nieuws

Harde aanklacht tegen de pillenindustrie

‘De farmaceutische industrie is te vergelijken met georganiseerde misdaad.’ ‘Vergeet het kapitalisme.’ ‘Marktwerking werkt niet in de zorg.’ ‘We hebben een heel nieuw systeem nodig.’ Deze en vele andere stevige boodschappen klonken op 29 maart in de Tweede Kamer. Uitgesproken door Peter Gøtzsche, professor in klinisch medisch onderzoek aan de Universiteit van Kopenhagen, auteur van meer dan 70 wetenschappelijke artikelen, ex-werknemer van de farmaceutische bedrijven Astra en Astra-Syntex en medeoprichter van Cochrane Collaboration, een organisatie van medici die zich inspant om alle bewijzen van de werking van bestaande medicijnen geregeld tegen het licht te houden. Maar bovenal pleitbezorger van een revolutie in de farmaceutische industrie.

Eind 2015 kwam zijn boek Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad in Nederland uit. Het ruim 500 pagina’s tellende boek is een harde aanklacht tegen de pillenindustrie. Het  verscheen inmiddels in 11 talen en won de prijs voor  Boek van het Jaar in de categorie Basic Medicine van de British Medical Association, de beroepsorganisatie van artsen in het Verenigd Koninkrijk.

Georganiseerde misdaad

‘Als je wilt weten wat het probleem is, moet je simpelweg even googelen op de naam van een farmaceutisch bedrijf met daarachter het woord fraude,’ hield Peter Gøtzsche de Tweede Kamerleden voor. Als je zoekt op Pfizer en fraude krijg je informatie over een rechtszaak waarbij Pfizer een boete van 2,3 miljard dollar moest betalen. In het boek Dodelijke medicijnen beschrijft Gøtzsche dat een dochtermaatschappij van Pfizer incorrecte informatie over geneesmiddelen had verstrekt met de intentie om te frauderen en te misleiden. Pfizer wist dat zijn acht keer duurdere antibioticum Zyvox slechter werkte dan het middel vancomycine. Toch bleef Pfizer tegen artsen beweren dat Zyvox meer levens redde dan vancomycine.

Als je op GlaxoSmithKline met de toevoeging fraude zoekt, krijg je eveneens ontluisterende resultaten, zo laat Gøtzsche in zijn boek zien. GlaxoSmithKline moest 3 miljard dollar betalen omdat het ten onrechte reclame had gemaakt voor niet goedgekeurde toepassingen van zijn geneesmiddelen. Ook betaalde GlaxoSmithKline smeergeld aan artsen en liet het te veel betalen voor zijn medicijnen.

Dit zijn geen incidenten. Gøtzsche geeft in Dodelijke medicijnen meer recente voorbeelden van bedrijven die recordboetes ontvingen wegens fraude, zoals Novartis (423 miljoen dollar), Johnson & Johnson (1,1 miljard dollar), Eli Lilly (1,4 miljard dollar) en Abbott (1,5 miljard dollar).

‘We kunnen de farmaceutische industrie en het door hen gesponsorde onderzoek niet vertrouwen,’ sprak Gøtzsche in de Tweede Kamer. Dat is niet alleen de conclusie van hemzelf, maar ook van  Marcia Angell, die 20 jaar hoofdredacteur was van het vooraanstaande medische tijdschrift New England Journal of Medicine. Zowel in de Tweede Kamer als in zijn boek haalt Gøtzsche haar uitspraak aan: ‘Een groot deel van het klinische onderzoek (is) eenvoudigweg niet langer geloofwaardig.’

Het systeem is corrupt en de farmaceutische industrie is georganiseerde misdaad, is de conclusie van Gøtzsche. De geneesmiddelenindustrie en de door haar gesponsorde onderzoeken zijn onbetrouwbaar. De industrie is gericht op het maken van zoveel mogelijk winst, is veel te machtig en maakt vele slachtoffers. Gøtzsche pleit daarom voor een revolutie. Spanning sprak met hem over die revolutie en wat wij kunnen doen.

Vergeet het kapitalisme, vergeet marktwerking

Wellicht zijn belangrijkste oproep is dat gezondheidszorg weer moet gaan over het helpen van mensen, dus over altruïsme. ‘Dit gaat niet over markten en marktwerking, we moeten ophouden met het denken in termen van vrije markten. Het gaat niet om kapitalisme, het gaat niet over het verdienen van geld; zorg gaat over het helpen van mensen.’ Altruïsme in plaats van kapitalisme moet volgens Gøtzsche weer centraal staan. ‘Als je medicijnen niet kunt betalen zou je ze gratis moeten krijgen.’

Het belangrijkste doel van Gøtzsche is goed en betrouwbaar medicijnonderzoek en medicijnen die gratis of betaalbaar zijn voor iedereen die ze nodig heeft. Dat vraagt volgens hem om een nieuw systeem. Het huidige medicijnonderzoek dat betaald wordt door de industrie is onbetrouwbaar. ‘Als je weet wie het betaald heeft, weet je vaak al wat de uitkomst is.’ Simpelweg betere controle werkt volgens hem niet. ‘Het systeem is kapot. We worden uitgezogen en moeten af van kapitalistische bastards aan de top.’

Gøtzsche pleit ervoor dat al het medicijnonderzoek wordt gedaan door de publieke sector. Doorbraken in het medicijnonderzoek komen nu al van publiek geld en niet van door de industrie betaald onderzoek. Het is volgens Gøtzsche maar een kleine stap om te komen tot publieke farmaceutische bedrijven. Als tussenoplossing stelt hij voor om innovatieve bedrijven een bedrag te geven voor hun nieuwe medicijnen en de medicijnen vervolgens kosteloos ter beschikking te stellen voor iedereen. Dit alternatieve systeem van medicijnonderzoek en -ontwikkeling wordt delinkage genoemd.

In het huidige systeem worden in de woorden van Gøtzsche ‘obscene’ winsten gemaakt, maar geen grote investeringen gedaan in onderzoek. De industrie kiest vooral voor blockbusters waarmee geld te verdienen valt. Een publiek in plaats van een privaat systeem om medicijnen te ontwikkelen is goed voor patiënten omdat het voor betere en betrouwbaardere medicijnen zorgt, ook voor ziektes waarop niet veel te verdienen valt. Een publiek systeem kan ook financieel voordeel opleveren. ‘Er wordt zoveel geld verspild in het huidige systeem,’ aldus Gøtzsche. Hij doelt hier onder andere op de grote winsten en de hoge kosten voor marketing. Ook ziet hij patenten als principieel immoreel omdat iedereen die het nodig heeft een medicijn zou moeten kunnen krijgen. Daarnaast drijven patenten de prijs van medicijnen op.

Bij een grote verandering in het onderzoek hoort volgens Gøtzsche ook dat alle onderzoeksgegevens openbaar moeten worden gemaakt. ‘Als je de data niet kunt krijgen moet je het onderzoek niet vertrouwen. Zonder openheid is onderzoek slechts marketing en geen wetenschap,’ aldus de professor.

Spanning vroeg ook wat we nu direct al kunnen doen. ‘Laat nieuwe medicijnen niet zomaar toe. Vraag alle data en test de medicijnen eerst in publiek gesponsord onderzoek.’ Uit een extra belasting voor de farmaceutische industrie zou dit onderzoek kunnen worden betaald.

Naast publiek onderzoek en openbaarheid van alle onderzoeksgegevens pleit Gøtzsche ook voor beter toezicht. Het tegengaan van belangenverstrengeling en het beperken van marketing en  reclame voor geneesmiddelen. Nu geeft de farmaceutische industrie twee keer zoveel geld uit aan marketing als aan onderzoek. De farmaceutische industrie heeft zeer veel macht. Dat dat ook in Nederland het geval is bleek eind maart, toen onder andere website SKIPR.nl kopte: ‘Farmaceuten beïnvloeden artsen in voorschrijven medicijnen.’ Deze conclusie kwam van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). In ruil voor bijvoorbeeld onderzoeksgeld beloven artsen om medicijnen in te kopen.

In zijn boek Dodelijke medicijnen geeft Gøtzsche veel voorbeelden van reclame en marketing die ervoor zorgen dat de verkeerde medicijnen worden voorgeschreven, vaak ook nog tegen een te hoge prijs. ‘Geneesmiddelen hoeven niet gepromoot te worden, omdat ze voor zichzelf horen te spreken,’ stelt Gøtzsche. Hij pleit er dan ook voor om een einde te maken aan advertenties voor geneesmiddelen, aan verkopers van pillen en artsenbezoekers met een commercieel doel en aan sponsoring  van congressen en nascholing. Ook pleit hij voor veel beter geneesmiddelentoezicht dat publiek moet worden gefinancierd, zonder belangenverstrengeling en concurrentie.

De plannen van minister Schippers

Eind januari kopten verschillende kranten ‘Schippers wil macht farmaceuten indammen’. Spanning vroeg Gøtzsche om een reactie op dit medicijnplan. Een belangrijk aspect uit het plan wordt door hem geroemd. De minister wil dat verschillende Europese landen samen gaan onderhandelen met de farmaceutische industrie om lagere prijzen voor medicijnen af te dwingen. Gøtzsche noemt dit een goed begin: ‘Laat je spierballen zien, samen heb je meer macht om het gevecht tegen de machtige industrie aan te gaan.’ Tegelijkertijd heeft hij ook kritiek op het plan en vindt hij de voorstellen van minister Schippers lang niet ver genoeg gaan. ‘Schippers wil samenwerken met Big Pharma, als gelijke partner. Doe het niet. Het is geen ethische industrie. We moeten niet samenwerken met criminelen. We moeten het zelf gaan doen.’ Zeer fel wordt Gøtzsche als het gesprek op TTIP en CETA komt, de handelsverdragen tussen Europa en respectievelijk de Verenigde Staten en Canada. ‘What the hell is going on?’ Gøtzsche roept op tot een strijd tegen de verdragen. ‘We moeten dit stoppen. Het is verschrikkelijk. Zij geven nog meer macht aan een al veel te machtige industrie.’ De industrie zou via de handelsverdragen meer macht krijgen doordat ze beslissingen van overheden die tegen hun belangen ingaan, juridisch kunnen aanvechten. ‘Je geeft Somalische piraten toch ook geen compensatie als het ze niet lukt genoeg gijzelaars te maken. Waarom zou je dat bij de farmaceutische industrie dan wel doen?’

Gøtzsches conclusie over het medicijnplan van minister Schippers en het uitblijven van protest van het kabinet tegen TTIP en CETA: ‘Schippers werkt binnen het oude systeem. Dat werkt niet, het systeem is kapot. We hebben een nieuw systeem nodig.’