De tegenstrijdige VN-missie in Mali

Van 17 tot 20 oktober was SP-Kamerlid Jasper van Dijk in Mali, met de Tweede Kamercommissie voor Defensie. Hij bezocht het Nederlandse Kamp Castor in Gao en de hoofdstad Bamako waar het hoofdkwartier van de VN-missie zetelt. Een impressie.

Jasper van Dijk in Mali
Jasper van Dijk in Mali

Het Nederlandse Kamp Castor bevindt zich in Gao, een plaats in het midden van Mali. Hier moeten de circa 450 Nederlandse militairen samen met ongeveer 10.000 andere militairen VN-missie MINUSMA uitvoeren (United Nations Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali). Het doel is om Mali te stabiliseren, de bevolking te beschermen, het staatsgezag te herstellen en bevolkingsgroepen te verzoenen.

Mali heeft circa 16 miljoen inwoners en is qua oppervlak ruim 30 keer groter dan Nederland. Vooral in het noorden zijn spanningen. Daar zitten verschillende bevolkingsgroepen – met name Toeareg – die zich willen afscheiden van Mali. Ook zijn er terroristische groepen actief in de Sahel-regio. Sommige daarvan zijn verwant aan Al Qaida.
De VN-missie begon vorig jaar, nadat het Franse leger jihadistische strijders had verjaagd. Veel van deze strijders waren afkomstig uit Libië. Na de val van kolonel Khadaffi trokken ze richting Mali. Aanvankelijk waren het vooral Toeareg die streden voor onafhankelijkheid in het noorden. Zij werden echter overlopen door jihadistische strijders. Na het ingrijpen van de Fransen heeft een deel van de Toeareg opnieuw de macht overgenomen in het noorden van Mali. Daar vinden nog steeds gevechten plaats tussen ‘pro-Malinese’ strijdgroepen en strijders die onafhankelijk willen worden.

De onlusten in het noorden worden met name veroorzaakt door armoede en achterstelling. De Toeareg zijn decennialang verwaarloosd door de Malinese regering. Zij houden zich staande met handel in drugs en wapens. Gewapende groeperingen zijn actief in de hele Sahel-regio. Ze trekken zich niets aan van de onnatuurlijke, koloniale grenzen van Mali, Algerije, Niger, Tsjaad en Mauritanië. De VN-missie beperkt zich echter tot Mali, waardoor strijders in de buurlanden kunnen afwachten tot de VN uit Mali zijn vertrokken.

Mali
Mali

De Nederlandse missie: inlichtingen

De Nederlanders in Mali moeten vooral inlichtingen verzamelen. Daartoe zijn zij uitgerust met geavanceerde middelen, zoals drones, Apaches en Chinook-helikopters. Commando’s gaan op pad om de verschillende groeperingen in het reusachtige gebied in kaart te brengen. Dat leidt tot een enorme berg informatie die aan het VN-hoofdkwartier wordt doorgespeeld. De VN wordt een ‘black box’ genoemd, omdat volstrekt onduidelijk is wat er met de informatie wordt gedaan. Meermaals kregen we te horen dat dit frustrerend is. Het ontbreekt de VN aan een campagneplan; daaruit kun je de conclusie trekken dat vooral informatie wordt vergaard, zonder dat daaraan vervolg wordt gegeven. Van hoog tot laag wordt er geklaagd over het werken onder VN-vlag. De VN zou bureaucratisch, log en traag functioneren. Als er vlieguren worden aangevraagd, is het weken wachten op toestemming. In het weekend is de VN überhaupt niet bereikbaar. Het slaan van een extra waterput wordt niet toegestaan, ondanks de gebrekkige watervoorziening. 

Omstandigheden op het kamp

Er zijn klachten over de omstandigheden waaronder de Nederlanders op het kamp verblijven: kapotte wc’s, gebrekkige koeling, watergebrek en vooral onveiligheid. Volgens de militaire leiding worden deze klachten zwaar overdreven: ‘Het is nu eenmaal geen 5-sterren hotel.’ Niettemin wordt erkend dat de veiligheid beter kan. De beveiligde containers zijn pas in april volgend jaar klaar, terwijl die er al hadden moeten zijn. De mensen op het kamp moeten het nu doen met tenten die zich op enkele meters van het hekwerk bevinden dat hen van de buitenwereld scheidt. Een aanslag kan makkelijk gepleegd worden. 
De bewaking van het kamp zou door Chinezen gedaan worden. Daar komt echter weinig van terecht. De Chinezen zijn slechts op werkdagen aanwezig, van 08:00 tot 15:00. De overige uren en in het weekend wordt het kamp door de Nederlanders zelf bewaakt. De Chinese bewaking stelt bovendien weinig voor. Als iemand het kamp nadert vluchten ze weg, zo wordt gezegd. 

Delegatie
De Nederlandse delegatie op bezoek bij de Premier van Mali. Vlnr Sultan Gunal Gezer (PvdA), Ronald Vuijk (VVD), Raymond de Roon (PVV), Han ten Broeke (VVD), Premier Mara, Wassila Hachchi (D66), Gerald vd Leiden (Griffier) en Jasper van Dijk.

15 tot 20 jaar

In hoofdstad Bamako bevindt zich kamp Bifrost dat door de Noren is gebouwd. De omstandigheden zijn er aanzienlijk beter. Militairen slapen in afzonderlijke cabines (in plaats van met negen man in een tent), de airconditioning is er beter en er zijn meer mogelijkheden voor ontspanning.
In Bamako spreken we met de (tijdelijk) opvolger als missieleider van Bert Koenders, David Gressly. Hij hoopt op een goede uitkomst van de ‘dialoog’ in Algerije, waaronder een zekere mate van erkenning voor de bevolking uit het noorden. Vanwege de langdurige spanningen tussen Noord- en Zuid-Mali, zal de missie volgens Gressly op zijn minst vijftien tot twintig jaar moeten duren. Hij belooft de Nederlanders om de bureaucratie van de VN aan te pakken.

Een tegenstrijdig mandaat

Er is een groot verschil tussen papier en werkelijkheid. Op papier lijkt MINUSMA van belang om de vrede in Mali te herstellen. Zo wordt het ook naar buiten gepresenteerd, in Kamerbrieven en persberichten. In werkelijkheid is het maar zeer de vraag of de VN in staat is om stabiliteit te creëren in dit reusachtige land met talloze groeperingen die zich van grenzen weinig aantrekken. Ook wordt melding gemaakt van mensenrechtenschendingen door VN-militairen en moeten de Afrikaanse VN-landen het met aanzienlijk minder goed materieel stellen.
Bovendien kampt de VN met een tegenstrijdig mandaat. Enerzijds wil men het staatsgezag herstellen, anderzijds moeten strijdende groepen verzoend worden. Niet alle groeperingen erkennen het Malinese staatsgezag. Een aantal ziet de VN-macht als een verlengstuk van de Malinese regering, waar zij niets van moeten hebben. Er zijn reeds meer dan dertig dodelijke slachtoffers gevallen door aanvallen op VN-militairen. 

Corruptie en dubbele agenda’s 

De VN-missie kan zelfs averechts werken, wanneer het voor Mali en buurlanden aanleiding geeft om achterover te leunen (‘de VN lost het wel op’). Het is cruciaal dat achtergestelde groepen, zoals de Toeareg, erkenning krijgen van de Malinese autoriteiten. Zolang de VN op militair, diplomatiek en humanitair terrein de leiding in handen heeft, geeft dat de betrokken landen minder reden om zelf actief te worden. Het draagvlak van de Malinese overheid onder de bevolking is al minimaal, vanwege de enorme corruptie. Ook door leningen en ontwikkelingshulp is er minder aanleiding om de bevolking serieus te nemen. De verontwaardiging was groot, toen de president van Mali onlangs een nieuw vliegtuig aanschafte ter waarde van 30 miljoen euro.

Dan is er nog de dubbele agenda van diverse betrokken landen. Frankrijk voert op eigen houtje strijd tegen terroristen uit de regio. Verschillende Malinezen wijzen erop dat de Fransen vooral de grondstoffen in Noord-Mali willen veiligstellen. Om die reden zou Frankrijk het niet erg vinden als de Toeareg zeggenschap krijgen over een zelfstandig Noord-Mali. Het is een klassieke verdeel-en-heers-politiek, waarbij Noord- en Zuid-Mali verzwakt worden ten gunste van de Fransen. Ook buurlanden als Niger en Algerije zouden gebaat zijn bij een instabiel Mali. Zo wordt de uitvoering van de VN-missie er niet makkelijker op.

Een uitzichtloze missie voorkomen

Op papier lijkt het een mooi doel om Mali veilig te gaan maken. In de praktijk heeft deze VN-missie veel weg van een mission impossible. De aanwezigheid van VN-troepen kan hooguit tijdelijk zorgen voor enige stabiliteit. Het conflict tussen Noord- en Zuid-Mali duurt al honderden jaren. De missie wordt zelfs contraproductief als deze nieuw geweld aantrekt. De recente aanslag met dodelijke afloop op negen VN-militairen uit Niger wijst daarop. Een aanslag op Nederlandse militairen is niet ondenkbaar. Zeker nu dieper in het noorden wordt geopereerd, waar het geweld toeneemt. MINUSMA kan dan ontaarden in een vechtmissie.

In plaats van een militaire missie, verkiest de SP een politieke oplossing. Op dit moment zitten de strijdende partijen aan tafel in Algiers; dat is mooi. Ik hoop dat de regering van Mali inziet dat erkenning van de belangen van de Touareg en van een zekere mate van zelfstandigheid in Noord-Mali dat vredesproces veel goed zal doen. Een politieke oplossing behelst ook humanitaire hulp; achterstelling en armoede zijn een belangrijke factor bij het ontstaan en voortduren van dit conflict. Honderdveertigduizend mensen in Mali zijn ontheemd. Voor honderdduizenden mensen is het moeilijk om aan voedsel te komen. Van de volgens de VN benodigde 480 miljoen dollar voor noodhulp is nog niet de helft beschikbaar; landen die dolgraag militairen sturen maken weinig haast met geld vrijmaken voor humanitaire hulp. De VN-missie kost tot nu toe reeds 650 miljoen euro; de Nederlandse bijdrage is tot nu toe zo’n 150 miljoen. Laten we een uitzichtloze militaire missie voorkomen en toekomstige uitgaven gebruiken voor humanitaire hulp. 

Dit artikel verscheen eerder in Tribune. Ook Tribune thuis ontvangen? Word dan lid van de SP!

Betrokken SP'ers