Dennis de Jong:

Weeklog: Bij de SP is er geen plaats voor discriminatie

Palais des Nations, Genève. Foto: United Nations Photo (https://www.flickr.com/photos/un_photo/) (CC BY-NC-ND 2.0)

Deze week ga ik op uitnodiging van de EU-Dienst voor Extern Optreden twee dagen naar Genève om te spreken over de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Sommigen zullen zich afvragen wat een SP’er daar nu moet. Reden om in dit weeklog een paar misverstanden recht te zetten: het klopt dat voor de SP ‘identiteit’ er niet toe doet. En we vechten tegen krachten die proberen mensen tegen elkaar op te zetten vanwege identiteit en daarmee afleiden van het echte gevecht. Dat is onze strijd tegen het neoliberalisme en de toenemende uitbuiting van de factor arbeid en de verrijking van de factor kapitaal. Maar dat betekent niet dat we de strijd tegen discriminatie onbelangrijk vinden: we willen iedereen erbij hebben, ongeacht huidskleur of geloof. Want we hebben iedereen nodig voor onze kernstrijd.

Het is onjuist dat Marx geloof veroordeelde. Als zijn overbekende zegswijze dat godsdienst opium van het volk is, wordt aangehaald, dan moet er wel de context bij verteld worden: in de tijd van Marx waarbij de meeste mensen een godsdienst beleden, kozen religieuze leiders vaak de kant van het kapitaal. Zelf waren ze ook niet vies van luxe. Ze zagen het als hun rol om het volk rustig te houden. Opstand tegen uitbuiting of tegen de gevestigde orde in het algemeen veroordeelden ze. Godsdienst om het volk in slaap te sussen, ja, dat is inderdaad opium van het volk.

Maar het kan ook anders. In mijn puberteit ontmoette ik juist een heel strijdbare kerk. Met de bevrijdingstheologie in Zuid-Amerika en de talloze vredes- en sociale bewegingen werd het geloof, in ieder geval voor mij, een inspiratiebron om maatschappelijk actief te worden tegen uitbuiting, tegen armoede en tegen de steeds harder wordende verhoudingen in de maatschappij. Dat is geen opium van het volk, dat is een peppil.

Anno 2019 is alles een stuk ingewikkelder geworden: er zijn nog steeds sociaal bewogen religieuze leiders, maar er zijn ook haatpredikers. Binnen en buiten de godsdiensten. Er zijn er die bepaalde godsdiensten zien als ongewenst of erger. Anno 2019 is niet de godsdienst per se opium van het volk, maar zij die godsdienstige verschillen gebruiken om mensen tegen elkaar op te zetten. Daarmee leiden ze bewust of onbewust af van de kernstrijd, waarbij we een einde willen aan de steeds groter wordende sociaaleconomische ongelijkheid. De strijd tegen het machtsmonopolie van de multinationals.

In Genève spreken we juist over haat zaaien. Wat valt nog onder de vrijheid van meningsuiting en wat niet? Mag je godsdiensten beschermen en wat zijn de rechten van hen die een godsdienst of levensovertuiging aanhangen en manifesteren? Mijn inbreng zal duidelijk zijn: haat zaaien op basis van godsdienst of levensovertuiging dat bewust aanzet tot geweld en discriminatie mag niet. Niet als dat komt van de kant van godsdienstigen, maar ook niet als dat komt van derden. Dat geldt in Nederland, maar het geldt volgens de mensenrechtenverdragen in de hele wereld. We laten ons niet uit elkaar spelen en respecteren het recht van iedereen om te geloven of niet. En we laten ons niet afleiden van onze kernstrijd. Bij de SP is er geen plaats voor discriminatie.

Betrokken SP'ers