opinie
Ronald van Raak:

Hillen zou baat hebben gehad bij steun voor klokkenluiders

Geen klokkenluiders wegpesten, maar bij ombudsman brengen. Een ‘Huis voor de Klokkenluiders’ kan melders van misstanden beoordelen en beschermen, aldus Ronald van Raak.

Minister Hillen ligt onder vuur, omdat leidinggevenden bij Defensie misstanden bij de marine onder de pet hielden. Een klokkenluider die dit wilde melden, kon zijn verhaal niet kwijt. Het ministerie lijkt weinig te hebben geleerd van Fred Spijkers, die in de ban werd gedaan omdat hij de inzet van ondeugdelijke mijnen meldde.

Over de lotgevallen van klokkenluiders in Nederland klinkt in de media regelmatig verontwaardiging. Gevolgd door verontruste politici, die aandringen op snelle maatregelen. Toch gebeurt er niets om deze mensen te beschermen. Mijn voorstel is: stel een instantie in die bepaalt wie klokkenluider is en die hen ondersteunt: een ‘Huis voor de Klokkenluiders’.

Op dit moment moeten klokkenluiders zich melden bij hun leidinggevende of een interne vertrouwenspersoon. De ervaringen van klokkenluiders met deze bescherming zijn slecht. Ze raken verstrikt in lange en onbetaalbare procedures, verliezen hun baan en inkomen en worden niet zelden overspannen en ziek. Speciaal voor ambtenaren is er een Commissie Integriteit Overheid, maar deze commissie heeft sinds haar oprichting in 2002 niet één klokkenluider geholpen.

In 2007 nam de Tweede Kamer mijn voorstel over om een onafhankelijk instituut voor klokkenluiders in het leven te roepen. Minister Ter Horst wilde niet verder gaan dan een instituut voor ambtenaren. Na het aantreden van minister Donner werd ook dit initiatief gestopt. Deze minister is slechts bereid een ‘advies- en verwijspunt’ in te richten, dat klokkenluiders doorverwijst naar bestaande instanties – instanties hebben bewezen dat zij geen bescherming bieden. Daarmee zet de minister klokkenluiders op een zijspoor.

De onwil van Donner is te verklaren uit een andere opvatting van klokkenluiden. De minister ziet klokkenluiders vooral als mensen met een arbeidsconflict, die na bemiddeling tot een vergelijk moeten komen met hun leidinggevenden. Het is veelzeggend dat zijn voorstel voor een ‘advies- en verwijspunt’ tot stand is gekomen na onderhandelingen met werkgevers en werknemers. Daarmee houdt de minister de huidige praktijk in stand, waarin klokkenluiders in het beste geval een afkoopsom krijgen, maar worden gedwongen tot geheimhouding.

Klokkenluiders zijn mensen die hun burgerplicht doen. Door fraude en corruptie te melden, of problemen met veiligheid en volksgezondheid. Deze mensen moeten uit de handen worden gehaald van werkgevers en werknemers. En vooral uit de handen van bestuurders die mogelijk belangen hebben om misstanden toe te dekken. Als mensen geen misstanden durven melden, kunnen politici geen problemen oplossen. Daarom moet er een ‘Huis voor de Klokkenluiders’ komen.

Zo’n instantie kan worden ondergebracht bij het instituut van de Nationale ombudsman, dat veel ervaring heeft met klokkenluiders. Dit Huis zou een aantal taken moeten vervullen. Om te beginnen moet het bepalen of iemand een klokkenluider is, of dat toch sprake is van een arbeidsconflict. Dit vraagt specifieke kennis en kunde en een nauwe betrokkenheid van bestaande klokkenluiders. Een erkende klokkenluider kan niet meer ontslagen worden of gedwongen worden een andere functie te aanvaarden.

Veel klokkenluiders zijn bezweken onder de last om erkenning te krijgen. Het Huis voor Klokkenluiders kan die mensen juridisch en financieel bijstaan in hun strijd, maar ook psychische hulp bieden. Bovendien kan dit instituut nagaan of problemen daadwerkelijk worden opgelost. Door regelmatig aan de Tweede Kamer te rapporteren, kan het Huis voorkomen dat problemen in de vergetelheid raken. Politici vragen mensen misstanden te melden. Maar dan moeten we ook bereid zijn klokkenluiders te beschermen. Minister Hillen zal dat kunnen beamen.

Betrokken SP'ers