De toegenomen marktwerking leidt tot verkeerde prikkels in de zorg, meer gericht op prijs dan op kwaliteit. Meer marktwerking leidt ook tot meer concurrentie tussen instellingen, in plaats van samenwerking. Dit werkt de versnippering van de zorg in de hand en maakt een optimaal gebruik van de kennis en middelen moeilijker. Meer marktwerking maakt de zorg duurder en leidt tot meer bureaucratie, door meer overhead en hogere managementsalarissen. De markt organiseert ook geen solidariteit in de zorg. Als we meer marktwerking organiseren in de zorg, geven we ook meer ruimte aan lucratieve zorg, waar snel aan te verdienen valt en die is gericht op klanten die veel kunnen betalen, bijvoorbeeld door voorrangszorg te geven. De markt waakt er niet voor dat ook minder rendabele zorg wordt uitgevoerd. Het risico bestaat dat wie niet kan bijbetalen, langer moet wachten, kwalitatief minder zorg krijgt, of minder keuzevrijheid heeft. Bovendien bestaat het gevaar van risicoselectie door zorgverzekeraars; op mensen die veel zorg nodig hebben, zoals ouderen en gehandicapten, valt immers geen winst te maken.
De marktwerking dient te worden stopgezet en waar mogelijk teruggedraaid. Dat betekent onder meer dat het werken met winstoogmerk door zorgaanbieders en zorgverzekeraars niet wordt ingevoerd (www.zorggeenmarkt.nl).