Wat moeten we met de genetische technologie?
Een beknopt overzicht van de ontwikkelingen, mogelijkheden
en moeilijkheden van genetische technologie en de conclusies die de Socialistische
Partij daaraan verbindt
Socialistische Partij, juni 2000
Vooraf: een hoognodige discussie
In het nieuwe SP-beginselprogramma Heel
de mens, vastgesteld op het 9e Congres op 18 december 1999,
staat de volgende passage over genetische technologie:
Patenten op (vormen van) leven moeten worden afgewezen. Hetzelfde geldt
voor genetische manipulatie, tenzij gegarandeerd kan worden dat er geen blijvende
schade wordt aangericht.[1]
Tijdens de behandeling van Heel de mens vroeg het congres om nadere
uitwerking van deze stelling in een notitie. Het Partijbestuur heeft daarop een
werkgroep ingesteld om die notitie voor te bereiden. De werkgroep bestond uit
Remi Poppe, Tweede-Kamerlid, Arda Gerkens, lid van het Partijbestuur, Ineke Palm
en Krista van Velzen, medewerkers van het Politiek Team in Den Haag, Steve McGiffen,
medewerker van het EU-team in Brussel, Karel Glastra van Loon en Niko Koffeman,
verbonden aan het V-team van de SP en Tiny Kox, partijsecretaris.
De rapportage is besproken op de SP-Partijraad van 11 maart 2000. De Partijraad
stemt in met de conclusies van de werkgroep, waardoor die nu richtsnoer zijn
bij het politieke denken en doen van de SP op dit terrein. Specifieke op- en
aanmerkingen van de Partijraad zijn verwerkt in de uiteindelijke notitie, die
u nu voor u heeft.
Omdat genetische technologie een zeer breed terrein bestrijkt, is gekozen voor
een opdeling in verschillende relevante deelgebieden. Elk onderdeel begint met
een beknopt overzicht van overwegingen. Daarin worden mogelijkheden en moeilijkheden
inzake het betreffende onderdeel van de genetische technologie gemeld die de
werkgroep bij haar conclusies heeft betrokken. Die conclusies volgen steeds direct
aansluitend op de overwegingen.
Met deze rapportage hoopt de SP een bijdrage te leveren aan een breed maatschappelijk
debat dat hoognodig gevoerd moet worden over deze ingrijpende technologische
ontwikkeling. Het spreekt daarom voor zich dat we op- en aanmerkingen op prijs
stellen alsmede informatie over theorie en vooral ook praktijk van de genetische
technologie in Nederland en elders.
Rotterdam, 21 juni 2000
Hoofdstuk 1 Genetische technologie in het algemeen
1.1 Overwegingen
- Gentechnologie, in het bijzonder genetische manipulatie in de vorm van het
aanbrengen van veranderingen in genetisch materiaal (DNA), door het toevoegen,
weghalen of wijzigen van een gen, waarmee ook DNA van verschillende organismen
gecombineerd kan worden, biedt nieuwe mogelijkheden op tal van terreinen. In
theorie, maar in sommige gevallen ook al in de praktijk, kan de techniek resulteren
in verbeterde voedings- en andere landbouwgewassen, micro-organismen die milieuproblemen
oplossen, genetische reparaties bij erfelijke ziekten, productie van levensreddende
medicijnen en betere voorspellingen op gezondheidsvlak waardoor meer en betere
preventie mogelijk wordt.
- Genetische manipulatie brengt echter ook grote en vaak onoverzienbare risicos
met zich mee voor mens en milieu. Door alles wat kan ook te doen, kunnen we
in plaats van vooruitgang ook grote problemen bewerkstelligen: aantasting van
de biodiversiteit, natuur- en voedselcatastrofes via ongecontroleerde uitzaaiing,
van dier op mens overspringende gevaarlijke ziektes. Bovendien kunnen genetische
technieken leiden tot misbruik van inzicht in de toekomstige gezondheidssituatie
van mensen en tot discriminatie op basis daarvan.
- Genetische manipulatie wordt, met name door degenen die er zakelijk belang
bij hebben, gepresenteerd als een onuitputtelijke oplossing van alle menselijke
problemen. De techniek biedt voor elk wat wils. Wie zich zorgen maakt over ongelijkheid
en menselijk lijden, krijgt de belofte dat de hongerigen gevoed zullen worden
met genetisch gemanipuleerde gewassen, die ongevoelig zijn voor het klimaat,
bestrijdingsmiddelen en ziekten, en daardoor ongekende opbrengsten mogelijk
maken. Wie zich zorgen maakt over het milieu, krijgt te horen dat genetisch
gemanipuleerde micro-organismen giftige verontreiniging en zware metalen kunnen
opruimen zonder negatieve neveneffecten. Wie voelt voor duurzame landbouw wordt
verteld dat met genetische manipulatie een milieuvriendelijker teelt mogelijk
is met minder of geen pesticiden, kunstmest en dergelijke. En wie zich zorgen
maakt over ziekte en dood krijgt de belofte van medicijnen tegen alle kwalen.
Tegenover zoveel mooie beloften staat de harde werkelijkheid van de enorme commerciële
belangen van de pleitbezorgers van genetische manipulatie.
- Onderzoeken naar de mogelijkheden van genetische manipulatie zijn vaak dermate
kostbaar, dat momenteel sprake is van een volledige dominantie door het bedrijfsleven
en een ondergeschikte rol voor de overheid. Tengevolge van het terugtreden van
de overheid uit onderwijs en onderzoek kunnen ook universiteiten en andere onderzoekscentra
geen onafhankelijkheid meer garanderen. Zij zijn vaak voor een groot deel afhankelijk
van financiering door belanghebbende bedrijven.
- In Nederland is octrooi alleen mogelijk op de biotechnologische werkwijze,
maar niet op het voortbrengsel van die techniek (Rijksoctrooiwet). Nederland
dient echter octrooi op planten en dieren mogelijk te maken om te voldoen aan
de Europese richtlijn 98/44/EG, en wel vóór 31 juli 2000. Onder
zware druk van een Kamermeerderheid heeft Nederland een verzoek tot vernietiging
ingediend, maar de richtlijn dient ondertussen wel geïmplementeerd te worden
op straffe van zware sancties. In de toekomst zal het steeds moeilijker worden
weerstand te bieden aan besluiten van de Europese Unie en de Wereldhandelsorganisatie.
- Indien Nederland bepaalde onderzoeken verbiedt die in het buitenland wel
zijn toegestaan, dreigt een uittocht van wetenschappers.
- Controle op genetische manipulatie is in internationaal verband erg ingewikkeld.
[2]
1.2 Conclusie
In Heel de mens is vastgelegd dat genetische manipulatie
dient te worden afgewezen, tenzij gegarandeerd kan worden dat er geen blijvende
schade wordt aangericht. Die beoordeling moet gebeuren aan de hand van
de huidige stand van de wetenschap.
Ook als er geen blijvende schade is, geldt nog dat niet alles wat kan ook mag
en moet. Steeds moet er een ethisch en sociaal verantwoorde afweging worden gemaakt.
Afgesproken dient te worden wat inzake genetische manipulatie helemaal níet
mag en wat onder strikte voorwaarden wel mag. Alle onderzoek, voor zover toegestaan,
moet plaatsvinden onder toezicht van de overheid, waarbij een maximale openheid
moet worden nagestreefd zodat een ieder die wil weten welke onderzoeken er waar
en waartoe worden gedaan, eenvoudig aan alle benodigde informatie kan komen.
Daarom dient gezocht te worden naar een passende financieringsvorm, die de macht
van overheid en samenleving versterkt en die van het bedrijfsleven beperkt. Gedacht
kan worden aan financiering van toegelaten onderzoek uit een onderzoeksfonds
dat gevoed wordt door de overheid met bijdragen van het bedrijfsleven. In ruil
voor bijdragen aan het fonds zouden bedrijven, onder strikte voorwaarden, gebruik
kunnen maken van de verworven kennis en in licentie bepaalde producten kunnen
gaan vervaardigen.
Patenten op (vormen van) leven moeten verboden zijn. Ontwikkelingen elders dienen
niet ons beleid te bepalen. Bescherming van onze eigen beslissingsbevoegdheid
kan ons weliswaar in ernstig conflict brengen met de Europese Unie en de Wereldhandelsorganisatie,
maar het hogere goed van onze democratische verworvenheden en de fundamentele
kwestie die hier aan de orde is rechtvaardigen een dergelijke opstelling. Tegelijkertijd
dienen we ons ook te realiseren dat Nederland geen of slechts beperkte (EU) zeggenschap
heeft over ontwikkelingen elders. De Nederlandse overheid zou zich moeten inspannen
voor een versterking van het Europese verzet tegen met name de Amerikaanse druk
om patentering op leven mogelijk te maken.
Hoofdstuk 2 Genetische manipulatie van landbouwgewassen
2.1 Overwegingen
- Volgens voorstanders van genetische manipulatie kan deze techniek een belangrijke
rol gaan spelen in het terugdringen van de honger in de wereld.
- Er is echter geen echt voedseltekort in deze wereld. Integendeel: er is
meer dan voldoende voedsel, en het feit dat mensen lijden aan en soms sterven
door honger is niet het resultaat van onvoldoende productie, maar van ongelijke
distributie, verspilling in de rijke landen en gebrek aan politieke wil om dit
probleem op te lossen. Wie genetische manipulatie wil bedrijven met als motivatie
de voedseltekorten tegen te gaan, probeert een oplossing te bieden voor een
probleem dat niet bestaat.
- Het zijn de voedingsindustrie en chemische concerns als Monsanto en Shell
die op dit moment het grootste voordeel hebben van genetische manipulatie van
voedings- en andere landbouwgewassen.
- Er is (nog) geen overtuigend bewijs dat genetische manipulatie een bijdrage
kan leveren aan een daadwerkelijke en structurele verhoging en verbetering van
de voedselproductie, zelfs als dat wel nodig zou zijn.
- Genetische manipulatie draagt bij aan de verspreiding van ecologisch en
sociaal ongewenste monoculturen in de voedselproductie. Aan monoculturen - uitzonderingen
daargelaten - kleven meer nadelen dan voordelen: ze leiden tot grotere vatbaarheid
voor ziektes en virussen, tot aantasting van de biodiversiteit en van het landschap.
Genetisch gemanipuleerde gewassen kunnen niet worden verbouwd zonder dat er
materiaal in de omgeving belandt, hetgeen uit oogpunt van preventie uitgesloten
zou moeten zijn. De ecologische risicos van genetische verrommeling
door uitzaaiing naar wilde soortgenoten zijn groot.
- Genetische manipulatie van landbouwgewassen zal leiden tot een nog verdergaande
vermindering van de biodiversiteit aan voedingsgewassen.
- Genetische manipulatie kan ernstige risicos opleveren voor de volksgezondheid,
bijvoorbeeld door versnelde resistentie tegen antibiotica (Avebe-aardappel).
Ook zijn er op dit moment onvoldoende garanties voor de voedselveiligheid. Die
veiligheid kan met name worden bedreigd door onbekende effecten (zoals allergene
reacties) van eiwitten die worden geproduceerd door het ingebrachte soortvreemde
gen.
- Voorstanders van genetische manipulatie van voedselgewassen wijzen er op
dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen ermee kan worden verminderd of overbodig
gemaakt. Zo is de Monsanto-maïs via genetische manipulatie onaantrekkelijk
gemaakt voor de maïsboorder, waardoor gebruik van bestrijdingsmiddelen
hiertegen niet meer nodig is. Maar bijkomend effect hiervan blijkt te zijn dat
ook andere insecten en vlinders het loodje leggen.
- Om gebruik van bestrijdingsmiddelen te voorkomen of te verminderen, bestaan
al lang meer milieuvriendelijke landbouwkundige technieken. Aardappelziekte
(een virusziekte) kan voorkomen worden door aardappelen met bepaalde tussenpozen
niet op dezelfde grond te telen. Er bestaan al praktijkproeven waarbij voor
andere gewassen op een vergelijkbare wijze de levenscyclus van insecten of virussen
doorbroken wordt, waardoor ziekte wordt voorkomen. Bij koppeling aan minder
grootschalige en minder eenzijdige teelt, zijn bestrijdingsmiddelen vrijwel
overbodig - en het genetisch manipuleren van voedingsgewassen, met alle bijkomende
risicos, eveneens. (De biologische boer werkt over het algemeen al met
dit soort landbouwmethoden).
- Voorstanders van genetische manipulatie van voedingsgewassen wijzen op de
mogelijkheid dat daarmee de gezondheid kan worden bevorderen en ziekten zijn
tegen te gaan (bijvoorbeeld door genetisch gemanipuleerde rijst met grote hoeveelheid
vitamine A om blindheid in arme landen tegen te gaan). Het gebrek aan bepaalde
stoffen in het dieet wordt echter veroorzaakt door eenzijdige voedingspatronen,
die weer het gevolg zijn van economische achterstelling en armoede. Daar iets
aan doen leidt tot structurele oplossingen - via genetische manipulatie wordt
een ongezonde toestand voortgezet.[3] Verder zijn er enorme
stappen vooruit te zetten in de gezondheidszorg in arme landen zónder
genetische manipulatie.[4]
- Het sleutelen aan voedingsgewassen beïnvloedt de sociaal-economische
verhoudingen, met name tussen technologisch hoog en minder hoog ontwikkelde
landen. Het zijn voornamelijk westerse ondernemingen die de patenten op nieuwe
gentech-gewassen in handen hebben. Met verhalen dat bepaalde van die gewassen
beter zijn voor de Derde Wereld, dringen deze ondernemingen hun
genetisch gemanipuleerde oplossingen aan deze landen op en tasten zo de keuzevrijheid,
de erfelijke variatie in gewassen en het recht op zelfbeschikking aan. Bovendien
vergroten ze de afhankelijkheid van multinationals.[5]
- Via gentech eigenen grote bedrijven zich ontdekte genen toe
door deze te patenteren. Om zich te verzekeren van een genetische voorraad
wordt de genenvoorraad van delen van oerbossen (zoals tropische regenwouden)
contractueel vastgelegd als eigendom van deze bedrijven. Zo komen
grote delen van het leven gaandeweg in het privaat bezit van het
bedrijfsleven. De tweedeling tussen de haves en de have-nots
krijgt zo een wel een heel fundamenteel karakter.
2.2 Conclusie
Gentechnologie in de landbouwsector is op zijn best een verspilling van waardevol
wetenschappelijk onderzoek, menskracht en geld, en op zijn slechtst een bedreiging
voor mens en dier, de omgeving en de economische situatie van kleine boeren en
armere landen. De risicos zijn letterlijk onvoorspelbaar en slechts extreme
en dringende omstandigheden kunnen het nemen van dergelijke risicos legitimeren.
Deze omstandigheden doen zich niet voor. Genetische manipulatie van planten -
ongeacht of het gaat om voedsel of andere landbouwproducten - moet daarom verboden
worden.
Onderzoek naar genetische manipulatie van gewassen en alle cultivatie van genetisch
gemanipuleerde gewassen dient te worden stopgezet, of deze nu commercieel of
wetenschappelijk van aard is.
Geen licenties mogen worden toegewezen om genetisch gemanipuleerde gewassen commer-cieel
te exploiteren. Alle import van genetisch gemanipuleerde gewassen, zaden en producten
moet verboden worden
Landen moeten het recht krijgen producten die genetisch gemanipuleerd zijn te
weigeren en dat soort verboden mogen niet door de WTO als handelsbelemmering
worden gebrandmerkt.
Hoofdstuk 3 Genetische manipulatie van micro-organismen
3.1 Overwegingen
- Genetische manipulatie van eencelligen en bacteriën moet om een aantal
redenen worden onderscheiden van genetische manipulatie van planten. Veel toepassingen
zijn al in gebruik en hebben (nog) geen bewijs geleverd gevaarlijk te (kunnen)
zijn, wat wel het geval is bij genetische manipulatie van gewassen (zie hiervoor).
De micro-organismen doen hun werk in een gecontroleerde omgeving en kunnen daarbuiten
niet overleven.
- Er zijn situaties denkbaar waarin het risico van de genetisch gemanipuleerde
bacterie niet lijkt op te wegen tegen het probleem wat er voor ons ligt (denk
aan bodemverontreiniging, de vervuiling van olielekken of andere vormen van
besmetting). Als met genetisch gemanipuleerde bacteriën bijvoorbeeld olievervuiling
kan worden opgeruimd, waarna ze sterven omdat ze geen andere vorm van voeding
kennen en zo elk risico geminimaliseerd is, kan er sprake zijn van een maatschappelijk
nuttige toepassing.
- Genetisch gemanipuleerde micro-organismen worden in de gezondheidszorg al
geruime tijd toegepast bij de productie van bijvoorbeeld insuline, antibiotica,
hormonen en enzymen. Dit gebeurt in de veilig afgesloten omgeving van laboratoria.
- De vraag is of de veiligheid ooit volledig gegarandeerd kan worden; ieder
genetisch gemanipuleerd materiaal draagt risico in zich. Bovendien creëer
je, als je genetische manipulatie van organismen gaat toestaan, een onduidelijke
situatie waarin genetische manipulatie soms wel en soms niet mag. In ieder geval
zijn zeer strenge criteria en controlemechanismen vereist.
3.2 Conclusie
In bijzondere omstandigheden kunnen genetisch gemanipuleerde micro-organismen
wellicht behulpzaam zijn bij het oplossen van acute milieuproblemen en minder
schadelijk zijn dan andere technieken. Daarom moet gebruik en verder onderzoek
van deze toepassing worden toegestaan, maar dienen ontwikkelingen op dit terrein
ook met argusogen te worden gevolgd.
Ontwikkeling van genetische manipulatie-technieken mag zeker niet ten koste gaan
van de ontwikkeling van andere oplossingen voor hetzelfde doel. Technieken die
wij beter kennen en veiliger zijn hebben de voorkeur.
Reeds bestaande toepassingen die hun nut hebben bewezen en waarbij geen schadelijke
of andere negatieve neveneffecten zijn ontstaan, moeten we niet willen belemmeren
zolang er geen argumenten zijn om dat wel te doen.
Hoofdstuk 4 Gebruik van (transgene) dieren
4.1 Overwegingen
Het gebruik van transgene (proef)dieren in gezondheidszorgonderzoek (bijvoorbeeld
naar nieuwe geneesmiddelen en onderzoek naar de mogelijkheden van xenotransplantatie
en gentherapie) kan voordelen bieden voor de volksgezondheid. De vraag moet
echter steeds gesteld worden hoe belangrijk een medicijn is voor de zorg, of
het gebruik van dieren iets toevoegt aan de bestaande mogelijkheden en of de
medicijnen niet op een andere manier gemaakt kunnen worden.
Genetische manipulatie van dieren kan leiden tot een volgende fase in de
exploitatie van dieren in de bio-industrie. Behalve van de Dierenbescherming
komt daarop vooral kritiek van jonge boeren die juist streven naar een meer
biologisch en ecologisch gerichte landbouw.
Sommige bedrijven lijkt het bij de genetische manipulatie van dieren zeker
niet uitsluitend te doen om het oplossen van gezondheidsproblemen.[6]
De techniek van kerntransplantatie (dieren gemaakt met een kern van een genetisch
gemanipuleerde cel) zou ontwikkelingstrajecten kunnen inkorten en minder dieren
kosten omdat met deze techniek transgene dieren altijd de gewenste genetische
verandering zullen hebben. Kerntransplantatie staat echter nog in de kinderschoenen.[7]
4.2 Conclusie
In het algemeen dient genetische manipulatie van dieren te worden afgewezen.
De enige uitzondering is genetische manipulatie van dieren ten behoeve van de
gezondheidszorg, waarbij dan altijd het beperkende nee, tenzij-principe
moet gelden. In Nederland is dat principe op dit moment wettelijk vastgelegd.
Dat betekent dat alleen bij belangrijke gezondheidsproblemen genetische manipulatie
met dieren toelaatbaar kan zijn, als er geen alternatieven zijn. Hier moet steeds
een nauwgezette afweging gemaakt worden tussen enerzijds het welzijn van en het
respect voor het dier en anderzijds de ernst van de gezondheidsproblemen van
mensen.
Het wettelijk nee, tenzij is een goed principe, maar dient wel te
worden nageleefd. In de praktijk lijken onderzoekers en producenten het nee,
tenzij-principe te ruim te interpreteren en gaat ook de overheid er te
gemakkelijk mee om. Om dat te veranderen moet de samenstelling van de toetsingscommissie
ingrijpend gewijzigd worden; onafhankelijke deskundigen, onder wie ethici, en
betrokken leken (bijvoorbeeld boeren en vertegenwoordigers van consumenten- en
patiëntenorganisaties) dienen daarin tenminste de meerderheid te hebben.
Indien bedrijven toch op overtredingen worden betrapt, dienen ze op een zwarte
lijst te komen.
Hoofdstuk 5 Gentechnologie in de gezondheidszorg
5.1 Algemeen
5.1.1 Overwegingen
Momenteel is er sprake van een permanent streven naar voortdurende verlenging
van het leven. We moeten ook de sterfelijkheid van mensen als behorend bij het
leven onder ogen zien en ons afvragen of levensverlenging het belangrijkste
doel van de gezondheidszorg en gezondheidswetenschap moet zijn, of dat de kwaliteit
van leven veel meer centraal moet worden gesteld. Bij gentechnologie gaat het
in wezen om de vraag in hoeverre de mens onnodig menselijk leed kan voorkomen
in de wetenschap dat de perfecte mens niet bestaat en het gevaarlijke kanten
heeft om daarnaar te streven. Een verregaande medicalisering en verzakelijking
van het leven zelf moet zoveel mogelijk worden voorkomen.
Verder moeten we ons afvragen of de overheid voldoende zeggenschap heeft
over de ontwikkelingen of dat economische belangen van (farmaceutische) concerns
dicteren wat wel en niet kan en waar we naar toe gaan.
Andere belangrijke vragen die nog beantwoord moeten worden, zijn onder andere:
hoe ver moeten we gaan in het investeren in nieuwe technologieën, en: aan
wie komen deze ten goede?
Voorkomen is beter dan genezen. De technologische mogelijkheden dreigen ten
koste te gaan van verbeteringen in de sfeer van preventie en de zorg voor chronisch
zieke en oudere mensen. De tekorten daar staan in schril contrast met de overvloedige
investeringen in gentech. Verder wordt er in vergelijking tot de gentechnologie
bitter weinig geïnvesteerd in de bestrijding van de grote volksziekten in
de Derde Wereld, terwijl daar geweldige gezondheidswinst te behalen is.
5.1.2 Conclusie
Niet maximale verlenging van het leven dient centraal te staan in de gezondheidszorg
en gezondheidswetenschap, maar verbetering van de kwaliteit van het leven. .
Alles wat mogelijk is, is lang niet altijd wenselijk. Uitgangspunt bij de toepassing
van gentechnologie dient te zijn menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en
solidariteit. Voor zover gebruik van deze nieuwe technieken toegelaten wordt,
mag nooit sprake zijn van enige vorm van drang, laat staan dwang.
Om te komen tot een oordeel over de aanvaardbaarheid van een bepaalde toepassing
van gentechnologie in de gezondheidszorg dient een nauwgezette afweging te worden
gemaakt tussen de maatschappelijke en ethische aspecten zoals de vooruitgang
in de gezondheidszorg en de mogelijke alternatieven, de risicos voor de
individuele patiënt en de volksgezondheid als geheel, de veiligheid, de
waardigheid van mens en dier, de maatschappelijke aanvaardbaarheid, de sturingsmogelijkheden
en de invloed van de commercie.
Voor deze beoordeling moet onderscheid gemaakt worden in de verschillende toepassingen:
- De productie van medicijnen en vaccins met behulp van gemanipuleerde micro-organismen
of dieren.
- Xenotransplantatie met behulp van transgene dieren
- Gentherapie en geneesmiddelen op basis van genetische informatie
- Voorspellende geneeskunde met behulp van gentechnieken
5.2 Medicijnen en vaccins
5.2.1 Overwegingen
- De gentechniek bij medicijnen en vaccins brengt, naast risicos, zeker
ook aanwijsbare voordelen voor de gezondheidszorg. Een van de eerste toepassingen
van genetische manipulatie was het manipuleren van micro-organismen. Met behulp
van de zogenaamde recombinant-DNA-technieken worden stukjes DNA ingebouwd in
bacteriën, gisten en dergelijke, met het doel eiwitten te maken waarvoor
het ingebouwde DNA codeert. Diverse geneesmiddelen, zoals menselijke hormonen
(insuline, groeihormoon), bloedstollingseiwitten (factor VIII en IX), antistoffen
en enzymen (alpha-glucosidase bij de ziekte van Pompe) en vaccins worden met
genetische manipulatietechnieken geproduceerd. Factor VIII en IX (voor hemofiliepatiënten)
konden tot voor kort uitsluitend uit bloedplasma worden geproduceerd, met als
belangrijk nadeel de overdracht van virussen (hepatitis B of C, HIV). Voor het
(groei)hormoon somastotatine waren vroeger duizenden schapenhersenen nodig om
een duizendste gram te isoleren, nu kan men uit één liter bacteriecultuur
enkele grammen somastotatine halen.
- Veel gentechbedrijven zijn verwikkeld in een race tegen de klok om zoveel
mogelijk patenten binnen te halen en zoveel mogelijk producten op de markt te
brengen. Deze bedrijven lijken soms meer belangstelling te hebben voor patenten
dan voor patiënten. Het risico is levensgroot aanwezig dat economische
belangen het zullen winnen van gezondheidsaspecten, dierenwelzijn en veiligheid.
5.2.2 Conclusie
Indien gegarandeerd kan worden dat er geen blijvende schade wordt aangericht,
wijzen we het gebruik van gentechnologie voor de productie van geneesmiddelen
niet op voorhand af. We onderkennen dat deze toepassing van gentechnologie (in
tegenstelling tot toepassing bij voedselproductie en overige landbouwgewassen),
naast risicos wél meetbare voordelen kan hebben. Verder vindt dit
onderzoek doorgaans onder beter gecontroleerde omstandigheden plaats.
Aangezien tijdens een bepaalde onderzoeksfase gewerkt moet worden met genetisch
gemanipuleerde dieren geldt ook hierbij het nee, tenzij-principe.
Het moet gaan om belangrijke gezondheidsproblemen, er moeten geen goede alternatieven
zijn en er moet steeds een nauwgezette afweging worden gemaakt tussen enerzijds
het welzijn van en het respect voor het dier en anderzijds de ernst van de gezondheidsproblemen
van mensen.
De grootste risicos lijken hier te schuilen in de commerciële belangen
(waarbij het de industrie soms eerder om patenten dan om patiënten
blijkt te gaan). De overheid zal daarom veel meer zeggenschap moeten krijgen
- en de commercie veel minder - dan nu het geval is, willen deze risicos
effectief worden tegengaan.
5.3 Xenotransplantatie
5.3.1 Overwegingen
- Xenotransplantatie is het transplanteren van materiaal (cellen, weefsel
of organen) van een diersoort naar een andere of naar de mens. In Nederland
is xenotransplantatie nog in het stadium van preklinisch onderzoek. Wereldwijd
vindt ook al klinisch onderzoek met mensen plaats (cellen, soms organen).
- Xenotransplantatie zou een antwoord kunnen bieden op het tekort aan donororganen.
Er is sprake van een groeiende kloof tussen vraag en aanbod omdat de vraag stijgt
en het aanbod daalt. In Nederland wachten bijna 1500 mensen op een donororgaan.
- De alternatieven voor xenotransplantatie zijn onvoldoende afgewogen en in
praktijk gebracht. Met name op gebied van orgaandonatie valt nog veel te winnen,
door invoering van een geen-bezwaarsysteem, dat berust op een vanzelfsprekende
solidariteit, in plaats van het nu huidige toestemmingssysteem. Ook kunnen betere
resultaten geboekt worden door een drastische verbetering van de organisatie
(transplantatieteams, coördinatoren), door gebruik van meer donoren (ook
organen benutten van mensen die na hun 55ste sterven) en door veelbelovende
technieken met zogenaamde non-heart beating donoren. Andere alternatieven zijn
de kweek van organen uit stamcellen en het gebruik van kunstorganen. Heel belangrijk
is ook de bevordering van de preventie. Niet roken of niet drinken kan veel
problemen voorkomen. Echter lang niet alle, omdat het ook vaak gaat om erfelijke
aandoeningen of aangeboren afwijkingen.
- De risicos van xenotransplantatie voor het individu zijn groot. De
acute afstoting wordt tegengegaan door genetische manipulatie van de varkens
die de organen moeten leveren. De chronische afstoting wordt onderdrukt met
(hoge doses) geneesmiddelen. Vanwege de afstoting lijkt xenotransplantatie voorlopig
niet uitvoerbaar. Een tweede probleem zijn de fysiologische verschillen tussen
(bijvoorbeeld) varkenshart en mensenhart.
- Het belangrijkste gezondheidsbezwaar van xenotransplantatie is het niet
te overziene risico op infecties, het opduiken van dodelijke virussen die zich
vanuit het dierlijk orgaan kunnen verspreiden naar de ontvanger en de omgeving.
Dit risico wordt versterkt doordat het afweersysteem van de ontvanger is onderdrukt.
Het risico van zon infectie is wellicht gering, de gevolgen voor de volksgezondheid
kunnen enorm zijn (denk aan HIV). Dit risico wordt tegengegaan door het steriel
opkweken van donorvarkens, maar ook hiermee is de overdracht van retrovirussen,
onbekende virussen en mogelijk prionen (zoals in het geval van BSE) niet volledig
te voorkomen. Vanuit de xeno-getransplanteerde persoon is er eveneens een risico
van verdere verspreiding via seksuele contacten en voortplanting. De enige remedie
daartegen - een volledig verbod op sex en voortplanting - is uiteraard volstrekt
oncontroleerbaar en bovendien maatschappelijk onaanvaardbaar.
- Het welzijn van het dier wordt bij alle dierproeven aangetast, maar in verhoogde
mate bij gebruik voor xenotransplantatie. Enerzijds doordat deze dieren genetische
manipulatie moeten ondergaan (om afstoting van hun organen bij de mens tegen
te gaan) en anderzijds door de steriele opkweek in zogenaamde SPF-omstandigheden
(om infecties bij de ontvanger te voorkomen).
- Het maatschappelijke draagvlak voor xenotransplantatie is beperkt. Uit een
onderzoek in de Europese Unie in 1996 bleek dat deze vorm van biotechnologie
het minst aanvaard wordt: door 36 procent van de mensen. Een recente enquête
van het NIPO laat echter een beduidend hogere acceptatie zien. Er blijkt dat
56 procent van de Nederlandse bevolking transplantatie van dierlijke organen
in een mens aanvaardbaar vindt en dat 42 procent indien nodig een dierlijk orgaan
wil als hiermee de wachttijd wordt verkort.
- De wetenschappelijke kennis en techniek zijn grotendeels in handen van enkele
machtige farmaceutische bedrijven, die door fusies trachten een zo groot mogelijk
aandeel in de potentiële markt voor dierenorganen én voor de afweeronderdrukkende
geneesmiddelen te verwerven.[8]
5.3.2 Conclusie
Er moet een verbod komen op klinisch onderzoek en klinische toepassing en proefdieronderzoek
en productie van transgene varkens ten behoeve van xenotransplantatie; alleen
fundamenteel onderzoek kan voortgezet worden, indien het plaatsvindt onder zeer
strikte voorwaarden, onder toezicht van de overheid en indien elke commerciële
druk wordt buitengesloten.
Er dient een breed maatschappelijk debat plaats te vinden over de (on)aanvaardbaarheid
van xenotransplantatie, vergelijkbaar met de brede maatschappelijke discussie
over kernenergie in de jaren tachtig.
Alternatieven moeten beter worden uitgeprobeerd en de overheid dient meer zeggenschap
te hebben over de grenzen en de richting van het onderzoek, daar hier sprake
is van grote en onbekende risicos voor de volksgezondheid.
5.4 Gentherapie
5.4.1 Overwegingen
- Gentherapie is het vervangen van foute genen bij de mens. Bij
gentherapie dient onderscheid gemaakt te worden tussen kiembaangentherapie en
somatische gentherapie
- Kiembaangentherapie is het aanbrengen van veranderingen in voortplantingscellen.
Het is de meest riskante therapie omdat veranderingen in het genoom worden meegegeven
aan toekomstige generaties. Kiembaartherapie is in theorie mogelijk maar de
toelaatbaarheid is zeer omstreden, omdat ingegrepen wordt in de erfelijke eigenschappen
van toekomstige generaties. In Nederland geldt een moratorium, een vrijwillige
afspraak tussen de beroepsgroepen en instituten om geen onderzoek te doen naar
kiembaantherapie. In sommige landen is kiembaantherapie bij de wet verboden.
- Somatische gentherapie is het aanbrengen van gerichte veranderingen in het
genetisch materiaal van lichaamscellen die niet met de voortplanting te maken
hebben. Deze veranderingen worden dus niet overgebracht op toekomstige generaties
en brengen hierdoor minder risico met zich mee dan kiembaangentherapie. Het
onderzoek naar somatische gentherapie bevindt zich nog in de kinderschoenen
en is in de eerste plaats bedoeld om vast te stellen of gentherapie haalbaar
is.[9]
- De wetenschappelijke vooruitzichten zijn volgens de Gezondheidsraad goed.
Gentherapie kan levens redden, de kwaliteit van leven verbeteren, medicalisering
tegengaan en gericht toegepast worden. Als de belofte wordt waargemaakt is het
een medicijn dat mensen repareert. Iemand met hoge bloeddruk krijgt
dan niet meer zijn hele leven lang pillen, maar een setje nieuwe genen die de
fout herstellen waardoor de bloeddruk zo hoog wordt.
- De maatschappelijke aanvaardbaarheid is volgens de Gezondheidsraad hoog.
- Er is nog maar weinig ervaring met gentherapie. Er kan niet worden uitgesloten
dat genetische modificatie behalve positieve ook onvoorspelbare negatieve effecten
heeft, aldus de Gezondheidsraad.
- Voor de overdracht van genetisch materiaal naar de lichaamscellen worden
zogenaamde vectoren gebruikt, bijvoorbeeld genetisch gemanipuleerde virussen.
Virale vectoren veroorzaken soms afweerreacties. In de Verenigde Staten heeft
de Food and Drugs Administration begin 2000 nog acht experimenten met mensen
stopgezet vanwege ernstige bijwerkingen. Ongewenste verspreiding van virale
vectoren heeft zich, voor zover bekend, nog niet voorgedaan.
- Het vervangen van defecte genen blijkt nog ver weg te liggen. Het zal hierbij
ook vooral gaan om ziekten die door één fout gen worden veroorzaakt
(monogenetisch erfelijke ziekten). Het onderzoek leidt vaker tot de ontwikkeling
van medicijnen die bepaalde processen stimuleren of afremmen, ter compensatie
van het verkeerd functioneren van het gen. Hierbij wordt wel gebruik gemaakt
van testen die het foute gen opsporen, zodat medicijnen gericht kunnen worden
toegepast. Zo ontstaat een nieuwe generatie geneesmiddelen, gebaseerd op genetische
kennis, die het ziekteproces al in een vroeg stadium kunnen beïnvloeden.
- De meeste ziekten zijn multicausaal. Dat wil zeggen dat erfelijke aanleg
slechts één van de oorzaken is. Ook gedrags- en omgevingfactoren
spelen een belangrijke rol. Voor de bestrijding van deze ziekten kan zeker niet
alle heil verwacht worden van gentherapie.
- De technologie is (deels) in handen van de multinationals. De Gezondheidsraad
zegt hierover: Met de ontwikkeling van gentherapie zijn enorme bedragen
gemoeid. Naar verwachting zal het zonder investering van het bedrijfsleven moeilijk
zijn gentherapie van de grond te krijgen. De keerzijde daarvan is dat de economische
overwegingen de richting van gentherapie onderzoek bepalen. Het wordt nu al
duidelijk dat het aantrekkelijker is het onderzoek te richten op kanker en hart-
en vaatziekten dan op zeldzame erfelijke afwijkingen. Als het uitsluitend aan
de markt wordt overgelaten, is het twijfelachtig of patiënten met weinig
voorkomende aandoeningen van gentherapie zullen profiteren.
- Gentherapeuten en sponsors wekken de indruk dat gentherapie verder ontwikkeld
en succesvoller is dan feitelijk het geval. En onderzoekers laten zich verleiden
door commerciële belangen en kiezen voor snelle, slecht doordachte klinische
proeven in de hoop vlug resultaat te halen, terwijl het fundamentele onderzoek
wordt verwaarloosd. In de Verenigde Staten zijn daarvan inmiddels de nodige
voorbeelden bekend geworden.
5.4.2 Conclusie
Kiembaangentherapie dient bij wet verboden te worden in plaats van via het nu
geldende vrijwillig moratorium.
Somatische gentherapie is aanvaardbaar als het gaat om bestrijding van erfelijke
ziekten waarvoor geen andere effectieve en menswaardige behandelingsmethode
bestaat. Voordat een dergelijke therapie mag plaatsvinden, moeten toezicht en
toetsing gegarandeerd worden door een centrale commissie in het kader van de
wet op medisch wetenschappelijk onderzoek, met strikte regels die ook ethische
afwegingen inhouden. Verder dient sturing gegeven te worden door de overheid,
onder wiens toezicht het onderzoek dient plaats te vinden.
Voorkomen moet worden dat bij kwalen die veroorzaakt wordt door een bepaalde
consumptie of een bepaald gedragspatroon, de genetische oplossing van de kwaal
door de fabrikant wordt bijgeleverd.
5.5 Voorspellende geneeskunde
5.5.1 Overwegingen
- De genetische technieken geven steeds meer mogelijkheden voor onderzoek
naar erfelijke eigenschappen van individuen. Dit wordt onder andere toegepast
in de prenatale diagnostiek en leidt ook tot een geheel nieuw terrein in de
geneeskunde, namelijk de voorspellende geneeskunde. Door genetisch onderzoek
zijn voorspellingen mogelijk over de erfelijke aanleg voor een bepaalde ziekte.
- Voorspellende geneeskunde kan nuttig zijn als er mogelijkheden zijn om preventief
in te grijpen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vroegtijdige opsporing van darmkanker
en borstkanker. Ook kan de voorspellende geneeskunde een bijdrage leveren aan
de beslissing over het krijgen van nakomelingen of het afbreken van een zwangerschap.
Eveneens kan het een hulpmiddel zijn bij het nemen van besluiten over een preventieve
operatie (borsten), het vermijden van een bepaalde levenswijze of het gericht
gebruik van geneesmiddelen.
- Het traditionele onderscheid tussen ziek en gezond wordt gerelativeerd en
maakt plaats voor nieuwe begrippen als gezondheidsrisico en dragerschap. Het
bereik van de medische bemoeienis wordt hiermee enorm uitgebreid. Ze zal zich
gaan richten op levensstijl, verwachtingen omtrent de toekomst, de verhouding
tot partners, reeds geboren of nog ongeboren kinderen.
- De keuzevrijheid van mensen om zich al dan niet aan voorspellende testen
te onderwerpen, kan onder maatschappelijke druk komen te staan, bijvoorbeeld
bij prenataal onderzoek. Het is voorstelbaar dat in de loop der tijd het maatschappelijk
ongepast en onverantwoord zal worden gevonden niet tot abortus over te gaan
bij een ongunstige testuitslag, of het verwijt te krijgen je überhaupt
niet te hebben laten testen. Zeker gezien de tekorten in de gehandicaptenzorg
kan een oneigenlijke druk op de vrijheid van ouders ontstaan.
- Er is het risico dat genetische kennis misbruikt wordt door derden, zoals
werkgevers (risicoselectie) en verzekeraars (risicoschatting). Hoe meer ze deze
mogelijkheid krijgen, hoe meer een tweedeling dreigt tussen genetisch gezonde
en minder gezonde mensen. [10] Ook het recht op niet-weten
kan hiermee onder druk komen te staan. Dit risico wordt versterkt indien mensen
(eventueel daartoe aangemoedigd door het gedrag van werkgevers en verzekeraars)
zich steeds meer als calculerende burgers gaan gedragen (bijvoorbeeld
door het eisen van lage premies als men een gezond genenpaspoort
heeft).
- Verzekeraars en sociale voorzieningen kunnen in hun eigen belang gaan aandringen
op de inzet van voorspellende geneeskunde, terwijl dat voor de betrokken persoon
geen (gezondheids)doel dient. Dit is een ongewenste vorm van medicalisering.
Een andere vorm van verdergaande medicalisering die kan ontstaan, is dat (jonge)
mensen met genetische aanleg voor bepaalde ziekten, medicijnen voorgeschreven
krijgen terwijl nog lang niet vaststaat of en wanneer die ziekten zich daadwerkelijk
zullen manifesteren.
- In de VS werken veel onderzoekers op het gebied van genetica in privé-klinieken
en bedrijven. De poliklinieken voor genetic counseling schieten als paddestoelen
uit de grond. Die ontwikkelen vooral tests die commercieel interessant zijn.
[11] Testen worden hierdoor ongericht aangeboden met onvoldoende
voorlichting en begeleiding en alleen toegankelijk voor mensen met hogere inkomens.
5.5.2 Conclusie
Voorspellende geneeskunde is als zodanig niets nieuws, maar krijgt via genetisch
onderzoek wel een grote uitbreiding. Naast nieuwe mogelijkheden herbergt die
ontwikkeling ook grote risicos, met name voor de solidariteit in de samenleving.
Een zeer krachtige sturing van de overheid is nodig om te voorkomen dat deze
toepassing van de genetische techniek de solidariteit tussen mensen ondermijnt
en zich keert tegen de belangen van de bevolking.
Ook moet voorkomen worden dat we onderworpen worden aan een nieuwe vorm van medische
macht. Om ongelijke toegankelijkheid van nieuwe nuttige technieken te voorkomen,
evenals ongelijke toegankelijkheid van werk en verzekeringen, zal nieuwe wetgeving
nodig zijn, bijvoorbeeld om de verzekerbaarheid (grond)wettelijk vast te leggen,
om onafhankelijke instanties in het leven te roepen die zich buigen over de praktijken
waarin genetische tests een rol kunnen spelen en de risicos die daarbij
een rol spelen, om informatiestromen van en naar databanken publiekelijk te controleren,
en om commerciële klinieken op het gebied van genetica en testen te verbieden.
Voorspellende geneeskunde mag alleen gebruikt worden in het belang van het individu
en niet voor derden en alleen in het kader van medische doeleinden. Het genetisch
paspoort dient het strikt persoonlijk eigendom te zijn en te blijven.
Noten
- Heel de mens, onderdeel
5: Een duurzame maatschappij
- Zo heeft het bedrijf Pharming zijn proefdierenonderzoek
grotendeels verplaatst van Nederland naar elders vanwege de beperkingen in de
Nederlandse wetgeving. Een van deze experimenten heeft geleid tot de productie
(met behulp van konijnen) van het menselijk enzym alpha-glucosidase, het enzym
dat ontbreekt bij kinderen met de fatale ziekte van Pompe. Dit enzym wordt nu
met goedkeuring van de Nederlandse overheid geïmporteerd ten behoeve van
kinderen die aan de ziekte van Pompe lijden.
- Deze vitamine A-rijst kan volgens de ontwerpers gratis gekruist
worden met lokale gewassen. Daarmee wordt echter tevens aangetoond dat kruising
met wilde soortgenoten van gentechgewassen ook mogelijk is.
- Voor 120 gulden per patiënt is een 90% genezingsgarantie
voor TBC te geven - een ziekte waaraan nu wereldwijd 2 miljoen mensen sterven.
Voor één miljard kan TBC uitgebannen worden, maar dat geld - een
fractie van het geld dat nu omgaat in gentech onderzoek - is er niet.
- Monsanto moest eind 1999 haar experimenten met het omstreden
Terminator-gen stopzetten. Zaden werden na één generatie
steriel zodat boeren niet meer met eigen zaad verder konden telen.
- Zo maakt het bedrijf Pharming transgene dieren (stier Herman)
voor de productie van het natuurlijke antibioticum lactoferrine. Het is echter
de vraag of lactoferrine ooit als medicijn zal kunnen worden gebruikt. Als moedermelkvervanger
kan het daarentegen voor medefinancier Nutricia een geweldig groot economisch
belang vertegenwoordigen.
- De overgrote meerderheid van de eicellen met een getransplanteerde
kern groeit niet uit tot embryo, maar 5 tot 20 procent van de embryos
maakt een voldragen zwangerschap af en een hoog percentage van de boorlingen
sterft. Onbekend is of verderop in het leven van deze dieren problemen ontstaan.
(Deze techniek is door de Tweede Kamer afgewezen.)
- Zo bezit Novartis, een van de grootste farmaceutische concerns
ter wereld, zowel het octrooi op het afweeronderdrukkende geneesmiddelen als
het bedrijf Imutran dat transgene varkens maakt.
- Wereldwijd zijn circa 250 gentherapieonderzoeken gaande,
150 in VS en ruim 50 in Europa. Meer dan 70 procent heeft betrekking op kanker,
een kleine 10 procent op Aids. Andere onderzoeken betreffen erfelijke aandoeningen,
hart- en vaatziekten, neurologische aandoeningen, reuma, de ziekte van Alzheimer,
astma, suikerziekte. In Nederland zijn in 1997 96 patiënten betrokken bij
onderzoeken in vijf centra.
- Verzekeraars kunnen bijvoorbeeld besluiten dat kinderen
met een prenataal te ontdekken ernstige ziekte daarvoor niet meer verzekerbaar
zijn. Nederlandse verzekeraars voeren nog een tamelijk fatsoenlijk beleid, maar
hoe zal het gaan als ze over tien jaar zijn overgenomen door internationale
concerns? Hoe is te voorkomen dat er een onverzekerde genetische onderklasse
ontstaat?
- Zo biedt Myriad Genetics uit Salt Lake City sinds 1996
een DNA-test voor erfelijke borstkanker aan. Voor 2400 gulden kan elke vrouw
vaststellen of ze drager is van een borstkankergen.