publicatie

Tribune 09/2009 :: “Hij heeft een jaar riant geleefd van mij en mijn klanten”

Tribune, oktober 2009

Opgelicht

“Hij heeft een jaar riant geleefd van mij en mijn klanten”

Faillissementsfraude is een groot probleem. Peter de Weerd werd het slachtoffer van een oplichter die beweert een helpende hand te bieden aan bedrijven in financiële nood, maar ze uitzuigt tot op het bot. “Hij liet me met tonnen schuld achter en hij maakt gewoon weer nieuwe slachtoffers.”

Foto: Suzanne van de Kerk Tekst: François de Waal

“Ik weet nog dat ik hem voor het eerst zag en dacht: wat een engerd! Een echte gladde praatjesmaker. Maar hij was mijn reddende engel, zou me uit de financiële shit halen. Een jaar later zat ik in het tv-programma Opgelicht. Hij heeft een klein jaar riant geleefd op mij en mijn klanten. Ik weet nog dat ik vroeger naar dat programma keek en dacht: wat een sukkels! Hoe kan je daar nou intrappen? Je ziet toch dat het een oplichter is?! Maar nu begrijp ik het. Beroepsoplichters zijn mensen met één groot talent: charmeren, overtuigen, overdonderen en als het moet intimideren.

Ik had een eigen vormgevingsbedrijf in Den Haag, ik ontwierp winkelinterieurs en bouwde bijvoorbeeld stands op beurzen. Ik ben een serieus vakman, maar financieel had ik dingen laten sloffen. Ik had daardoor een aardige schuld opgebouwd. In een e-mailnieuwsbrief bood ene Pieter Knabben zijn diensten aan en ik besloot hem via de mail mijn verhaal voor te leggen. Daar heb ik nooit iets op gehoord.

Enkele maanden later kwam ik in contact met Peter B., via een bedrijf in het complex waar ik bedrijfsruimte huur. Hij kwam zeer daadkrachtig over, strooide met juridische termen en ik dacht: hèhè, eindelijk komt er een eind aan mijn eenzame zakelijke strijd. Hij wist precies de oplossingen voor al mijn problemen, ongelooflijk! Pas een jaar later moest ik aan die mail denken waarin ik al mijn problemen in detail had uitgelegd. Ik weet nu zo goed als zeker dat het doorgestoken kaart was: die twee werken samen. Pieter Knabben is een bekende oplichter en veroordeeld tot meerdere jaren celstraf.

Maar goed, ik ging aan de slag met B. en hij beloofde me dat hij alles ging oplossen. Ik zou mijn klanten inbrengen in de bv (besloten vennootschap –red.) en hij zou mij op de loonlijst zetten. Ik deed de creatieve kant, hij de bedrijfsvoering. De eerste twee projecten gingen vlekkeloos. Maar daarna kwam ik terecht in zijn chaos. B. is een meester in het creëren van eilandjes. Hij vertelt aan mij dat Piet een dief is en aan Piet dat ik een dief ben. Dus allerlei mensen die wel met elkaar te maken hebben, zoeken geen contact met elkaar. Als er iets verkeerd gaat krijgt de ander de schuld, nooit B. Je komt terecht in een dichte mist, een rookgordijn waardoor niemand er meer iets van begrijpt behalve de oplichter zelf.

Ik dacht dat hij druk bezig was met het oplossen van mijn achterstanden en het opbouwen van een bloeiend bedrijf. Ik wilde niet weten hoe, was tevreden met de wetenschap dát het gebeurde. In werkelijkheid kocht hij spullen op mijn naam, die hij niet betaalde. Liet mijn relaties spullen en diensten leveren waar hij geld voor kreeg dat hij voor zichzelf hield. Hij betaalde nooit. Ik kreeg signalen van leveranciers die om betaling vroegen. Wanneer ik aangaf dat B. over de betalingen ging, bleek hij voor hen al dagen onbereikbaar. Wanneer ik hem hiermee confronteerde, verzekerde hij dat de betaling onderweg was, dat hij het vandaag nog zou overmaken, of dat die mensen niet moesten zeuren. Ik heb alle smoezen honderd keer gehoord! Ik heb met privégeld een aantal schuldeisers tegemoet proberen te komen.

Zo heb ik meerdere signalen gehad. Er gebeurden vreemde dingen en ik had ook wel een soort onheilsgevoel. Maar ik besteedde er geen aandacht aan. Ik was ervan overtuigd dat hij me hielp en kon het gewoon niet hebben dat er iets verschrikkelijk fouts gebeurde.

Ik belde hem eens spontaan vanuit de auto en hij wist precies waar ik reed. Ik was perplex, maar hij begon nerveus te lachen en uit te leggen dat hij dat soort dingen kon aanvoelen. Dan kwam er een afleidend flutverhaal, waarmee hij me toch weer wist te boeien. Toen mijn telefoon het eens niet deed gaf hij me, zogenaamd heel royaal, zijn ouwe toestel. In die mobiel kwam ik bij toeval een oud bericht tegen met de woorden: ‘Oh shit, nou weten ze waar je woont.’ Als ik weleens ergens over doorvroeg, écht doorvroeg, wat ik dus haast nooit deed, raakte hij geïrriteerd. Een keer werd hij echt boos en dreigde de samenwerking op te zeggen. Daar schrok ik zo van dat ik maar weer inbond. Hij goochelde altijd met auto’s, kentekenbewijzen en leasecontracten. Hij had op papier aangegeven dat hij een van mijn auto’s privé zou over-nemen en dat de andere op de zaak zou worden gezet. Achteraf natuurlijk naïef van mij om hem te geloven en te verzuimen de kentekens over te schrijven. Met als gevolg dat enkele duizenden euro’s aan verkeersovertredingen die hij had veroorzaakt bij mij in de brievenbus belandden. Alles stond dus nog steeds op mijn naam!

Hij kwam ook regelmatig hier op bezoek. Het hele gezin vond hem gezellig en kleurrijk. Een sportieve, succesvolle zakenman die op alles antwoord had. Eigenlijk was hij in die tijd een hele goeie vriend. Maar wat we bijvoorbeeld niet wisten, was dat ik een heel jaar lang met het hele gezin rondreed in een onverzekerde auto. Hij had de verzekeringspremie nooit betaald. Een van z’n meest valse trucs was toen mijn vader net was overleden. Hij wist hoe de situatie op dat moment hier thuis was. Tijdens de voorbereiding van de crematie wist hij me op slinkse wijze nog eens een kleine tienduizend euro afhandig te maken. Op dat moment wilden we graag dat het bedrijf doorging en niet in de problemen kwam. Er stond niet genoeg geld op de zakelijke rekening, maar goed, drie dagen later zouden we het geld terugkrijgen. Dat is inmiddels twee jaar geleden en dat geld moet ik nog steeds van hem krijgen.

B. begon mij ook steeds meer naar beneden te halen en zichzelf naar boven te duwen. Hij was toch zo’n geweldige kerel en ik bakte er maar niks van. Hij infiltreerde echt in mijn gezin. Mijn gezin is erg open en mijn vrouw en vier kinderen hebben alles meegemaakt. Het was psychologische oorlogsvoering en hij wist mijn vrouw ook behoorlijk te bewerken. Toen het zakelijk slechter ging, kregen mijn vrouw en ik ook steeds meer onenigheid en spanningen. Op een zeker moment was een scheiding niet meer te voorkomen.

Op internet kwam ik eens de kenmerken tegen van een psychopaat. Nou, dat klopte angstig precies met die van B.: egocentrisch, impulsief, agressief, geen schuldgevoel of verantwoordelijkheids-besef en alles bij elkaar liegen en stelen.

Een andere manier om mij klein te maken was altijd te laat op afspraken komen. Ik ben zelf iemand die altijd stipt op tijd is maar hij kwam een uur, soms twee uur te laat. Of hij kwam helemaal niet. Ik belde hem vaak niet op, want ik wilde hem niet opjutten. En als ik hem wel belde had hij altijd wel een smoes. Je kon het van hem nooit winnen.

Toen mijn vrouw definitief de scheiding wilde doorzetten en met de kinderen enkele dagen in Frankrijk was, zat ik thuis en voelde me beroerd. Ik weet nog dat ik besloot om met mijn iPod naar het strand te gaan, lekker naar muziek luisteren en alles eens rustig overdenken. Ik herinner het me nog heel goed. Ineens wist ik het! Ik ging stoppen met B. Helemaal stoppen! Ik was het spuugzat, moest constant achter mijn salaris aanzitten, kreeg de ene na de andere leverancier aan de lijn die nog geld kreeg. Slechter kon het niet worden. Ik zag geen heil meer in de samenwerking en besloot mijn vrouw met dit nieuws te bellen. Hoewel ik stiekem bang was voor haar reactie. Maar nee, ze was eigenlijk juist opgelucht, heel erg, net als ik. Mijn besluit werd toen steeds definitiever. Hoewel ik tegelijk niet wist hoe ik verder moest.

Kort nadat ik de stekker er had uitgetrokken begon de ellende pas goed. De ene na de andere deurwaarder kwam langs. Er volgde een lange zoektocht naar hulp, er moest orde komen. Via Google kwam ik bij de stichting STOP, een stichting tegen oplichterspraktijken. Later, in de voorbereiding op het programma Opgelicht, merkte ik dat ik een van de weinigen was die op tv zijn verhaal durfde te vertellen. Ik weet dat veel van zijn andere slacht-offers nee hebben gezegd, bang voor gezichtsverlies. Ik weet bijvoorbeeld dat hij enkele advocaten heeft opgelicht die het er uit schaamte maar bij laten zitten. Maar ik ben blij dat ik het gedaan heb, B. schijnt veel last te hebben ondervonden van dat programma. Nou, heel erg goed!

Ik vertel dit omdat ik wil dat er iets gebeurt. Naar dat tv-programma keken veel mensen, maar B. en andere oplichters gaan gewoon verder. De politie werkt in verschillende gemeentes nog steeds niet samen. Er is geen centraal datasysteem waarin aangiften tegen dezelfde persoon worden gekoppeld. Nu staat elke aangifte op zichzelf. Ook de Kamers van Koophandel hebben te weinig bevoegdheden. Criminelen zoals B. kopen gewoon een oude bv, schrijven zich op vertoon van hun ID of paspoort in als bestuurder en gaan ongehinderd verder. Het zou beter zijn als door middel van het verplicht registreren van een burgerservicenummer alle bellen gaan rinkelen als iemand als Peter B. zich meldt, iemand die betrokken is geweest bij zo’n 25 faillissementen. Er zijn veel meer oplichters bezig dan mensen denken en er moet echt iets gebeuren.

Hoe ik erop terugkijk? Ik heb een grote les geleerd, ben minder naïef. Ik ben nu bezig met het afbetalen van mijn schulden. Mijn relatie is veel beter dan vroeger en ik ga nu een gewone baan zoeken, geen financiële rompslomp meer. Maar ik heb ook pech dat ik hem ben tegengekomen. Al bij onze eerste kennismaking was hij tien stappen verder en wist hij al precies hoe hij me helemaal ging uitkleden. Ik ben bezig met het schrijven van een boek, met als werktitel: Een jaar uit het leven van een sukkel. Ik was die sukkel, maar uiteindelijk kom ik sterker uit de strijd en ga met goeie moed verder. B. is hier uiteindelijk de echte sukkel: hij is eenzaam, op de vlucht en altijd op zijn hoede. Ergens weet hij wel dat hij talloze mensen heel veel pijn en verdriet heeft gedaan.

Na twaalf maanden, na beoordeling van het centimeters dikke dossier, kwam Justitie tot de conclusie B. niet meer te vervolgen. Hij vormt ‘geen gevaar voor de samenleving’ en gaat voor het gemak weer vrijuit. Hij rijdt weer rond in een BMW, hangt weer de held uit. Na bezwaar van ons en Stichting STOP is toch weer besloten proces-verbaal op te maken. Uiteindelijk zullen we wel weer aan het kortste eind trekken, maar ik wil het er niet bij laten zitten! Als ik alles zo overzie, denk ik weer aan die allereerste indruk: wat een engerd!”

Arda Gerkens: “Witteboordencriminaliteit met topprioriteit aanpakken”

SP-Tweede Kamerlid Arda Gerkens hoort zulke verhalen vaker: “Diep triest. Met gladde praatjes wordt de slachtoffers van alles beloofd, maar ondertussen worden ze alleen maar dieper in de problemen gedrukt. Dat vraagt om een stevige aanpak. Het is onbegrijpelijk dat deze oplichter ongestoord zijn gang kan gaan. De suggestie om de aangiftes te koppelen is zinnig, in het politiekorps in Brabant zou men moeten kunnen zien wat er in het politiekorps in Groningen aan aangiftes ligt. Dat zou ook mogelijk moeten worden met het nieuwe systeem dat de politie nu in gebruik neemt, maar daarmee zijn nu nog allerlei problemen.

Het probleem zit helaas nog veel dieper. Faillissementsfraude is een hardnekkig probleem. Er zijn inderdaad mensen die handelen in ‘lege bv's’, bedrijven waar nauwelijks nog vermogen in zit. Mensen hebben bij wijze van spreken een stapel bv's onder de arm en lopen de Kamer van Koophandel in en uit. De SP heeft al voorgesteld medewerkers van de Kamer van Koophandel bevoegd te maken verdachte handelingen te melden bij het OM. Dan zouden dit soort praktijken veel eerder kunnen worden gestopt. Alleen al de afgelopen maanden heeft de SP nog veel meer oplossingen voorgedragen om faillissementsfraude beter aan te pakken, naar schatting is in ongeveer een kwart van de faillissementen fraude in het spel! Uiteindelijk wordt naar schatting slechts 2,6 procent van de fraudeurs veroordeeld!

Een van de problemen is dat er te weinig curatoren zijn die de faillissementen afwikkelen. Zij zouden meer onderzoek moeten doen naar fraude, maar het probleem daarbij is dat de curator betaald wordt uit de boedel, dat wat over is uit het faillissement. Dus als de boedel te klein is, gaat een curator geen extra tijd aan onderzoek besteden en blijft fraude onbestraft! In die gevallen zouden de curatoren door de overheid betaald moeten worden om fraude te kunnen onderzoeken. Als zij na onderzoek fraude kunnen vaststellen, doen ze melding bij de politie en het OM. Maar het probleem daar is dat men kennis en capaciteit tekort komt; daar vraagt de SP al jaren de aandacht voor. Het kabinet heeft de mond vol van de aanpak van financieel- economische criminaliteit, maar schiet echt tekort. Met als gevolg dat er nog steeds veel mensen het slachtoffer worden van oplichtingspraktijken, zoals Peter de Weerd.

Daar laten wij het niet bij zitten. De aanpak van witteboordencriminaliteit moet topprioriteit hebben.”