opinie
Mahir Alkaya:

Hecht niet te veel waarde aan modellen die de wereld in 2060 voorspellen

Terwijl heel Nederland middenin de onzekerheid van de tweede coronagolf zit, zijn veel politieke partijen bezig met hun verkiezingsprogramma’s voor het jaar 2022 en later. Traditiegetrouw worden deze programma’s doorgerekend door het Centraal Planbureau (CPB), door velen gezien als de neutrale rekenmeester. Deze berekeningen kunnen zeker behulpzaam zijn bij het in kaart brengen van de effecten op korte en middellange termijn van politieke plannen. Loze beloften, gouden bergen en luchtballonen kunnen door het CPB worden doorgeprikt. Kiezers kunnen zich ervan vergewissen wat de plannen van politieke partijen kosten, wat de effecten zijn op de staatsfinanciën, de koopkracht en de inkomensongelijkheid.

Het is nuttig dat dergelijke effecten zichtbaar worden in de CPB-doorrekeningen. Maar er is ook terechte kritiek op de berekeningen van het CPB, die met veel onzekerheid zijn omgeven. En – wellicht nog belangrijker – het is kwalijk als politieke partijen hun standpunten al te sterk laten leiden door die onzekere berekeningen. Modellen van het CPB, die pretenderen vooruit te kunnen kijken naar het jaar 2060 of verder, mogen geen belemmering zijn om eerlijk uit de coronacrisis te komen.

Zo berekent het CPB bij de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s ook de effecten op het zogenaamde houdbaarheidssaldo; een getal dat aangeeft in hoeverre we onze sociale voorzieningen kunnen blijven betalen tot 2060 en zelfs daarna. Een houdbaarheidstekort wil zeggen dat onze voorzieningen niet overeind kunnen blijven zonder hogere belastingen of bezuinigingen. Dat het houdbaarheidssaldo politiek Den Haag vergaand beïnvloedt, blijkt uit het feit dat de bezuinigingen op de zorg en het verhogen van de pensioenleeftijd deels of helemaal zijn ingegeven door deze theoretische tekorten op de lange termijn.

Onzekerheid in de modellen
Of de staatsfinanciën het stempel ‘houdbaar’ krijgen van het CPB hangt van veel onzekere aannames over de economie af. Zo moeten toekomstige baten en kosten worden vertaald naar het heden, en daarvoor gebruikt het CPB een discontovoet. Alleen al dit getal, wat een schatting is van de rente op staatsobligaties plus een premie op het nemen van beleggingsrisico, is met veel onzekerheid omgeven. Economen vegen de vloer aan met de 2,5% waar het CPB nu mee rekent (zie onder meer het artikel van Bas Jacobs). De rente op staatsobligaties is nu immers negatief en inclusief een risicopremie zou je dan hooguit op 1,5% uitkomen. Dus fors lager dan waar het CPB mee rekent. Alleen deze wijziging zou al enorme consequenties hebben. Want als de economische groei groter is dan deze discontovoet, dan verliezen de houdbaarheidsmodellen direct al hun betekenis. Het CPB geeft toe dat hun modellen bij een economische groei die hoger is dan de discontovoet simpelweg ophouden te werken.

Van zo een model dat pretendeert veertig tot zestig jaar vooruit te kijken, zouden wij bovendien mogen verwachten dat het op korte termijn niet al te veel fluctueert. Toch kwam het voor dat het CPB het houdbaarheidstekort in december 2019 op 1,6% bbp raamde, en krap drie maanden later op slechts 0,8%.

Politieke gevolgen
Terwijl in december 2019 op basis van een CPB-raming de regering op een alarmerende toon verkondigde dat jaarlijks 16 miljard moest worden bezuinigd om de staatsschuld op de lange termijn niet te laten ontsporen , bleek dat tekort krap drie maanden later dus slechts 8 miljard. Ons collectieve probleem bleek te zijn gehalveerd.

Misschien was er zelfs helemaal geen sprake meer geweest van een houdbaarheidstekort, als één van de vele andere aannames van het CPB ook niet klopte. Toch leek Minister Hoekstra, in reactie op deze CPB-studie, direct de geesten rijp te willen maken voor een nieuwe ronde bezuinigingen in de zorg, door de zorguitgaven ‘onhoudbaar’ te noemen.

Inmiddels is het houdbaarheidstekort vanwege de coronacrisis weer opgelopen naar 2,4 procent. Het is aannemelijk dat veel partijen zich dit theoretische tekort alweer aantrekken, en er in hun verkiezingsprogramma’s voor zullen zorgen dat op de lange termijn het tekort wordt gedicht middels bezuinigingen op de structurele overheidsuitgaven, dan wel een minder grote intensivering dan maatschappelijk gewenst is Met dit onzekere en oneigenlijke argument kunnen bijvoorbeeld structurele loonsverhogingen in de zorgsector bij voorbaat al kansloos zijn.

Wij moeten ons afvragen of we de houdbaarheidscijfers, die zo wispelturig zijn, kunnen handhaven als indicator voor overheidsbeleid. De gevolgen voor onze samenleving kunnen groot zijn als politieke partijen op basis van onzekere aannames besluiten gaan nemen. Het is immers onvermijdelijk dat politieke partijen zich laten beïnvloeden door de CPB-berekeningen. Maar als de huidige wetenschappelijke inzichten en modellen ons simpelweg niet in staat stellen om de overheidsfinanciën in 2060 adequaat te voorspellen, dan moet het CPB misschien ook ophouden met doen alsof zij dat wel kunnen.

Dit opinieartikel verscheen ook op esb.nu op 30 november 2020.

Blijf op de hoogte!

Betrokken SP'ers