat mensen zich niet laten doorverwijzen naar het ziekenhuis voor noodzakelijk onderzoek, of dat noodzakelijke medicatie niet wordt opgehaald. We weten dat 1 op de 5 Nederlanders wel eens zorg mijdt om financiële redenen. Te laat zorg krijgen kan letterlijk dodelijk zijn. Maar ook kunnen kosten oplopen, omdat de behandeling intensiever is in een later stadium van een ziekte dan bij vroegtijdig ingrijpen. Het remgeld pakt dus volkomen verkeerd uit.

Goede zorg wordt verleend door goed opgeleid personeel en door een stelsel dat uitgaat van samenwerking en samenhang, niet door een stelsel dat uitgaat van marktwerking en concurrentie. Bij samenwerking en samenhang is informatie delen en fouten erkennen en analyseren gemakkelijker dan bij concurrentie. Het is niet nodig dat zaken wegens dreigende imagoschade onder de pet worden gehouden; dat medische missers worden weggemoffeld omdat het ziekenhuis zijn naam niet beschadigd wil zien. In een stelsel waarbij de inhoud en zorgbehoefte voorop staan, zal geen selectie plaatsvinden op winstgevende of verliesgevende patiënten, en hoeft ook geen productie gedraaid te worden ook al is de behandeling schadelijk voor de patiënt.

Met een nationaal zorgfonds wordt het mogelijk om met elkaar te beslissen welke investeringen in de samenleving nodig zijn om zorgkosten op de midden en langere termijn te voorkomen via preventie. Nu zien we dat zorgverzekeraars niet of nauwelijks investeren in de gezondheid van de samenleving of hun verzekerden op midden en langere termijn. Want het is zeer wel mogelijk dat de preventieve investeringen die een verzekeraar doet in zijn ‘klanten’ uiteindelijk ten goede komen aan een andere verzekeraar.

Goede en toegankelijke zorg, dat is een wens van iedereen. Met het voorstel om te komen tot een nationaal zorgfonds, zonder eigen risico slaan we drie klappen ineen: het zorgstelsel wordt weer onder democratische controle gebracht, we besparen enorm veel kosten op bureaucratie en concurrentie en we maken de zorg weer toegankelijk door geen remgeld meer te vragen aan hen die ziek worden of ziek zijn. 

Mag het en kan het? 

Bij veel vraagstukken omtrent de ordening van onze samenleving zijn er Europese regels die de richting dicteren. De interne Europese markt legt vele regels voor concurrentie en eigendomsbescherming op. Als het gaat over de inrichting van de gezondheidszorg, is het duidelijk dat de Europese lidstaten hun eigen autonomie hebben. De één betaalt de gezondheidszorg voornamelijk via belastingen, de ander via premiegelden, zoals in Nederland. In de ene lidstaat zijn ziekenhuizen private bedrijven, in de andere staatseigendom. In de ene lidstaat worden bepaalde medicijnen wel vergoed, in de andere niet. Ons land heeft een hybride stelsel, waarbij de zorgverzekeraars als private partijen een publieke taak uitvoeren. Daardoor vallen ze onder de financiële sector en de daarbij horende Europese regelgeving. 

Hoe lidstaten de gezondheidszorg vormgeven en hoe ze omgaan met zaken als toegankelijkheid, bijbetalingen en het reguleren van aanbieders, is dus een nationale aangelegenheid. Voor het nationaal zorgfonds zal een wetswijziging nodig zijn om de uitvoering van het basispakket in handen te leggen van het zorgfonds. Er is geen Europese regelgeving die dat belemmert. Die regels kijken naar verstoring van concurrentie en naar grensoverschrijdende belangen van organisaties die diensten aanbieden. De Nederlandse zorgverzekeringsmarkt functioneert niet; er is feitelijk een oligopolie ontstaan van vier grote zorgverzekeraars die 90% van de markt beheersen en er zijn geen toetreders geweest in de afgelopen 10 jaar. Een grensoverschrijdend belang is niet voor de hand liggend, omdat de regels over zorgvergoedingen bij de landsgrenzen wijzigen. Onze basisverzekering is niet te vergelijken met het Belgische of Duitse stelsel. Daarbij komt het feit dat geen enkele buitenlandse zorgverzekering onze markt als de hare heeft.

Het Centraal Planbureau heeft een scenario bekeken waarin uitgegaan wordt van het nationaliseren van de zorgverzekeraars. Dat kost erg veel geld. Bij het verplaatsen van de uitvoering van de basisverzekering speelt dit niet. Het zou logisch zijn als de zorgverzekeraars vrijwillig opgaan in het nieuwe fonds, op die manier blijft kennis behouden en hoeft niet alles opnieuw te worden opgebouwd. Dit is echter wel een vrije keuze. Doen ze het niet dan blijven ze met hun infrastructuur zitten.

In de afgelopen tijd zijn er meerdere voorbeelden van werkzaamheden geweest die uitgevoerd werden door private organisaties die zijn omgebouwd tot overheidsorganisaties. De bekendste is het Centraal Administratie Kantoor dat de eigen bijdrage voor de thuiszorg en langdurige zorg int. Maar ook het bedrijf dat de dbc’s/dots bijhield, DBC-onderhoud, is ondergebracht bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Minister Schippers vond het een overheidstaak en zorgde ervoor dat het dat werd.

Met het basispakket is meer dan 45 miljard gemoeid. Het afschaffen van het eigen risico (dat voor veel mensen een te hoge prijs voor gezondheidszorg is) kost 3,2 miljard. Dit verdienen wij op drie manieren terug. 

  1. Door de overhead die zorgverzekeraars hebben te concentreren in één zorgfonds, wordt er 800 miljoen bespaard. Door het vervallen van de reclames, klantenbinding en klantenwerving vervalt nog eens ongeveer 450 miljoen. De winst die zorgverzekeraars maken, komt niet meer toe aan de vermogens van private organisaties, maar aan het publiek belang. Hiermee besparen we in totaal 1,5 miljard of meer.
  2. Wanneer we de zorg niet meer op basis van wantrouwen maar op basis van vertrouwen organiseren, wordt een hoop bureaucratie overbodig. Met dit ‘model regelarm’ valt zeker 1,3 miljard te besparen.
  3. Tot slot kunnen we de woekerwinsten van de farmaceutische industrie afromen. Wanneer we dat doen, kunnen we 750 miljoen besparen.

In deze optelsom komen we ruim aan het bedrag van 3,2 miljard dat we nodig hebben om het eigen risico af te schaffen. En hierbij is het goed om te weten dat de kosten voor de baten uitgaan. Investeren in gezondheidszorg levert veel op: directe werkgelegenheid maar ook een gezondere samenleving. Een gezondere samenleving is productiever en goedkoper. We weten bijvoorbeeld dat psychische ziekten ons ongeveer 2 miljard aan ziekteverzuim kosten. Verminderde toegankelijke gezondheidszorg betekent roofbouw plegen op een samenleving, waardoor de kosten op de midden en langere termijn zullen toenemen. Denk bijvoorbeeld aan mantelzorgers die onnodig uit het arbeidsproces vallen. Verminderde toegankelijke gezondheidszorg maakt de tweedeling scherper zichtbaar, omdat ziekte en armoede elkaar negatief beïnvloeden. En juist hier willen we een einde aan maken.

Betrokken SP'ers