AI en technologie bieden enorme kansen. Minder zwaar werk. Minder zinloze bureaucratie. Meer productiviteit. In potentie zelfs kortere werkweken en meer tijd om te leven. Dat is wat AI en technologie zouden kunnen betekenen voor ons allemaal.
Maar dat is niet hoe het nu georganiseerd wordt. De richting van technologische ontwikkeling wordt vandaag bepaald door een kleine groep tech-giganten en multimiljardairs zoals Elon Musk, Jeff Bezos, Mark Zuckerberg en Bill Gates. Met simpele doelen: winstmaximalisatie en machtsconcentratie. Niet maatschappelijke vooruitgang, niet welzijn, niet menselijke waardigheid. Dat is hoe het huidige economische systeem nu werkt.
We zien het ook terug in rapporten van oud-ASML-ceo Wennink, oud-bankier Draghi én in het regeerakkoord van D66, CDA en VVD. Zij willen miljarden publiek geld overmaken naar private AI-ondernemingen, zonder democratische zeggenschap en controle.
Daarom betekent technologische ontwikkeling voor veel mensen momenteel geen bevrijding maar onzekerheid. Een magazijnmedewerker ziet robots verschijnen maar geen loonstijging. Een zorgverlener krijgt AI-software maar minder collega’s. Een jongere groeit op in een wereld waar algoritmes relaties vervangen, prestaties meten en menselijk contact steeds verder verdringen.
Druk op lonen
Zonder democratische zeggenschap over technologische ontwikkeling leidt deze ontwikkeling tot verlies van banen en druk op lonen. Minder macht voor werknemers en bezuinigingen op zorg, onderwijs en openbaar vervoer onder het mom van ‘efficiëntie’. Maar ook tot vervreemding van werk als bron van zingeving en gemeenschap. Omdat werk niet alleen een manier is om geld te verdienen. Het is hoe we bijdragen, verbonden zijn en betekenis geven aan ons leven. Een samenleving die werk met AI en technologie reduceert tot een kostenpost, verliest haar menselijkheid.
We moeten onszelf de vraag stellen voor wie AI en technologie nu echt werkt. Want de productiviteit is de afgelopen decennia enorm gestegen. Omdat we werken met software, machines en systemen waar vorige generaties alleen van konden dromen. En toch werken we nog steeds evenveel uren, leven steeds meer gezinnen in financiële onzekerheid en zijn twee inkomens vaak niet genoeg om een zeker bestaan te hebben. Dat is geen technisch falen. Dat is een organisatorisch en verdelingsvraagstuk.
Meer productiviteit, meer levenskwaliteit
De winst van AI en technologische vooruitgang komt nu terecht bij aandeelhouders en miljardairs, terwijl de risico’s worden afgewenteld op werkenden en de samenleving. Dat is onrechtvaardig maar niet onvermijdelijk. Technologie in dienst van mensen vraagt om democratische keuzes die gewone werkende mensen dienen. Zoals een vierdaagse werkweek zonder loonverlies. Want als we productiever zijn, hoort dat zich te vertalen in meer vrije tijd en levenskwaliteit en niet alleen in hogere winsten.
Daarnaast is meer zeggenschap voor werknemers nodig. Zodat beslissingen over AI, robotisering en winstverdeling niet over hun hoofden worden genomen. En tot slot mag degene die banen vervangt door AI en machines de maatschappelijke kosten niet afschuiven op de samenleving. Met de opbrengst van een robottaks kunnen we investeren in bijscholing, inkomenszekerheid en publieke voorzieningen.
De kern van het debat is niet of AI, robotisering en technologie goed of slecht is. Het gaat niet alleen over technologie maar ook over democratie. De vraag is: wie beslist en voor wie? Willen we een samenleving waarin technologie ons bevrijdt of één waarin ze ons verder onder druk zet? Willen we efficiëntie voor aandeelhouders of welzijn voor mensen?
Echte vooruitgang betekent meer zeggenschap, meer tijd, meer zekerheid en meer menselijkheid. Dat vraagt om politieke moed. Dat vraagt om meer democratie juist tegenover de oligarchische macht van de grote techbedrijven en multimiljardairs. Technologie is een middel. De samenleving die we ermee bouwen is een keuze.
