27-11-2009 • Ruim de helft van de jeugdartsen zegt risicokinderen niet, te weinig of te laat te zien. Dat blijkt uit onderzoek van de SP en de vereniging Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland (AJN). Slechts 5 procent van de jeugdartsen denkt alle risicokinderen in beeld te hebben en bijna de helft zegt er zeker van te zijn de risicokinderen niet in beeld te hebben.
Ieder kind komt in zijn of haar jonge leven meerdere keren in aanraking met de Jeugdgezondheidszorg. Eerst als baby en peuter op het consultatiebureau, later bij de schoolarts. De jeugdarts kijkt dan of een kind zich goed ontwikkeld, zowel lichamelijk als sociaal-emotioneel. Als een kind zich niet goed ontwikkeld, of als er vermoeden bestaan dat dit het geval is, kan je spreken van een risicokind. Juist deze kinderen zijn door de jeugdarts onvoldoende in beeld.
AJN-bestuurslid Nathalie Leeuwenburgh: “Er wordt een hoop verwacht van de jeugdgezondheidszorg, maar helaas krijgen jeugdartsen niet voldoende tijd, ruimte, mogelijkheden en vertrouwen om dat allemaal waar te kunnen maken. Risicokinderen zijn daardoor teveel buiten beeld. Een zorgelijke situatie waar dringend meer aandacht voor moet komen.”
Jeugdartsen geven in het onderzoek aan dat hun werk en de zorg aan kinderen verschraalt. Veel van hun werk wordt overgenomen door vragenlijsten en doktersassistenten. Bijna een derde van de onderzoeken in de Jeugdgezondheidszorg van 4 tot 19 jaar wordt door middel van vragenlijsten uitgevoerd of zal binnenkort zo worden uitgevoerd. Jeugdartsen vinden dit een uitholling van de zorg voor kinderen. Verschuiving van taken vindt volgens de jeugdartsen plaats door een gebrek financiën, niet op basis van inhoudelijke argumenten.
Ruim 4 op de 5 jeugdartsen is van mening dat ze risicokinderen niet de zorg kunnen bieden die nodig is. Dossiervorming, ook niet onbelangrijk voor het opsporen van risicokinderen, schiet er bij bijna 40 procent van de jeugdartsen regelmatig bij in. De oorzaak ligt hem voornamelijk in de werkdruk onder de jeugdartsen. Die is enorm, maar liefst 93 procent van de jeugdartsen ervaart hoge werkdruk. SP-Kamerlid Marianne Langkamp: “Willen we dat alle kinderen werkelijk gelijke kansen krijgen op een gezonde ontwikkeling en een goede opvoeding, dan moeten we er in ieder geval voor zorgen dat we de jeugdgezondheidszorg zo snel mogelijk op orde krijgen. Want een gezond kind heeft de toekomst.”
Belangrijkste conclusies:
Belangrijkste aanbevelingen:
Shortlink voor dit bericht: http://sp.nl/9l5ij