Alleen therapieën moeten worden vergoed waarvan werking en nut bewezen zijn. De toets moet zijn: is het nut en effect van een geneeswijze, een therapie, een behandeling wetenschappelijk aangetoond? Hiermee wordt niet gezegd dat andere, alternatieve behandel- en of geneeswijzen niet werkzaam kunnen zijn, maar het is aan het veld om dit aan te tonen.
Positieve ervaringen met alternatieve geneeswijze kunnen ook voortkomen uit het feit dat alternatieve genezers meer tijd en aandacht hebben voor een patiënt en mogelijk ook meer oog voor de sociale omgeving van de patiënt. Daar kan de reguliere zorg van leren.
De kwaliteit van alternatieve geneeswijzen moeten door de Inspectie voor de volksgezondheid bewaakt worden. We mogen van de overheid verwachten dat zij er op toeziet dat diegenen in de gezondheidszorg die een diagnose stellen, therapieën geven en behandelen betrouwbaar en deskundig zijn.