Bekende gezichten Voormalig Tweede Kamerlid

Krista van Velzen

'De wereld moet verbeterd worden en er moet geknokt worden, en wel nú.'

Krista van Velzen

Biografie

Je was een van de bekendste SP-Kamerleden. Waarom stopte je in 2010?
‘Ik was intens moe. We hadden als SP een enorm hectische periode achter de rug en het liep thuis niet lekker. Het lukte me niet meer om mijn thuissituatie te combineren met de 300 procent die het vergt om een goed SP-Kamerlid te zijn. Ik ben een perfectionist. Het is een enorme eer om volksvertegenwoordiger te zijn. Mensen rekenen op je en kloppen bij je aan. Ik vind ook dat je in die positie moet doen wat je kan. Maar dat ging niet meer. Achteraf bleek ik ook ziek te zijn, een auto-immuunziekte. Maar daar kwam ik pas later achter.’

Je was heel plotseling weg.
‘Ja, ik wilde niet meer op een hoge plek op de lijst staan en na de verkiezingen heb ik wat spulletjes in een verhuisdoos gestopt en ben ik vertrokken. Dat het als een verrassing kwam, was omdat ik mezelf nooit had toegestaan om erover te klagen dat ik me ziek voelde en geen puf had. Ik heb alleen één heel persoonlijk interview aan NRC Magazine gegeven. Daar kwamen veel meelevende reacties op. Dat was een mooie les, kennelijk mocht ik me ook best eens kwetsbaar opstellen.’

En toen stapte je op de fiets en belde PowNews.
‘Ja, ik had mezelf eindelijk even pauze gegeven. Ik moest ademhalen, nadenken. Ik heb een mooie, lange tocht gemaakt en was zó blij dat mijn telefoon niet 24 uur per dag aan hoefde te staan. PowNews belde, om mij voor te leggen dat ik wachtgeld zou ontvangen terwijl ik op fietsvakantie was. Omdat ze mij niet konden bereiken, is dat een eigen leven gaan leiden. Maar het was niet waar, ik heb tijdens mijn reis geen cent wachtgeld ontvangen.’

Tot welke inzichten kwam je?
‘Ik heb elf jaar in de Tweede Kamer gewerkt, drie jaar als fractiemedewerker. Daar heb ik vooral mijn scherpe kant ontwikkeld: debatteren, keihard knokken voor je standpunt, mensen op straat overtuigen. Je weet hoe ik ben: de wereld moet verbeterd worden en er moet geknokt worden, en wel nú. Maar ik heb ook een emotionele kant, een zorgzame. In die tijd was iemand uit mijn naaste omgeving ernstig ziek. Hij was nog jong en hij was boos dat hem dit overkwam. Ik weet nog dat ik dacht: jongen, je kan toch niet zo boos uit het leven vertrekken? Dat voelde niet goed. Zijn laatste levensdagen bracht hij door in een hospice. Ik zag hem daar heel snel veranderen, zachter worden. Ik was daar zo door overdonderd. Daar wilde ik iets mee. Dus ik heb gesolliciteerd als vrijwilliger bij een hospice in de buurt. Al tijdens het kennismakingsgesprek merkte ik dat daar hele andere kanten van mij werden aangeboord. Ik doe al het verzorgende werk dat komt kijken bij het aftakelen van een mens, maar het gaat daarnaast vooral om écht luisteren, de tijd nemen. Mensen begeleiden in het moeilijke proces van in het reine komen met familie en met zichzelf: alles om op een prettige manier te kunnen vertrekken.’

Je komt ontspannen over.
‘Ik heb nog steeds een hele drukke agenda. Maar ik merk dat ik mijn keuzes anders maak. Ik doe niet alles meer en voor sommige dingen, zoals dit interview, neem ik meer tijd. Dan heb ik niet het gevoel dat ik heel snel mijn punt moet maken; daar krijg je een zekere verbetenheid van en dat is niet prettig. 
Ik werk ook nog als vrijwilliger bij Mappa Mondo. Daar wonen kinderen die heel erg ziek zijn. Ze zijn te goed om continu in het ziekenhuis te blijven en vaak net niet in de positie dat ze thuis kunnen zijn. Ik word er zó blij van om dat werk te kunnen doen. Je moet je voorstellen dat ik met een jongetje aan het voetballen ben. Hij loopt aan de slangen en elke twee minuten staat ie stil en dan piept er van alles. Dan moet ik al die slangen uit de knoop halen – en hij weet niet beter en heeft gewoon lol! 
Verder woon ik nog steeds in de ecologische woon-werkgemeenschap die ik tien jaar geleden met vrienden heb opgezet. Een typisch voorbeeld van niet alleen maar praten over hoe de wereld veranderd moet worden,maar ook gewoon alternatieven uitvoeren. Dus ja, ik ben een gelukkig mens.’

Een actief mens ook. Waar verdiende je je geld mee?
‘Ik heb bij Exodus gewerkt: resocialisatie van ex-gedetineerden. Onwijs leuk en het is wetenschappelijk bewezen dat het werkt. Bij Exodus ga je met mensen die een misdaad hebben gepleegd aan de slag om hun leven weer op te bouwen. Heel bijzonder om daarnaast te mogen staan. Het was trouwens heel grappig dat iedereen daar meteen al wist dat ik zelf ook een strafblad heb.’

Je bent ooit opgepakt vanwege een actie bij een Schotse atoomonderzeeër.
‘Ja, dat was trouwens een heel positieve vredesactie. Ik heb uiteraard niks ernstig crimineels gedaan. Verder bleek Jan de Wit zich te hebben ingezet voor de zaak van een van de ex-gedetineerden, dus het lag allemaal heel mooi in het verlengde va nmijn Kamerwerk.’

En nu ben je weer aan de slag metkernwapens.
‘Ik heb als Kamerlid veel met Pax gewerkt, toen heette het nog IKV/Pax Christi. Samen met Harry van Bommel was ik toen bezig met een campagne rond ABN Amro en later ING. Die investeerden in clustermunitie. Een onmenselijk wapen, dat Nederland op dat moment gewoon had en gebruikte. Wij vonden Pax aan onze zijde, die hadden zeer deskundige mensen die ook wel bereid waren om een leuke campagne op te zetten. Dat werd een enorm succes. Er is nu een breed gedragen internationaal verbod en Nederland heeft de hele troep laten vernietigen. Het is gewoon gelukt! Zeer tegen de zin van de ministers die er toen zaten. Een tijd geleden belde Pax mij op: of ik zoiets nu niet met kernwapens wilde gaan doen.’ 

Dus je was meteen enthousiast?
‘Nou, ik dacht: het thema kernwapens is ongelooflijk moeilijk. Het is zo verweven met machtspolitiek en met grote industrie, die ook weer geld steekt in de politieke campagnes in de Verenigde Staten. Maar tegelijkertijd: dit zijn wapens die bedoeld zijn om steden te vernietigen. In secondes. Die bedoeld zijn om duizenden, honderdduizenden mensen te vernietigen. Dit is zo belangrijk. En, ja, dan kom je bij mijn essentie. Ik ben een dromer, maar wel een drammende dromer. Ik ben eigenlijk al vanaf m’n zeventiende bezig met allerlei campagnes rond kernwapens. Maar de verhoudingen zitten muurvast. De VN-Ontwapeningsconferentie bijvoorbeeld, die over nucleaire ontwapening gaat, is er al vijftien jaar zelfs niet in geslaagd om een agenda vast te stellen. Ik wil niet mijn leven gaan besteden aan iets wat niet opschiet. Tenzij er iets verandert. Pax overtuigde mij ervan dat er iets veranderd was.’

Wat is er dan veranderd?
‘Iets wat lijkt op hoe we van die clusterbommen zijn afgekomen. Er is een internationale vredesbeweging opgericht, de International Campaign To Abolish Nuclear Weapons (internationale campagne om nucleaire wapens af te schaffen –red.). Afgekort ICAN – die W hebben we maar weggelaten want anders klinkt het niet. ICAN probeert de nucleaire ontwapening buiten de VN om te organiseren. ICAN, waar Pax deel van uitmaakt, gaat praten met regeringen die wél iets willen. En dat zijn er nogal wat. De boodschap is: we gaan gewoon beginnen.’

Dat zijn er nogal wat? Hoeveel dan?
‘ICAN heeft nu al 150 landen rond de tafel. Er zijn twee conferenties geweest. Er komt er ook een in Zuid-Afrika, dat als eerste land zelf afstand deed van zijn kernwapenprogramma. Ik verwacht dat er volgend jaar een A4-tje op tafel ligt om te onderhandelen over een internationaal verbod.’ 

Te beginnen in Nederland?
‘Ja, daar werk ik nu aan. Nederland is een belangrijke speler hierin. De grote kernwapenmachten zijn natuurlijk Amerika en Rusland, maar tijdens de Koude Oorlog heeft Amerika een hele zooi kernwapens in Europa neergelegd. Voor als de communisten kwamen. Die liggen er nog steeds. Onze regering zegt altijd dat we een visie van een kernwapenvrije wereld hebben. We hebben zelfs een verdrag getekend dat nucleaire ontwapening een verplichting is. Maar in de tussentijd zijn wij stiekem gewoon gastheer. Faciliteren wij dat er in Brabant massavernietigingswapens liggen. Waar geheimzinnig over gedaan wordt. De volksvertegenwoordiging wordt daar niet adequaat over ingelicht. Over de budgetten, de begroting, het belastinggeld dat daarin gestoken wordt, is geen openheid. Ook niet over de de beveiliging van die basis.’ 

Je hebt het over Volkel?
‘Ja, we weten wat daar ligt. Maar er mag niet over gesproken worden. Het wordt niet bevestigd en niet ontkend. Maar er is een paar jaar geleden een grote inspectie geweest vanuit de VS waarbij bleek dat er problemen zijn met de veiligheid op die basis. Die rapporten zijn in de Verenigde Staten gewoon vrijgegeven. Die wapens zijn inmiddels ook al decennia oud en de VS wil ze vervangen door nieuwe. Dus die bommen die op Volkel liggen gaan weg, en daar komen betere voor in de plaats. Dan denk ik: de enige betere kernbom is géén kernbom. Als ze dan toch weggaan, hou ze dan maar. Want er is in Nederland helemaal geen steun om die kernwapens te hebben. Meer dan 90 procent van de Nederlandse bevolking wil dat het spul weggaat. En de vraag aan volksvertegenwoordigers en politici is: hoe lang ga je nog accepteren dat je niet wordt ingelicht over massavernietigingswapens in je eigen land? Dat is toch bizar? Dan wil je toch weten hoe dat in elkaar zit, wat het kost, hoe de beveiliging, veiligheid is geregeld, wanneer daarmee wordt rondgevlogen, waarom ze daar überhaupt nog liggen?’ 

Wat is eigenlijk het probleem?
‘Niemand wil dat ze gebruikt worden. De beste manier om daarvoor te zorgen is dat je ze ook gewoon niet hebt. Alleen daarom al moeten kernwapens de wereld uit. Maar het is zelfs ook gevaarlijk als ze niet gebruikt worden. Ik heb laatst een lijst gezien van ongevallen en bijna-ongevallen van de Amerikaanse luchtmacht gedurende één jaar. De geprinte lijst was – ik overdrijf niet – vier meter lang. Dan heb je het over bommen die vermist raken en bommen die per ongeluk uit een vliegtuig vallen. De mannen die heel geconcentreerd in de gaten moeten houden of Rusland iets doet, blijken gewoon in slaap te vallen of drugs te gebruiken. Om maar wat te noemen. Kijk, het is geen fictief verhaal van er is een bom en die gebruiken we toch niet. Het gaat over reële risico’s. Als het misgaat, dan kunnen zelfs grote organisaties als het Rode Kruis, de Wereldgezondheidsorganisatie en de VN-Vluchtelingenorganisatie niets meer betekenen. Dat hebben ze ronduit gezegd op een ICAN-conferentie: we kúnnen geen hulp verlenen als er een nucleaire explosie is. De enige zinnige voorbereiding is nu gaan werken aan nucleaire ontwapening.’

Nu start je met Pax een burgerinitiatief. Waarom?
‘De regering moet de hete adem van de bevolking in de nek gaan voelen. Er zijn de afgelopen jaren prima moties aan genomen in de Kamer, waaruit blijkt dat een meerderheid van de volksvertegenwoordigers van kernwapens af wil. De motie van SP-Kamerlid Jasper van Dijk bijvoorbeeld, dat de JSF geen kernwapentaak mag krijgen. Dat is een doorbraak. De afkeer van kernwapens wordt breed gedragen, het is geen links dingetje of zo. Maar toch geeft de regering geen gehoor aan de roep om een verbod op kernwapens. Er is dus druk van buitenaf nodig, zodat politici er niet meer omheen kunnen dat via de media hun kiezers meekijken.’

Wat is het voorstel dat op de agenda moet komen?
‘Het voorstel is om kernwapens te verbieden. In Nederland om te beginnen. Dus het stationeren, het vervoer, de ontwikkeling; het hele fenomeen hoppetee verbieden. Dat kan gewoon, verschillende landen zijn ons voorgegaan. Ik heb ze eens geteld: 115.
Als er één moment is om tegen de Amerikanen te zeggen dat we die nieuwe bommen niet willen, dan is het wel nu, nu Obama daar nog zit. Het wordt ook tijd, hè. Volgend jaar wordt herdacht dat zeventig jaar geleden de nucleaire aanval op Hiroshima en Nagasaki was. De allereerste resolutie die in de VN is aangenomen, toen die net was opgericht, was om te komen tot een totaalverbod op kernwapens. Omdat ze toen al, en dan heb je het over 1946, doorhadden: dit mag geen toekomst hebben. Dan zou het toch mooi zijn als Nederland een historische stap zet en zegt: we zetten er een punt achter, we gaan dat toch niet nog eens zeventig jaar laten duren?’

Als campagnevoerder kom je ook regelmatig in de Kamer. Hoe is dat? 
‘Het is wel gek om de Kamer binnen te lopen en niet automatisch naar de SP-vleugel te lopen. Maar het is heel leuk om met politici van alle partijen gesprekken te voeren zonder de scherpte van het Kamerdebat.’

Hoe groot is de kans dat we jou ooit weer op een Kamerzetel terugzien?
‘Nou, ik ben nu hiermee bezig en daarna zie zie ik wel weer verder. Maar het kriebelt wel.' 

Dit interview verscheen eerder in Tribune

Krista van Velzen op SP.nl