Na
een afwezigheid van tien jaar stond ik aan de grens van Jordanië met
Irak. Ik verlangde de grens over te gaan en voelde me blij toen ik de
eerste Irakese douanebeambte aansprak. Mijn vreugde werd echter snel
getemperd toen een Amerikaanse soldaat mij vroeg: ‘Wat doet u hier?’
Vanaf de grens met Jordanië kan alleen overdag gereisd worden. We moeten drie uur wachten voor het licht wordt en kunnen om veiligheidsredenen pas vertrekken wanneer we een konvooi van minimaal vijf auto’s hebben. Gelukkig gebeurt er onderweg verder niets bijzonders. We passeren Al Romadi en Falouja en ik zie overal vernietigde afbeeldingen en standbeelden van Saddam. Het dagelijkse leven op straat komt me vertrouwd over. De winkels zijn open en er is veel verkeer. Tegenover mijn medereizigers spreek ik mijn verbazing uit over het contrast tussen wat ik zie en het beeld dat de Arabische media tot nog toe schetsen van de ontwikkelingen in Irak.
Bagdad, die prachtige stad, heeft haar uitstraling verloren. De verwoeste overheidsgebouwen maken me somber. De stad is gewond en vermoeid omdat zij te veel te verduren heeft gehad. De eerste inwoners met wie ik spreek, zijn mensen bij wie we van auto moeten wisselen. Op mijn vraag: ‘Hoe voel je je na de val van Saddam?’, krijg ik het antwoord: ‘Laat hem naar de hel lopen’. Ik reis per taxi verder naar Azizyah, tachtig kilometer ten zuiden van Bagdad. Onderweg is het druk en chaotisch. Er zijn veel auto’s op de weg, zowel nieuwe als oude.
In Azizyah treft ik een groot aantal familieleden, vrienden en kennissen. Iedereen is blij dat Saddam niet meer aan de macht is. We spreken veel over het verleden, over de verschrikkingen van de dictatuur. Het lukt mij meestal niet om hen ertoe te verleiden over de toekomst te spreken. Ze raken niet uitgesproken over het verleden en grijpen er steeds weer op terug. De gesprekken gaan vooral over de laatste dagen van het regime. Niet alleen in Azizyah, maar ook in andere plaatsen en steden waar ik kom. De meeste mensen zijn ervan overtuigd dat het tijdperk Saddam voorgoed voorbij is. Men is niet bang dat hij weer opnieuw aan de macht komt.
Het normale leven gaat door, ondanks het feit dat er een gebrek is aan autoriteit en veiligheid. De gewone burger heeft een grote behoefte aan veiligheid. Hij is van mening dat de Iraakse autoriteiten daar voor moeten zorgen.
Na de val van Saddam op 9 april is het leven gewoon verder gegaan. Arabieren, Turkmenen, Koerden, Sjiieten, Soennieten, christenen en andere minderheden leven samen zonder dat er een burgeroorlog is ontstaan. De plunderingen van de eerste dagen kwamen voort uit onvrede en woede tegen de staatsinstellingen. De bezettingsmacht van Amerikanen en Britten wierp geen obstakels op. Alleen de olie-instellingen, het ministerie van Defensie en enkele paleizen van Sadam werden tegen plunderaars beschermd.
De mensen zijn blij dat alle ellende achter de rug is en het regime een smadelijke nederlaag geleden heeft. Het volk koos geen partij in de confrontatie tussen de bezetters en Saddam. Mensen vertellen je over de leden van de Baath-partij die op de vlucht sloegen en op zoek gingen naar een schuilplaats. En over hun eigen vlucht naar plaatsen waar niet gebombardeerd werd. Veel kinderen raakten getraumatiseerd.
Mensen spreken over het belang en de noodzaak om een sterke regering te vormen. Ze zijn van mening dat het machtsvacuüm alleen door de Irakezen ingevuld kan worden en niet door de bezettingsmacht. De Irakezen weten hoe ze dit vraagstuk aan moeten pakken.
Met de val van Saddam is de staat verdwenen. Uit een document is op te maken dat Saddam opdracht gaf om - wanneer het systeem ten val gebracht zou worden - alle overheidsinstellingen te vernietigen. September 2002 kwamen alle criminelen in aanmerking voor een generaal pardon en werden vrijgelaten. Het is alom bekend wie misdaden en plunderingen heeft begaan. Tegen sommige bewindslieden van Saddam hebben wraakacties plaatsgevonden. Diegenen die misdaden hebben begaan, zullen in de toekomst worden berecht. Gerechtigheid moet het uitgangspunt zijn bij de vorming van een nieuwe, sterke volksregering . De meeste mensen weten wie hun respect en vertrouwen verdient en wie betrouwbaar is.
Na het verdwijnen van Saddam hebben leiders van stammen, van politieke partijen en van verschillende religieuze bewegingen de leiding in handen genomen. Er is geen burgeroorlog ontstaan, de eenheid van Irak is in tact gebleven en de verschillende bevolkingsgroepen hebben laten zien dat zij als broeders samen kunnen leven.
In de zuidelijke provincies is het over het algemeen veilig. Dat valt mij op wanneer ik in de provincies Wasit, Al Kaddisyah en Al Muthana kom. In die laatste provincie zitten 1.100 Nederlanders. Ik heb er een gesprek met luitenant-kolonel Van de Boogaard die mij uitlegt dat hij weinig kan vertellen over de situatie in de regio omdat de taak van zijn troepen zich beperkt tot het handhaven van de veiligheid. De politieke leiding in Al Muthana zou in handen van de Amerikanen en de Australiërs zijn.
De mensen willen niet dat de bezettingstroepen nu vertrekken. Dat moet pas gebeuren wanneer er een nieuwe Irakese regering is gevormd. Als de troepen het land nu zouden verlaten, zou er een uitbarsting van geweld plaats kunnen vinden. De reden daarvoor is dat de aanhangers van Saddam nog steeds grote hoeveelheden wapens en geld in handen hebben. Daarnaast zouden religieuze extremisten in het ontstane machtsvacuüm kunnen stappen. Omdat er miljoenen wapens onder de bevolking circuleren, is het gevaar niet denkbeeldig dat volgelingen van Saddam, cellen van Al Kaida of Ansar Al-Islam en extreme religieuze organisaties van soennieten en sjiiten chaos zullen scheppen om zich daarna als redders op te werpen. Ten gevolge van de chaos in Irak zijn er de afgelopen tijd een groot aantal religieus geinspireerde strijders en terroristen het land binnen gekomen.
De val van Sadam heeft voor de bevolking het perspectief op vrijheid geopend. Mensen zijn blij dat het regime verdwenen is en dat zij voor hun mening uit kunnen komen. Er zijn een groot aantal nieuwe partijen en kranten opgericht. Verder is het minimumloon verhoogd van 2 naar 60 dollar per maand. Ambtenaren en gepensioneerden hebben inmiddels salaris ontvangen. Tegelijkertijd is echter nog steeds 60 procent van de bevolking werkloos. De Regeringsraad heeft besluiten genomen die het volk ten goede moeten komen. Zo is er een bedrag van 20 miljoen dollar uitgetrokken om 30.000 banen te creëren.
Resolutie 1483 van de Veiligheidsraad die de bezetting moet legitimeren, vormt een compromis tussen de Regeringsraad en de Amerikanen. De Regeringsraad, die in eerste instantie alleen een adviserende rol kreeg, beschikt nu ook over beslissingsbevoegdheden. Maar de eindbeslissing ligt nog steeds bij de bezetters.
De 25 leden van de Regeringsraad vertegenwoordigen de overgrote meerderheid van het volk van Irak. Binnen de raad zijn verreweg de meeste etnische en religieuze groeperingen vertegenwoordigd. De meeste mensen hebben vertrouwen in de raad en geven haar het voordeel van de twijfel.
Pas wanneer de Irakezen de verantwoordelijkheid krijgen om de openbare orde te handhaven, kan er een eind worden gemaakt aan de sabotage-acties en de aanwezigheid in Irak van buitenlandse terroristen. Het geweld dat nu plaats heeft in Irak, is erop gericht het oude regime te herstellen en staat haaks op de belangen van de bevolking. De échte Iraakse oppositie strijdt op vreedzame wijze voor democratie en tegen de buitenlandse bezetting van Irak. Gewelddadige acties motiveren de bezetters alleen maar om nog langer in het land te blijven.
De bezettingsmacht onderneemt tot nog toe geen serieuze stappen om de Irakezen verantwoordelijk te maken voor het veiligheidsbeleid. Het optreden van de bezetters in steden en op het platteland gaat gepaard met geweld. De wijze waarop zij de bevolking bejegenen, getuigt niet van respect. De gevoelens van onrust onder de bevolking nemen toe als zij zien hoe Amerikanen met hun landgenoten omgaan.
Het herstel van voorzieningen als elektriciteit, water en gezondheidszorg verloopt in de ogen van de Irakezen heel traag, terwijl de Amerikanen wel over de mogelijkheden beschikken om dit soort zaken effectief aan te pakken. Ook is er veel kritiek op de Amerikanen vanwege het feit dat zo veel mensen zonder werk zitten. Naarmate het langer duurt voordat er verbeteringen optreden op het vlak van veiligheid, werkgelegenheid en eerste levensbehoeften, neemt het ongeduld en de onvrede onder de bevolking toe.
Na de val van Saddam zijn er verschillende seculiere en religieuze politieke partijen actief. Deels gaat het daarbij om partijen die voorheen ondergronds opereerden, zoals de Communistische Partij, de El Daawah partij, SCIRII en de Koerdische partijen PUK en PDK. Een aantal andere partijen die minder bekend zijn onder het volk, worden met de Amerikaanse bezetters geidentificeerd. Op partijpolitiek vlak kijken de meeste mensen de kat uit de boom. Wel hebben zij uitgesproken opvattingen over de belangrijkste prioriteiten: veiligheid en de eerste levensbehoeften.
Na de val van Saddam zijn er veel nieuwe organisaties opgericht, zoals vakbonden, vrouwenverenigingen, jongeren-en studentenverenigingen. De vakbonden hebben inmiddels al meer dan een miljoen leden. Op 5 september jl. hebben 44 Irakese Niet Gouvernementele Organisaties (NGO’s) een conferentie gehouden en is een coördinatiepunt opgezet dat relaties moet gaan onderhouden met internationale NGO´s. De organisatie CARE speelt een grote rol in dit proces.
De VS mogen niet de enige speler blijven in Irak. De Verenigde Naties en de Europese landen moeten een centrale rol gaan spelen en voorwaarden scheppen voor een overgang naar de democratie. De Regeringsraad moet meer bevoegdheden krijgen, zij moet een grondwet opstellen, er moeten verkiezingen plaats hebben en er moet een sterke regering komen. Pas dan dienen de buitenlandse troepen uit Irak te verdwijnen en kan het gevaar weggenomen worden dat extremisten en Saddam-aanhangers nu nog vormen.
Een onafhankelijk en democratisch Irak kan een constructieve rol spelen in het Midden-Oosten. Het kan bijdragen aan de vrede, de democratie en een versterking van de internationale rechtsorde. Irak heeft op haar beurt de internationale gemeenschap nodig om het proces van democratisering en wederopbouw te realiseren.
Irak is een rijk land. Niet alleen beschikt het over twee rivieren, vruchtbare grond en bodemschatten, maar ook heeft het een rijke geschiedenis en een ontwikkeld volk. Irak verdient aandacht en steun van alle democratische en progressieve bewegingen ter wereld. Wie het Irakese volk wil helpen, moet de democratische bewegingen binnen Irak ondersteunen. Voor Irakezen is dat zo klaar als een klontje, maar onze vrienden buiten Irak moeten daarvan overtuigd worden.
Weert, 28 september 2003