NU IS DE TIJD! Sympathiseer je met de SP? Lid worden is nog veel beter en kan al voor vijf euro per kwartaal. Mee denken, mee doen, mee winnen. Je ontvangt het boek ‘Tot hier – en nu verder’ en het SP-nieuwsblad de Tribune en je kunt gratis gebruik maken van de unieke e-mailservice tomaatnet. Steun de SP en sluit je nu aan!
Door Jan Marijnissen, Voorzitter SP-Tweede-Kamerfractie
De fixatie van de achtereenvolgende kabinetten vanaf het begin van de jaren
tachtig op de macro-economische cijfers (de economische groei, het terugdringen
van het financieringstekort en de staatsschuld), heeft de blik op de samenleving
vertroebeld. De korte horizonten van maximaal vier jaar voor herverkiezing en
meestal zelfs één jaar, het begrotingsjaar, hebben verhinderd
dat de heersende politiek tijdig heeft ingezien dat er schraalheid of erger
ontstaat aan het eind van de kaasschaaf. De prijs die nu wordt betaald voor
het systematisch verkrappen van budgetten is hoog. Die prijs omvat de onvoorwaardelijke
en onbetaalbare loyaliteit van de leraar aan het onderwijs en zijn/haar
leerlingen, van de verpleger aan de zorg en zijn/haar patiënten,
van de politieagent aan de beveiliging van de openbare ruimte en zijn/haar
wijkbewoners, van de academicus aan de wetenschap en zijn/haar onderzoek,
van de kunstenaar aan de kunsten en zijn/haar werkstuk, van de conducteur
aan het openbaar vervoer en zijn/haar passagiers. De infanteristen
van de publieke zaak, zij die in de frontlinie staan van de dagelijkse werkelijkheid
hebben hun vertrouwen in het beleid van de overheid verloren. Zij hebben het
gevoel er alleen voor te staan, en niet de steun te krijgen die ze terecht verwachten.
Cynisme uit zelfbehoud is het onvermijdelijke gevolg. Het goedkoop van de overheid
is duurkoop voor de samenleving geworden.
Door de aanhoudende economische groei van de laatste jaren die vele goede
kanten heeft, worden we nu geconfronteerd met een spanning op de arbeidsmarkt
die we sinds de jaren zestig niet meer gekend hebben. Het resultaat is dat de
overheid, de zorg, het onderwijs, enzovoorts moeten concurreren met de markt
bij het werven van personeel. En dat lukt slecht; zó slecht dat via allerlei
kunstgrepen (verpleegkundigen uit Zuid-Afrika, kinderen vier dagen per week
naar school, onbevoegden voor de klas) geprobeerd wordt de grootste nood te
ledigen. De impopulariteit van de publieke sector (in de ruimste zin) heeft
diverse oorzaken: natuurlijk het loon dat beslist niet marktconform is (een
gediplomeerd verpleger met een HBO-opleiding en twee jaar ervaring verdient
2165,- netto); natuurlijk de mindere secundaire arbeidsvoorwaarden; maar vooral
toch ook de bezoedeling van het imago van het werk, of dat nu in het onderwijs
is, de zorg, de politie, of het leger. Een baan in de publieke sector lijkt
het laatste te zijn waar jongeren naar streven. De bezoedeling van de overheidsdienst
heeft alles te maken met de stiefmoederlijke wijze waarop de kabinetten vanaf
Lubbers I ( en met name de twee Paarse kabinetten) met deze sectoren zijn omgegaan.
Het begon ermee dat de maakbaarheid van de samenleving als pretentieus
concept uit het raam werd gegooid. In het kielzog van de zelfrelativering van
de politiek werd de hele publieke sector gediskwalificeerd als inefficiënt
en ineffectief in vergelijking met de potenties van de markt. Meer en meer politici
vielen voor de aantrekkelijkheid van de simpele dogmas van het neoliberalisme.
Minder overheid en meer markt werd voor vrijwel elke moderne partij
het uitgangspunt. Privatisering, deregulering, decentralisering en budgettering
werden de instrumenten van dit beleid. Ideologisch verwoordde Paars I het in
het Regeerakkoord Keuzen voor de toekomst (!) van 1994 aldus: De
leidende gedachte in dit programma is het herijken van de verhouding tussen
gemeenschappelijke regelingen en eigen verantwoordelijkheid. En verder:
Zo kan een nieuw evenwicht groeien tussen de behoefte aan bescherming
en de noodzaak van dynamiek. Een herijking en een nieuw evenwicht dus,
dat was wat de Paarse bewindslieden wilden bereiken. En ze hebben niet stil
gezeten: alle sociale wetten zijn door de molen gegaan en zijn vrijwel zonder
uitzondering verslechterd; de arbeidstijdenwet werd verruimd; de sociale volkshuisvesting
is bijna geheel ontmanteld; de zorg werd gebudgetteerd en de uitgavengroei onder
Paars I gemaximeerd op jaarlijks 1,3 procent; het onderwijs kreeg te maken met
systematische tekorten terwijl de verantwoordelijkheid in belangrijke mate werd
gedecentraliseerd; de NS werd verzelfstandigd; nutstaken als gas en elektra
werden klaar gemaakt voor de markt, er moest immers concurrentie komen; de PTT
werd KPN en ging naar de markt; er werd door Paars voor 25 miljard aan lastenverlichting
voor bedrijven en burgers doorgevoerd. Deze herijking leidde inderdaad naar
een andere evenwicht: de bescherming nam af en er kwam markt-dynamiek voor in
de plaats. De herijking leidde naast eindeloze verrijking voor enkelen aan de
top en loonstijging voor de meerderheid, kortom particuliere rijkdom, tot publieke
armoede.
Steeds vaker hoor je specialisten en andere kenners van de gezondheidszorg spreken
over dood door schuld als ze de gegroeide wantoestanden in de vorm
van wachtlijsten beschrijven. Hoogleraar Knape, anesthesioloog in het UMC, spreekt
over onnodige sterfgevallen. De Gezondheidsraad spreekt schande over het feit
dat kankerpatiënten in 13 van de 21 bestralingscentra drie tot zeven weken
moeten wachten voordat ze behandeld kunnen worden. Het aantal wachtenden voor
een open-hartoperatie neemt weer toe. Het tekort aan IC-bedden maakt dat er
vaak geleurd moet worden met patiënten: de Nederlandse Hartstichting komt
met voorbeelden uit Limburg waar hartpatiënten overleden omdat er geen
plek was in een naburig ziekenhuis. Chirurg Maurits de Brauw zegt in de NRC
(20 mei 2000): Ik maak de mensen niet beter. Ik maak ze zieker.
En: Mensen die vanwege galstenen op de wachtlijst stonden, kwamen plotseling
met een ontstoken alvleesklier of galblaas binnen. We hebben nog geen doden
gehad, maar daar kun je op wachten. Uit een recent vergelijkend onderzoek
van de OESO is de specialisten- en huisartsendichtheid in ons land laag, en
geven we betrekkelijk weinig uit aan zorg en hebben we daarom onder andere wachtlijsten.
En niet alleen in de cure, ook de care: Meer dan 10.000 mensen wachten op een
plaats in een verpleeghuis, ruim 32.000 mensen wachten op een plekje in een
verzorgingshuis. Let wel, dit zijn opgeschoonde cijfers! Bijna 60.000 mensen
krijgen geen of onvoldoende thuiszorg.
Bijna 10.000 kinderen wachten op hulp of een plaats in een instelling. Deze
cijfers zijn niet nieuw maar al jaren bekend. Paars heeft zich al die tijd Oost-Indisch
doof getoond, en niets ondernomen de ontwikkeling te keren. Men wilde immers
een nieuw evenwicht. Wat we aan percentage van het BBP uitgeven
aan zorg is onder Paars gedaald van 9 procent naar 8,2 procent, terwijl de behoefte
aan zorg door bijvoorbeeld de vergrijzing is toegenomen.
Waar de publieke sector tekort schiet, bereidt zij de weg voor de commercie.
AEGON heeft nu een polis in de aanbieding die de verzekerde in staat stelt de
wachtlijsten te omzeilen door middel van een arrangement in het buitenland te
betalen door de verzekeraar. Maar voor wat hoort wat: de premie ligt wel 180
gulden per maand hoger dan die voor andere polissen. Eerder werden we al geconfronteerd
met voorbeelden van voorrangszorg in particuliere klinieken en bedrijvenpolis.
Zelfs de zorg is nu wat kwaliteit en toegang betreft ten prooi gevallen aan
tweedeling. Tweedeling komt al lang niet meer alleen tot uitdrukking in zich
vergrotende inkomens- en vermogensverschillen.
Tweedeling zien we ook ontstaan in het onderwijs. Privé-scholen (40.000
gulden per kind per jaar) werden door de politiek goedgekeurd, het belang van
sponsoring neemt in het onderwijs steeds verder toe, net als het belang van
hoge ouderbijdragen voor scholen. Minister Hermans spreekt in dit verband eufemistisch
over differentiatie, in werkelijkheid gaat het erom dat ouders graag
extra betalen om zich te verzekeren van goed onderwijs voor hun kinderen. Alleen,
niet iedereen kán extra betalen. Die differentiatie heeft
dus niets met pedagogische of didactische diversiteit te maken, maar met segregatie
langs een sociaal-economische lijn. Internationaal gezien dalen we steeds verder
op de ladder als het om goed onderwijs gaat. Onze klassen zijn groter, onze
leraren moeten langer werken, en daardoor is het niveau lager. En wat ook lager
is, is het percentage BBP wat we uitgeven aan onderwijs: het OESO-gemiddelde
ligt nu op 6,5 procent (in de VS 7,1 procent!), in ons land komen we niet verder
dan 5,1 procent. Als we weer op het gemiddelde willen uitkomen, moet er 12 miljard
gulden extra worden vrijgemaakt voor het onderwijs. Pedagogen vroegen zich vroeger
nog wel eens af: Is onderwijs het volgieten van een emmer of het ontsteken van
een licht? Deze vraag is achterhaald. Voor geen van beide kwalificaties lijken
we nog de middelen beschikbaar te hebben.
De collectieve armoede heeft ook geleid tot minder aandacht voor de structurele
individuele armoede in onze samenleving. Nog steeds groeien bijna 300.000 kinderen
in armoede op en loopt het aantal daklozen (waaronder steeds meer gezinnen en
kinderen) verder op.
De publieke zaak heeft altijd twee ouders gehad: de overheid en de samenleving,
de gemeenschap. De overheid heeft haar taken veronachtzaamd en de individuen
waaruit de gemeenschap steeds meer is gaan bestaan, kijken de andere kant uit.
Er loopt een SIRE-campagne die ons moet vertellen: De maatschappij dat ben jij.
Het is één van de grote misverstanden van deze tijd: te denken
dat wanneer de door de overheid georganiseerde solidariteit afneemt, de spontane,
maatschappelijke solidariteit zal toenemen. Niets is minder waar gebleken. De
overheid, de politiek is mede-trendsetter, of men dat nu wil of niet. De politiek
van de afgelopen twintig jaar, met de PvdA gedurende de hele tweede helft in
het hart van de regering, heeft de vanzelfsprekendheid van de solidariteit van
de haves met de have-nots doen verdwijnen. Deze ontwikkeling kon slechts
worden gevolgd door burgers die calculerende burgers werden. De homo economicus
werd geboren uit de overspelige relatie van de sociaal-democratie met het liberalisme,
waarbij de eerste haar DNA-kenmerken lijkt te hebben onthouden aan deze liefdesbaby.
In dit tijdsgewricht waarin ook het hedonisme onder het motto alles voor
vandaag, en vandaag voor alles aan terrein won, en het individualisme
(of anders gezegd: de ieder-voor-zich-mentaliteit) de trend werd, kon het gebeuren
dat sommigen ongestraft konden pleiten voor een 45-urige werkweek (het MKB),
de afschaffing van de VUT ten faveure van de individuele prepensionering (VNO/NCW),
en demotie voor oudere werknemers (het kabinet).
Het heeft er alle schijn van dat alles van waarde (wat weerloos is: Lucebert)
het moet afleggen tegenover het nieuwe evenwicht van Paars. De kunsten
moeten inleveren ten behoeve van de zogenaamd vernieuwende inzichten van de
staatssecretaris, meer aandacht voor jongeren en etnische minderheden. Wetenschappers
die zich bezig houden met fundamenteel onderzoek moeten vóór ze
in aanmerking kunnen komen voor een budget eerst een plan indienen met daarin
de marktkansen en sponsormogelijkheden. Dat is net zo iets als van een schilder
vragen dat hij eerst tekent wat hij wil gaan schilderen en een businessplan
schrijft vóór hij in aanmerking kan komen voor penseel, doek en
werkruimte. Het ziekengeld moet naar 70 procent, zegt de WRR ( hoezo
wetenschappelijke Raad?). De NS denkt: we maken van de nood een
marketing-deugd. Hebben we niet genoeg zitplaatsen, dan creëren we toch
gewoon een nieuwe, derde klasse en die noemen we dan space. Je hebt
er wel geen space, maar door het zo te noemen maken we de reizigers wijs dat
zíj gek zijn en niet wij.
En ondertussen heeft de AEX-index de 700-grens gepasseerd.
Een beschaving kenmerkt zich door de waarden die zij centraal stelt. De waarden
die de Westerse beschaving ons gebracht en geleerd heeft, zoals het recht op
een menswaardig bestaan voor élk individu, de diepe overtuiging dat élk
mens telt omdat we gelijkwaardig zijn, en de vanzelfsprekendheid van solidariteit,
lijken hun basis in politiek en samenleving steeds meer te verliezen. En dat
in een tijd waarin we juist een nieuwe agenda voor de homo universalis zouden
kunnen schrijven. De economische groei, de welvaart stelt ons daartoe in staat.
Juist nu lijkt de fantasie en de creativiteit te ontbreken. De utopische oasen
lijken opgedroogd, en zoals Jurgen Habermas al eens waarschuwde, dan ontstaat
er een woestijn van banaliteit en radeloosheid.
Alles wat we aanraken moet in geld veranderen, willen we ons handelen als succesvol
kunnen bestempelen. Misschien zou het verhaal van koning Midas weer ns
wat vaker vertelt moeten worden op onze scholen. Het is leerzamer dan het sprookje
van het neoliberalisme dat steeds meer weg begint te krijgen van het geen
gezeik, iedereen rijk van Jacobse en Van Es. Het samen voor ons
eigen heeft de grens van het betamelijke bereikt. Na de Tweede Wereldoorlog
startten we de wederopbouw, terwijl we niets hadden en veel in puin lag. Waarom
kunnen we, nu het ons economisch zo voor de wind gaat, niet beginnen aan een
nieuwe wederopbouw
van de beschaving?
(Dit artikel verscheen in De Volkskrant van 16 september
2000)