column
Harry van Bommel:

Keti koti

Vandaag is het precies 146 jaar geleden dat Nederland de slavernij afschafte. Eigenlijk duurde die slavernij nog tien jaar voort, omdat de slaven tegen een hongerloon moesten doorwerken op de plantages in Suriname om zich vrij te kunnen kopen. Deze zwarte bladzijde in onze geschiedenis krijgt naar mijn mening nog steeds te weinig aandacht. Een deel van onze rijkdom is te danken aan dit wrede economische systeem dat gebaseerd was op de gedachte dat zwarte mensen inferieur waren. Blanke mensen stonden dichter bij God, zo was de overtuiging. Ruim 300.000 mensen zijn uit Afrika naar Suriname gebracht. In 1863 was daar slechts 10% nog van in leven. Er zijn toen 33.000 slaven vrijgemaakt.

De gevolgen van de slavernij zijn tot op de dag van vandaag voelbaar en zichtbaar. De ambtswoning van de Amsterdamse burgemeester is bekostigd uit de opbrengst van slavenhandel. In Suriname heb ik voormalige plantages bezocht waar je nog kunt zien hoe de slaven per boot werden aangevoerd. In de jungle leven nog grote groepen nazaten van de weggelopen slaven in bittere armoede. Onze rijkdom en hun armoede hebben alles met elkaar te maken. Keti koti, het feest van de verbroken ketenen van de slaven, wordt vandaag gevierd in alle plaatsen die een rol speelden in de slavernij. Het is een feest van bezinning en hoop.

Twee weken geleden heeft het Amerikaanse congres een resolutie aanvaard waarin spijt wordt betuigd over het slavernijverleden. De voormalige Britse premier Tony Blair bood bij een bezoek aan de oud-kolonie Ghana openlijk en ruiterlijk zijn excuses aan voor de rol die Engeland had gespeeld in de slavenhandel. Ook in Australië hebben leidende politici de stap gezet om openlijk en formeel spijt te betuigen voor het leed dat opeenvolgende regeringen de Aboriginals hebben aangedaan. Nederland heeft alleen in algemene termen afstand genomen van de slavernij. Ons land was ook een van de laaste landen in Europa die de slavenarbeid verbood. De Britten stopten in 1814, wij pas in 1863.

De Nederlandse regering heeft altijd grote moeite gehad met het erkennen van de eigen geschiedenis. De koloniale oorlog die in Indonesië werd gevoerd, heet nog steeds ‘politionele acties’. Voor de oorlogsmisdaden die daarbij werden begaan, zijn nimmer excuses gemaakt. De daders kregen amnestie en in de geschiedenisboeken wordt de ernst van hun daden verzwegen. Tot het einde van de vorige eeuw was het vraagstuk van het Nederlandse slavernijverleden nauwelijks een onderwerp. Nederland heeft anders dan in andere landen in de negentiende eeuw ook nauwelijks een massabeweging tegen de slavernij gekend. Met ongepaste trots spreken we over de ‘gouden eeuw’ terwijl we in die periode kolonisator, slavenhandelaar en uitbuiter waren. Waarom is het toch zo moeilijk om dat openlijk te erkennen en excuses te maken aan de nazaten van de slaven?

Elke keer als ik over dit vraagstuk discussieer, krijg ik wisselende reacties. Een deel is het met me eens en verlangt stappen van de regering. Een ander deel wil het verleden laten rusten omdat het zo lang geleden is. Ik ben echter van mening dat het helemaal niet lang geleden is. Wat is nou 146 jaar op de lange en rijke geschiedenis van Nederland? Het is ook pas sinds enkele jaren dat er een officiële herdenking is bij het slavernijmonument in Amsterdam. Vandaag ben ik daar natuurlijk bij en zal ik scherp luisteren naar de woorden die namens onze regering worden gesproken. Ik ben ervan overtuigd dat de formele excuses ooit wel zullen komen. Maar of dat vandaag gaat gebeuren waag ik te betwijfelen.

Betrokken SP'ers