www.sp.nl

Homepage SPSP.nl
SP :: Partij :: Statuten

Huishoudelijk reglement van de SP

  1. Lidmaatschap
  2. Contributie
  3. Oprichting, opheffing en begrenzing van afdelingen
  4. De ledenvergadering
  5. Het afdelingsbestuur
  6. De regioconferentie
  7. De regiovertegenwoordigers
  8. De partijraad
  9. Het congres
  10. Het partijbestuur
  11. Kandidaatstelling voor gemeenteraden en deelraden
  12. Kandidaatstelling voor Provinciale Staten
  13. Kandidaatstelling Eerste Kamer
  14. Kandidaatstelling Europees Parlement
  15. Kandidaatstelling Tweede Kamer
  16. Behandeling van beroepen

 

1. LIDMAATSCHAP

Artikel 1

  1. Op elke vergadering van het afdelingsbestuur wordt een opgave verstrekt van diegenen die zich hebben aangemeld als lid van de vereniging.
  2. Bestaat tegen toelating geen bezwaar dan bevestigt het afdelingsbestuur de betrokkene vervolgens dat hij is aangenomen als lid van de vereniging.
  3. Bestaat tegen toelating wel bezwaar dan stelt het afdelingsbestuur de betrokkene hiervan in kennis en wijst hem tevens op de mogelijkheid om binnen een termijn van een maand in beroep te gaan bij het partijbestuur.
  4. De beslissing van het partijbestuur wordt betrokkene schriftelijk zo spoedig mogelijk medegedeeld, tenminste binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van het beroep.
  5. Leden die hun contributie niet betalen krijgen een schriftelijk verzoek van het partijbestuur om alsnog te betalen. Bij uitblijven van betaling kan tot opzegging van het lidmaatschap worden overgegaan.
  6. Als schriftelijke mededeling bedoeld in artikel 8 lid 2 van de statuten kan worden beschouwd het intrekken van de machtiging tot automatische incasso van de contributie.

2. CONTRIBUTIE

Artikel 2: Contributie

De partijraad stelt jaarlijks de door de leden te betalen contributie vast.

3. OPRICHTING, OPHEFFING EN BEGRENZING VAN AFDELINGEN

Artikel 3: Oprichting, opheffing en begrenzing van afdelingen

  1. De procedure voor de oprichting van een afdeling bestaat uit de volgende stappen:
    1. de voorzitter van een bestaande afdeling meldt schriftelijk aan het partijbestuur dat voor een deelgebied binnen de afdeling de status “afdeling in oprichting” wordt aangevraagd. Hierbij moet gemotiveerd worden waarom wordt ingeschat dat binnen zes maanden voldaan kan worden aan de criteria voor afdelingen, als omschreven in art.10 van de statuten. De regiovertegen- woordiger, waaronder de afdeling valt, wordt in de gelegenheid gesteld om te adviseren over de voordracht.
    2. Het partijbestuur besluit over de voordracht en stelt de partijraad daarvan op de hoogte op de eerst volgende vergadering.
    3. De status in oprichting dient in beginsel binnen zes maanden te worden gevolgd door een erkenning als volwaardige afdeling, of door het beëindigen van de status. Het partijbestuur kan besluiten deze periode met maximaal zes maanden te verlengen.
    4. Het partijbestuur beslist over de erkenning van de afdeling op basis van het advies van de voorzitter van de oprichtende afdeling, de beoogde voorzitter van de nieuwe afdeling en de regiovertegen- woordiger waaronder de afdeling valt.
  2. De procedure voor de opheffing van een afdeling bestaat uit de volgende stappen:
    1. Het partijbestuur stelt vast dat een afdeling niet meer aan de gestelde taken en eisen uit artikel 10 van de statuten voldoet. Hierover worden de leden schriftelijk geïnformeerd.
    2. Het afdelingsbestuur of – bij ontbreken daarvan – de regiovertegenwoordiger belegt een afdelingsvergadering. Hierbij wordt de regiovertegenwoordiger uitgenodigd. De afdelingsvergadering wordt in de gelegenheid gesteld om verbeteringsvoorstellen te doen, waardoor de afdeling alsnog aan de statutaire verplichtingen zal kunnen voldoen. De regiovertegenwoordiger adviseert hierover schriftelijk aan het partijbestuur.
    3. De regiovertegenwoordiger maakt een gemotiveerd voorstel voor de opheffing van een afdeling, waarover de eerst volgende partijbestuurs-vergadering een besluit neemt. De leden van de afdeling worden over het besluit geïnformeerd.
    1. De begrenzing van afdelingen valt samen met gemeentegrenzen. 
    2. Het partijbestuur stelt deze grenzen vast. Het partijbestuur overlegt daarover vooraf met betrokken afdelingen en regiovertegenwoordigers.

4. DE LEDENVERGADERING

Artikel 4: De ledenvergadering

  1. Het afdelingsbestuur roept de leden- vergadering bijeen, en stelt de agenda daarvoor vast. Alle leden behorend tot de afdeling worden tijdig geïnformeerd over plaats, tijd en agenda van een leden-vergadering. Van de jaarvergadering en eventuele andere vergaderingen waarbij bestuursleden gekozen, geschorst of ontslagen worden, wordt een schriftelijk verslag opgesteld, met inbegrip van een presentielijst. De notulen worden ter goedkeuring voorgelegd op de eerstvolgende afdelingsvergadering.
  2. Wordt door een voldoende aantal leden, met beroep op artikel 10 lid 3 van de statuten, verzocht om een ledenvergadering, dan roept het afdelingsbestuur de leden- vergadering zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen een maand, bijeen. Het door deze leden aan de orde gestelde punt wordt door het afdelingsbestuur op de agenda geplaatst.
  3. De leden van de afdeling kunnen ter vergadering agendapunten voorstellen.
  4. Besluiten van de ledenvergadering worden genomen met een gewone meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, dan wordt er opnieuw gestemd. Staken de stemmen wederom, dan beslist de voorzitter.
  5. De ledenvergadering stelt een tijdelijke financiële controlecommissie in, bestaande uit drie leden, niet zijnde lid van het afdelingsbestuur, die de financiële bescheiden van de afdeling controleert.
  6. De ledenvergadering stelt jaarlijks ten behoeve van het partijbestuur een jaarverslag op, waarin gerapporteerd wordt over de activiteiten van de afdeling in het afgelopen jaar, over de door de afdeling georganiseerde scholingen en over de financiële positie van de afdeling.
  7. De ledenvergadering beoordeelt jaarlijks het verslag van de fractie in de gemeenteraad van haar activiteiten in het afgelopen jaar.
  8. De ledenvergadering beslist over het verzoek aan het partijbestuur wat betreft deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen en stelt de kanditatenlijst en het verkiezings-programma vast. Het partijbestuur legt over het deelnamebesluit verantwoording af aan de partijraad.

5. HET AFDELINGSBESTUUR

Artikel 5: Het afdelingsbestuur

  1. Het afdelingsbestuur draagt zorg voor de dagelijkse leiding van het werk van de afdeling.
  2. Het afdelingsbestuur kiest uit zijn midden een dagelijks bestuur. De fractievoorzitter uit de gemeenteraad maakt uit hoofde van zijn functie deel uit van het afdelingsbestuur.
  3. Bij ontstentenis van de voorzitter van de afdeling wijst het afdelingsbestuur een plaatsvervangend voorzitter aan.
  4. Het afdelingsbestuur brengt maandelijks schriftelijk verslag uit aan het partijbestuur over de stand van zaken in de afdeling.
  5. Leden van het afdelingsbestuur nemen deel aan de landelijke scholingen.
  6. Het afdelingsbestuur wordt gekozen door de ledenvergadering. De leden kiezen de afdelingsvoorzitter en organisatiesecretaris in functie. De overige functies worden verdeeld door en binnen het afdelingsbestuur. De afdelingsbestuurders worden in principe gekozen voor een periode van in principe twee jaar.
  7. Kandidaten voor het afdelingsbestuur worden voorgedragen door het zittende afdelings- bestuur. Alle leden van de afdeling kunnen zich kandidaat stellen, vóór een datum en op de wijze die door het afdelingsbestuur is vastgesteld. De procedure voor kandidaatstelling wordt tijdig bekend gemaakt.
  8. Kandidaten voor het afdelingsbestuur, respectievelijk een specifieke functie binnen het afdelingsbestuur, zijn gekozen wanneer zij tenminste 50 procent van de uitgebrachte stemmen hebben behaald. Alsmede zijn de kandidaten gekozen die, in het geval dat zich meer kandidaten verkiesbaar hebben gesteld dan er bestuursfuncties vacant zijn, de meeste stemmen hebben behaald. Dit laatste geldt tevens in de situatie dat meerdere kandidaten zich voor een specifieke bestuursfunctie verkiesbaar hebben gesteld.

6. DE REGIOCONFERENTIE

Artikel 6: De regioconferentie

  1. De regioconferentie bestaat uit door de ledenvergadering van de afdelingen gekozen afgevaardigden. Per 50 leden mag vanuit de afdeling één afgevaardigde aangewezen worden.
  2. De regioconferentie komt in principe tweemaal per jaar bijeen, onder leiding van de regiovertegenwoordiger(s) en het partijbestuur dat op de conferentie vertegenwoordigd is.
  3. Op schriftelijk verzoek van tenminste drie afdelingen beleggen de regiovertegen- woordigers binnen de betrokken regio’s binnen een maand een extra regioconferentie.
  4. De regioconferentie stelt de kandidatenlijst en het verkiezingsprogramma voor Provinciale Staten vast.
  5. De regioconferentie beoordeelt jaarlijks het verslag van de fracties in Provinciale Staten van haar activiteiten over het afgelopen jaar.
  6. De regioconferentie bespreekt op voorstel van de partijraad een of meer thema’s en is daarbij meningvormend van aard.

7. DE REGIOVERTEGENWOORDIGERS

Artikel 7: De regiovertegenwoordigers

  1. De regiovertegenwoordiger is de vaste sparringpartner voor de afdelingsbesturen in de regio die hij vertegenwoordigt. Eenmaal per maand ontvangt hij van de afdelingen een verslag van de verrichte werkzaamheden. Periodiek bericht hij binnen het partijbestuur over de ontwikkeling in zijn regio.
  2. De regiovertegenwoordiger bezoekt zo nodig de afdelingsvergaderingen of vergaderingen van afdelingsbesturen. Desgewenst belegt hij bijeenkomsten met bepaalde afdelingen of delegaties van alle afdelingen die hij vertegenwoordigt in het partijbestuur.
  3. De regiovertegenwoordiger ziet toe op de correcte uitvoering van de besluiten van het partijbestuur door de afdelingsbesturen en agendeert zaken in het partijbestuur die van belang zijn voor het goed functioneren van de afdelingen.
  4. De regiovertegenwoordiger legt jaarlijks verantwoording af op de regioconferentie.

8. DE PARTIJRAAD

Artikel 8: De partijraad

  1. De partijraad vergadert onder leiding van het partijbestuur.
  2. Het partijbestuur doet een voordracht voor de functie van voorzitter van de partijraad. De partijraad wijst vervolgens de voorzitter aan.
  3. Het partijbestuur wijst een of meer functionarissen aan die belast worden met alle administratieve en overige onder- steunende werkzaamheden ten behoeve van de partijraad.
  4. De agenda van de vergadering van de partijraad wordt opgemaakt door het partijbestuur. Ter vergadering kunnen de afgevaardigden andere agendapunten voorstellen.
  5. Wanneer een vergadering van de partijraad wordt bijeengeroepen op voet van artikel 12 lid 4 sub b van de statuten plaatst het partijbestuur in elk geval het punt op de agenda dat door de betrokken voorzitters of leden van de partijraad wordt voorgedragen.
  6. Leden van de partijraad ontvangen bij het begin van de vergadering een stemkaart. Stemmingen vinden als regel plaats door middel van handopsteken, waarbij de stemkaart getoond wordt.
  7. Bij een gewogen stemming als bedoeld in artikel 12 lid 5 sub c van de statuten verstrekt de voorzitter van de partijraad aan elk lid van de partijraad evenveel stembriefjes als het aantal stemmen dat hij op basis van vermeld artikellid mag uitbrengen, dan wel één stembriefje waarop het aantal uit te brengen stemmen staat vermeld. Is een voorzitter van een afdeling tevens lid van het partijbestuur dan ontvangt hij naast het aantal stembriefjes bedoeld in de eerste zin van dit lid nog een stembriefje voor het uitbrengen van zijn stem als lid van het partijbestuur. Leden van het partijbestuur die niet tevens voorzitter van een afdeling zijn ontvangen één stembriefje. De partijraad benoemt uit zijn midden op voordracht van de voorzitter tenminste drie leden tot stembureau. Het stembureau is belast met het tellen van de uitgebrachte stemmen en het vaststellen en bekendmaken van de uitslag van de stemming, maar is verder verplicht tot geheimhouding.
  8. De partijraad kan uit zijn midden commissies benoemen, die belast worden met een speciale taak. In ieder geval wordt jaarlijks een financiële controle­commissie benoemd, bestaande uit tenminste drie leden. De financiële controlecommissie heeft inzage in alle van belang zijnde bescheiden van de vereniging, in het bijzonder het jaarverslag waarin opgenomen de balans, de jaarrekening, en de accountantsverklaring. Het partijbestuur verleent zijn volledige medewerking aan het werk van de commissie. Het verslag van de financiële controlecommissie wordt door de partijraad vastgesteld.
  9. De werkwijze van de commissies bedoeld in lid 8 wordt vastgesteld door de partijraad.

9. HET CONGRES

Artikel 9: Het congres

  1. De afgevaardigden voor het congres worden per afdeling gekozen door de leden-vergadering. Per 50 leden wordt een afgevaardigde gekozen. Kandidaat­afgevaardigden worden voorgedragen door het afdelingsbestuur en door de leden van de afdeling. Gekozen zijn die kandidaten die het meeste aantallen stemmen behalen. Indien op meerdere kandidaten eenzelfde aantal stemmen is uitgebracht en daardoor het aantal in te vullen plaatsen wordt overschreden vindt tussen deze kandidaten herstemming plaats.
  2. Ter vergadering van het congres hebben de afgevaardigden ieder één stem.
  3. Besluiten van het congres worden genomen met gewone meerderheid van stemmen, tenzij de statuten of reglementen anders voorschrijven.
  4. Op voordracht van de voorzitter benoemt het congres een stembureau, bestaande uit tenminste drie personen. Het stembureau is belast met het tellen van de uitgebrachte stemmen en het vaststellen van de uitslag van de stemmingen.
  5. De verkiezing van de leden van het partijbestuur die door het congres worden voorgedragen (artikel 14 lid 3 statuten), geschiedt als volgt:
    1. het partijbestuur komt met een voorstel omtrent het aantal en de personen van de op het congres te kiezen kandidaten;
    2. de ledenvergaderingen van de afdelingen kunnen kandidaten voordragen en leden kunnen zichzelf kandidaat stellen, vóór een datum en op een wijze zoals door de partijraad wordt vastgesteld; leden die zichzelf op persoonlijke titel kandidaat stellen dienen hun kandidatuur vergezeld te laten gaan van de handtekeningen van tenminste 50 leden;
    3. het partijbestuur brengt zijn voorstel en de lijst van overige aangemelde kandidaten tijdig ter kennis bij de afgevaardigden voor het congres;
    4. op het congres worden de verschillende kandidaten voorgesteld aan de afgevaardigden;
    5. het congres gaat vervolgens over tot stemming, met inachtneming van het bepaalde in artikel 14 lid 3 van de statuten.
  6. Ter voorbereiding op het congres kan de partijraad een congrescommissie benoemen. Deze commissie stelt de stukken op, die op het congres worden besproken en waarover besluiten worden genomen. Dat betreft minimaal een verslag over de periode voorafgaande aan het congres en een plan voor de komende periode.
  7. Wijzigingsvoorstellen op congresstukken kunnen worden ingediend namens afdelingen of op persoonlijke titel. In het laatste geval dient het wijzigingsvoorstel ondertekend te zijn door tenminste 50 stemgerechtigde leden.

10. HET PARTIJBESTUUR

Artikel 10: Het partijbestuur

  1. Het partijbestuur vergadert tenminste eenmaal per maand, alsmede wanneer minimaal vijf leden van het partijbestuur besluiten een extra partijbestuursvergadering bijeen te roepen.
  2. Het partijbestuur dan wel leden van het partijbestuur hebben toegang tot de ledenvergadering van de afdelingen respectievelijk de regioconferenties.

11. KANDIDAATSTELLING VOOR GEMEENTERADEN EN DEELRADEN

Artikel 11: Kandidaatstelling voor gemeenteraden en deelraden

  1. Het afdelingsbestuur doet aan de leden van een afdeling een voorstel met betrekking tot het aantal, de namen en de volgorde van kandidaten voor de verkiezingen van gemeenteraden en deelraden.
  2. Ieder lid van de afdeling kan zich aanmelden bij het afdelingsbestuur voor een plaats op de kandidatenlijst, en wel vóór de datum die het afdelingsbestuur daartoe vaststelt en op de door het afdelingsbestuur vastgestelde wijze.
  3. Van deze procedure worden de leden tijdig in kennis gesteld.
  4. Het afdelingsbestuur brengt zijn voorstel en dat van niet door het afdelingsbestuur voorgedragen kandidaten die hun kandidatuur handhaven, ter kennis van de leden van de afdeling.
  5. De ledenvergadering stelt vervolgens de kandidatenlijst vast.
  6. Aansluitend vraagt het afdelingsbestuur aan het partijbestuur de in de Kieswet bedoelde toestemming om onder de naam van de SP te mogen deelnemen aan de gemeenteraads- respectievelijk deelraadsverkiezingen.
  7. Het partijbestuur verleent de afdeling toestemming aan de gemeenteraads-respectievelijk deelraadsverkiezingen deel te nemen indien aan de op de partijraad afgesproken voorwaarden is voldaan.
  8. De in lid 4 bedoelde ledenvergadering stelt tevens het verkiezingsprogramma vast en ziet er op toe dat de kandidaat­volksvertegenwoordigers zich schriftelijk conformeren aan de bij de SP vigerende afdrachtregeling voor volksvertegen- woordigers.

12. KANDIDAATSTELLING VOOR PROVINCIALE STATEN

Artikel 12: Kandidaatstelling voor Provinciale Staten

  1. De regiovertegenwoordiger(s) en afdelingsvoorzitters doen een voordracht voor de kandidatenlijst voor de verkiezingen van provinciale staten.
  2. De leden in een provincie kunnen zich aanmelden voor een plaats op de kandidatenlijst in een provincie en wel vóór de datum die daartoe bekend gemaakt wordt door het partijbestuur, op de door het partijbestuur vastgestelde wijze.
  3. De verantwoordelijken voor het opstellen van de kandidatenlijst en het programma brengen hun voorstellen (inclusief de namen van niet door hen officieel voorgedragen kandidaten die hun kandidatuur handhaven) tijdig ter kennis bij de afgevaardigden voor de regioconferentie.
  4. De kandidatenlijst voor de verkiezingen van provinciale staten wordt vastgesteld op de regioconferenties, waarbij het stemrecht per provinciale lijst beperkt is tot de afgevaardigden van de afdelingen binnen de betreffende provincie.
  5. Aansluitend vraagt de regioconferentie aan het partijbestuur de in de Kieswet bedoelde toestemming om onder de naam van de SP te mogen deelnemen aan de verkiezingen in de betreffende provincies.
  6. Het partijbestuur verleent toestemming voor deelname aan de verkiezingen in de betreffende provincies indien voldaan is aan de criteria die de partijraad daartoe geformuleerd heeft.
  7. De regioconferentie stelt het verkiezingsprogramma voor de verkiezingen van provinciale staten vast, waarbij het stemrecht beperkt is tot de afgevaardigden van afdelingen binnen de betreffende provincie. Tevens ziet zij er op toe dat de kandidaat-volksvertegenwoordigers zich schriftelijk conformeren aan de bij de SP vigerende afdrachtsregeling voor volksvertegenwoordigers.
  8. De leden van Provinciale Staten brengen, bij verkiezingen voor de leden van de Eerste Kamer, hun stem uit op de eerste kandidaat van de door de SP ingediende lijst.

13. KANDIDAATSTELLING EERSTE KAMER

Artikel 13: Kandidaatstelling Eerste Kamer

  1. Voor het doen van een voordracht voor de verkiezingen van de Eerste Kamer stelt de partijraad een kandidatencommissie in met betrekking tot het aantal, de namen en de volgorde van de kandidaten. De commissie komt met een voorstel naar het partijbestuur en vervolgens stuurt het partijbestuur dit voorstel – in al dan niet geamendeerde vorm – naar de partijraad.
  2. Ieder lid van de vereniging kan zich aanmelden bij de kandidatencommissie voor een plaats op de kandidatenlijst, en wel vóór de daartoe opgegeven datum, op een door het partijbestuur vastgestelde wijze.
  3. Het partijbestuur brengt zijn voorstel en een lijst van overige aangemelde kandidaten ter kennis van de partijraad.
  4. De partijraad stelt bij schriftelijke, geheime en gewogen stemming, vervolgens de definitieve kandidatenlijst vast.

14. KANDIDAATSTELLING EUROPEES PARLEMENT

Artikel 14: Kandidaatstelling Europees Parlement

  1. Voor het doen van een voordracht voor de verkiezingen van het Europees Parlement stelt de partijraad een kandidatencommissie in met betrekking tot het aantal, de namen en de volgorde van de kandidaten. De commissie komt met een voorstel naar het partijbestuur en vervolgens stuurt het partijbestuur dit voorstel – in al dan niet geamendeerde vorm – naar de partijraad.
  2. Ieder lid van de vereniging kan zich aanmelden bij de kandidatencommissie voor een plaats op de kandidatenlijst, en wel vóór de daartoe opgegeven datum, op een door het partijbestuur vastgestelde wijze.
  3. Het partijbestuur brengt zijn voorstel en een lijst van overige aangemelde kandidaten ter kennis van de partijraad.
  4. De partijraad stelt bij schriftelijke, geheime en gewogen stemming vervolgens de definitieve kandidatenlijst vast.
  5. De partijraad respectievelijk het congres stelt tevens het verkiezingsprogramma vast.

15. KANDIDAATSTELLING TWEEDE KAMER

Artikel 15: Kandidaatstelling Tweede Kamer

  1. Voor het doen van een voordracht voor de verkiezingen van de Tweede Kamer stelt de partijraad een kandidatencommissie in met betrekking tot het aantal, de namen en de volgorde van de kandidaten. De commissie komt met een voorstel naar het partijbestuur en vervolgens stuurt het partijbestuur dit voorstel – in al dan niet geamendeerde vorm – naar het congres.
  2. Ieder lid van de vereniging kan zich aanmelden bij de kandidatencommissie voor een plaats op de kandidatenlijst, en wel vóór de daartoe opgegeven datum, op een door het partijbestuur vastgestelde wijze.
  3. Het partijbestuur brengt het voorstel en een lijst van overige aangemelde kandidaten ter kennis van de partijraad.
  4. Het congres stelt bij schriftelijke, geheime en gewogen stemming vervolgens de definitieve kandidatenlijst bindend vast.
  5. De partijraad bekrachtigt de door het congres bindend vastgestelde kandidatenlijst.
  6. De partijraad respectievelijk het congres stelt tevens het verkiezingsprogramma vast.

16. BEHANDELING VAN BEROEPEN

Artikel 16: Behandeling van beroepen

  1. Wanneer beroep wordt ingesteld op grond van artikel 20 van de statuten gelden de navolgende bepalingen:
    1. Het beroep moet schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend bij het orgaan dat het beroep behandelt.
    2. Het orgaan hoort het orgaan dat de bestreden beslissing heeft genomen alsmede diegene die in beroep is gekomen daartegen.
    3. Na hoor en wederhoor neemt het betreffende orgaan zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van het beroepschrift, een beslissing, die aanstonds schriftelijk aan betrokkenen wordt medegedeeld.
    4. Een op basis van dit artikel ingesteld beroep schort het genomen besluit niet op.
  2. Indien de partijraad een commissie heeft benoemd voor de behandeling van bij hem ingestelde beroepen moet onder het beroepsorgaan als bedoeld in lid 1 deze commissie worden begrepen.
  3. De commissie bedoeld in lid 2 kan de hierboven onder lid 1c genoemde termijn verlengen voor zover de werkwijze van de commissie daarin voorziet.
Delen via sociale media Informatie over delen en sociale media

Blijf op de hoogte

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP:

SP Nieuws
Studio SP
top