Mensen met een handicap moeten het recht hebben om als volwaardige burgers volop mee te kunnen doen in de samenleving. Daartoe zal overal de toegankelijkheid van gebouwen en ruimten en het openbaar vervoer optimaal dienen te worden. Veel meer dan nu moet het werk worden aangepast aan werknemers met een beperking. De overheid moet gehandicapten een aangepaste scholing bieden en ze helpen bij het vinden van een reguliere baan, bij de overheid en in het bedrijfsleven. Bedrijven dienen te worden aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om mensen met een beperking in dienst te nemen. Voorkomen moet worden dat hun arbeidscapaciteit verloren gaat.
Bij het vaststellen van beleid is het nodig om steeds rekening te houden met de gevolgen voor gehandicapten. Volledige compensatie moet gaan gelden voor maatregelen die per definitie chronisch zieken en (jong-)gehandicapten treffen en die nu zorgen voor een categorale inkomensachterstand voor deze groepen mensen. Bij de uitvoering van het beleid moet meer rekening worden gehouden met de ervaringen en mogelijkheden van chronisch zieke mensen en mensen met een handicap.
De Wet Voorzieningen Gehandicapten heeft geleid tot onaanvaardbare verschillen tussen gemeenten. Dat mag bij de Wet Maatschappelijke Ondersteuning niet opnieuw gebeuren. De nieuwe WMO moet zodanig worden aangepast dat het recht op zorg wordt vastgelegd en eigen bijdragen worden beteugeld. Gemeenten moeten de financiële ruimte krijgen om de wet ruimhartig uit te voeren, zodat mensen met een handicap niet de dupe worden van deze wet. De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte moet worden uitgebreid met de terreinen openbaar vervoer, wonen en onderwijs.