Oorlogskind (1941), opgegroeid in Kerkdriel, naar de HBS in Nijmegen. Daar ook student aan de Katholieke Universiteit met het plan om arts te worden. Dat kwam er niet van. Omdat de wereld volop in verandering was in de roerige jaren zestig en Hans dáár dolgraag bij wilde zijn. Dus stopte hij met studeren, haalde zijn lasdiploma en ging de fabriek in. Om tussen gewone mensen strijd voor een betere samenleving concreet mee te maken. Eventjes als lid van de Pacifistisch-Socialistische Partij. Daarna beland in de merkwaardige maalstroom van radicaal-linkse splinterclubjes. En na een paar jaar medeoprichter van de SP, in 1972.
Nog pas 30 jaar jong werd hij partijvoorzitter. Dat bleef hij dat 15 jaar lang. Daarmee bewees hij dat de SP geen ééndagsvlinder was. De nieuwe partij bleek spraakmakend kampioen actievoeren op lokaal niveau. Hans kwam elke paar weken bij de meeste afdelingen langs. Om zoveel mogelijk exemplaren van partijblad De Tribune aan de man te brengen. En om ons bij te praten over hoe het ging. Bijpraten deed hij ook graag in het café – en las daar soms gedichten voor aan wie ze maar horen wilde. Echt waar.
Een landelijke politieke doorbraak kwam er niet voor hem. Drie keer was hij lijsttrekker bij Tweede Kamerverkiezingen (1981, 1982, 1986). En alle keren trokken hij en de SP aan het kortste einde. Daardoor begreep Hans dat het tijd om de SP op een wezenlijk ander spoor te krijgen. Daarvoor konden beter nieuwe mensen met nieuwe ideeën worden ingezet. Hij maakte zonder mankeren plaats voor zijn opvolger, Jan Marijnissen. Hijzelf werd een paar jaar later één van de medewerkers van het zogenoemde ‘Politieke Team’. Dat moest na de landelijke doorbraak van de SP in 1994 de nieuwbakken Tweede Kamerfractie ondersteunen. Dat P-team maakte het mogelijk dat Jan Marijnissen, Remi Poppe, Agnes Kant, Jan de Wit, Harry van Bommel en nog meer SP-Kamerleden furore konden maken. Acht jaar lang stelde Hans zijn kennis en politieke intuïtie ten dienste aan de ‘herboren’ SP. Die werd in 2006 met 25 zetels derde partij van Nederland, in 2012 (met Emile Roemer) in opiniepeilingen zelfs even de grootste. En daarna ook lokaal en provinciaal een politieke factor van betekenis. Hans zag het graag gebeuren.
Ondertussen werd hijzelf in 2002 de eerste wethouder voor de SP in Nijmegen (waar hij eerder van 1976 tot 2002 raadslid was). Zijn portefeuilles maakten hem tot echte wijkwethouder. Voor Hans was ‘de wijk ingaan’ nooit een slogan. Het was altijd een opdracht en een routekaart. Als wethouder werd hij daardoor een aanspreekbare politicus. Met de mensen die het betrof, bekeek hij wat er zou kunnen. En vervolgens zorgde hij dat het gebeurde. Altijd met het doel iets echt verbeteren mét de mensen. Speeltuintjes, betere bussen, jeugdhonken, opvangmogelijkheden voor mensen wier leven vaker een last dan een lust was. En veel meer huizen erbij. Hans wist dat praten over verandering slechts helpt als dat in actie wordt omgezet. Acht jaar lang bleef hij wethouder. Daarna maakte hij weer ruimte voor anderen. Hij ging met pensioen maar behield zijn gretigheid om de ontwikkelingen dichtbij en veraf te blijven volgen.
Honderd heeft ie dan wel niet gehaald maar daarover zal je Hans niet horen mopperen. Zijn tijd van leven is hem, en ons ook, hoe dan ook de moeite meer dan waard geweest.
De SP wenst Josette, kinderen en kleinkinderen heel veel sterkte.
Met dank aan Tiny Kox en Hans van Hooft jr.
