opinie
Eric Smaling:

Speel open kaart over bouwgrond-debacle

Onverkoopbare bouwgrond is voor gemeenten een molensteen. Door strengere controle en meer openheid moet het lek boven water komen, stelt SP-Kamerlid Eric Smaling.

Na 19 maart zullen duizenden nieuwe gemeenteraadsleden geïnstalleerd worden. Dat is een feestelijke gebeurtenis, maar de vraag is of dat feestelijke gevoel lang blijft hangen. Gemeenten krijgen de komende tijd forse taken op het gebied van jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning, sociale werkplaatsen en reïntegratie van werkzoekenden. De meeste wetsvoorstellen zijn inmiddels aanvaard door de Tweede Kamer, inclusief de bijbehorende miljardenbezuinigingen. Van het nieuwe raadslid wordt ook op een heel ander terrein bekwaamheid verwacht, namelijk bij het ontrafelen van de volstrekt ondoorzichtige manier waarop veel gemeenten de grondboekhouding bijhouden.

Accountantsbureau Deloitte publiceerde eind 2013 een schatting van de miljardenverliezen op de sterk in waarde dalende grond die gemeenten de afgelopen jaren hebben genomen, nog van plan zijn te nemen of, en nu komt het: onder het tapijt schuiven. Het gaat om vele vierkante kilometers weilandjes en halfwoestijnen.

Het Financieele Dagblad liet zien dat gemeenten allerlei boekhoudtrucs inzetten die een veel te rooskleurig beeld opleveren. Zo wordt veel bouwgrond buiten de balans geplaatst in de hoop dat de grond- en huizenmarkt weer aantrekt naar het niveau van voor 2008. Ook wordt de verwachte debetrente op deze grond zonder onderbouwing verlaagd. Deloitte spreekt van een ‘boeggolf’ die gemeenten creëren in de hoop op betere tijden.

Maar die tijden moeten helemaal niet terugkomen, want het waren prijzen die hoorden bij een enorme vastgoedbubbel, prijzen die ervoor gezorgd hebben dat hordes huizenbezitters ‘onder water’ staan en niet kunnen verhuizen zonder tienduizenden euro’s verlies te lijden. Naast grond voor woningbouw ligt ook grond voor bedrijventerreinen groen te wezen. Volgens Cobouw overtreft het aanbod de vraag met een factor vijfentwintig. Op bestaande bedrijventerreinen liggen hele stukken braak waar prima ingebreid zou kunnen worden. Om het nog erger te maken geeft Deloitte aan dat het geen beeld heeft van de grondverliezen bij de honderden publiek-private constructies. Private partijen beschouwen dit als concurrentiegevoelige informatie, maar ook gemeenten willen vaak uit strategisch oogpunt niet dat de buurgemeente teveel zicht heeft op de bouwplannen.

Twee zaken moeten veranderen. Ten eerste: duidelijke spelregels. Controlerende instanties zijn nu coulant, wegkijkend of afwezig (provincie, accountant, Autoriteit Financiële Markten). Niet zelden hebben wethouders in het verleden de gemeenteraad bewust dom gehouden, zo bleek bijvoorbeeld uit onderzoek dat de gemeenteraad in Apeldoorn zelf liet uitvoeren toen daar het kalf verdronken was. Dat moet afgelopen zijn. Als de wetgeving op dit punt niet duidelijk genoeg is, moet die worden aangepast.

Ten tweede: de gemeente moet met de billen bloot, dat wil zeggen: verliezen worden genomen en niet gemaskeerd. Grond wordt aangewend voor goedkopere huur- of koopwoningen of desnoods terugverkocht aan de boer. Het overaanbod voor bedrijventerreinen wordt geschrapt. Dan is voor iedereen duidelijk dat een probleem wordt opgelost, kan toegewerkt worden naar een schone lei en houdt de burger vertrouwen in de volksvertegenwoordiger die hij op 19 maart zijn stem gunt. Rijk en provincie zullen miljarden euro’s moeten vrijspelen om deze beerput te legen. Het grote risico is namelijk dat de gemeenten, kaalgeplukt door de nieuwe wetten van deze regering, de rekening neerlegt bij de burger: verhoogde onroerende zaakbelasting, sluiten van voorzieningen als zwembaden, buurthuizen en bibliotheken, het niet meer onderhouden van groen en straatmeubilair in de buitenwijken voor de minder gefortuneerde, of toch weer de vlucht vooruit: nog meer kantoren, winkels en horeca rond het station of buiten de bebouwde kom die elders faillissementen en verloedering veroorzaken. De cynicus zal zeggen: dan had die burger destijds maar andere raadsleden moeten kiezen. Ik zeg: dan wacht Olli Rehn maar wat langer op zijn 3%.

Betrokken SP'ers