nieuws

Sharon Gesthuizen in Nigeria: Dag 4, politics

SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen is van 18 tot 23 december in Nigeria om te onderzoeken welke gevolgen de oliewinning in de Niger delta op de bevolking heeft. Ze ontmoet betrokkenen van alle verschillende partijen en bezoekt daarbij de belangrijkste plaatsen. Iedere dag verschijnt een kort verslag van haar bezoek op deze site. Vandaag dag vier: politics.

Vanochtend sprak ik een van de commissarissen die de scepter zwaaien over de Niger delta - mevrouw Ibim Semenitari. Deze minister op staatsniveau gaf aan dat haar staat veel meer verwacht van zowel de federale regering als van de oliemaatschappijen dan deze op dit moment waarmaken. Zelf deed zij alles wat maar enigszins mogelijk was voor de bewoners van de delta. Ze gaf niet aan wat dat dan precies was.

We bezochten daarna the Waterfronts - een wijk in Port Harcourt waar zo'n 500.000 mensen in redelijke behuizingen wonen. Het is er vies, er zijn geen publieke voorzieningen, maar de bewoners zelf hebben er een eigen netwerk van winkeltjes, handel en ontmoetingsplaatsen gemaakt. Maar zij moeten weg: de gouverneur en zijn commissarissen van de delta willen het gebied her-ontwikkelen en daarvoor moeten de huizen plat en de bewoners verdwijnen. Waarheen? Dat moeten ze zelf maar uitzoeken. Waarom? Tja, het is mooi wonen daar aan het water als je de rotzooi op zou ruimen en er zitten grote multinationals op aangrenzende terreinen. Die grond kan duur worden verkocht. De Nederlandse ambassade in Abuja schreef een brief aan de gouverneur waarin ze zeer nadrukkelijk haar zorgen uitte - waarheen moeten immers een half miljoen mensen als er niets anders voor hen is? Het antwoord bleef tot dusver uit.

Later die dag bezocht ik ook Abuloma - een dorp vlakbij het Soku-station waar veel van de olie uit de delta door wordt geleid (een zogenaamd flow station). Er wordt op enorme schaal olie afgetapt en gestolen en de moerassen en rivier zijn daardoor ernstig vervuild. We gingen met een bootje het water op en voeren langs een schip van de joint task force. De zwaar bewapende militair op deze boot riep ons bij zich - hij was kwaad op ons. Wat deden we daar? Aangezien we toestemming hadden van het lokale opperhoofd was er niets aan de hand. Intussen voeren de bootjes met vaten afgetapte olie langs ons, op weg naar het haventje waar wij juist vandaan kwamen. De militair liet hen passeren. Dat terwijl hij juist daar is om te voorkomen dat er olie wordt gestolen.

Gisteren schreef ik al over hoge officiële mensen die achter de illegale oliehandel zitten - mensen op invloedrijke posities binnen het bestuur van het land die een fortuin verdienen aan de gestolen olie. Heeft de rest van de bevolking daarvan profijt? Nee, want hun woongebied verandert in een stinkende zwarte blubberpoel en hun visvangst en daarmee hun inkomen verdwijnt door de vervuiling. Ze worden daarvoor hooguit gecompenseerd door mee te gaan werken met de criminelen, met alle risico’s van dien. Hebben oliemaatschappijen last van de diefstal? Ja, hun pijpleidingen worden vernield en hun olie wordt gepikt. Onder toeziend oog van de regering wiens militairen driftig meedoen. Waarom doen ze daarover dan niet hun mond open?

De samenwerking tussen de olie-industrie en de regering is ingewikkeld. Enerzijds innig, anderzijds onmogelijk. Zijn het twee handen die elkaar wassen? Daarop lijkt het wel. Ze kunnen niet zonder elkaar. Zonder oliewinning is het land direct bankroet. Zonder regering die voor de belangen van de maatschappijen uitkijkt is het lastiger ondernemen. De overheid knijpt immers niet alleen een oogje toe bij het stelen van olie maar ook bij het vervuilen van het milieu en het achterwege laten van het opruimen van die vervuiling. De bevolking zit volkomen knel tussen deze twee grootheden.