door HARRY VAN BOMMEL
Gisteravond hebben we besloten met een late maaltijd bij het Franse culturele centrum. Zoals in de meeste voormalige koloniën heeft de oude koloniale mogendheid een cultureel centrum open gehouden waar de bevolking kennis kan maken met de cultuur die men in het koloniale tijdperk naar de overzeese gebieden wilde exporteren. Frankrijk had in die dagen aanvankelijk een politiek van volledige assimilatie. Na verloop van tijd liet men dat doel varen en ging men over op een politiek van associatie. De sporen van de Franse tijd zijn hier nog overal zichtbaar. Om te beginnen in de taal; Frans is de officiële taal die ook op school wordt onderwezen. Het Bambara is de tweede taal die wordt gesproken.
Voor ik naar de eerste workshop van het WSF ga, bezoek ik de ochtendmis in de enige katholieke kerk die Bamako rijk is. Als ik aankom is de kerk afgeladen vol met een paar honderd bezoekers. De kerkgangers zijn zwart, de misdienaars zijn dat ook, alleen mijnheer pastoor is blank. De liturgie is klassiek voor de katholieke kerk en hoewel ik niet alles versta weet ik toch precies waar we zijn in het Roomse spoorboekje. In de preek is er veel aandacht voor het WSF. Begrippen als solidariteit, rechtvaardigheid en gelijkheid spelen een belangrijke rol. Na de communie vraagt de pastoor of er deelnemers van het WSF aanwezig zijn en zo ja, of ze dan even willen gaan staan. Verspreid over de verschillende beuken in de kerk staan er zo’n 15 mensen net als ik op. We krijgen een warm applaus. De mis eindigt met muziek en zang. Ik geneer me een beetje voor mijn tenue. Met mijn spijkerbroek en t-shirt loop ik er enigszins onverzorgd bij. De overige kerkgangers dragen allemaal een keurig gestreken overhemd of traditionele kleding.

Op weg naar het WSF stop ik even voor een broodje en een kop thee. In het restaurantje zitten meer mensen die op weg naar workshops en aan andere gasten leen ik mijn programma uit. Een fransman probeert me te over te halen in de middag een workshop van Fair Trade te bezoeken maar dat heb ik de eerste dag al gedaan.
Voor vanochtend staat een workshop over Economische handelsovereenkomsten (EPA’s) op het programma. Die workshop staat in het teken van de ‘stop-EPA-campagne’. In de workshop komen twee Nederlanders aan het woord: Betram Zagema van NOVIB en Stefan Verwer van Both Ends. De EPA’s zijn nog niet afgesloten met de ACP-landen (Afrikaanse, Caribische en Pacific landen) maar er is al wel een concept-overeenkomst uitgegeven. Daaruit blijkt dat de EPA’s vooral voordeel bieden aan de Europese landen. Ze zullen de toekomstige ontwikkeling van de arme landen bemoeilijken omdat ze uitgaan van volledige opening van 80% van de markten. Importtarieven mogen na het afsluiten van de overeenkomsten niet meer stijgen waardoor arme landen de mogelijkheid wordt ontnomen om delen van de eigen markten af te schermen van de hevige concurrentie van rijke landen. Dat zal de ontwikkeling van opkomende markten in arme landen, bijvoorbeeld markten die voortkomen uit de langzame industrialisatie in Afrika negatief beïnvloeden. EPA’s zijn ook volledig gericht op export. Dat maakt de noodzakelijke integratie van landen in de eigen regio ook onnodig moeilijk. De concept-overeenkomst gaat alleen over goederen, de dienstenparagraaf is nog geheel blank maar zal later worden ingevuld. Op grond van die nadelen en onzekerheden werkt NOVIB mee aan de stop-EPA-campagne.
Het jaar 2006 is cruciaal in de onderhandelingen rond EPA. In de Kamer hebben we er al eens aandacht aan besteed maar ik neem mij voor om dat met nog meer inzet te gaan doen. Ons land steunt de afsluiting van de EPA’s en de Europese Commissie is natuurlijk helemaal voor deze nieuwe vorm van uitbuiting van de derde wereld. Binnenkort komt het European Centre for Development Policy met een kritisch rapport over de EPA’s en met alternatieven. Dat zal ik in de Tweede Kamer op de agenda plaatsen. De econoom professor Yash Tandon van het South Centre is betrokken bij ANSA; Alternatives to Neoliberalism in Southern Africa. Hij heft drie hoofdbezwaren tegen EPA’s. Ten eerste zullen EPA’s leiden tot een geografische herordening van Afrika. Zoals in 1884 de kaart van Afrika door Europeanen werd getekend zal dat nu door dit economisch verband opnieuw gebeuren. Ten tweede zal de herkolonisatie van Afrika door de overeenkomsten worden verdiept. Belangrijke economische beslissingen over Afrika worden straks in Brussel genomen, zo voorspelt hij. Ten derde voorspelt hij een deïndustrialisatie van Afrika. Er zal niet worden geïnvesteerd maar gehandeld, tegen lage prijzen. De werkloosheid in Afrika zal als gevolg daarvan stijgen. Tandon benadrukt dat haast is geboden. In juni van dit jaar worden er belangrijke besluiten over de EPA’s genomen. Er is politieke druk nodig en er moet aandacht worden geëist voor de alternatieven voor EPA’s.

ANSA is nu nog een klein initiatief van vakbonden in Zimbabwe en Zuidelijk Afrika. Hij vraagt het gehoor of ze voor ondersteuning kunnen zorgen. Tussen neus en lippen door hekelt hij nog even de vele NGO’s die in de Afrikaanse landen actief zijn en voor hun werk de beste krachten bij Afrikaanse NGO’s wegkopen met hoge salarissen. ANSA raakte in korte tijd zelf vijf medewerkers op die manier kwijt. In deze workshop zitten opvallend veel Europeanen en daarvan komen er veel uit Nederland. Naast de halve ploeg van NOVIB en de spreker van Both Ends, zie ik iemand van ICCO, XminY, en het Transnational Institute. Ik zal die organisaties na terugkeer eens uitnodigen om in Nederland handen en voeten te geven aan de ‘stop-EPA-campagne’.

In de middag splitsen we op. Riekje vertrekt naar een andere locatie verderop in de stad om een workshop bij te wonen over de katoenproductie in West-Afrika. Eenmaal aangekomen is er geen hond te bekennen en blijkt dat de workshop om onduidelijke redenen is geannuleerd. De andere workshop die op dezelfde locatie wordt gehouden heeft als thema de voorbereidingen voor de volgende WSF in Nairobi, Kenia. De zaal is stampvol, waarschijnlijk vanwege de annulering van de katoen workshop. Het niveau van deze workshop is echter bedroevend. Veel verder dan wat loze kreten als ‘wij Afrikanen moeten het heft weer in eigen handen nemen’en geschreeuw komen de participanten niet. De workshop valt onder het thema ‘alternatieven’ maar daar is helaas weinig sprake van. Ze besluit na zo’n twintig minuten te vertrekken naar een nabijgelegen terrein om een andere workshop bij te wonen over initiatieven voor Afrika, zoals de plannen van de Britse premier Blair, NEPAD (nieuwe economische samenwerking met Afrika) en de plannen van president Chirac.
Dit wordt uiteindelijk een interessante workshop die gaat over de Afrikaanse mogelijkheden tot onderhandeling in het politieke machtsspel. De deelnemers zijn allemaal van Afrikaanse afkomst en blijken de hand flink in eigen boezem te steken. Zo proberen zij duidelijk te maken dat zolang er Afrikanen zijn die nog voordeel hebben en collaboreren met vooral de Franse regering, de (West-) Afrikanen altijd in een afhankelijkheidsrelatie met hun voormalige kolonisator zullen blijven vastzitten. Er wordt een vergelijking getrokken met de Vichy regering in Frankrijk ten tijde van nazi Duitsland. Om een onafhankelijke positie te kunnen verwerven is het volgens een van de deelnemers van het grootste belang dat de munteenheid die in een groot aantal West-Afrikaanse landen, waaronder Mali, wordt gebruikt- de CFA frank- los wordt gekoppeld van de euro. Onafhankelijkheid betekent financiële onafhankelijkheid volgens hem. Zeker is dat Frankrijk nog een enorme vinger in de pap heeft in veel van haar voormalige koloniën. Zo deelt Frankrijk bijvoorbeeld flink in de opbrengsten van de bauxietwinning in Guinée en knijpt dientengevolge een oogje als het gaat om de mensenrechten in het land. Het antwoord ligt volgens de deelnemers in het eerst op orde brengen van binnenlandse aangelegenheden. Wat er momenteel gaande is in Ivoorkust wordt een schande voor het Afrikaanse volk genoemd. ‘Diviser pour regner’ heet dat in het Frans, oftewel ‘verdeel en heers’. Deze laatste uitspraak lokt heftige reacties uit het publiek op. Politiek is vooral ook emotie.

De workshop die ik zelf in de tussentijd bezoek, bestaat vooral uit videobeelden
van criticasters van de privatiseringen in Mali. Nieuwe argumenten hoor ik niet
en het lukt me daarom niet de gehele workshop uit te zitten. Ik gebruik de vrijgevallen
tijd om wat te fotograferen en naar huis te bellen. Het laatste wereldnieuws
staat op teletekst pagina 124: een koudegolf treft Oost-Europa. Bij 28 graden
onder nul zijn er in Polen 21 mensen overleden. Het temperatuurverschil met
Mali is dus zo’n 55 graden Celsius. Onvoorstelbaar. Minstens even indrukwekkend
is de uitbreiding van de woordenschat van mijn zoon Maurits (17 maanden). Na
mama (iedere volwassene), oto (elk voorwerp op vier wielen, ook stofzuigers),
bah (volle luier) en nanja (mandarijn) kan hij nu ook koike (keuken) zeggen.
In ons huis is een dichter komen wonen.
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: