04-02-2009 • "Zou men de ov-chipkaart op meer plekken dan alleen de Rotterdamse metro willen invoeren als enig geldig vervoerbewijs, dan is een vergunning van De Nederlandsche Bank nodig. Wapent Nederland zich niet beter tegen gebreken en vervalsingen, dan zal die kaart nooit worden goedgekeurd. Toelating en erkenning door De Nederlandsche Bank beperkt zich niet tot ons land, maar slaat op álle zestien landen van de Eurozone. De Nederlandsche Bank kan het zich eenvoudigweg niet veroorloven om een onveilig betalingsproduct toe te laten tot het Europese betalingsgebied." Dat zegt SP-Europarlementslid Erik Meijer. Hij heeft in schriftelijke vragen aan de Europese Commissie zijn bezorgdheid geuit over het nog steeds ontbreken van de verplichte certificering van de kaart.
Op tal van plaatsen in de wereld wordt geëxperimenteerd met de vervanging van biljetten en kaartjes door elektronisch betaalde vervoersbewijzen. In de Rotterdamse metro kan sinds deze maand niet meer zonder zo’n ov-chipkaart worden gereisd. Met de eind 2009 geplande uitbreiding van het experiment tot Amsterdam, zou het elektronische betalingssysteem zo omvangrijk worden dat er een vergunning nodig is van De Nederlandsche Bank (DNB). Toelating en erkenning door DNB betekent dat ook vervoersondernemingen in de vijftien andere landen waar de euro is ingevoerd het kaartsysteem kunnen gebruiken, zo ligt vast in Brusselse regels.
Meijer: 'Ik zie het niet gebeuren dat De Nederlandsche Bank dat risico neemt. Hackers kunnen de broncode van je kaart immers zó op internet vinden. En een valse kaart kan pas na één of anderhalve dag door het systeem worden ontdekt. Ik heb de Europese Commissie er aan herinnerd dat DNB zich bij haar beslissing om de ov-chipkaart toe te laten voor grootschalig gebruik moet laten leiden door de regels van de Europese Centrale Bank omdat toelating in Nederland ook gevolgen heeft voor de andere eurolanden."