door HARRY VAN BOMMEL
Vandaag kunnen we dan eindelijk ‘het veld in’ zoals Joost Nelen van de SNV - Nederlandse Ontwikkelingsorganisatie het noemt. Er staan twee bestemmingen op het programma, ruim 100 kilometer buiten de hoofdstad. Al vroeg verschijnen we op het kantoor van SNV waar we met een witte pick up zullen vertrekken naar twee dorpen. Om te beginnen zullen we naar Meguetan reizen. Onderweg discussiëren we met Joost over de katoenmarkt en tal van andere zaken. Vlak buiten de hoofdstad moeten we door een soort checkpoint maar we worden niet tot stoppen gedwongen. Waar die slagbomen voor dienen is me een raadsel. Ze doen me een beetje denken aan de toegang tot steden in de Oekraïne waar ik enkele jaren geleden een zomervakantie doorbracht. Daar moest je dan overigens wel meestal een lokale belasting betalen voordat je door mocht rijden. De hoofdweg naar het dorp is uitstekend, gewoon goed geasfalteerd. Alleen het laatste stuk, zo’n half uur rijden is onverhard en slecht geëgaliseerd. Riekje wordt er beroerd van en we moeten even stoppen om te voorkomen dat een omgekeerde peristaltische beweging (braken) maakt dat ze de auto bevuilt. Het komt gelukkig spoedig allemaal goed.

Harry in gesprek met de burgemeester van Meguetan
We worden ontvangen door de burgemeester van Meguetan, Ousman Fomba. Het grootste gedeelte van zijn tijd besteedt hij aan het oplossen van conflicten in zijn gemeente. Dit is een onbedoeld neveneffect van zijn functie. In feite moet hij zich immers bezig houden met 'belangrijkere' zaken als de bouw van ziekenhuizen, schoolprogramma's maar vooral het tegengaan van de degradatie van de rivier de Niger ter hoogte van de stad Koulikouro. Vanwege aspecten als watervervuiling door een nabijgelegen katoenverwerkingfabriek, de exploitatie van zand, bomenkap en het grote aantal activiteiten aan de oevers van deze rivier is de rivier steeds minder leefbaar geworden voor grote groepen dieren waaronder nijlpaarden en zeekoeien en vormt de rivier tegelijkertijd een steeds groter gevaar in de regentijd (overstromingen) voor de dorpen langs de rivier. Samen met de SNV is de burgemeester daarom een bewustwordingscampagne gestart. Dit houdt in dat er een herplaatsing van activiteiten plaatsvindt weg van de rivier naar het binnenland toe. Ook worden surveillance brigadiers ingesteld om de mensen van het dorp van de gevaren op de hoogte te brengen en ze te beboeten als zij in overtreding zijn. Daarnaast worden nieuwe bomen gepland, zowel aan de rand van de oevers als in de Niger zelf. De voornaamste bron van inkomsten voor mensen die in dergelijke dorpen aan de rand van de Niger wonen, zijn visvangst, landbouw en veehouderij.

De gezondheidskliniek in Meguetan
Er vinden in de bewustwordingscampagne zowel activiteiten plaats in de dorpen zelf als tussen de dorpen onderling. Anders blijft het natuurlijk een gevecht tegen de bierkaai. Hoewel de verandering(en) niet altijd even snel gaan als sommige Europeanen graag zouden zien, worden in dorpen als Meguetan wel degelijik successen geboekt. We spreken de burgemeester en een aantal andere vertegenwoordigers in een klein zaaltje van het gebouw dat als gemeentehuis dienst doet. Door decentralisatie van bevoegdheden zijn de gemeenten in Mali steeds belangrijker geworden. Maar net als bij ons, zijn wel de bevoegdheden gedecentraliseerd naar de gemeenten maar is niet ook het hele budget dat daarbij hoort naar de lokale besturen gegaan. Men zit dus met de brokken.
Voordat we het tweede dorp bereiken, maken we eerst een stop bij het lokale kantoor van SNV. Daar kan ik op een vaste telefoonlijn een dubbelinterview doen voor radio 1. De andere gesprekspartner is een bestuurslid van Greenpeace. Zij krijgt de vraag wat Greenpeace te zoeken heeft in Davos, waar het Wereld Economisch Forum wordt georganiseerd. Het WSF is opgericht als tegenhanger van het Wereld Economisch Forum dat vrijhandel als de oplossing van alle problemen ziet. De spreekster is duidelijk; Greenpeace schuift daar aan omdat dáár de belangrijke beslissingen worden genomen. Eerder waren ze ook wel op het WSF maar dit jaar is gekozen voor Davos. Ik kan alleen maar hopen dat ze de invloed van Greenpeace op een dergelijk forum van captains of industry niet overschat. Feit is dat de bijeenkomsten waar Greenpeace aan deelneemt achter gesloten deuren plaatshebben en dat we dus nooit zullen weten of het bedrijfsleven eventueel uitgesproken intenties ook werkelijk nakomt. Gelukkig krijg ik alle ruimte om uit te leggen waarom de SP op het WSF niet mag ontbreken en neem ik vast een voorschot op de actieagenda die ik mee naar huis neem. Natuurlijk noem ik alle organisaties die ik wil betrekken bij het verzet tegen de handelsovereenkomsten tussen Afrika en de EU bij naam, ook de SNV, zodat zij weten dat de uitnodiging voor een gesprek spoedig na mijn terugkeer hun elektronische brievenbus zal bereiken.

Het dorpshoofd van Meguetan
Gola, het dorp dat we vervolgens bezoeken, heeft slechts 187 inwoners, geen elektriciteit en huisjes van op elkaar geplakte stenen met golfplaten daken. Bijna het halve dorp is uitgelopen om monsieur le deputé te ontmoeten. Zo spreekt iedereen me hier aan. Tijdens het gesprek zitten een dertigtal mannen op de eerste rang, daarachter zitten ongeveer 12 vrouwen waarvan enkelen met kinderen. Voordat het gesprek begint, komt een dorpsbewoner langs met een grote mok putwater waar alle gasten een slok uit mogen drinken. Wetend dat ik nu even niet ziek kan worden, zet ik de mok boven mijn mond aan het gezicht en doe ik alsof ik een klein slokje neem. Riekje en Joost nemen wel een slokje maar spugen dat ook weer snel uit. Het is nogal een risico om hier putwater te gaan drinken, lijkt me. Het gesprek dat we voeren gaat over de katoensector; iedereen in Gola is afhankelijk van het katoenplukken. SNV is betrokken bij de vorming van een coöperatie in dit dorp om te zorgen dat de werknemers wat sterker staan. De markt is problematisch omdat de prijzen sterk zijn gedaald en de grond lijdt onder uitputting. Men heeft gestreefd naar diversificatie door andere gewassen te verbouwen maar dat heeft door een achterblijvende vraag niets opgeleverd. De toekomst ziet er voor deze mensen somber uit. Dat is een pijnlijke constatering die ik maar even niet hardop trek. Na het gesprek wordt ons een maaltijd aangeboden. Rijst met kip en wat groenten wordt in een bak zo groot als een ouderwets wasteil wordt neergezet. We krijgen een emmertje putwater voorgezet waar we onze handen in mogen wassen aangezien we met de handen zullen eten. Ik kies er toch maar voor om met bronwater mijn handen te wassen. Gelukkig is er voor monsieur le deputé een lepel om mee te eten. Het smaakt behoorlijk maar ik eet slechts een matige hoeveelheid. Voor het vertrek naar de luchthaven, later vanavond, zouden we immers ook nog eten met Jeanette de Regt, de directrice van SNV, en Joost. Dit maaltje in het dorp levert in ieder geval wel mooie foto’s op.

De rit terug naar de hoofdstad lijkt sneller te verlopen dan de heenreis. Op het kantoor van SNV kan ik even een kort bericht naar de webmaster van de SP versturen en Riekje stuurt enkele foto’s door. Dan is er de beloofde maaltijd en zijn we klaar voor het echte vertrek; terug naar Nederland. Ik kijk terug op een goed WSF, leerzame werkbezoeken nadien en de mogelijkheid voor een politieke agenda voor de nabije toekomst. Dat is niet slecht voor een weekje weg. Voldaan en met het voorgenomen kleurtje stappen Riekje en ik om half twaalf op het vliegtuig om uiteindelijk om half tien in Nederland te landen. Mijn dag zal nog druk worden aangezien ik ‘s middags een briefing heb in de Kamer over Afghanistan en ’s avonds met Hans van Baalen van de VVD in Netwerk mag discussiëren over de verkiezingsuitslag in de Palestijnse gebieden. Niet minder dan 700.000 kijkers volgen dat debat en kunnen zien dat ik een week in een warm land heb doorgebracht. Allemaal voor de goede zaak natuurlijk. Lezers van dit dagboek, ik groet u. Graag tot een volgende keer.
Harry van Bommel

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: