Inval in Irak was meer dan ‘fout’

Uw commentaar over de buitenlandse bemoeienis in Irak heeft een eufemistische zo niet misleidende toonzetting.

Dat komt ten eerste door de eenzijdige nadruk op de Amerikaanse oorlogsdoden. Epidemiologen van de Johns Hopkins universiteit stelden op grond van veldonderzoek dat er eind juni 2006 waarschijnlijk al meer dan 600.000 Iraakse militaire en burgerdoden te betreuren waren. Dat is een aanzienlijk verschil met het aantal gestorven Amerikaanse militairen – 4488 in heel Irak in de periode 2003-2011.

Een tweede punt betreft het karaktiseren van de besluitvorming voor de inval van Irak als een “fout”. Uit een reeks onthullingen en onderzoeken, die al in 2004 begonnen, blijkt dat het besluit om binnen te vallen vaststond en dat de afwezigheid van massavernietigingswapens bekend was. Zoals geformuleerd door de Britse inlichtingenchef Richard Dearlove in juli 2002, werden “de inlichtingen en feiten vastgesteld ter ondersteuning van het beleid”; dat beleid was erop gericht om “regime change” te bewerkstelligen. Het gaat hierbij om de kwestie of er sprake was van voorbereidingen om een illegale oorlog te voeren. Dat is een schending van het volkerenrecht en een zaak voor het Internationaal Gerechtshof. Dat lijkt me een aanzienlijk ernstiger kwalificatie dan een “fout”.