opinie
Sarah Dobbe:

Tweede Kamer moet controle houden op wapenexport

Met het toetreden tot een Europees defensieverdrag dreigt de Tweede Kamer haar zeggenschap te verliezen over wapenexport. Een slechte zaak, betoogt Sarah Dobbe, Tweede Kamerlid voor de SP.

Sinds de Russische inval in Oekraïne en de oorlog in het Midden-Oosten hebben investeringen in de wapenindustrie een hoge vlucht genomen. Het is logisch dat er meer vraag is naar wapens, zodat Oekraïne zich tegen Rusland kan verdedigen. Maar de lobby om meer wapens gaat veel verder dan de oorlog in Oekraïne of de dreiging vanuit Rusland.

Zo heeft de Europese Commissie bij voorbeeld voorgesteld om het zogeheten ‘Europese Defensiefonds’ (EDF) met 1,5 miljard euro te verhogen. Het fonds beschikt al over een budget van 8 miljard euro voor de periode 2021-2027. Een van de doelstellingen van het fonds is het bevorderen van het internationale concurrentievermogen van de wapenindustrie in de Europese Unie. Een doelstelling die ver weg ligt van de opzet van de EU als vredesproject en die vooral de belangen van de wapenindustrie dient.

Invloed

Die belangen van de industrie zijn enorm. In het afgelopen jaar zijn de koersen van de wapen- en defensie-industrie op de aandelenbeurzen soms met 25 procent of zelfs 50 procent gestegen. Slecht nieuws voor de wereld blijkt goed nieuws voor aandeelhouders van de wapenindustrie.

Een recent verontrustend rapport van het European Network Against Arms Trade, een netwerk tegen wapenhandel, laat zien dat de lobby en de invloed van de wapenindustrie bij de roep om militarisering in Europa groot is. Ze reiken zelfs tot aan de Europese Commissie.

Terecht waarschuwt het netwerk ook dat de focus op het versterken van de wapenindustrie ten koste gaat van de focus op diplomatie en vredesopbouw. Daardoor komt vrede niet dichterbij. Gewaarschuwd wordt ook voor de gevolgen van een mondiale wapenwedloop, omdat met meer productie van wapens er ook meer wapens verkocht moeten worden. Op die manier wakkert het oorlog en repressie over de hele wereld aan.

Waar gaan al die wapens heen? Deze laatste vraag is belangrijker dan ooit. In principe is het nu zo dat de export van wapens uit Nederland wordt getoetst op de mogelijke inzet van deze wapens in situaties van mensenrechtenschendingen, genocide en oorlogsmisdaden. Twee weken geleden nog is de Nederlandse staat om die reden terug gefloten door het gerechtshof Den Haag vanwege de export van onderdelen voor F-35 gevechtsvliegtuigen naar Israël. Deze uitspraak laat zien hoe belangrijk goede controle is.

Maar juist aan deze controle wordt getornd: de Nederlandse regering wil toetreden tot het ‘Verdrag inzake exportcontrole in het defensiedomein’. De kern van het verdrag, waarbij ook Duitsland, Frankrijk en Spanje aangesloten zijn, is dat de exporteur van het eindproduct de voorwaarden voor export bepaalt. Als Nederland wapenonderdelen naar bijvoorbeeld Frankrijk doorvoert en een Franse fabrikant de wapens in elkaar zet, dan beslist Frankrijk over de uiteindelijke uitvoer.

Kritische rapporten

De geschiedenis leert dat Frankrijk bij wapenexport een stuk minder streng controleert op mogelijke mensenrechtenschendingen dan Nederland. Er zijn tal van kritische rapporten verschenen over Franse wapenexporten naar de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië, Egypte en zelfs Rusland na de inval op de Krim.

Niet alleen moeten we waken voor een wapenwedloop waarbij de productie van zoveel mogelijk wapens een doel op zich wordt waar vooral de wapenindustrie van profiteert en waar vrede als einddoel uit het oog wordt verloren. Maar ook moeten we ervoor kunnen zorgen dat wapens niet in de verkeerde handen terecht komen en door foute regimes tegen onschuldige burgers worden ingezet.

Het Nederlandse parlement moet om die reden de zeggenschap over de wapenexport behouden. We mogen zoiets cruciaals als wel of geen wapenexport niet aan andere landen overlaten.

 

Dit opiniestuk verscheen op 29-02-2024 in Trouw

Betrokken SP'ers