Dat het kabinet de problemen in de aandachtswijken wil oplossen is een goede zaak. Dat er veertig wijken zijn geselecteerd om goede sier mee te maken (PR-wijken) en hiermee de andere aandachtswijken min of meer op achterstand worden gezet is echter een slecht plan. Het zou veel beter zijn de wijkaanpak veel kleinschaliger op te zetten en zoveel mogelijk lokaal te laten regelen door corporaties en gemeenten, met ondersteuning van het rijk. Dan kunnen alle wijken in Nederland die dat nodig hebben, worden geholpen.
Dat corporaties hierin mee investeren is geen enkel probleem. Het vrij besteedbaar vermogen van de corporaties kan worden ingezet voor investeringen die aansluiten op de kerntaken van de corporaties, zoals het bouwen van nieuwe betaalbare woningen, stadsvernieuwing, het vergroten van de leefbaarheid van wooncomplexen en energiebesparing in de woningen. Alleen de corporaties die de hiervoor genoemde zaken op orde hebben, mogen wat de SP betreft ook investeren in andere projecten zoals de bouw van buurthuizen en schoolgebouwen.
De wijze waarop het kabinet corporatievermogens wil afromen is een bom onder de sociale volkshuisvesting. Door middel van een winstbelasting op de sociale activiteiten van woningcorporaties zullen de corporaties nog commerciëler gaan werken. Ze zullen de neiging hebben om de huren te verhogen, minder te investeren in nieuwbouw van sociale huurwoningen óf huurwoningen te verkopen. De huurder zal hiervan de dupe worden.
Het activeren van het corporatievermogen moet gebeuren op een wijze die de onderlinge solidariteit en de sociale taken van de corporaties versterkt in plaats van ondermijnt. Daarom pleit de SP voor een wooninvesteringsfonds, zoals het rijk en corporaties al hebben afgesproken. Als de heffing van winstbelasting verdwijnt kan de jaarlijkse voeding van het wooninvesteringsfonds véél hoger worden dan de 250 miljoen euro die nu is afgesproken. Daarmee ontstaat een fonds dat voldoende draagkracht heeft voor alle corporatie-investeringen in de veertig PR-wijken, maar ook voor plannen van armlastige corporaties in andere wijken. Een belangrijk bijkomend voordeel is dat het geld binnen de volkshuisvesting blijft en niet verdwijnt in de staatskas.