publicatie

SP Tribune 04/2005 :: Jong in de SP : Jola van Dijk

Jola van Dijk:

‘Ik ben allergisch voor ervaring als argument’

Ze is pas negentien, maar ze heeft inmiddels een ‘SP-CV’ waar je ‘u’ tegen zegt. Jola van Dijk uit Nijmegen neemt niets voor lief; op de universiteit niet en bij de SP ook niet. En dat is geen dwarsliggerij of ballorigheid. Een tiener over de argumentatie, het denkproces en de fantasie.

Tekst: Rob Janssen - Foto : Paul Peters

‘Ik heb heel lang gedacht dat ik advocaat wilde worden. Mensen verdedigen; dat idee sprak me wel aan. En dus ging ik Nederlands recht en management studeren in ­Nijmegen. Maar politiek vond ik ook wel ­interessant, dus nam ik politicologie erbij.’ Menigeen zou terugdeinzen voor zo’n dubbele universitaire ‘portefeuille’. Maar niet Jola van Dijk. Sterker nog: bij rechten haalde ze tot nu toe alle vakken zonder alle voorgeschreven colleges te volgen. ‘Dat zegt denk ik meer over de studie dan over mij. Ik heb maar vier dagen per week één college. Bovendien staat alle behandelde stof in het boek. Ik vind dat slecht. Bij een rechten­studie zouden veel meer zaken uit de praktijk en de actualiteit betrokken moeten ­worden. En je zou moeten leren hoe je een betoog moet houden. Maar dat staat amper op het programma. Er is niet eens een verplichte stage. Ik heb eens een docent ­gevraagd hoe het komt dat het allemaal zo oppervlakkig is. Hij vertelde, dat een universiteit tegenwoordig kwaliteitsgericht moet werken. Een student is een product dat aan bedrijven geleverd wordt. Want het ­bedrijfsleven vraagt mensen met ‘een’ wetenschappelijke studie. Met andere woorden: Een bepaalde manier van denken is al voldoende.’ Maar voor Jola van Dijk is dat dus niét voldoende. ‘Klopt. Ik vind dat het bij een universitaire studie om wetenschap draait. Het denkproces is belangrijk. Ik wilde advocaat worden om mensen te helpen vanuit een rechtvaardigheidsgevoel. Maar dat aspect zit nauwelijks in die studie. Je leert niet te argumenteren, maar om de ­mazen van de wet te misbruiken om je cliënt te verdedigen. Vandaar dat ik me na een tijdje toch wel lekkerder begon te voelen bij ­politicologie.’

Zo’n twee jaar geleden meldde ze zich aan bij de SP en werd ze snel actief in de ledenwerkgroep Maas en Waal. Vervolgens verhuisde ze naar Nijmegen en inmiddels heeft ze daar een taak in het afdelingsbestuur, is ze lid van het dagelijks bestuur en ook nog eens commissielid op het stadhuis. Hoe handhaaft ze zich als teenager in het traditionele SP-bolwerk in de Waalstad, waar oudgedienden als Peter Lucassen en de ‘Van Hooftjes’ (Hans sr. en jr.) met de scepter zwaaien? Van Dijk (lachend): ‘Nou, met de scepter zwaaien… dat valt wel mee, hoor. Ik kan prima met ze opschieten. En met ze ­lachen, want humor hebben ze wel. Maar soms botst het wel. Ik ben er bijvoorbeeld echt allergisch voor als ervaring als argument gebruikt wordt. Zo van: We hebben het altijd zo gedaan en dus doen we het nu ook maar zo. Zonder discussie. Dan zeg ik altijd: ‘Nou, dan kun je me toch ook wel uitleggen waaróm dat zo goed is? Ik heb absoluut respect voor ervaring en ik luister er altijd naar. Maar ik wil wel uitleg. Want anders blokkeert die ervaring de fantasie. En dat is ­alleen maar jammer.’

Geboren werd ze in Amsterdam en via Purmerend en Beuningen kwam ze in Nijmegen terecht. Voor haar hobby’s, dansen en ‘wat aanklooien’ met computers en software, blijft weinig tijd over. Want naast haar regelmatige bezoeken aan afdelingen in de Gelderse regio, laat ze ook haar gezicht zien op de regioconferentie in Limburg en helpt ze daar ook met acties als het moet. Ook wil ze volgend jaar de gemeenteraad in. ‘Misschien wat veel allemaal, ja. Maar enthousiasme is heel belangrijk. Dat geeft me net dat beetje energie dat ik nodig heb als het te lang heel stressie is.’

Daar komt nog eens bij dat haar vriend Bert Peterse afdelingsvoorzitter is in Nijmegen. ‘Ik leerde hem kennen toen hij folders stond uit te delen bij een debat. Hij was de eerste SP’er die ik zag.’

Inhoud