publicatie

Verdeel en heers

Illustratie: Nenad Mecava

De wereldwijde kloof tussen arm en rijk is enorm. De acht rijkste mensen ter wereld bezitten evenveel als de armste helft van de wereldbevolking.

Ook in ons land is de ongelijkheid groot, met name als het gaat om de vermogensverdeling. Wereldwijd is die alleen in de VS nog schever, zo blijkt uit net verschenen onderzoek van econoom Geert Reuten. De rijkste tien procent bezit hier 68 procent van alle vermogens, tegen 78 procent in de VS. Van de 53 miljard die Nederland vorig jaar rijker werd, ging 45 procent naar de rijkste 1 procent van de bevolking. Ondertussen staat de koopkracht van het grootste deel van Nederland al decennialang stil, en daalt de inkomenszekerheid voortdurend.

Een klein deel van de bevolking wordt dus snel rijker en machtiger, ten koste van de overgrote meerderheid. In dit tweehonderdste geboortejaar van Karl Marx zetten we deze tegenstelling neer als een tegenstelling tussen arbeid en kapitaal. De factor kapitaal heeft vanaf de jaren tachtig steeds meer ruimte gekregen, vanuit de neoliberale ideologie dat dit tot economische voorspoed voor iedereen zou leiden. Tegelijkertijd heeft de factor arbeid sterk aan betekenis ingeboet. De machtsverschuiving valt goed af te lezen aan de arbeidsinkomensquote - het deel van de toegevoegde waarde dat in de particuliere sector per jaar wordt geproduceerd dat als inkomen wordt uitgekeerd aan de werkers. Was deze AIQ eind jaren zeventig nog 90 procent, nu is deze gedaald tot ongeveer 72 procent.

De epidemiologen Wilkinson en Pickett laten in hun baanbrekende studie The Spirit Level zien dat naarmate een samenleving ongelijker wordt, ongezondheid, geweld, tienerzwangerschappen, overgewicht, drugsmisbruik en psychische problemen vaker voorkomen. In een latere editie van hun boek stellen zij aan de hand van nieuwe data dat duidelijk zichtbare inkomensverschillen ook negatieve gevolgen hebben voor onderling vertrouwen, sociale cohesie, sociale mobiliteit, pesten op school en het welzijn van kinderen. En dat deze negatieve gevolgen van inkomensongelijkheid niet alleen de armste inwoners treffen, maar ook de rijkere. Kortom: grote ongelijkheid is slecht voor iedereen.

Dit nummer van de Spanning laat zien wat de verschuiving van arbeid naar kapitaal inhoudt, waarom die plaatsvindt en wat de gevolgen van de groeiende ongelijkheid zijn voor gemeenschappen en de samenleving. Belicht worden de effecten op sociale samenhang, democratie, gelijke kansen in het onderwijs, de relatie tussen overheid en burgers, de sociaaleconomische veiligheidsverschillen, en de zingeving van mensen en gemeenschappen. Ook worden ideeën aangereikt over hoe we de (ideeën)strijd met de heersende klasse aan kunnen gaan.

Aan deze publicatie werkten mee