Heel de mens - Alternatieven voor Brutopia

Ondanks de explosief toegenomen kennis en middelen heeft de twintigste eeuw niet geleid tot een 'Utopia'. De maatschappij ontwikkelt zich steeds juist meer in de richting van een 'Brutopia', een brute en brutale jungle waarin het recht van de sterkste geldt.

De ontwikkeling van een dergelijke kapitalistische heilstaat voor wie rijk en sterk is, dienen we met alle kracht te bestrijden. In ieders belang dienen we in de 21ste eeuw vastberaden op weg te gaan naar een betere maatschappij. Hieronder geven we in tien hoofdlijnen aan welke eisen door ons aan de samenleving gesteld worden.

1. Een democratische maatschappij

Het waarborgen van menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit vereist dat de samenleving diepgaand wordt gedemocratiseerd. Vanwege de bepalende invloed van de economie op de kwaliteit van het leven is democratische zeggenschap over de economie van het grootste belang. Democratische zeggenschap moet vóór gaan op de zeggenschap die verbonden is aan economische macht en particulier vermogen. Dat vereist stelselmatige vergroting van de zeggenschap van democratisch gekozen organen over de economie. Dat vereist ook structurele uitbreiding van de zeggenschap van werknemers in de bedrijven. De democratische zeggenschap over de economie kan vorm krijgen door wetgeving en belastingheffing, maar ook door verandering van de huidige eigendomsverhoudingen in de economie. De democratische hoofdregel 'één stem per mens' is eerlijker én verstandiger dan de kapitalistische hoofdregel 'één stem per aandeel'. In een gedemocratiseerde samenleving kan het beste recht gedaan worden aan wezenlijke zaken als bescherming van de sociale vooruitgang en rechtvaardigheid, de gezondheid, de natuur en het milieu.

Nutsbedrijven, openbaar vervoer en infrastructuur horen in overheidshanden. Basisvoorzieningen als onderwijs en gezondheidszorg horen onder direct toezicht van de overheid te vallen. Alleen de overheid kan gelijke toegang voor iedereen tot deze voorzieningen garanderen en beslissingen in breder verband en op langere termijn nemen.

Democratie bestaat niet alleen uit rechten, maar ook uit plichten. De belangrijkste is de plicht van betrokkenheid. Daarom mag van burgers verlangd worden dat zij deelnemen aan verkiezingen en dat zij de door hen gekozen volksvertegenwoordigers actief volgen en zo nodig op hun handelen of nalaten aanspreken. Om de democratie goed te kunnen laten werken, moet besluitvorming transparant zijn en dient de afstand tussen bestuur en burger zo klein mogelijk te worden gemaakt. Burgers moeten daarom meer invloed krijgen op hun directe woon-, werk- en leefomstandigheden. Dat vergroot de kans op actieve deelname aan besluitvormingsprocessen en verkleint het risico van vervreemding en politieke onverschilligheid.

De parlementaire democratie, gebaseerd op evenredige vertegenwoordiging, is het belangrijkste middel om de wil van de bevolking tot uitdrukking en uitvoering te brengen. Bescherming en versterking daarvan is dus van groot belang. Overdracht van soevereiniteit aan ondemocratische bovennationale verbanden, zoals de Europese Unie, leidt tot ernstige en ontoelaatbare aantasting van de democratie. Een gekozen staatshoofd, gekozen commissarissen van de koningin en gekozen burgemeesters horen bij de verbreding en verdieping van de democratie, net als raadgevende en correctieve referenda en volksinitiatieven over belangrijke kwesties. De samenleving dient de mensenrechten van ieder individu, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het verdrag over de rechten van het kind, en andere internationale verdragen, te waarborgen en uit te bouwen. Elke vorm van discriminatie en racisme moet met kracht bestreden worden.

2. Een samen werkende maatschappij

Werken hoort bij het leven, en daarom hoort iedereen recht op werk te hebben. Tegelijkertijd leven we niet om te werken, we werken om te leven. Daarom zijn we tegen een 24-uurseconomie en steeds verdergaande flexibilisering van de arbeid ten behoeve van winstmaximalisatie en vóór verdeling van het beschikbare werk. Ook mensen met een handicap horen recht op werk te hebben. Dat kan door openstelling van voldoende arbeidsplaatsen door ondernemingen, overheid en instellingen. In plaats van mensen voortdurend aan te passen aan de arbeid, moet arbeid meer geschikt gemaakt worden voor mensen. De overheid dient ondernemingen te verplichten mee te werken aan het realiseren van volledige werkgelegenheid. Zo wordt verspilling van werkkracht en het buiten spel zetten van mensen voorkomen. Van iedere burger mag verwacht worden dat hij op zijn beurt naar vermogen bijdraagt aan het optimaal functioneren van de samenleving. Dat kan via betaald werk maar ook via het zorgen voor kinderen en voor mensen die hulpbehoevend zijn en via vrijwilligerswerk. Als ze dat willen moeten ouderen ook na hun pensionering alle ruimte krijgen hun kennis en kunde in te zetten voor de samenleving, betaald of als gerespecteerd vrijwilliger. Maar ook het recht op een onbezorgde oude dag moet hen worden gegarandeerd.

3. Een eerlijk delende maatschappij

Alleen wanneer iedereen kan meedelen in de welvaart, kan de kwaliteit van het leven duurzaam worden verbeterd. Daarom dienen netto-inkomens niet alleen aan een wettelijk minimum, maar ook aan een maximum te worden gebonden. Ongelimiteerde inkomens dienen immers geen redelijk belang en leggen ten onrechte beslag op geld dat beter gebruikt kan worden in de samenleving. De overheid moet over genoeg financiële middelen kunnen beschikken om basisvoorzieningen als onderwijs, openbaar vervoer en zorg in stand te houden op een kwalitatief hoog niveau. Wie niet in staat is betaald werk te verrichten, of daarvan vrijgesteld is, moet aanspraak kunnen maken op een gegarandeerde bestaanszekerheid, die het mogelijk maakt volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Het belastingstelsel moet bijdragen aan een herverdeling van de rijkdom, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Dat vereist een sterk progressief belastingstelsel op inkomen, vermogens, (vermogens-)winst en erfenissen. Via internationale verdragen moet de wereldwijde wedloop om de goedkoopste arbeidskrachten en de 'gunstigste' belastingstarieven worden beëindigd.

4. Een gezonde maatschappij

Iedereen dient gelijkelijk recht te hebben op bescherming van zijn gezondheid en op toegang tot een hoogwaardige gezondheidszorg. Dat is een kwestie van beschaving en bovendien een onmisbare investering in de toekomst. Daarom dient iedereen gratis toegang te hebben tot noodzakelijke (gezondheids)zorg. De overheid zorgt voor de financiering. Omdat gezondheid alles van doen heeft met leef- en werkomgeving, opvoeding, opleiding en voeding, moet erop worden toegezien dat mensen zich ongeacht hun sociale positie gezond kunnen ontwikkelen. De oorzaken van sociaal-economische gezondheidsverschillen moeten met kracht worden bestreden. Voorrang geven aan burgers ten koste van anderen op niet-medische gronden is onaanvaardbaar. Voorkomen is beter dan genezen. Daarom horen in een goede zorg voor de gezondheid preventie en vroegtijdige opsporing van gezondheidsbedreigende situaties een hoofdrol te spelen. Voorlichting en toezicht op het gebied van voeding en milieu en bevordering van een gezonde leefstijl zijn van groot belang. Deelname aan sport en spel moet voor iedereen mogelijk zijn. In plaats van eenzijdige gerichtheid op topprestaties van enkelen dient er vooral gekeken te worden naar het grote belang van de breedtesport voor individu en samenleving. 

De menselijke waardigheid kan in het geding komen bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Dat kan arts en patiënt in een noodsituatie brengen. Euthanasie is in de stervensfase onder zeer strikte voorwaarden toelaatbaar. Als samenleving moeten we alles doen om de kwaliteit van leven van de mensen die op onze zorg zijn aangewezen zo hoog mogelijk te houden. Zo kan voorkomen worden dat euthanasie een vluchtroute wordt in plaats van een reactie op een noodsituatie.

5. Een duurzame maatschappij

Mensen leven niet alleen samen met andere mensen, maar ook met de natuur. Respect voor alles wat leeft is een zaak van beschaving én gezond verstand. In de samenleving moet een voortdurende afweging plaatsvinden tussen de maatschappelijke betekenis van activiteiten en de gevolgen ervan voor natuur en milieu. Het maken van die afweging hoort onder democratisch toezicht plaats te vinden. Activiteiten die het leven en welzijn van mens en natuur nu en in de toekomst bedreigen, moeten voorkomen worden. Ongebreidelde groei van de productie en de consumptiemaatschappij leidt tot onaanvaardbare aantasting van natuur en milieu. De overheid moet er daarom op toezien dat productie van goederen en diensten niet ten koste gaat van het milieu. Het algemeen belang gaat daarbij voor op het individueel belang. De overheid hoort ondernemingen en individuen waar nodig te corrigeren.

Boeren moeten de kans hebben om op verantwoorde wijze voor mens en milieu te kunnen produceren. Ecologische landbouw dient daarom te worden bevorderd. De belangen van dieren dienen beter behartigd te worden. Aan de aantasting van het welzijn van dieren in de bio-industrie moet een einde worden gemaakt. Patenten op (vormen van) leven moeten worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor genetische manipulatie, tenzij gegarandeerd wordt dat er geen blijvende schade kan worden aangericht. Het winnen van grondstoffen en het exploiteren van de natuur, zowel in eigen land als elders, moet in verhouding staan tot de effecten op mens, natuur en milieu. In plaats van eenzijdige gerichtheid op korte-termijnopbrengsten dient duurzaamheid voorop te staan. Grondstoffen en producten moeten waar mogelijk hergebruikt worden. Economisch handelen dient ecologisch verantwoord te zijn.

6. Een geïntegreerde maatschappij

Wil de samenleving goed kunnen functioneren dan dient er sprake te zijn van integratie en harmonie. Er dient een bewuste bevordering van de integratie van autochtone en allochtone bewoners op elk niveau plaats te vinden. Wonen, werken, recreatie en natuur dienen niet op elkaar te botsen maar op elkaar afgestemd te worden. Dat vereist een doordacht gebruik van de beschikbare ruimte en voldoende mogelijkheden om op democratische wijze de ruimte te ordenen. Daarom moet grond waar nodig gemeenschapsbezit zijn en grondspeculatie verboden zijn.

Ook in de volkshuisvesting moet optimale integratie uitgangspunt zijn. De tegenstelling tussen groepen bewoners die worden geconfronteerd met een opeenhoping van problemen als achterstallig onderhoud en een verwaarloosde openbare ruimte aan de ene kant, en anderen die alles wat maar wenselijk is bij de hand hebben aan de andere kant, moet verdwijnen. Gettovorming (ook van de rijken) en segregatie zijn niet aanvaardbaar, ook omdat ze mensen in het algemeen en kinderen in het bijzonder onnodig op een achterstand zetten. Iedereen moet recht hebben op betaalbare en kwalitatief goede huisvesting in een plezierige woonomgeving. Dat vereist onder meer een in de wet vastgelegde redelijke verhouding tussen inkomen en woonlasten, het bevorderen van sociale woningbouw en een eerlijke verdeling van de schaarse ruimte ten behoeve van wonen, werken en ontspanning. Uitgangspunt daarbij moet zijn dat ruimte meer is dan koopwaar, en dat maatschappelijke behoeften boven geldelijk belang gaan. Speculeren met huizen is ontoelaatbaar. Ingrijpende versterking van de invloed van democratisch gekozen organen op wat er gebeurt met grond en huisvesting is nodig om het recht op huisvesting voor iedereen te kunnen garanderen.

De samenleving hoort alle mensen de gelegenheid te bieden om zich via verschillende vormen van openbaar vervoer goedkoop, snel en comfortabel te verplaatsen. Bij alle beslissingen in het kader van de ruimtelijke ordening van ons land moet de noodzaak tot structurele beperking van de automobiliteit worden meegewogen. De eenzijdige bevoordeling van de milieuonvriendelijke luchtvaart moet worden stopgezet. Bij vervoer van personen en goederen dienen de meest milieuvriendelijke mogelijkheden nagestreefd te worden.

7. Een veilige maatschappij

Op bescherming van zijn persoon, zijn rechten en zijn bezittingen moet iedereen in gelijke mate aanspraak kunnen maken. Om die bescherming te kunnen garanderen dient de eenzijdige gerichtheid op meer repressie, strengere straffen en uitbreiding van het politieapparaat plaats te maken voor een bredere aanpak, met bijzondere aandacht voor de slachtoffers van criminaliteit en maatschappelijke onveiligheid. Politie en justitie hebben onder meer de belangrijke taak criminelen aan te pakken en de openbare orde en veiligheid te handhaven. De samenleving hoort hen daartoe de middelen te geven. Maar voor alles hoort de samenleving zich ten doel te stellen criminaliteit zoveel mogelijk te voorkomen. Misbruik van macht en mogelijkheden door mensen in leidende posities in de samenleving dient hard te worden aangepakt. Verder moet het besef bestaan dat mensen hun identiteit voor een belangrijk deel ontlenen aan hun maatschappelijke status. Wanneer die status er niet is en er geen uitzicht bestaat op verbetering, is soms maar een klein zetje nodig om mensen op het criminele pad te brengen. Daarom moet er in de samenleving meer besef komen van de sociaal-economische achtergrond van veel criminaliteit en van de grotere onveiligheid van economisch achtergestelde wijken. Wetgeving en rechtspraak dienen iedereen in gelijke mate rechten en plichten te geven en een onbelemmerde toegang tot de rechter en de rechtshulp te garanderen. Elke vorm van klassenjustitie is ontoelaatbaar.

8. Een lerende maatschappij

Het bieden van goed en toegankelijk onderwijs voor iedereen is een van de allerbelangrijkste investeringen in de samenleving. Daarom is dat een overheidstaak. Zo voorkomen we een ontoelaatbare tweedeling in het onderwijs tussen een luxe private onderwijssector voor de welgestelden en een armlastige publieke sector voor de mensen met minder geld. Financiële drempels die de toegankelijkheid van het onderwijs beperken moeten verdwijnen. Onderwijs volgen moet in beginsel gratis zijn, betaald uit de algemene middelen van de overheid. Goed en voor iedereen toegankelijk onderwijs is wezenlijk voor de ontwikkeling van elk individu en de samenleving in zijn geheel. De onderwijspolitiek hoort gebaseerd te zijn op de visie dat de mens een sociaal wezen is en niet slechts iemand die zo snel mogelijk gemodelleerd moet worden tot nuttig productiemiddel. In plaats van de blikvernauwing die nu vaak plaatsvindt, zou het onderwijs juist een blikverruiming moeten bewerkstelligen. Filosofie hoort thuis in het lespakket van alle scholen. Kinderen hebben recht om kind te zijn en recht op spelen. Kinderen moeten worden opgeleid tot weerbare, kritische individuen die de samenhang der dingen kunnen ontdekken. Ze moeten vertrouwd raken met kunst, cultuur en wetenschap, en respect en waardering krijgen voor de medemens en al het overige wat leeft. Naast beroepsgerichte opleidingen moet er voor iedereen gelegenheid tot een voortdurende educatie zijn om zijn kennis en kunde te kunnen verbreden en verdiepen.

Voor de ontwikkeling van de samenleving is de onafhankelijkheid van de wetenschap van groot belang. Privatisering en vercommercialisering van onderwijs en onderzoek dient daarom te worden tegengegaan.

9. Een creatieve maatschappij

De samenleving hoort te waken over ons cultureel erfgoed in de breedste zin van het woord, actieve en passieve deelname aan kunst en cultuur te bevorderen en mensen de kans te geven nieuwe, niet-vermoede zaken te ontdekken. Kunst en cultuur zorgen niet alleen voor ontspanning, ze bieden de mens ook mogelijkheden om zich in te spannen voor vergroting van eigen creativiteit en die van anderen. Een dergelijk creatief proces is van belang voor een zich steeds vernieuwende samenleving. Daarom moet vercommercialisering van kunst en cultuur worden tegengegaan. Het tot louter koopwaar maken van kunst en cultuur leidt tot ongewenste financiële drempels voor delen van de bevolking. Het leidt bovendien tot verschraling en verplatting van het aanbod. Het recht op vrije meningsuiting en vrije toegang tot media, cultuur en informatie (waaronder Internet) dient gewaarborgd te worden. Daarom horen bibliotheken en musea gratis toegankelijk te zijn. Mede daarom moet de overheid zorgen dat er een sterke publieke omroep blijft, waarin verscheidenheid gegarandeerd wordt. Ongewenste machtsconcentratie en machtsmisbruik in de informatievoorziening moeten worden tegengegaan. Nieuwe mediaregelgeving is nodig om met name kinderen te beschermen tegen commerciële exploitatie en ongewenste blootstelling aan gewelddadige of schadelijke beelden.

10. Eén maatschappij

In internationaal verband hoort ons land de erkenning van de basisprincipes van menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit te bevorderen. Dat vereist het bestrijden van de wereldwijde sociale ongelijkheid, armoede, onderontwikkeling, oorlog en andere vormen van geweld. Alleen dan kan alle wereldburgers uitzicht worden gegeven op een menswaardig bestaan. Bestrijding van armoede en een betere verdeling van de welvaart zijn ook nodig om iets te kunnen doen aan de dreiging van overbevolking. Ingrijpende sanering van de enorme schuldenlast van de Derde Wereld is noodzakelijk. De wereldeconomie dient fundamenteel hervormd te worden zodat voor producten uit ontwikkelingslanden een eerlijke prijs wordt betaald. Van internationale verbanden (zoals de machtige wereldhandelsorganisatie WTO) mag worden verlangd dat zij niet de vrijhandel als hoogste goed zien, maar de ontwikkeling van alle landen en de daarin wonende burgers. De macht van de internationaal opererende ondernemingen en internationale financiële instellingen moet via afspraken in internationale organisaties en verdragen tussen nationale overheden worden teruggedrongen ten gunste van democratisch controleerbare organen. Een stringente regulering van het internationaal kapitaalverkeer is noodzakelijk. Op alle winsten in het internationaal kapitaalverkeer dient belasting te worden geheven.

Een betere wereldwijde verdeling van de welvaart bevordert de kansen op geluk voor iedereen en zal een einde maken aan veel regionale conflicten. Daarmee kan ook een einde komen aan de ontwrichtende vluchtelingenstromen, waardoor landen in staat worden gesteld structurele verbeteringen door te voeren. Opvang van vluchtelingen is een zaak van beschaving en internationale solidariteit. Ons land dient daarin ruimhartig zijn aandeel te nemen.

Er dienen in internationaal verband afspraken gemaakt te worden om de bewapening terug te dringen.

Bij internationaal optreden en samenwerking met andere landen horen staten respect te tonen voor elkaars soevereiniteit. Ook horen staten respect te tonen voor hun eigen burgers, met name voor de mensenrechten van hun bevolking. Het Nederlandse buitenlandse beleid moet gericht zijn op samenwerking tot wederzijds voordeel en op bescherming en versterking van de mensenrechten. Ons land moet zich verzetten tegen politieke, economische en militaire overheersing en uitbuiting van het ene land of alliantie door het andere. De taken van ons leger dienen te worden beperkt tot de verdediging van het grondgebied en hulp bij het handhaven van de vrede. Lidmaatschap van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie is daarvoor niet nodig. De NAVO dient zo snel mogelijk te worden opgeheven. Nederland doet er goed aan het voorbeeld te geven en uit de NAVO te stappen. De internationale veiligheid moet gebaseerd worden op internationale verdragen onder verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties. De Verenigde Naties zelf dienen gedemocratiseerd te worden. De overmacht van rijke boven arme landen – geformaliseerd in de Veiligheidsraad – moet verdwijnen.

In een wereld waar mensen en landen steeds meer met elkaar te maken hebben en van elkaar afhankelijk zijn, is het nodig dat op steeds meer terreinen wordt samengewerkt, ook in geïnstitutionaliseerde verbanden. Bij beslissingen over het aangaan, uitbreiden, omvormen of beëindigen van deze verbanden dienen de volgende criteria gehanteerd te worden: de samenwerking hoort voor burgers doorzichtig zijn; de samenwerking dient rekening te houden met de gevolgen van de schaalgrootte voor de betrokkenheid van mensen; de samenwerking mag niet leiden tot onverantwoorde uitholling van de nationale soevereiniteit en de nationale democratie; en de samenwerking moet bijdragen aan betere verdeling van welvaart en welzijn en aan bescherming van de mensenrechten.

Lees verder: