Klimaat en milieu

Geen houtkap voor biomassa

Kernenergie is niet veilig en schoon (waaronder het kernafval) en voor ons geen duurzaam alternatief. De kolencentrales worden gesloten, evenals de kerncentrale bij Borssele. We maken versneld een einde aan de gaswinning in Groningen en de rest van het land (ook in de Waddenzee). We stoppen direct met houtkap voor biomassa. We leggen ook geen woonwijken meer aan met deze schadelijke biomassacentrales.

Het deelnemen in wind- en zonne-energie, al dan niet via lokale opwek, moet volop gesteund worden. Waar windmolens overlast veroorzaken moeten bewoners financieel profijt hebben van de aanwezigheid van de molens. De overheid kan stevig sturen met fiscale prikkels die duurzaam energiegebruik stimuleren en verspilling en lozing van restwarmte tegengaan. Van bouwbedrijven en woningcorporaties verlangen we dat zij energiezuinig bouwen en renoveren. Woningbezitters worden gestimuleerd om het energielabel van hun huis te verbeteren. De tariefstelling en de energiebelasting zijn veel te complex en moeten snel transparanter worden, zodat mensen ook zien hoe ze hun gebruik kunnen beïnvloeden.

In internationaal verband houden we goed in de gaten wat landen als Duitsland en Denemarken bereiken met hun energie-transitie. Samenwerken in Europa is prima, maar we willen geen opgelegde Europese Energie-Unie. Het internationale systeem van handel in emissierechten moet effectief gaan functioneren. We verwachten veel van de wetenschap en steunen daarom onderzoek naar duurzame energiedragers en ook naar de grootschalige uitrol hiervan, waardoor ze voor burger en bedrijf betaalbaar worden.

Om zuinig om te gaan met onze fossiele bronnen zal door landen in Europa beter samengewerkt moeten worden om duurzaam opgewekte energie van bijvoorbeeld zon of wind slimmer in te zetten. We bevorderen daarom de grensoverschrijdende koppeling tussen nationale netwerken om de pieken en dalen van duurzame energieproductie op te vangen. EU-wetgeving moet worden aangepast om aansluiting van de meest duurzame productiemiddelen op energienetwerken te bevorderen en de risico’s op uitvallen van het elektriciteitsnet terug te dringen.