Anne-Marie Mineur:

Europa heeft van al het verzet tegen TTIP nog niets geleerd

We waren toch duidelijk genoeg geweest: verdragen zoals TTIP zijn niet gewenst. Tegen eerlijke handel heeft niemand bezwaar, maar van de feestjes voor multinationals die de Europese Commissie optuigt moeten we niets hebben. Dat bleek wel uit de vele handtekeningen en brieven uit alle geledingen van de samenleving, de grote aantallen demonstranten die de straat op gingen, en het ongeëvenaarde aantal mensen die de moeite namen om zich in het debat te mengen. Maar in de nieuwe mega-verdragen die eraan komen met Mexico (124 miljoen inwoners), Japan (126 miljoen inwoners) en Zuid-Amerika (Mercosur, 366 miljoen inwoners), blijkt nergens dat de Europese Commissie ook maar een seconde geluisterd heeft naar de wensen van de bevolking.

Op papier klinken de plannen van de Europese Commissie nog niet zo slecht. Afgelopen voorjaar lanceerde Eurocommissaris Cecilia Malmström haar ideeën voor een mondiale handelsstrategie in een reflectiepaper getiteld 'globalisering beteugelen'. Daarin doet zij een aantal voorstellen om Europese handelsverdragen eerlijker en groener te maken, en daarbij het maatschappelijk middenveld en de lidstaten zoveel mogelijk te betrekken. De Commissie erkent ruiterlijk dat globalisering winnaars en verliezers schept en soms zelfs bijdraagt aan het vergroten van de ongelijkheid. In reactie daarop belooft zij verbetering, bijvoorbeeld door mensenrechten beter te beschermen, klimaatverandering te dempen en cao's op mondiaal niveau te promoten.

De werkelijkheid is echter compleet anders. De reeks handelsverdragen waarover de Commissie momenteel met zo'n beetje heel de wereld in een rotvaart onderhandelt, zijn handelsverdragen van de oude stempel. Dat wil zeggen: vooral gericht op het wegnemen van regels die mens, dier en milieu beschermen, het creëren van speciale adviesraden die multinationals een hoofdrol geven bij het ontwikkelen van toekomstige wetgeving, en als kers op de taart het creëren van een internationaal hof waar investeerders hun recht kunnen halen en staten kunnen aanklagen indien zij menen dat nationaal beleid hun winsten bedreigt. Ondertussen wordt de nationale democratie buitenspel gezet, want de Commissie wil vooral verdragen afsluiten waar de nationale parlementen niet over hoeven te worden geraadpleegd. Met de nieuwe reeks verdragen kiest de Commissie voor multinational en markt boven mens en democratie.

Neem het verdrag tussen de EU en de Mercosur-landen Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay. Deze landen krijgen zeer genereuze toegang tot de interne markt. Vlees uit deze landen is echter een stuk goedkoper omdat het massaler geproduceerd wordt, en onder veel minder strenge arbeids-, milieu- en dierenwelzijnsnormen – als het land in kwestie die überhaupt al heeft.  Over die omstandigheden heeft de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA niets te zeggen. Dat betekent een race naar beneden van prijsniveaus voor onze boeren, en vlees dat alleen aan onze strenge Europese standaarden voldoet voor zover dat aan de grens te controleren valt. Gelijktijdig wordt voor de massale vlees-export op grote schaal het Amazone-gebied ontbost, maar bevat het verdrag geen sanctiemechanismen die de ondermijning van duurzaamheid of arbeidsrechten effectief bestrijden. Een gemiste kans, want bedreigingen of zelfs verdwijning van vakbondslieden, milieuactivisten en verdedigers van de mensenrechten zijn in deze landen aan de orde van de dag.

Het is duidelijk wie de winnaars en verliezers zijn van dit type verdragen. De handelsverdragen die de Commissie er momenteel doorheen drukt zijn gemaakt voor de 10% – de rest, de 90% van de mensen, heeft het nakijken. Arbeidsomstandigheden worden er niet beter van, het milieu heeft het nakijken, en kleinschalige boerenbedrijven, hier én daar, delven het onderspit in de massaproductie van oncontroleerbare multinationals. De consument in de EU heeft geen garantie dat het stuk vlees dat op zijn bord belandt aan de Europese normen voor voedselveiligheid voldoet. En terwijl de nationale parlementen nauwelijks invloed hebben gehad op de inhoud van de akkoorden en niet eens instemmingsrecht krijgen, zitten de Latijns Amerikaanse en Europese multinationals straks op de eerste rij wanneer de twee handelsblokken nieuw beleid gaan maken dat raakt aan handelsbelangen.

Tot zover de mooie beloftes van de Commissie. Wat de SP betreft is het tijd voor een radicale ommezwaai, en een handelsagenda die woorden omzet in daden. Drie principes moeten daarbij leidend zijn: democratie, solidariteit en duurzaamheid.

Democratie betekent dat landen zeggenschap houden over de inhoud van handelsverdragen, en over hun nationale beleid. Dus geen speciale adviesraden voor het bedrijfsleven, en ook geen eenzijdige arbitragemechanismen die de rechtsstaat ondermijnen. Transparantie en goed georganiseerde inspraak van burgers en het maatschappelijk middenveld wordt de norm.

Solidariteit houdt in dat mensen- en arbeidsrechten bindend en afdwingbaar worden opgenomen in handelsverdragen. Daarnaast krijgen de minst ontwikkelde landen het recht om hun economie op te bouwen, zo nodig door protectionistische maatregelen.

En tot slot moeten handelsverdragen duurzaamheid bevorderen, niet belemmeren. De Parijs-afspraken zijn leidend, evenals de 'Duurzame Ontwikkelingsdoelen'. Vervuilende activiteiten en schadelijke landbouwprojecten hebben geen plek in handelsverdragen.

Als dat betekent dat de akkoorden met Japan, Mexico en Zuid-Amerika op de schop moeten, is wat de SP betreft de keuze snel gemaakt.

Betrokken SP'ers