column
Jan Marijnissen:

Ja, hoor, hij is terug

Rond mijn ouderlijk huis hadden wij op het pad grind liggen. Ik zal nooit vergeten hoe een colporteur mijn moeder op gluiperige wijze veel te duur nieuw grind aansmeerde. Ze was er dagen door van slag, het was immers een rib uit haar lijf. Ook weet ik nog dat ze – na zeuren door mij – een dure uitgave van het Oude en Nieuwe Testament aanschafte bij een colporteur. Dat is allemaal lang geleden.

De afgelopen jaren verplaatste de colportage zich van de voordeur naar de telefoon. Callcenters schoten als paddenstoelen uit de grond. En dagelijks werden mensen lastig gevallen, bij voorkeur onder etenstijd. 'Wilt u lagere maandlasten voor uw woning?', ‘Wilt u een goedkopere ziektekostenverzekering?’, ‘Stap nu over, kom bij ons, wij zijn beter én goedkoper!’. U kent ze wel: de verkooppraatjes. Marktwerking betekent reclame en marketing, allemaal met als doel vergroting van het marktaandeel en winstmaximalisatie. Inmiddels is er zoveel irritatie bij zoveel mensen over deze ongevraagde, opdringerige telefoontjes ontstaan, dat dit middel reputatieschade begint op te leveren voor de opdrachtgever.

Tien jaar geleden wilde toenmalig VVD-minister Jorritsma samen met PvdA en CDA dat er marktwerking kwam in onze elektriciteitsvoorziening. “Maar mevrouw Jorritsma, welk voordeel hebben de burgers daarbij”, was mijn vraag. “We hebben het nu toch allemaal prima geregeld: leveringszekerheid, goed onderhoud, goede kwaliteit en service. U repareert dingen die niet kapot zijn.” Haar antwoord: “Als de markt geliberaliseerd wordt, dan kunnen klanten eisen stellen aan de vorm van de rekening die ze ontvangen. Bent u slechtziend dan kunt u vragen om een groter lettertype.” “Pardon?”

Vanmiddag stond er een kraai op de stoep. Ik schat zijn leeftijd voor in de twintig. Hij zag eruit alsof ie kwam vertellen dat er iemand overleden was: zwart pak en dito stropdas en wit overhemd. Hij had pontificaal een folder van NUON onder zijn arm. Zijn openingsvraag: “Wilt u een goedkopere elektriciteitsrekening?” Zo goed als één en één twéé is, begreep ik dat hij me wilde lokken over te stappen naar zijn maatschappij. “Wat erg dat jij zo je geld moet verdienen”, zei ik. “Nou, u hoeft geen medelijden te hebben, binnenkort heb ik mijn eigen marketingbureau.”

Betrokken SP'ers