www.sp.nl

Homepage SPSP.nl

Zoeken

Ook op lokale sites

Word nu lid

NU IS DE TIJD! Sympathiseer je met de SP? Lid worden is nog veel beter en kan al voor vijf euro per kwartaal. Mee denken, mee doen, mee winnen. Je ontvangt het boek ‘Hoe dan Jan?’ en het SP-nieuwsblad de Tribune. Steun de SP en sluit je nu aan!

Niks missen?

Abonneer je op Poster, de wekelijkse e-mail nieuwsbrief van de SP.


voorbeeld-Poster
SP :: Partij

‘SP Masterclass’

Door de enorme groei van de SP heeft de partij behoefte aan een permanente toevoer van nieuw kader. Aan animo daarvoor is geen gebrek. Maar ‘politiek’ is soms erg ingewikkeld en moeilijk. Daarom is het goed dat leden zich bekwamen en de kneepjes van het vak (aan)leren. De ‘SP Masterclass’ leert de deelnemers in een twee-jarige cursus hun standpunten te ontwikkelen, te motiveren en uit te dragen. Maandelijks komen deze vaste groepen bijeen om te discussiëren over actuele zaken, te oefenen in presentatie en debat, maar ook om zich te bekwamen in filosofie en organisatie.

De cursisten

Zaterdag 9 februari 2008 was er voor een van deze groepen een afsluitende dag in theater Diligentia in Den Haag. Elk van de cursisten had de opdracht om in acht minuten een verhandeling te geven over een onderwerp dat nog niet volledig is uitgekristalliseerd, of zelfs controversieel is binnen de SP. Negentien mensen hielden gloedvolle betogen over uiteenlopende onderwerpen die ze zelf hadden uitgekozen. Hieronder publiceren we een aantal toespraken.

Wouter van der Staak

Over Europa: eenheid of vrijheid?

In Hongarije bestaat er een grapje over een man die de vraag kreeg in hoeveel landen hij geweest was. “Vijf,” antwoordde de man. “Dan zult u wel veel hebben gereisd.” “Nee,” zei hij, “ik ben altijd in dezelfde plaats blijven wonen. Eerst woonde ik in Hongarije, toen in Tsjecho-Slowakije, daarna in de Oekraïne, vervolgens in de Sovjetunie en nu weer in de Oekraïne.” De beste man was dus nooit verhuisd maar de staten boven zijn hoofd waren telkens veranderd.

Veel mensen in de nieuwere Europese lidstaten kunnen een dergelijk verhaal vertellen. Europa kent dan ook een onstuimige geschiedenis. Maar de meest Europese staat die ooit heeft bestaan, is er niet meer. Dat was de Oostenrijk-Hongaarse monarchie.

Er zijn veel pogingen geweest Europeanen in een eenheid te doen opgaan. Allereerst was er het Heilige Roomse Rijk van Karel de Grote. Maar met zijn dood viel ook zijn rijk uiteen.
Napoleon nam later de Europese ambitie over. Om later ten zuiden van Brussel zijn Waterloo te vinden.
Daarna Hitler. Zijn totalitaire gedachtegoed had het vasteland van Europa veranderd in een smeulende puinhoop.

De solidariteit die na de Tweede Wereldoorlog ontstond, werd ook gevoed door de overheersing van Stalin. Bovendien moest een alles vernietigende Derde Wereldoorlog, een armageddon zonder reddende engelen, worden voorkomen. Solidariteit, integratie, democratisering en naleving van de mensenrechten werden vanaf dat moment de kenmerken van een nieuwe politieke cultuur in Europa.

Er is in de Europese geschiedenis nooit één land geweest dat de andere landen blijvend heeft kunnen onderwerpen. En, dat is maar goed ook! Eenheid is namelijk niet nastrevenswaardig als die ten koste gaat van vrijheid.

Eenheid en vrijheid waren ook de twee begrippen die het Oostenrijk-Hongaarse keizerrijk moest proberen te verzoenen. De Donau-monarchie was een Vielvölkerstaat , oftewel een veelvolkerenstaat. De Europese Unie is dan een Vielvölker Union.

Hoewel de Donau-monarchie plaatsvond in een ander tijdsbestek, zijn er veel overeenkomsten met het huidige Europa. Wenen stond toen voor gelijksoortige uitdagingen als Brussel nu. Ik noem drie aspecten:

  1. Ten eerste is er het multi-etnische karakter van de gemeenschap. Regeren is daarmee niet het doorzetten van één specifiek belang maar het afwegen van verschillende deelbelangen. Uiteindelijk moeten de instellingen van de veelvolkeren gemeenschap een zekere legitimiteit bij de burgers bezitten. Als één volk zijn belang doordrukt ten koste van de anderen, staat de gemeenschap zelf onder druk.
  2. De Donau-monarchie had, zoals Europa nu, in feite al een gemeenschappelijke markt. Burgers, of het nu Slowaken of Slovenen waren, konden door de hele monarchie reizen. Jongeren studeerden bijvoorbeeld in Wenen, Praag of Boedapest en ten tijde van de Oostenrijk-Hongaarse monarchie kende men economische welvaart. Je kunt dus zeggen dat de veelvolkeren gemeenschap zich van een sterk economisch fundament had voorzien.
  3. De Donau-monarchie was, net als Europa nu, verwikkeld in een permanent proces van uitbreiding. Gebieden die nu behoren tot bijvoorbeeld Roemenië, Bulgarije en het voormalige Joegoslavië kwamen onder bestuur van Wenen. Het keizerrijk breidde zich uit maar de capaciteit om nieuwe volkeren te absorberen nam af. Op een zeker moment stuitte de Donau-monarchie op de grens van het aantal volkeren dat zij bijeen kon houden.

Wie de geschiedenis van de Donau-monarchie een beetje kent door bijvoorbeeld het boek ‘In Europa' van Geert Mak te lezen, ziet dat Wenen in die tijd een gelijksoortig probleem had als Brussel nu. Het keizerlijke bestuur zwalkte tussen centrale eenheid en verscheidenheid, tussen centralisme en decentralisatie, tussen absolutisme en democratisering. Wenen werd de stad van pompeuze verklaringen met edele beginselen, maar de praktijk wilde toch vaak anders. Het centrale gezag kon niet te hard optreden door het broze karakter van het rijk.

Dikwijls legde elk hard ingrijpen de basis voor de volgende opstand van een of andere minderheid. Hervormingen werden dikwijls op touw gezet, maar in de praktijk bleef het een politiek van pappen en nathouden. De keizer modderde voort, als besluiteloze monarch.
De ontwikkeling van het land werd echter door de Eerste Wereldoorlog voortijdig afgebroken. Zoals gezegd kampte de Donau-monarchie met dezelfde uitdaging als de Europese Unie nu. Hoe kan men een gemeenschap van meerdere volkeren bijeen houden?

Een mooi voorbeeld over deze vraag is het revolutiejaar 1848 toen de Duits Nationale Beweging eenheid wilde brengen in de vele Duitstalige vorstendommen. De zogenaamde Deutsche Frage lag op tafel: Einheit oder Freiheit ? Kon de Duitse eenheid zich verzoenen met vrijheid of zou eenheid juist een einde maken aan vrijheid?

Het doet wellicht Europees aan voor wie de totstandkoming van de Europese Grondwet een beetje heeft gevolgd. Je mag aannemen dat men bij het bespreken van de architectuur van het toekomstige Europa voor dezelfde vraag stond.

De Donau-monarchie modderde echter voort. Het nationaliteiten-vraagstuk bleek onoplosbaar en onhoudbaar naarmate het land zich uitbreidde. De Ausgleich met Hongarije was een poging de spanningen te verminderen. De Hongaren kregen dezelfde status als de Oostenrijkers. Maar het privilege voor de Hongaren leidde tot permanente ontevredenheid bij de Slavische volkeren. En het rijk werd een kruitvat.

Een volledige Ausgleich, dat wil zeggen een federale structuur, had wellicht de staat kunnen redden. Maar dat is niet gebeurd. Het kleingeestige nationalisme won en zo ontstonden de problemen van de minderheden.

Achter de façade van de Oostenrijkse en Hongaarse macht sudderde het Pan-Slavisme. De Donau-monarchie kwam aan het einde van de negentiende eeuw in een sfeer van onbehagen terecht. De Oostenrijkers begonnen te beseffen dat zij, bij uitbreiding van het kiesrecht, met ongeveer acht miljoen mensen niet blijvend konden heersen over een Slavische bevolking van 20 miljoen. Het zag ernaar uit dat democratisering de dynastieke veelvolkerenstaat zou ondermijnen, zoniet doen oplossen.

De uitbreiding op de Balkan zou funest worden. Een dodelijk schot in Sarajevo luidde het einde in van de meest Europese staat die Europa ooit heeft gekend.

Welke lessen kunnen we trekken uit de ervaringen van de Donau-monarchie? Ik noem er vier.

  1. We moeten erkennen dat de Europese Unie een ‘Vielvölker Union’ is, een multi-etnische constructie. Dit brengt beperkingen met zich mee. Wie vanuit Brussel te sterk de nadruk legt op eenheid en centralisme zal bij velen afwijzing of zelfs afkeer oogsten. Het integratievermogen van een Vielvölker Union is beperkt en de legitimiteit bij de burgers bijzonder kwetsbaar. Als burgers zich niet thuis voelen in de Unie omdat ‘zij in Brussel’ toch doen wat ze willen, zullen zij zich tegen Europa keren.
  2. Uitbreiding dwingt tot herijking. Indien dat niet gebeurt, of te laat zoals de Donau-monarchie deed bij de Ausgleich, creëer je instabiliteit. Grenzen spelen dus een rol. Bij het besluit over nieuwe toetreders zal telkens opnieuw in kaart moeten worden gebracht of er binnen Europa voldoende draagvlak, solidariteit, bestaat om de toegenomen instabiliteit op te kunnen vangen.

Dit brengt mij op Turkije, de bakermat van het vroegere Ottomaanse Rijk. Het is duidelijk dat alvorens Turkije kan toetreden het nog zeker een transformatie moet ondergaan. Op het moment van toetreding zal het een totaal andere identiteit moeten hebben.

En, wie Turkije toelaat, zal ook de Oekraïne en Wit-Rusland moeten aanvaarden. Die landen zijn immers Europeser dan Turkije. We over hebben 20 jaar dan een Europa dat uit bijna 40 lidstaten zal bestaan En enkel Rusland als partner op het continent zou kennen.

  1. Economische welvaart maar ook welzijn is noodzakelijk voor vrede en ontwikkeling maar is geen garantie voor politieke cohesie. Welvaart en welzijn in een overkoepelende constructie van volkeren, wat de Donau-monarchie eveneens was, zijn niet vanzelfsprekend de verzoeners tussen Einheit en Freiheit .

Kijk bijvoorbeeld naar Joegoslavië waar deze les opnieuw werd geleerd. Voor velen een modelstaat, maar ook zij spatte uiteen op het nationaliteitenprobleem. Joegoslavië deed het economisch redelijk goed en toch beleefde men er de ergste burgeroorlog sinds de Tweede Wereldoorlog.

In een Vielvölker Union moet Brussel niet alles zelf willen doen, maar zich concentreren op het bieden van meerwaarde. Het moet zich concentreren op kerntaken waarvan de vele volkeren het nut zien en waardoor zij zich niet in hun vrijheid bedreigd voelen.

  1. Een Vielvölker verbond is per definitie zwakker dan een homogene grote mogendheid. Amerika heeft macht, Europa heeft invloed. We moeten ons dan ook geen verbeelding maken dat Europa ooit een homogene gemeenschap zou vormen. Wij kunnen sommige dingen samen doen maar niet alles dankzij de interne broosheid.

Europa moet het volgens haar bedenkers vooral hebben van economische ontwikkeling, innovatie en handelsbeleid maar staat in het buitenlandse beleid nu net zo zwak als de Donau-monarchie destijds. De Europese Unie kan een aardig beleid voeren, met fraaie verklaringen, en mooie symbolen. Maar zij is een regionale macht; geen wereldmacht.

De Vielvölkerstaat Oostenrijk-Hongarije ging ten onder omdat zij tegen de feiten in regeerde. Het keizerlijke bestuur bleef té centralistisch terwijl decentralisatie nodig was. Het ondergroef de legitimiteit van het eigen gezag door uitsluiting van de Slavische bevolking. Het breidde zich uit op de Balkan zonder zich aan te passen. Het wilde in de Eerste Wereldoorlog voor grote mogendheid spelen, terwijl het dat niet was.

Laat Europa daarvan leren. Men moet niet zoals de Donaumonarchie alles tegelijk willen doen. De Europese Unie kan voor de burgers successen bereiken door zich te beperken tot haar hoofdtaken. Want: In der Beschränkung zeigt sich der Meister.

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Jorine Dirks

Jorine Dirks

De toekomst van de SP in lokale besturen

Ik neem u mee naar 4 maart 2010. De kranten berichten van een enorme winst voor de SP. In maar liefst 125 gemeentes heeft de SP meegedaan aan de gemeenteraadsverkiezingen en daarbij in totaal ruim 600 zetels behaald. Jan Marijnissen spreekt van een ongelooflijke doorbraak: “Vandaag is de SP nóg groter geworden. Er moet nu nóg meer serieus rekening met de SP worden gehouden. Waar mogelijk zullen wij zeker meebesturen en zorgen dat Nederland beter én socialer wordt door de alternatieven van de SP.”

Grote euforie dus. Bereid u vast voor op het feest. Maar helaas, u kent het verschijnsel: de kater komt later. Zo'n twee maanden na de grote overwinning zijn de onderhandelingen achter de rug en koppen de kranten “De SP ligt eruit”. In maar weinig gemeentes maakt de SP deel uit van het college. Net als bij de landelijke en provinciale verkiezingen in 2006 en 2007 zeiden de andere partijen “Nee tegen de SP”.

Over de redenen om de SP destijds buiten de deur te houden is veel gezegd: de SP is toch de eeuwige oppositiepartij, de SP biedt geen structurele alternatieven, de SP zou geen geschikte mensen hebben, de SP is niet bereid tot concessies, de SP is onervaren en daarbij komt: CDA wilde vaak wél met de PvdA, maar niet linkser dan dat.

Ik wil overigens wel ook een voorbeeld noemen, waaruit blijkt dat de stap naar collegedeelname ook een flinke misstap kan zijn. Ik ben voorzitter van de afdeling Rheden – o, trouwens voor wie niet weet waar Rheden ligt: het is een buurgemeente van Arnhem, u weet wel, met die stad, die erg ver weg ligt en onbereikbaar is, maar waar gelukkig wel mooi het Nationaal Historisch Museum komt…-

Maar goed, terug naar Rheden. Rheden is een zelfstandige afdeling sinds september 2003. Actief op straat en duidelijk nog in de ontwikkelingsfase van een jonge afdeling: ik ben twee en ik zeg NEE. Na de raadsverkiezingen zouden we dan ook in het gemeentehuis wel van ons laten horen vanuit de oppositiebanken. Want als pas beginnende afdeling moet je maar niet direct in het college terechtkomen, zo werden wij vaak genoeg gewaarschuwd tijdens alle scholingen. De SP kreeg 12,6 % van de stemmen en kwam met drie zetels in de Rhedense raad. We werden als grote winnaar gevraagd voor de onderhandelingen. Tegen al onze verwachtingen in, kwamen we met de PvdA en de lokale partij Gemeentebelangen tot een goed coalitieakkoord, waarmee we Rheden echt beter en socialer konden maken. Maar wel: onvoorbereid, onervaren en misschien dus eigenlijk wel ongewenst… Het zal u misschien ook niet verbazen dat dit niet lang goed ging. Na ongeveer een jaar werd de SP uitgezwaaid dankzij een schofferende actie van de PvdA, maar ook dankzij onze eigen naïviteit en onkunde.

Maar, dames en heren, het moge duidelijk zijn: we moeten ervoor zorgen dat het in 2010 ánders gaat. Geen Rhedense scenario's of ‘SP ligt eruit' in de kranten. In 2010 moeten we laten zien dat we meer kunnen dan oppositievoeren, waar we zeker goed in zijn, maar bestuurlijke verantwoordelijkheid nemen in meer gemeentes dan de bekende bolwerken als Nijmegen, Heerlen en Doesburg. De lat ligt hoog. En daarom moeten de partij en de afdelingen zich uiterst goed voorbereiden op de komende raadsverkiezingen.

Ten eerste: Afdelingen moeten hun organisatie op poten hebben: voldoende actieve leden, een goed draaiend bestuur en kerngroep. Al deze mensen zijn vaak op straat te vinden.

Afdelingen kennen hun gemeente en de inwoners dan écht. De SP is geworteld in de samenleving en weet wat er speelt en wat er moet veranderen. Op basis van een goede analyse volgt er dan ook een goed programma.

Het gevaar dat het activisme verdwijnt en het gemeentehuis de thuishaven wordt, moeten we ten alle tijden voorkomen. Niet te veel gelul over amendementen en moties, maar mensenwerk. Breng in het gemeentehuis binnen wat van buiten komt, en breng niet slechts naar buiten wat in het gemeentehuis gebeurt.

Ten tweede, afdelingen moeten een realistische inschatting maken van de politieke situatie en daarop de strategie aanpassen: waar mogelijk gáán voor deelname aan het college en anders vier jaar oppositie. En de vele pas beginnende afdelingen, kunnen die wel weer zo gemakkelijk worden geadviseerd om niet voor collegedeelname te gaan? De kans bestaat namelijk dat we soms niet meer in de positie zitten om te bedanken en NEE te zeggen. Ook of juist deze afdelingen moeten hier dus wel op voorbereid zijn. Collegedeelname: nee, tenzij, wordt misschien wel ja, mits. Graag aandacht dus voor het voeren van onderhandelingen en het vinden en klaarstomen van wethouderskandidaten in de scholing voor toekomstige raadsleden. Scholingsteam, gebruik hierbij het voorbeeld van Rheden om te laten zien waarom zo'n gedegen voorbereiding écht nodig is.

Ten slotte zal de SP ook lokaal de weg naar linkse samenwerking moeten plaveien. Landelijk pleit Marijnissen hier al langer voor. De alternatieven van de SP komen het beste tot haar recht in samenwerking met andere linkse partijen. Dus liever geen compromiscolleges, maar werkelijke veranderingen van de huidige neoliberale politiek. De SP kan dan in de gemeentes zorgen voor een fatsoenlijke thuiszorg, voldoende betaalbare woningbouw en aandacht en geld voor verloederde wijken.

Wanneer de SP de winst, die we ongetwijfeld gaan behalen in maart 2010, in de gemeentes dankzij een goede voorbereiding op een goede manier kan verzilveren, biedt dat ook perspectieven voor de landelijke en provinciale verkiezingen in 2011. Dan kunnen we teleurstellingen voorkomen, op meerdere niveaus meedoen én spreken van een echte doorbraak.
Dames en heren, Cohen in Amsterdam mist de SP. Nederland mist de SP. Nederland is klaar voor de SP, is de SP er klaar voor?

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Gijsbert Houtbeckers

Gijsbert Houtbeckers

Regeren met Wilders een mogelijkheid?

November 2010. We zijn als SP opnieuw uit de bus gekomen als de grote winnaar van de Kamerverkiezingen en nemen met 47 zetels nu bijna een derde van de taart in. De oude politiek heeft er wederom flink van langs gekregen en dat heeft ervoor gezorgd dat de PVV van Geert Wilders nu met 32 zetels de tweede partij van het land is geworden. Een duidelijke roep van de kiezer dus voor een seculier kabinet zonder de oude partijen die al 30 jaar hetzelfde roepen. Onmogelijk, verwerpelijk zullen sommigen van u denken als we met de PVV zouden gaan regeren . Maar moeten we niet door het geschreeuw van Wilders heen kijken en zoeken wat er echt schuil gaat achter zijn ideeën zit? Moeten we niet alle opties open te houden? Paars is ten slotte ook gelukt en dat had ook niemand voor mogelijk gehouden.

Ja, er zijn genoeg verschillen met de PVV. Denk aan de strafmaten of het fileprobleem, al beginnen ze inmiddels ook al te pleiten voor goed openbaar vervoer. Maar het grootste struikelblok in onderhandelingen blijft natuurlijk de islam. Daar kunnen we niet omheen. Waar wij als SP graag spreiding in de wijken zien is het de oplossing van de PVV om iedereen die niet volledig assimileert in plaats van integreert het land uit te zetten. Maar inmiddels heeft Wilders zo hard en zoveel geschreeuwd over de islam dat hij niet meer om het inhoudelijke debat heen kan en dat is nodig als we met de PVV de onderhandelingen ingaan. Ook Wilders en zijn partijgenoten zullen dan inzien dat iedereen zomaar het land uitzetten geen reële optie is. Toch kan het op dit punt misgaan. Maar met welke partij je ook de onderhandelingen ingaan er zijn altijd hordes die overwonnen moeten worden. Denk maar aan Groen Links en de flexibilisering van de arbeidsmarkt.

Naast de hobbels die te nemen zijn er ook veel overeenkomsten en zou de PVV zelfs een goede bondgenoot kunnen zijn. Inhoudelijk gezien is het ook de PVV die voor aanpakken van de topsalarissen is. Is het ook de PVV die voor goede zorg van onze ouderen is. Is het ook de PVV die de salarissen van de politie wil verhogen. En wil PVV wil ook korte metten maken met de bureaucratische rompslomp in de zorg en het onderwijs. Iets wat wij ook allemaal willen.

De overeenkomsten zijn niet alleen inhoudelijk maar ook in haar doen en laten lijkt de PVV op ons. Niet dat de PVV dagelijks door het hele land op straat te vinden is maar het is wel een partij die dingen wilt doorbreken en oplossen. De PVV streeft bijvoorbeeld niet blindelings naar één Europese superstaat. Het is dus een partij die af wil van het pappen en nathouden zoals vele traditionele regeringspartijen. Ook is de PVV wars van politiek spel en het bedelen van functies aan partijgenoten. Zij waren de enige medestander van de SP over de aanstelling van VVD-kamerlid Nicolaï als voorzitter van de Raad van Toezicht bij het Nationaal Historisch Museum.

Bovendien zal het en zeer seculier kabinet worden dat voor een duidelijke scheiding van kerk en staat is. Met dit kabinet zouden we dus bijvoorbeeld artikel 23 over het bijzonder onderwijs kunnen aanpassen.

Na jaren van oppositie voeren en niet serieus genomen te worden is er nu eindelijk de mogelijkheid om samen met de PVV een seculier kabinet te vormen en dingen erdoor te krijgen die de zorg weer menselijk maken, het onderwijs naar een hoger en goed niveau tillen en de bureaucratie verminderen. De PVV zal een betrouwbare partner zijn die geen politieke spelletjes wil spelen maar dingen wil doen. Alleen door te regeren met de PVV geven we de PvdA, het CDA en de VVD het nakijken. En voldoen we aan de oproep van de kiezer af te rekenen met de oude politiek. Een regering met Wilders behoort dus wel degelijk tot de mogelijkheden!

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Lies van Aelst

Lies van Aelst

Mogen SP’ers gebruik maken van de wachtgeldregeling?

Twee weken geleden ben ik met de Zuid-Hollandse statenfractie een weekendje naar Geesteren in Gelderland geweest. Een weekendje rust, omgang met middeleeuws wapentuig, elkaar beter leren kennen en natuurlijk ook vol inhoudelijke discussies over tal van onderwerpen. Op de tweede dag hebben we ons verkiezingsprogramma erbij genomen en bekeken wat we al hebben bereikt, wat er de volgende keer niet meer in hoeft en waar we de aankomende tijd mee aan de slag zullen gaan. Over veel punten waren we het meteen eens met elkaar, maar een aantal punten leverde ook behoorlijk wat discussie op. Zo ook de wachtgeldregeling…

In Nederland weten politici zichzelf goed te bedruipen, voor hun gelden loonmatigingen niet en de broekriem hoeft nooit aangetrokken te worden. Natuurlijk zijn wij het daar als SP al jaren niet mee eens, (net als dat wij de “vergoeding” die we krijgen deels in de partijkas storten) en worden er in verschillende provincies, soms met succes, versoberende voorstellen ingediend. Maar deze gaan nooit zo ver als dat wij dat eigenlijk zouden willen, dan worden ze namelijk niet aangenomen. (De SP is erg goed in compromissen sluiten, dan komt het er tenminste). Politici klagen vaak dat de burgers geen vertrouwen in ze hebben, dat ze niet genoeg aandacht krijgen en dat de opkomstpercentages te laag zijn. Maar als je ziet hoe de politiek zich van de burgers vervreemdt met dit soort maatregelen is dat ook niet zo gek. Ze staan zo ver van de burgers af, er boven. En daar zorgen ze zelf voor.

Maar… er zijn ook SP’ers die wachtgeld ontvangen. SP’ers die zonder te werken dit geld ontvangen. SP’ers die ook hun zakken vullen?

Of is het dan zo dat de SP het gewoon gebruikt om de partijkas nog wat extra te spekken? Want ook van wachtgeld dragen ex-vertegenwoordigers een deel af. De geoliede campagnemachine van de SP, zoals deze afgelopen week in de media werd genoemd, draait ook op dat gemeenschapsgeld.

Hoewel er in een aantal provincies al vooruitgang is geboekt in de wachtgeldregeling, is het nog steeds niet zo solidair als wij het willen zien. Solidair met de rest van werkend Nederland die met een wisselende economie ook niet zeker is van haar baan, haar inkomsten en haar levenszekerheid. Moeten SP’ers dan tot die tijd wel gebruik maken van de regeling? Zouden wij niet het goede voorbeeld moeten geven? “Practice what you preach”

Maar helaas geldt dit dan niet alleen voor de wachtgeldregeling, er zijn meer dingen in Nederland waar wij tegen zijn, die wij graag veranderd zouden willen zien maar wij nog steeds aan deelnemen. Zoals de NAVO, de provinciale staten en we doen ook nog steeds mee aan de getrapte verkiezingen voor de Eerste Kamer. We willen bijvoorbeeld de NAVO van binnenuit proberen te veranderen, maar gaat dat ook op voor de wachtgeldregeling? En daarnaast kunnen we ook niet alles wat wij als SP willen dat er verandert, zelf al uitvoeren. We kunnen toch ook niet zonder kaartje in de trein gaan zitten omdat wij willen dat het openbaar vervoer betaalbaar wordt. Of is het zo dat wij het, bij gebrek aan beter, gebruiken als vangnet voor onze vertegenwoordigers? En dat zij gewoon gebruik maken van de regeling waar ze recht op hebben.

Wij, de partij die niet kan regeren, leveren steeds meer wethouders in verschillende gemeenten. En in de toekomst zullen we ook steeds meer volksvertegenwoordigers en bestuurders gaan leveren. Maar kunnen we nog wel goede mensen vinden om dit te doen, als zijn in het woelige politieke klimaat niet meer kunnen rekenen op deze wachtgeldregeling? Blijven deze mensen niet in hun oude vertrouwde baan, het risico van de val van een college en je baan kwijtraken vermijdend. Ik heb een ex-wethouder van de SP gebeld en gevraagd of hij ook wethouder zou zijn geworden als hij wist dat hij geen gebruik zou kunnen maken van deze regeling. Hij zei van niet. Nu zegt dit vrij weinig over al onze andere wethouders en toekomstige vertegenwoordigers, maar het was niet het antwoord dat ik had verwacht. Ik had een volmondig “ja!” verwacht, een “natuurlijk, ik heb er niet eens over nagedacht”. Maar schijnbaar had dit voor hem wel degelijk meegeteld. Zou dat niet ook zo zijn voor anderen? En zijn dit dan de mensen die wij uiteindelijk op deze positie willen hebben? De mensen die onze partij moeten gaan vertegenwoordigen?

Vorige week sprak ik een SGP ex-wethouder, hij is nu alleen nog statenlid en wacht zijn pensioen af met zijn wachtgeldregeling. Dus op kosten van de burger. Terwijl de regering voor “normale” mensen een sollicitatieplicht heeft, een omscholingsregeling zo’n beetje verplicht stelt en een magere uitkering geeft. Dus schijnbaar zijn politici belangrijker en meer waard dan alle andere mensen in ons land. Ik vind dit persoonlijk moeilijk om te verkroppen, zeker als ik me realiseer dat er ook SP’ers zijn die wachtgeld aanvragen. En natuurlijk dragen zij ook hiervan hun deel af, en zit er een beroepsrisico aan, maar ik vraag me af hoe dit nog te rechtvaardigen is tegenover bijvoorbeeld de ontslagrechtversoepeling die er wellicht aan komt. De inkomenszekerheid van iedereen wordt slechter, en nog steeds kunnen politici rekenen op een aantal jaren van zekerheid. En soms zelfs zonder sollicitatieplicht. Ik vraag me dan af hoe deze mensen dit tegenover zichzelf en tegenover hun kiezers kunnen rechtvaardigen en uitleggen. Ik vraag me af, of ik dat zou kunnen.

En natuurlijk is het zo dat wij tegen de ontslagrechtversoepeling zijn, en willen dat elke werknemer een goede regeling krijgt na ontslag. Dus dat is ook iets wat we bij onze eigen mensen laten zien, dat ze ook goed verzorgd zijn na het werk. Maar het is wel met overheidsgeld, belastinggeld.

Kunnen wij het rechtvaardigen en uitleggen tegenover onze kiezers? Want of we nu wel of geen goede bestuurders kunnen vinden, we hebben niets aan ze als we onze kiezers kwijtraken.

Maar als partij vraag je wel een hoop van volksvertegenwoordigers en bestuurders. Je vraagt hen hun baan op te geven om vertegenwoordiger of bestuurder te worden voor de SP. Je vraagt mensen om werk, waar ze zich vaak jaren voor hebben ingezet, op te geven. Een opgebouwde positie op te geven, zonder daar enige baan garantie tegenover te kunnen stellen. Nu is het vertegenwoordigen van mensen geen baan, maar mensen geven er wel vaak een betaalde baan voor op. En deze mensen zijn wel socialisten, wereldverbeteraars en mensen met hart voor de zaak. Maar de meeste hebben ook een gezin, verantwoordelijkheden tegenover andere mensen dan alleen de kiezer en de belastingbetaler. Het is dus een te grote eis om te stellen, als je ze vraagt om alles op het spel te zetten en zo’n keuze te maken voor meer mensen dan alleen hij of zij zelf. En we kunnen dan ook niet van ze eisen dat zij, tot de regeling socialer is, er zelf geen gebruik van maken.

Daarnaast is dit ook een manier voor de SP om meer inkomsten te genereren, inkomsten die wij gebruiken om ons doel te bereiken: en menselijk en sociaal Nederland met mensen die menswaardig worden behandeld.

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Ria Rademaker

Ria Rademaker

Het is nu de tijd voor Huize Avondrood

Schaalvergroting, marktwerking en het uitkleden van de sociale zekerheid zijn de thema’s waar we als SP hard tegen ageren en terecht;
De menselijke waardigheid verdwijnt in anonimiteit;
leerlingen hokken we op in grote leerfabrieken,
bejaarden laten we achter de geraniums liggen en gunnen we zelfs een ‘pyamadag’.
Gelijkwaardigheid past niet in de markt;
In de markt zijn concurrentie en prijs de leidende principes en kwaliteit wordt van ondergeschikt belang; goede zorg en onderwijs voor iedereen is niet gegarandeerd.
De solidariteit tussen mensen wordt aangetast; ben je kiplekker en gezond; dan kan je je goedkoop verzekeren; ben je chronisch ziek, of gewoon oud; dan heb je het nakijken, de enige zekerheid die je hebt is dat je de 150 euro eigen risico zeker moet gaan betalen.

Vooral de doorgeschoten grootschaligheid in de zorg aan ouderen, is mij een doorn in het oog; het druist in tegen de menselijke maat; maakt mensen tot nummers, zelfs tot kostplaatsen!

In ons verkiezingsprogramma zeggen we het volgende over de zorg:
We stoppen met schaalvergroting en marktwerking en brengen zorgvoorzieningen terug naar de wijken. Grootschalige verpleeghuizen en verzorgingshuizen vervangen we door kleinschalige en intieme voorzieningen op wijkniveau. Ook ziekenhuizen, huisartsenposten en andere zorgvoorzieningen worden kleinschaliger en beter bereikbaar. Met wijkgezondheidscentra, poliklinieken en consultatiebureaus voor jong en oud brengen we de zorg dicht bij huis.

Maar naast het roepen dat het anders moet, moeten we ook wat doen!
In de zorg hebben we al vele initiatieven genomen, om mensen te informeren en te mobiliseren en hun ervaringen met de zorg te bundelen; ‘De zorg is geen markt’en het Meldpunt Thuiszorg zijn daar de sprekende voorbeelden van.
Maar volgens mij moeten we nog meer doen!
Net zoals we in 1975 ‘Ons Medisch Centrum’ in Oss hebben opgericht, is het nu de tijd voor “Huize Avondrood”… waarin wij als SP onze woorden over zorg in de praktijk gaan brengen; onder het motto “niet lullen, maar doen!”

Daarom wil ik u graag meenemen naar een mooi toekomstbeeld:
Huize Avondrood; zorg voor u, als u oud bent.

U vindt dit kleine verzorgingshuis in het dorp of de wijk waar u woont.
Samen met nog 50 andere mensen van uw leeftijd, soms ook wat jonger, soms iets ouder woont u daar samen. U heeft een eigen kamer of deelt deze met uw man of vrouw. U kunt gewoon bij elkaar blijven wonen, ook als de gezondheid van een van u of beide wat minder wordt. U kunt zelf bepalen wat u allemaal nog zelf wilt doen en waar u hulp bij nodig heeft. Als u sommige zaken in het dagelijke leven niet meer zelf kunt, dan helpen we u daar bij; uiteraard. Op uw gang met tien woonplekken, werkt een vast team van verplegers en verzorgers. U kent de mensen die u verzorgen en zij kennen u.
Wij zorgen voor lekker eten en gezellige activiteiten in de huiskamers, die u in elke gang vindt. Daarnaast vermoeien wij u niet met alle papieren rompslomp die er helaas bij de zorg komt kijken; dat regelen we voor u.
Ook de verzorgers en verpleegkundigen vermoeien we zo min mogelijk met papier; ze schrijven wel op hoe het met u gaat, maar alle andere rompslomp laten we over aan de mensen van de administratie; zo hebben de mensen die voor u zorgen ook echt meer tijd om voor u te zorgen en activiteiten met u te ondernemen.
We zorgen er ook voor dat het geld dat wij krijgen voor de zorg voor u, daarvoor wordt gebruikt en dat we geen verzameling managers in dienst hebben.
U zult ook stagiaires tegenkomen, want we vinden het belangrijk om jonge mensen ervaring te laten opdoen in dit werk en hen daar bij te begeleiden.
En mocht u, of uw familie willen meedenken over het reilen en zeilen in huis, dan kan dat altijd en nodigen we u graag uit voor onze maandelijkse meedenkuurtje, uiteraard met een lekker kopje koffie en cake.
Ook voor de andere oudere mensen die in de buurt van het huis wonen, wil Huize Avondrood iets betekenen. Daarom hebben we ook de thuiszorg, een fysiotherapeut, een huisarts, dagbesteding en steun- en informatiepunt in ons gebouw en waarvoor zij bij ons terecht kunnen.

Ik vind het een prachtbeeld en dat we volgens mij gewoon in de praktijk moeten gaan brengen; zo kunnen we ons alternatief live invullen en dient het als levend bewijs dat het anders kan. De SP is een bijzondere partij en onderscheidt zich door buitenparlementaire actie van de andere politieke partijen. Het opzetten en laten draaien van een verzorgingshuis is een middel om te laten zien dat onze visie ook daadwerkelijke in de praktijk te laten zien.
We hebben de visie, maar ook de middelen en de mensen.
We moeten dus op zoek naar een plek waar we dit zouden kunnen doen en op zoek naar de mensen die dit willen en kunnen uitvoeren. En dan zorgen wij voor het geld. Een project als deze zal met argusogen worden gevolgd, net als toen het medisch centrum werd opgericht, met het verschil dat we nu de derde partij van Nederland zijn. Maar ik denk dat we niet te bang moeten zijn; we hebben in onze strijd tegen de uitverkoop van de zorg vele medestanders gevonden, juist ook uit de zorg zelf, waaruit blijkt dat we goed weten waar het wringt in de zorg. Ik weet ook dat we er met dit verzorginghuis niet zijn in de strijd voor een betere zorg, daarvoor moet er ook vanuit de wet- en regelgeving nog veel veranderen en zal onze strijd binnen- en buitenparlementair moeten doorgaan.
Maar Huize Avondrood is een van die middelen die we in kunnen zetten in de strijd voor een menswaardige zorg aan onze ouderen.

Dus nait van dat benauwde; kop d’r veur en aan de slag!

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Lilian Marijnissen

Lilian Marijnissen

Voor een gekozen staatshoofd

Toen ik deze toespraak voor ging bereiden, leek het me verstandig om eerst even op te zoeken wat de SP bij de laatste verkiezingen schreef over de monarchie. Meteen het eerste hoofdstuk van ons verkiezingsprogramma ‘Een beter Nederland voor hetzelfde geld' draagt de titel: Betere democratie. Kijk aan! Ergens onderaan dit hoofdstuk vind ik vervolgens het kopje ‘Het Koninkrijk moderniseren'. Aha, daar zal dus wel staan dat de SP pleit voor een gekozen staatshoofd in plaats van het ouderwetse systeem van erfopvolging wat we nu in Nederland nog kennen. Want een gekozen staatshoofd draagt immers pas echt bij aan een ‘betere democratie'. Onder het kopje ‘Het Koninkrijk moderniseren' lees ik echter een betoog voor een nieuwe staatsrechtelijke structuur voor de Nederlandse Antillen! Maar geen woord over het afschaffen van de monarchie. Wel wordt er in het eerste hoofdstuk van ons verkiezingsprogramma gepleit voor het afschaffen van de waterschappen, het provinciaal bestuur moet grondig gewijzigd worden, de wildgroei van zelfstandige bestuursorganen moet tegengegaan worden, gemeentelijke herindelingen mogen niet meer van bovenaf worden opgelegd en het is wenselijk dat de gemeenteraad voortaan haar burgemeester kiest. Maar nergens kan ik lezen dat de SP voor een gekozen staatshoofd is: toch wel een belangrijke stap naar een ‘betere democratie' lijkt me?

Er valt in ons verkiezingsprogramma zelfs niets te lezen over het afzwakken van de politieke functies van de Oranjes. Een slap aftreksel van een gekozen staatshoofd, maar toch in ieder geval een stap in de goede richting, zou toch wel het beperken van de functies van Beatrix tot de ceremoniële functies zijn. Maar duidelijk mag zijn dat onze koningin niet alleen ceremoniële, maar ook politieke macht bezit. Volgens de Grondwet benoemt en ontslaat ze de minister-president, alle ministers en staatssecretarissen, alle commissarissen voor de koningin, alle burgemeesters, alle rechters en de procureur generaal bij de Hoge Raad, een wet is pas van kracht als de koningin ‘m ondertekend heeft en daarnaast kunnen wetsvoorstellen door twee organen ingediend worden: de Tweede Kamer en, ja hoor, de koningin! Daarnaast speelt de koningin een belangrijke rol bij de kabinetsformatie. Ze voert verkennende gesprekken met de fractievoorzitters. Gesprekken waarvan de inhoud niet naar buiten mag worden gebracht, zodat we daar weinig over te weten komen. Daarna benoemd de koningin de informateur en de formateur, die toch een sleutelrol spelen in het al dan niet tot stand komen van een nieuw kabinet. Aan deze laatste bevoegdheid van de koningin om de formateurs en informateurs aan te wijzen is in het verleden gemorreld. Al in 1971 dienden de PvdA, D66 en de PPR een motie in die de aanwijzing van de formateur aan de Tweede Kamer wilde overlaten. Het CDA en de VVD stemden het voorstel weg, waardoor de bevoegdheid tot de dag van vandaag nog steeds bij de vorstin ligt.

Het is dus wel duidelijk dat onze koningin veel meer doet dan lintjes doorknippen en kransen leggen. Natuurlijk zijn al deze politieke bevoegdheden inmiddels wel danig ingeperkt en zijn er constructies bedacht waardoor de koningin niet zomaar iets kan doen tegen de wens van het kabinet in. Maar de koningin echter ook nog onschendbaar: wat erop neer komt dat ze nooit ergens verantwoordelijk voor is. Ook al zou ze de grootste fouten maken, ze is hiervoor nooit zelf verantwoordelijk. Een politicus die wel democratisch gekozen is moet hier dan de verantwoordelijkheid voor nemen en misschien opstappen. In de praktijk komt het erop neer dat het staatshoofd vrijwel niets zelfstandig kan doen, wat natuurlijk ook wel vreemd is. Los van deze politieke bevoegdheden vertegenwoordigt onze koningin ons land in het buitenland en houdt ze ook toespraken waaruit de Nederlandse identiteit en de Nederlandse gevoelens afgeleid worden.

Maar dan nu ons verkiezingsprogramma: Meteen het eerste hoofdstuk heet ‘Een betere democratie', maar daarin geen woord over de huidige ondemocratische monarchie. Een monarchie is niet alleen ondemocratisch, maar eigenlijk net zoals de haardracht van onze vorstin: gewoon niet meer van deze tijd. Van de ruim 190 landen die de Verenigde Naties telt, zijn er nog slechts een tiental een monarchie. Ik vind daarom dat we als SP actief moeten strijden voor het afschaffen van deze monarchie. Pas wanneer het hoofd van je staat ook gekozen kan worden, kun je spreken over een echte democratie.

Om electorale redenen is het standpunt over het afschaffen van de monarchie door ons in de ijskast gezet. De meerderheid van Nederland klaagt niet over de monarchie, Beatrix doet het niet onaardig en bovendien is een verkiezingsprogramma voor één periode, voor vier jaar dus, en het afschaffen van de monarchie zou de komende vier jaar nog niet haalbaar zijn. In onze kernvisie ‘Heel de Mens' uit 1999 staat ook wel degelijk: “Een gekozen staatshoofd, gekozen commissarissen van de koningin en gekozen burgemeesters horen bij de verbreding en verdieping van de democratie”. Een prominent Kamerlid van de SP, Harry van Bommel, is zelfs lid van het republikeins genootschap. We zijn dus wel voor een gekozen staatshoofd, maar geven er deze periode geen prioriteit aan. Het voorstel dat de gemeenteraad de burgemeester kiest heeft het verkiezingsprogramma echter wel gehaald.

Toch vind ik het jammer. We zijn voor een betere democratie, voor een gekozen staatshoofd, maar laten het deze periode even zitten omdat toch niemand het met ons eens is waardoor het niet in vier jaar te realiseren is. Los van de vraag of dit een goede reden is om zo'n belangrijk standpunt, wordt de baas van ons land op een autoritaire wijze bepaald of op een democratische manier, in de ijskast te zetten, vraag ik me ook af of het juist is dat we op dit gebied niets zouden kunnen bereiken in het huidige klimaat.

We zouden bijvoorbeeld ook kunnen stellen dat we voor een gekozen staatshoofd zijn, maar zo lang dit niet het geval is, we het in ieder geval verwerpelijk vinden dat onze niet-democratisch gekozen koningin politieke taken heeft. We zouden kunnen pleiten voor het systeem dat de koningin alleen maar ceremoniële functies bezit. Dat ze dus werkelijk alleen maar lintjes mag knippen en geen politieke bevoegdheden meer heeft. Zo'n raar idee is dit ook helemaal niet, want ondanks dat het koningshuis in Nederland geliefd is, blijkt uit een peiling van Maurice de Hond vorige maand dat de helft van de Nederlanders wil dat de Oranjes alleen nog maar ceremoniële taken mogen vervullen. Nu staat in onze huidige verkiezingsprogramma helemaal NIETS over dit thema, zelfs niet dat we vinden dat de koningin slechts ceremoniële functies mag vervullen.

Toch heeft de keuze om dit uit het verkiezingsprogramma te laten, ons geen problemen opgeleverd. Verre van zelfs: in november 2006 maakten we een enorme klapper naar 25 zetels! Daarmee zijn we de derde partij van het land geworden en de grootste oppositiepartij. Naar de SP wordt voortaan serieus geluisterd en de SP doet ertoe. Misschien is het daarom ook juist wel jammer dat we het standpunt van de monarchie in de ijskast hebben gezet. Men is bereid om serieus naar onze alternatieven te luisteren, misschien ook wel naar ons alternatief voor het autoritaire systeem van erfopvolging.

Onlangs heeft Bea haar 70e verjaardag gevierd en voorzichtig aan wordt er steeds meer gespeculeerd over een eventuele wisseling van de wacht, of moet ik zeggen wisseling van de macht? Na Beatrix zal Willem-Alexander onze koning worden. Beatrix is erg geliefd, maar het is nog maar de vraag of Prins Pils dezelfde populariteit als zijn moeder kan behalen. Wellicht was de wisseling van de troon een mooi moment geweest om de taken van onze vorst of vorstin in te perken. En die wisseling zou zomaar eens de komende vier jaar al plaats kunnen vinden… Het argument dat het afschaffen of inperken van de monarchie niet in vier jaar te realiseren is, vind ik dus niet zo sterk. Het andere argument, namelijk dat vrijwel niemand een probleem heeft met de monarchie, dus voor wie doe je het dan, vind ik ook niet overtuigend. Als partij heb je ook de functie om zaken op de agenda te zetten. Wellicht zijn veel mensen tevreden over het functioneren van de Oranjes, maar toch nog altijd de helft van de bevolking ziet Beatrix liever zonder politieke, maar met alleen ceremoniële functies. Dus deze mensen zouden we er al een plezier mee doen wanneer we voor elkaar zouden krijgen dat Beatrix geen politieke bevoegdheden meer heeft. Daarnaast is het ook de taak van een politieke partij om mensen van het probleem bewust te maken. Tegen de honger in Afrika zijn ook niet dagelijks demonstraties, maar dat wil niet zeggen dat wij daarom niet meer vinden dat het een groot probleem is. Kortom: volgens mij is het een gemiste kans om ons standpunt betreffende de monarchie niet in het verkiezingsprogramma op te nemen en bij de volgende verkiezingen hoort het er zeker weer in!!

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Erik de Vries

Erik de Vries

De 25 provinciën

Een band, een CD, een DVD, een ambassadeur, een film en een ware Tour. Nee, ik heb het niet over Marco Borsato, maar over een provinciebestuur. Al deze dingen dienden ter ondersteuning van het aanvalsplan op de daklozen in Gelderland. Vier jaar, honderdduizenden euro’s, verschillende onderzoeken, actieplannen en deelprojecten later wordt vastgesteld dat het aantal daklozen in de steden verder is toegenomen.
Hoe kan dit? Het is een voorbeeld van het levensgrote probleem van onze huidige provincies. De provinciale verkiezingen kennen al jaren een lage opkomst en Provinciale Staten hebben geen duidelijk gezicht. Politici willen zich toch profileren en komen met allerlei ‘projectjes’ en ‘conferenties’, die tot niets leiden. Zij staan hiervoor te ver van de mensen.

Stel dat in de grondwet zou staan dat Nederland bestaat uit 25 provincies.
Het beleid zou zich dan beter toe kunnen spitsen op de inwoners. De kloof tussen burger en politiek zou kleiner zijn. Politiek is altijd interessanter als het over de eigen regio en de eigen leefomgeving gaat. Gemeenten leven meer dan provincies, en Nederland is interessanter dan Europa.
Deze provincies zouden zich veel beter kunnen profileren op duidelijke onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, openbaar vervoer en veiligheid. Mensen zouden weer weten waar de provincies over gaan, wat ze doen en hoe het bestuur in elkaar zit. We hoeven de burger niet meer dichter bij de politiek te brengen. We brengen de politiek juist dichter bij de mensen.

Stel dat in de grondwet zou staan dat Nederland bestaat uit 25 provincies.
Het oude stokpaardje van ‘gemeentelijke herindelingen’ zou op stal kunnen blijven.
Met het dure woord ‘decentralisatie’ wordt beleid al jaren over de schutting van de gemeenten gegooid. Dit heeft grote gevolgen voor de gemeenten. Zij moeten al het beleid vorm zien te geven. Vooral voor kleinere gemeenten betekent dit dat zij niet voldoende capaciteit hebben om dit allemaal te doen.
Gemeenten zouden niet meer onderling hoeven samenwerken om het beleid toch van de grond te krijgen. Taken die te groot zijn voor gemeenten kunnen bij de provincies ondergebracht worden. Hierdoor hebben zij weer een duidelijke agenda en hoeven gemeenten niet overal opnieuw hetzelfde wiel uit te vinden.
Zonder gedwongen herindelingen geen strijd meer tussen de deelgemeenten, zoals in Dinkelland, waar Ootmarsum en Denekamp elkaar de tent uitvochten over de naam van de gemeente, de burgemeester en de gemeentesecretaris. Men staat niet naast elkaar, maar recht tegenover elkaar.

Stel dat in de grondwet zou staan dat Nederland bestaat uit 25 provincies.
De Wet Gemeenschappelijke Regelingen zou afgeschaft kunnen worden. Die wet regelt dat gemeenten in een overkoepelend bestuur van afgevaardigden bepaalde taken uit laat voeren. Vaak gaat het om taken die te groot of te ingewikkeld voor gemeenten zijn om zelf vorm te geven. Deze taken zouden bij de provincies ondergebracht kunnen worden.

Op dit moment zijn er acht van deze zogenaamde WGR+ regio’s. Een probleem waar zij echter onherroepelijk tegenaan lopen is dat zij geen directe volksvertegenwoordiging vormen. De afgevaardigden zijn niet direct verkozen via verkiezingen, maar indirect door afvaardiging vanuit gemeenten. Zo ook in Helmond, waar ik zelf woon.
Helmond maakt deel uit van het SRE, het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven. Deze voert bijvoorbeeld de aanbestedingen van het openbaar vervoer uit. Helmond heeft in het SRE een aantal afgevaardigden. Een meerderheid van de raad beslist welk standpunt de Helmondse afgevaardigden in moeten nemen. Deze hebben in het SRE echter geen meerderheid. Er zou dus wel eens iets anders uit kunnen komen dan wat de meerderheid van de Helmondse bevolking wil. Bij wie moet de burger verhaal gaan halen? De raad wijst naar het SRE en de provincie gaat er niet over.

Met 25 provincies heb je geen gedoe meer met ‘democratische legitimatie’ of ‘4e bestuurslaag’: ze worden immers rechtstreeks gekozen. Politiek wordt weer politiek: geen gedwongen standpunt meer vanuit de eigen raad. De provincies voeren een eigen duidelijk beleid en kunnen hier rechtstreeks op aangesproken en afgerekend worden.

Stel dat in de grondwet zou staan dat Nederland bestaat uit 25 provincies.
Er zou veel beter invulling gegeven kunnen worden aan de veiligheidsregio’s. Op veel plaatsen bestaan deze al, maar dit jaar zal de wet veiligheidsregio’s ook echt van kracht worden. Deze regio’s regelen de rampenbestrijding en crisisbeheersing als deze groter zijn dan één gemeente. Het bestuur van de veiligheidsregio is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering, en bestaat uit verschillende belanghebbenden als brandweer, politie, ambulance en bestuurders. De regio’s worden gelijk getrokken met de politieregio’s. Nederland wordt dus in 25 stukken geknipt. Ja, de veiligheidsregio’s zijn al helemaal op maat van de nieuwe provincies!

Het wetsvoorstel is nu in behandeling in de Tweede Kamer, en er zijn twee grote punten van kritiek uit te halen: de burgemeester van de grootste gemeente wordt nu voorzitter van de veiligheidsregio en is dus hoofdverantwoordelijke bij rampen en crisissen. Daarnaast is er de wens om de meldkamer, waar alle uitvoerende disciplines deel van uitmaken, publiek te borgen. Twee keer winst met 25 provincies: de publieke borging is onder aansturing van de provincie direct geregeld. Daarnaast kan de Commissaris van de Koningin, of hoe we die dan ook gaan noemen, de leiding van de regio op zich nemen. Hij kan direct verantwoording afleggen aan de Provinciale Staten. Geen gedoe meer: nu kan de raad van de ene gemeente moeilijk de burgemeester van de andere gemeente ter verantwoording roepen.

Stel dat in de grondwet zou staan dat Nederland bestaat uit 25 provincies.
Er zou een einde kunnen komen aan de 27 verschillende waterschappen. Zij zijn toch een vreemde eend in de bijt. Ze hebben eigen verkiezingen en zijn verantwoordelijk voor alles wat met water te maken heeft. Dat heeft echter veel raakvlakken met zaken waar de provincie ook mee bezig is, zoals ruimtelijke ordening, recreatie en milieu.
De verantwoordelijkheid voor het beleid van de waterschappen kan ondergebracht worden bij de Provinciale Staten, de uitvoering van beleid bij de ambtelijke organisatie. De taken van de 27 waterschappen zullen verdeeld moeten worden over de 25 provincies en er zullen mogelijk wat ruimtelijke correcties gemaakt moeten worden, maar dat moet te overkomen zijn.
En er is nog een pluspunt: de veiligheidsregio heeft nu meteen een goede inbreng op het gebied van water.

Stel dat in de grondwet zou staan dat Nederland bestaat uit 25 provincies, dan zou dat samengevat dus het volgende opleveren:

  • geen gedwongen gemeentelijke herindelingen meer,
  • geen vage, ondemocratische en logge constructies als de WGR+ regio’s meer,
  • een duidelijk provinciaal takenpakket,
  • een goede democratische invulling van de veiligheidsregio’s,
  • en een goed alternatief voor de waterschappen.

Hoewel ik hier geen nieuw SP-standpunt heb verkondigd, en anderen het mogelijk belangrijker vinden dat de SP zich met zaken als armoedebestrijding en verbeteringen in de thuiszorg bezighoudt, denk ik toch dat het nu meer dan ooit de tijd is om de oude provincies gedag te zeggen.

Want stel dat de SP om dit alles te bereiken een grondwetswijziging zou indienen, hoeveel democratischer en beter bestuurbaar zou Nederland dan worden?
Bedankt voor jullie aandacht!

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Tjitske Siderius

Tjitske Siderius

Hoe armoedeval opgelost kan worden

Ik wil u vandaag voorstellen aan Emma Voorhuis. Emma is een alleenstaande moeder van 23 jaar. Van december 2006 tot juli 2007 zat zij in de bijstand bij de gemeente Zwolle. Emma is enorm gemotiveerd en wil niets liever dan werken. Ze heeft een afgeronde opleiding, maar door een gebrek aan werkervaring lukt het haar niet om een baan te krijgen. Mappen vol met sollicitatiebrieven, maar geen werkgever die haar aanneemt.

Sinds juli 2007 zit Emma daarom in een reïntegratietraject. Een traject van negen maanden. Ze doet 20 uur per week werkervaring op als begeleider van verstandelijk gehandicapten. Daarnaast is ze 15 uur per week beschikbaar voor scholing en cursussen. Het idee is dat zij na negen maanden kan uitstromen naar regulier werk.

Emma is enorm gemotiveerd en wil niets liever dan werken.

Maar, omdat ze nu geen uitkering meer krijgt maar een hogere beloning komt zij in financiële problemen. Haar uitkering was 938 euro per maand. Daarnaast kreeg zij toeslagen en een teruggave van de belasting. Een inkomen van 1271 euro per maand.

Nu krijgt zij van haar reïntegratiebureau 983 euro per vier weken. Maar doordat ze 45 euro per maand meer verdient heeft Emma minder recht op de voorlopige teruggave en ontvangt ze minder aan toeslagen en teruggave van de belasting. Een inkomen van 1183 euro per maand. Met 45 euro meer, is Emma uiteindelijk slechter af.

Emma is enorm gemotiveerd en wil niets liever dan werken.

In totaal gaat het inkomen van Emma, door te gaan werken, er 88 euro per maand op achteruit. Daarnaast moet Emma nu een eigen bijdrage betalen voor de kinderopvang van 15 euro en de tussenschoolse opvang van 20 euro. Emma is aanvullend verzekerd, maar medische kosten die hier niet onder vallen worden door de gemeente niet vergoed. Emma krijgt hiervoor geen bijzondere bijstand.

Uit nood heeft Emma besloten om naast haar reïntegratietraject een bijbaantje te nemen. Ze werkt nu in de avonduren als schoonmaakster. Bij een nieuwe baan moet je een kopie van je paspoort inleveren. Maar het paspoort van Emma is verlopen. Ze wil graag haar zoontje op haar paspoort laten bijschrijven. Alweer 68 euro, die Emma niet heeft.

Emma is enorm gemotiveerd en wil niets liever dan werken.

Vorige week heeft Emma haar problemen bij haar reïntegratieadviseur kenbaar gemaakt. Deze adviseerde haar om haar weer terug te zetten in de uitkering, omdat zij dan financieel beter af zou zijn. Het toch nog wel even zou duren voordat Emma in aanmerking komt voor een reguliere baan.

Maar, beste mensen, Emma is enorm gemotiveerd en wil niets liever dan werken.

Het gaat hierbij om pure armoedeval, iemand gaat werken, maar heeft uiteindelijk minder inkomsten. De situatie van Emma geeft duidelijk aan hoe armoedeval mensen beperkt om in een reguliere baan terecht te komen en hen gevangen houdt in de bijstand. Ik denk dat iedereen het met mij eens is, dat dit absoluut niet wenselijk is. De vraag blijft, wat dan wél wenselijk is. Een dilemma tussen het creëren van goede voorzieningen voor mensen in de bijstand en het stimuleren van mensen om te gaan werken.

De armoedeval is een lastig probleem. Het is onderzocht door het  Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden. Een onderzoek in Heerlen, Soest, Vlaardingen, Amsterdam en Alphen aan den Rijn. Steeds blijkt dat wanneer mensen in de bijstand voor allerlei lasten gecompenseerd worden er een rem ontstaat op de prikkel om betaald werk aan te nemen. Uit hetzelfde onderzoek bleek dat mensen in de bijstand pas de overstap naar betaald werk maken wanneer zij er tien procent netto op vooruitgaan. Afhankelijk van de situatie van iemand in de bijstand is die verbetering van tien procent netto pas mogelijk bij een loon van 123 procent van het minimum voor alleenstaanden.

Mijns inziens zijn er twee oplossingen mogelijk. Het verminderen van het aantal regelingen om armoede tegen te gaan óf het verhogen van het minimuminkomen.

Allereerst de vermindering van de regelingen tegen armoede.
Alle bijzondere regelingen zoals zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag, bijzondere bijstand creëren de armoedeval. Doordat mensen in de bijstand bijna evenveel inkomsten hebben als mensen die werken, is de prikkel om betaald werk te verrichten eerder kleiner dan groter. Door al deze regelingen eens goed tegen het licht te houden en zonodig af te schaffen, kan de armoedeval verkleind worden. Immers, het verschil tussen een uitkering en het minimumloon wordt hierdoor groter. De stimulans voor mensen in de bijstand om mee te doen in de samenleving wordt hierdoor alleen maar vergroot.
Maar wat doe je met de mensen voor wie een reguliere baan een brug te ver is? Met mensen die misschien nooit in aanmerking komen voor een betaalde baan. Voor deze mensen wordt de kans om zich te ontdoen van de situatie in armoede steeds kleiner. Dit heeft niet alleen gevolgen voor henzelf, maar ook voor bijvoorbeeld eventuele kinderen. Zij groeien op in armoede en krijgen minder kansen dan leeftijdsgenootjes. Een oplossing die dus ook nadelen kent.

Een tweede oplossing is het verhoging van het minimumloon.
Door het verhogen van het minimumloon kan de armoedeval worden verkleind, omdat mensen die werk aannemen aanzienlijk meer inkomen krijgen. Dat is dus een duidelijk financiële prikkel die nodig is om mensen te laten meedoen in de samenleving. Een verhoging van het minimumloon heeft als voordeel dat de economie wordt gestimuleerd, dat mensen meer gaan consumeren en dat het meer arbeidsplaatsen brengt. Bijkomend voordeel is dat het verhogen van het minimumloon ook voordelen voor de zogenaamde ‘werkende armen’ heeft. Het levert hen een hoger inkomen op, om boven de armoedegrens uit te komen.

Van een injectie in de economie hebben ook de uitkeringsgerechtigden voordeel. Er komen meer arbeidsplaatsen, wat de kans op het vinden van werk vergroot. Mensen krijgen een extra stimulans om mee te doen. En dat willen wij allemaal! Dan kunnen mensen zoals Emma weer aan het werk.

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Bart van Kent

Bart van Kent

“Ik blijf hier”

De ene ondernemer zegt: “Je moet met je bedrijf naar Polen”.
Een ander zegt China. Weer een ander zegt Mexico.
En een andere Nederlandse ondernemer zegt: Ik blijf hier.
Dat is Wim van der Leegte. Directeur van de VDL groep.
Producent van touringcars, verpakkingsmachines en veersystemen voor vrachtwagens .
Een bedrijf met 8000 werknemers en tientallen miljoenen winst.
Zijn argumenten:
Je moet geen mensen ontslaan die hebben geholpen bij de opbouw van je bedrijf.
25% van de werknemers is direct of indirect afhankelijk van de industrie.
Als wij alle productie weghalen is het land bankroet.
Van der Leegte is een vertegenwoordiger van het nationale kapitaal

In de boardroams van Unilever, Cordis en Nemef gelden andere argumenten.
Ze maken miljarden winst.
Unilever alleen al ruim 5 miljard in 2007.
Toch hebben ze een argument om te verkassen.
En dat is, nóg meer winst maken voor de aandeelhouders.

Kees werkt bij Nemef aan onze veiligheid. Al 32 jaar maakt hij sloten.
Geert werkt bij Calvé aan ons voedsel.
Na zijn vader en opa is hij de derde die er zijn brood verdient.
Vincent werkt bij Cordis aan onze gezondheid. Hij is medeontwerper van een levensreddende catheter om hartfalen te verhelpen.

Ze zijn trots op hún bedrijf.
Zij hebben de jaarlijkse winsten van hún bedrijf verdient.
Maar door besluiten in de boardrooms worden Kees, Geert en Vincent en duizenden andere ontslagen.
De productie wordt verplaatst maar Mexico, China en Polen.

Zo gaan de vertegenwoordigers van het internationale kapitaal met mensen om.

Zo gaat dat in een geglobaliseerde economie. Aandeelhouders willen rendement. De lonen zijn elders lager. De winsten hoger. Wij hebben geen keus.
Jullie zijn de verliezers van de globalisering
Dat is wat de managers van Kees, Geert en Vincent zeggen.

Maar Kees, Geert en Vincent zijn géén verliezers van de globalisering.
Hún bedrijven hebben geen concurrentieprobleem door de globalisering.
Hún bedrijven maken record winsten en profiteren juist van de globalisering!

Wim van der Leegte heeft dit door…
Zijn bedrijf exporteert naar 105 verschillende landen.
Hij ziet dat de regio van zijn bedrijf de trog is die zijn bedrijf voedt.
Een trog, gevuld met goed geschoold personeel, met een hoge arbeidsproductiviteit.
Het personeel en de regio hebben zijn bedrijf mede groot gemaakt.
Dan laat je ze niet stikken, je vertrek niet! Is terecht zijn redenering.

De managers van Kees, Geert en Vincent misdragen zich!...
Vergelijkbaar met varkens,
die de eikels uit zijn trog vreet.
Om vervolgens over de rest te schijten!
Dit is onmaatschappelijk gedrag!

Die topmanagers zijn eigenlijk kapitalistische hangjongeren!
Overlast bezorgen voor de eigen kick… In dit geval hun bonussen.

Hangjongeren moeten verleid worden tot goed gedrag.
Als dat niet lukt komt de stok te voorschijn.

De SP gaat, met industriepolitiek bedrijven verleiden om in Nederland te blijven.

Het voorbeeld van Eindhoven laat zien dat dit werkt.
Technische bedrijven, de Universiteit en TNO slaan de handen ineen.
De ontwikkeling van kennis wordt samen betaald en gedeeld.
De stad en de bedrijven investeren en besturen deze Hi-Tech Valley.
En het werkt. De regio Eindhoven levert nu 12% van het bruto nationaal product.
Steeds meer gespecialiseerde bedrijven trekken naar de regio.
En werknemers profiteren van de stijgende werkgelegenheid.

Met de ervaringen van het Eindhovens SP-college, organiseert het SP-kabinet deze kernen.
Rond Hogescholen en Universiteiten ontstaan combinaties van kennisontwikkeling en maakindustrie.
Desnoods kunnen hogescholen of universiteiten worden verplaatst.
Een filiaal van Wageningen in Noord Holland. Van Delft in Groningen en van Eindhoven in Zeeland. Is ook een optie.

Zo ontstaat er een food valley, een energy valley en een silicon valley in de lage landen.
Bedrijven krijgen een belastingkorting als zij deelnemende aan onderzoek en ontwikkeling.
Deze valleien maken bedrijven steeds afhankelijker van hun regio.
Het verplaatsen van de bedrijven is niet meer rendabel.

De bedrijven krijgen scholingstaken.
Het leerling- en gezel-systeem wordt geïntroduceerd voor het VMBO en het MBO.

Bedrijven die toch willen verplaatsen krijgen met de stok te maken.

Heeft een bedrijf de afgelopen drie jaar gemiddeld winst behaald?
Dan krijgen de werknemers het voorrangsrecht om het bedrijf in eigen beheer voort te zetten.
De ontslagvergoeding wordt voor deze werknemers verdubbelt.
Dit levert de werknemers een startkapitaal om het bedrijf over te nemen.

De kosten die de regio heeft gemaakt om de bedrijven te vestigen komen voorwaardelijk op rekening van de samenleving.
Bedrijven moeten deze kosten vergoeden als ze vertrekken.

En wat levert deze industriepolitiek van de SP op?

In 2015 is de werkgelegenheid en de economie van Nederland verder opgeleefd.
Er is al drie jaar geen groot bedrijf naar het buitenland vertrokken.
De innovatie zorgt voor constante werkgelegenheid.
Waar ingenieur en VMBO’er naar vermogen bijdragen aan ontwikkeling.
Zo bereikt Nederland, met de SP in de regering, hoogwaardige werkgelegenheid en een vitale maakindustrie.

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Ger van Unen

Ger van Unen

Kent de SP de feiten niet?

Ik ben Ger van Unen, afdelingsvoorzitter in Hulst en ik zit daar in mijn eentje voor de SP in de raad, dus ben ik ook automatisch mijn eigen fractievoorzitter. Ik wist al heel lang waar ik het vandaag over wilde hebben. Ik had zelfs mijn toespraak al geschreven. Totdat… ik afgelopen dinsdag naar een uitzending van EenVandaag zat te kijken met daarin de reacties van de andere partijen op ons filmpje over de thuiszorg. Ons filmpje over de thuiszorg hebben jullie vast al wel gezien. Hebben jullie toevallig die uitzending van EenVandaag gezien? Daar wil ik het vandaag met jullie over hebben.

Was ik al kwaad over de documentaire “Meneer Harmsen wacht op hulp” en met name op de wethouder van Ede. Dit waren de wethouders van Ede in het kwadraat. Bij monde van de woordvoeders van de VVD en CDA kwam de kritiek, met als toetje de staatssecretaris mevrouw Bussemakers.

Even een paar uitspraken over ons filmpje van deze dames en heer:

Het is misleidend.

Het is eenzijdig.

Het is smakeloos.

Het is onterecht beeld.

Het is niet waar van die ontslagen het zijn er niet zo veel.

De SP doet het voor onze eigen populariteit.

En wat dachten jullie van deze:

Het gaat helemaal niet zo slecht met de thuiszorg en… de SP kent de feiten niet.

Af en toe is het maar goed dat ik geen losliggende bakstenen in mijn huiskamer heb liggen. Ander zou ik op zulke momenten snel geen tv meer hebben.

Jullie moeten weten dat ik afgelopen jaar gewild en ongewild expert ben geworden in alles wat er allemaal aan de hand is met de thuiszorg. Gewild omdat ik begin vorig jaar actie heb gevoerd met een groep van 200 vrouwen, uit Zeeuws-Vlaanderen, die in de thuiszorg werken. Zij keuze mochten maken, óf het zelfde werk blijven doen voor aanzienlijk minder geld óf passende arbeid accepteren. En dat betekende dus een baan buiten de thuiszorg. Op een enkele uitzondering na zijn ze uiteindelijk allemaal akkoord gegaan met de salarisvermindering. Deze vrouwen houden van hun werk!!!

Dit waren emotionele bijeenkomsten. En dus kan mevrouw Bussemaker deze 200 vrouwen niet op haar lijstje van ontslagen werknemers zetten. Want feitelijk zijn ze dus niet ontslagen. Maar de impact op je leven als je als alleenstaande moeder, dit lichamelijk en geestelijk zware werk moet doen en amper boven het bijstandniveau uitkomt… Nee, de Conny's van Nederland zijn niet te duur geworden.

Het gaat helemaal niet zo slecht met de thuiszorg en de SP kent de feiten niet.

In het afgelopen jaar ben ik ook nog ongewild in aanraking gekomen met alles wat er in thuiszorg aan de hand is. Mijn moeder is in het afgelopen jaar ernstig ziek geworden. Zonder dat ik daar echt op in wil gaan, wil ik toch mijn ervaringen met jullie delen. Ze wilde graag in haar eigen huis blijven wonen en mijn broer en ik zijn zeer dankbaar dat we uiteindelijk een heel bataljon thuiszorg (ja want zoveel zijn het er!) hebben kunnen regelen, zodat dat ook mogelijk was. En uit mijn mond zal je geen onvertogen woord horen over een deze geweldige vrouwen. Want ik geef het je doen, het werk wat zij dagelijks verzetten. Engelen zijn het. Maar op een dag ziet mijn moeder gemiddeld wel 7 à 8 verschillende vrouwen. En de volgende dag gewoon weer 7 of 8 anderen. Dus Agnes, als die wethouders van Ede uit de Tweede Kamer je weer aanvallen. Ze zijn van harte welkom om een dagje bij mijn moeder op visite te komen. Dan kunnen zij ook eens wat praktijkervaring opdoen.

Want het gaat toch helemaal niet zo slecht met de thuiszorg en die SP kent de feiten niet.

Laatst was ik bij mijn moeder en er kwam iemand van de thuiszorg binnen. Ik hoorde mijn moeder zeggen: Goh, ik heb je lang niet gezien. De mevrouw zei: Nee dat is dit eigenlijk mijn route niet meer. Maar ja er is eind vorig jaar een patiëntenstop geweest en ja dan overlijden er wat mensen en dan heb je in januari ineens niet voldoende cliënten meer. Vandaar dat ik hier ben.

Nee het gaat helemaal niet zo slecht met de thuiszorg en de SP kent de feiten niet.

Tot overmaat van ramp, was is toevallig vorige week weer bij mijn moeder toen de telefoon ging. Ik hoorde haar zeggen: Nee, ik heb al huishoudelijke hulp. Nee, dat komt niet zo goed uit want ik ben een beetje ziek. Een beetje ziek,… zegt ze dan. Dus ik zei geef mij die telefoon eens: En ja hoor, het was een mevrouw van de gemeente die mijn moeder even wilde herindiceren. Als jullie weten hoeveel moeite het heeft gekost, nog maar een paar maanden geleden, om haar zo geïndiceerd te krijgen, dat ze ook de zorg krijgt die ze echt nodig heeft. Dan komen bij mij die bakstenen weer in mijn hoofd. Dus ik zei tegen die mevrouw, Weet u wat… belt u volgende maand nog eens terug of er hier überhaupt nog thuiszorg nodig is. Ja, toen krijg ik duizendmaal excuses en de volgende dag lag er bij de thuiszorgorganisatie een brief dat de zorg onveranderd bleef. Maar wat als ik er per ongeluk niet was geweest? Dan hadden ze waarschijnlijk ook nog uren van haar afgepakt ook. Want ze was toch alleen maar een beetje ziek. En wat als je geen mondige dochter of zoon of helemaal geen kinderen hebt?

Nee het gaat helemaal niet zo slecht met de thuiszorg en die SP kent de feiten niet.

Agnes,… maar vooral ook alle andere SP’ers die hier zitten. Wat ze nu of in de toekomst ook over ons zeggen… Laten wij alsjeblieft niet ophouden om te komen voor alle moeders, vaders, opa's en oma's, al onze ouderen van Nederland. En laat ons ook zeker blijven opkomen voor alle Conny's van Nederland, die geweldige vrouwen van de thuiszorg.

Want het gaat heel erg slecht met de thuiszorg en wij van de SP, wij kennen de feiten wel.

Dank jullie wel.

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Ron Meyer

Ron Meyer

De aanval is de beste verdediging

De aanval is de beste verdediging. Die tegeltjeswijsheid leren we niet alleen van de sportgeschiedenis maar ook als we terugblikken op de sociale strijd in ons land.

Zo’n 90 jaar geleden sprak een bekend Kamerlid de volgende woorden:

“Thans is de tijd aan ons gekomen niet om te vragen tachtig gram brood meer, niet om afgescheept te worden met kleine sociale hervormingen, maar om thans, nu de politieke macht aan ons is, de sociale verbeteringen die wij met de macht kunnen krijgen, niet te vragen in een verlanglijstje, maar zelf met behulp van hen die met ons willen samenwerken, wie zij ook mogen zijn, zoo spoedig en zoo afdoend mogelijk tot stand te brengen.”

Pieter Jelles Troelstra, inderdaad. De timing van zijn aanval was- op z’n zachtst gezegd- niet helemaal gelukkig. Hij zou dan ook bovenal de geschiedenisboeken ingaan met zijn Vergissing. Ondanks zijn vergissing bleek de dreiging tot revolutie de aanzet tot vergaande verbeteringen voor de arbeidersklasse. Zo werd in die jaren door rechtse confessionele kabinetten de achturige werkdag ingevoerd, kregen arbeiderskinderen meer kansen tot onderwijs en werd het algemeen kiesrecht ingevoerd. Voor mannen en …zélfs voor vrouwen.

En als we kijken hoeveel procent vrouwen op onze partij stemde bij de laatste verkiezingen dan moge duidelijk zijn dat het algemeen kiesrecht alleen daarom al een geniale zet is geweest. Met een ietsiepietsie omhaal zou je kunnen zeggen dat dáár- en dus niet in de jaren zeventig ergens in Oss- het fundament van onze partij ligt.

Hoe dan ook: mannen én vrouwen die lange tijd grotendeels onbekwaam werden geacht hun eigen bestuurders te kiezen, waren voortaan bekwaam. Van de Nederlandsche Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht tot Roode Dinsdagen. De lange adem van de kiesrecht- en arbeidersactivisten had het volk uiteindelijk toch een heel klein beetje ‘verheven’. Niet langer heette 90% van de mensen onbekwaam om te kiezen of te besturen. Onbekwaam om te kiezen of te besturen. Waar kennen we dat nu van?

Onze geglobaliseerde maatschappij wordt al lang niet meer beheerst door de overheid. De invloed van de parlementaire democratie is in veel gevallen beperkt. Zogeheten CEO’s van multinationals maken namens hun shareholders de dienst uit. Of in gewone mensentaal de allerhoogste bazen van de allergrootste bedrijven doen er alles aan hun superrijke aandeelhouders nóg rijker te maken. In vergelijking met hún sympathie voor democratie zijn de katholieken en gereformeerden uit Troelstra’s tijd ware Thom de Graaf’s.

Terwijl de discussie over het kiezen tussen 2 burgemeesterskandidaten van één en dezelfde partij vrolijk doorgaat, zou je kunnen stellen dat we sinds 1919 amper vooruitgang hebben geboekt als het gaat om democratie die er toe doet. Dat is op z’n zachtst gezegd merkwaardig. Terwijl ons leger meehelpt verre landen een vorm van parlementaire democratie in te bombarderen, hebben we zelf de zeggenschap over grote delen van onze maatschappij nooit opgeëist of zelfs uit handen gegeven.

En nee, beste partijgenoten, ik roep Jan Marijnissen niet op om ala Troelstra in de Tweede Kamer de macht van het arbeidersvolk op te eisen. Al is het maar omdat ik Jan’s Vergissing- met een grote V- niet op mijn geweten zou willen hebben. Wat ik dan wel precies betoog?

Als onze partij gelooft in daadwerkelijke democratie dan kiezen we voor de aanval. Die aanval zal niet succesvol kunnen zijn als we onze hoop alleen op onze Kamerleden vestigen. De aanval op de dictatuur van het bedrijfsleven moet plaatsvinden óp de werkplek. Wees gerust, wat mij betreft hoeven we daarvoor niet als guerillastrijders de Zuid-Limburgse heuvels in. We kiezen voor de aanval door stapje voor stapje, werknemer voor werknemer, werkplek voor werkplek, actie voor actie meer invloed van werknemers op hun werkproces op te eisen. Wie we daarvoor nodig hebben? De vroegere Algemeene Bond van Kies en Stemrecht zouden we nu gewoon vakbond kunnen noemen. Laten we de aanval inzetten door de vakbeweging wakker te schudden en wakker te houden.

Vraag de gemiddelde Nederlander eens wanneer de vakbond om de hoek komt kijken en het antwoord zal niet zelden luiden “tégen ontslag of tegen sluiting van het bedrijf”. Veel minder vaak zal het antwoord luiden: vóór betere omstandigheden of vóór democratie. Hoe dat komt? Omdat vakbonden momenteel nog vooral in de verdediging zijn. De nadruk ligt te veel op behoud van fabrieken in plaats zeggenschap over fabrieken. En op het verdedigen van rechten in plaats van het uitbreiden ervan.

Laat ik twee voorbeelden geven:

  • Minister Donner presenteert onzalige ontslagrechtplannen. Werknemers dreigden wegwerp-artikelen te worden. Met 92% verleende ontslagvergunningen bij het CWI is dat ontslagrecht al énorm soepel. Er is niet aangestuurd op ‘ont-soepeling’ van het ontslagrecht, nee eigenlijk moest alleen en vooral de rechterlijke toets overeind blijven. Een verdedigende tactiek.
  • Nedcar presenteerde ruim anderhalf jaar geleden sluitingsplannen van haar autofabriek. Werknemers verdedigden hun banen. Een grote zak geld kregen zij mee. En de fabriek ging en is nóg niet dicht. Velen worden nu zelfs alweer aangenomen. Met democratie of een betere toekomst heeft dit echter niets te maken.

Let wel: het resultaat van acties als bij Nedcar is helemaal niet slecht. Ook de verdediging van het ontslagrecht is vooralsnog succesvol. Maar hoe je het ook wendt of keert: deze resultaten zijn ontstaan door te verdedigen. Er is geen werknemer die er op lange termijn beter van wordt of er meer invloed door krijgt. Als voetballiefhebber weet ik, dat de ploeg die het meest voor het doel komt, de grootste kans heeft de wedstrijd te winnen. Als de activiteiten die de meeste aandacht krijgen, bestaan uit verdedigingstactieken zou je kunnen stellen dat we weinig kans maken de strijd te winnen.

Maar…SP’ers zijn links-buitens en links-buitens houden niet van verdedigen. Daarom het Plan van de Aanval, dat bij voorkeur niet afgekort wordt.

De SP steunt louter en alleen nog vakbondsactiviteiten en acties die aanvallend van aard zijn. We stellen op z’n minst 2 voorwaarden. En ach, weet je wat, we matsen onszelf en de vakbeweging. De voorwaarden zijn niet cumulatief:

Dus óf

1. Meer kracht
We steunen alleen vakbonden die structurele ledengroei en kaderledengroei laten zien. En vooral meer leden die hun stem laten horen. Werknemers die zélf het heft in handen nemen. We stimuleren de vakbeweging te kiezen. Te kiezen tussen polderen-om-het-polderen of krachtige onafhankelijk. Te kiezen tussen zaakwaarnemerschap van veredelde consumenten of club van betrokken actievoerders. Te kiezen tussen verdedigen in afkalvende sectoren of aanvallen in slecht-georganiseerde groeiende sectoren.

óf

2. Meer macht
Acties moeten gericht zijn op meer daadwerkelijke zeggenschap. Oftewel democratisering van de economie. Van onderop. Acties krijgen alleen nog steun van de SP als zij gericht zijn op het vergroten van de invloed van werknemers op het bedrijf.

In algemene zin gaat het om de bewustwording van werknemers dat hun werkzaamheden ertoe doen. Dat de tegenprestatie van hun werk op z’n minst de mogelijkheid tot het onderhouden van hun gezin moet zijn. De bewustwording dat het niet vanzelfsprekend is dat een werknemer minder verdient en minder zeggenschap heeft dan de aandeelhouder.

Met name in sectoren met arbeidsintensieve driehoeksverhoudingen (oftewel de sectoren waarin de werkgever de voeten van de opdrachtgever zoent, terwijl hij zijn werknemers er met de zweep van langs geeft) liggen de kansen voor het oprapen. Schoonmakers die genoeg hebben van de slechte behandeling door het schoonmaakbedrijf? Wat let de schoonmakers zelf als collectief mee te dingen naar het binnenhalen van de opdracht? Zelfs wanneer niet hun collectief maar een regulier schoonmaakbedrijf de opdracht binnenhaalt, zal alleen al de boodschap “Beste werkgever, we hebben je niet nodig” de opdrachtgever en werkgever tot zalvende maatregelen aanzetten.

De vakbeweging- en in haar kielzog socialistische en sociaal-democratische partijen- die niet daadwerkelijk kiezen voor de aanval zijn gedoemd tot een bestaan in de marge. Gedoemd niets anders te zijn dan lijdend voorwerp in discussies over omvorming van hun club tot een sociale ANWB voor burgers.

Díe zielige vakbeweging, die van alles doet behalve echt verschil maken, krijgt niet langer onze steun. De sterke vakbeweging die kiest voor zelforganisatie en zeggenschap van werknemers krijgt daarentegen des te meer steun bij haar acties.

Het vereist lef. Het zou namelijk zomaar kunnen zijn dat driekwart van de huidige vakbondsacties niet aan één van beide voorwaarden voldoet. De geschiedenis leert ons in elk geval dat lef alleen niet voldoende is. Timing én bewustzijn van je eigen omvang zijn minstens zo belangrijk. Grote sociale verbeteringen komen niet in één keer aanwaaien. Misschien dan nog maar even niet voor de revolutie binnen vakbondsland pleiten. Misschien nog maar even doorbouwen: stapje voor stapje, actie voor actie, werknemer voor werknemer. Maar laat het woord ‘aanval’ bij elke komende vakbondsactie door onze gedachten zoeven. Wie weet waar dat toe leidt.

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Frank Futselaar

Frank Futselaar

Schaf de OV-studentenkaart af

Het voorstel dat ik vandaag wil doen, zal niet alleen vermoedelijk controversieel zijn binnen de SP, maar naar ik vrees ook bij sommige van mijn medestudenten. Ik wil namelijk pleiten voor het afschaffen van de OV-studentenkaart.

De OV-studentenkaart, voor wie het misschien niet weet, is een kaart waarmee studenten gratis kunnen reizen met het openbaar vervoer. Zij kunnen van te voren kiezen of ze een kaart voor door de week of in het weekend willen. De kaart is in 1991 ingevoerd als een bezuiniging op de, toen veel hogere, studiefinanciering. Min of meer in ruil voor een forse korting op hun basisbeurs kregen studenten de gratis reismogelijkheid, wat voor het CDA, dat toen regeerde, als extra voordeel had dat het studenten stimuleerde langer bij hun ouders te blijven wonen. Dat zou ze immers weghouden bij de zondige verlokkingen van de grote stad, waar mensen maar zelden CDA stemmen. Een soort perverse thuisblijfsubsidie dus eigenlijk.

Aan dat gratis reizen hangt natuurlijk ook een prijskaartje. Het ministerie van Onderwijs betaalt jaarlijks gemiddeld een kleine 700 miljoen euro voor de OV-studentenkaarten, waarvan het grootste deel naar de NS gaat en de rest naar de verschillende busmaatschappijen. Wanneer je bedenkt dat de totale omzet van het passagiersvervoer in Nederland van de NS vorig jaar 1800 miljoen euro was, kunt u zich wel voorstellen wat een enorm belangrijke inkomstenbron dit contract is voor de spoorwegen. Het is zelfs zeer de vraag of ze zonder dit contract zouden kunnen blijven bestaan.

En daar zit hem het probleem. Feitelijk subsidiëren we in Nederland ons openbaar vervoer met geld dat voor onderwijs bedoeld is. Dat is extra schrijnend wanneer je bedenkt dat Nederland internationaal gezien al erg weinig aan onderwijs uitgeeft, vaak zelfs minder dan wat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de OESO, beschouwt als het minimum voor een beschaafd land. Andere westerse landen doen dat stukken beter. Zelfs de Amerikanen, waar de verschillende kabinetten van de afgelopen jaren zo graag naar hebben verwezen om hun liberaliseringsplannen en bezuinigingen te rechtvaardigen, zijn bereid aanmerkelijk meer geld op tafel te leggen voor hun onderwijs dan wij.

Des te erger dus dat wij vanuit ons toch al kleine potje voor onderwijs een sluiksubsidie geven aan openbaar vervoer. Feitelijk betaalt het Nederlandse onderwijs voor het in stand houden een de nationale mythe, namelijk dat onze slecht gemanagede spoorwegen zelfstandig zouden zijn. Gezien de enorme bedragen die de overheid er via de OV-studentenkaart insteekt is dit duidelijk niet het geval. Wat ik dus voorstel is om het geld dat wij opzij zetten voor onderwijs, ook daadwerkelijk te gebruiken voor onderwijs.

Dan is natuurlijk de vervolgvraag: wat kunnen we met dat geld doen? Behoorlijk wat. Het eerlijkst zou het misschien zijn om het terug te geven aan de studenten die er tenslotte voor hebben ingeleverd. Maar wanneer we het bedrag via verhoging van de basisbeurs of verlaging van het collegegeld zouden teruggeven, levert dat een student niet meer op dan een paar honderd euro per jaar. Een welkome steun ongetwijfeld, maar heel veel zoden zal het niet aan de dijk zetten.

Voor 700 miljoen euro kun je ook twee middelgrote universiteiten erbij oprichten, of een stuk of vier hogescholen. Als historicus en noordeling zou ik in dat scenario onmiddellijk pleiten voor het heropenen van de universiteit van Franeker, terwijl een flinke hogeschool in Nederlands armste gemeente Reiderland in een klap zowel de werkloosheid als de opleidingsproblematiek van die regio behoorlijk zou kunnen verhelpen.

Maar het is misschien beter het nationaal te houden. Voor die kleine 700 miljoen zou je ook landelijk 4500 extra aio’s kunnen aanstellen. Aio’s zijn onderzoekers vaak jong, bezig met hun promotie, die daarnaast vaak ook onderwijstaken hebben. Zo zouden we dus in een keer een enorme impuls kunnen geven aan zowel het wetenschappelijk onderwijs als het onderzoek in Nederland. Zo wordt Nederland misschien zelfs wel ooit die kenniseconomie die we zo graag willen zijn, maar waar we zo zelden in willen investeren.

Maar hoe verleidelijk dat scenario ook is, het is niet de juiste stap. Het hoger onderwijs in dit land heeft het moeilijk, maar zoals iedereen inmiddels wel weet zijn de problemen bij het VMBO pas echt niet meer te overzien. De verhalen zijn bekend: massale uitval van leerlingen, verouderde schoolgebouwen, lokalen die niet geschikt zijn voor de noodzakelijke praktijklessen, veel te grote klassen, ongemotiveerd en onderbetaald personeel. De situatie lijkt uitzichtloos, en de consequentie is dat grote aantallen jongeren de maatschappij in worden gestuurd zonder diploma en daarmee feitelijk zonder toekomst. Een onaanvaardbare situatie.

De SP trekt uit haar onderzoek “Het VMBO verdient beter” de conclusie dat om het VMBO uit het slop te trekken, een structurele investering van een miljard euro noodzakelijk is. Met deze 700 miljoen zijn we daar behoorlijk aardig mee op weg. Als het gevolg daarvan is dat studenten wat minder vaak bij hun ouders langsgaan, en dus wat vaker bellen, lijkt me dat een kleine prijs om daarvoor te betalen.

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben voorstander van gratis openbaar vervoer voor studenten. En trouwens ook voor ouderen en voor minima. De NS heeft grote gebreken, maar hoeft daarom van mij nog niet failliet. Maar laten we dat dan ook eerlijk bekostigen van het budget van Verkeer en Waterstaat, en niet verbergen in onze onderwijsbegroting. En als ik voor de keuze wordt gesteld tussen gratis reizen en kwalitatief hoger onderwijs, dan zal ik altijd voor het laatste kiezen.

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Jessica van Ruitenburg

Jessica van Ruitenburg

Euthanasie onder de 12

Drie jaar geleden kreeg Teun te horen dat hij een agressieve vorm van kanker heeft. Daar is hij voor behandeld en deze behandeling leek eerst succesvol. Maar helaas, de kanker kwam na een half jaar terug, heviger en heftiger dan eerst. Teun heeft uitzaaiingen in zijn botten, in zijn hersenen en ook in zijn longvlies. Vooral dat laatste geeft Teun veel klachten. Elke dag maakt Teun 4 tot 5 liter longvocht aan wat drukt op zijn longen. Hierdoor heeft Teun veel moeite met ademhalen. Hij is daar altijd mee bezig: 120 keer per minuut haalt hij adem. Dat is twee keer per seconde. Het ademhalen kost Teun al zijn energie. Hij kan niet praten, want met al dat ademhalen heb je daar geen tijd meer voor. Af en toe prikken de artsen gaatjes in zijn longen, zodat het vocht uit zijn longen kan weglopen, zodat Teun een uurtje lucht heeft. Teun zal helaas nooit meer beter worden. Het enige vooruitzicht dat hij heeft is dat het alleen maar slechter wordt. Bij Teun is er dus sprake van uitzichtloos lijden. In de uurtjes dat Teun gewoon kan ademen vertelt hij zijn arts dat hij echt niet verder meer wil en wil dat het leven ophoudt.

Normaal gesproken zou euthanasie, het actief beëindigen van het leven op verzoek van de patiënt bij uitzichtloos en ondraaglijk lijden, een optie zijn. Maar Teun is nog maar elf jaar oud. En volgens de Nederlandse wet is hij niet in staat om zulke verzoeken te doen. Wilsonbekwaam heet dat.

In de Euthanasiewet is geregeld dat beneden de 12 jaar het kind geen rechtsgeldig verzoek om euthanasie kan doen; tussen de 12-16 jaar moeten de ouders instemmen met het verzoek en bij 16/17 jarigen moeten de ouders in het overleg worden betrokken. Ook is een arts strafbaar als hij euthanasie toepast op een kind beneden de twaalf jaar. Ook al hebben het kind en de ouders daarom verzocht. De kinderarts van Teun zit nu in een spagaat. Gaat hij akkoord met de wens van Teun en zijn ouders en begaat hij daarmee een strafbaar feit? Of laat hij Teun langzaam stikken?

De laatste maanden is er een pleidooi om de Euthanasiewet te wijzigen zodat ook kinderen onder de twaalf een verzoek om het beëindigen van het leven te doen. Kinderarts Paul Brand schreef er een roman over: De stoel van God. Hij betoogt dat er eigenlijk sprake is van een vorm van rechtsongelijkheid in de Euthanasiewet. Heeft een kind van 11 immers minder recht op een menswaardig leven met daarbij een menswaardig einde dan bijvoorbeeld iemand van 50?

In Nederland is euthanasie boven de 12 niet strafbaar als er aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan. Deze zorgvuldigheidseisen houden in dat het verzoek van de patiënt vrijwillig is, dat er sprake is van uitzichtloos lijden, dat een tweede arts is geraadpleegd en uiteraard dat de euthanasie zelf medisch zorgvuldig wordt uitgevoerd. De arts moet de euthanasie melden aan een Regionale Toetsingscommissie Euthanasie, die nagaat of de arts aan de zorgvuldigheidseisen heeft voldaan. Zorgvuldig handelen door de arts is dus het sleutelwoord van de euthanasiewet. En juist die zorgvuldigheid, de toetsing ontbreekt bij ernstig zieke kinderen onder de twaalf. Sterker nog de regionale toetsingscommissies zijn niet bevoegd om euthanasieverzoeken van kinderen onder de twaalf te beoordelen.

Het is echter een illusie om te denken dat dergelijke verzoeken er niet zijn. Het is helaas ook een illusie om te denken dat kinderen onder de 12 niet ernstig ziek worden en doodgaan.

Ongeveer 10 keer per jaar komt het voor dat een kind onder de twaalf een verzoek om levensbeëindiging doet. Van alle kinderartsen had 3% wel eens euthanasie uitgevoerd. Binnen de Nederlandse vereniging van kindergeneeskunde woedt al jaren een discussie over dit onderwerp en ook zij komen er niet uit. De leeftijdsgrenzen zoals die in de euthanasiewet staan zijn praktisch toe te passen, volgens de kinderartsen. Maar, zeggen zij erbij, de leeftijd heeft vaak weinig te maken met of een kind volledig bewust is van zijn situatie. Kinderen die zo ziek zijn weten dat helaas dondersgoed.

Ik zeg niet hier dat ik voor het plegen van euthanasie bij kleine kinderen ben. Eigenlijk kunnen wij hier niet dergelijke beslissingen over leven en dood in dit zaaltje hier maken. Als kind, ouders en arts het eens zijn; en er is sprake van uitzichtloos lijden, moet de wetgeving dit niet in de weg staan. Het grootste bezwaar wat ik heb tegen de huidige situatie is dat er wel euthanasie gepleegd is, maar dat er niemand is die toetst of het wel rechtmatig was. Dat er niemand heeft beoordeelt of het wel echt het verzoek van het patiëntje zelf is. En, naar mijn mening het allerschrijnendst, dat we kinderen als Teun onnodig laten lijden.

Begeven we ons op een hellend vlak, als we euthanasie onder de 12 mogelijk maken? Ik denk het niet. We halen het uit de schimmigheid en geven onze kinderen hetzelfde menswaardige leven en einde.

En Teun? Teun had het geluk, of het ongeluk dat zijn kinderarts zijn lijden niet langer kon aanzien en euthanasie heeft toegepast. De ouders van Teun zijn blijven zitten met een dubbel gevoel. Natuurlijk met het enorme verlies van een kind, maar ook zijn ze aan de ene kant blij dat ze Teun niet onnodig lang hebben laten lijden, maar aan de andere kant knaagt ook dat gevoel dat ze iets hebben toegestaan wat niet mag. Ook de kinderarts blijft met dat gevoel zitten, want hoewel hij achter het euthanasiebesluit staat, blijft er een beetje twijfel bestaan. Het euthanasiebesluit is immers niet getoetst.

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Pim Siegers

Pim Siegers

Tijd voor SP-burgemeesters!

CDA 132, PvdA 108, VVD 108, D66 28, GroenLinks 8, ChristenUnie 8, SGP 5 en de SP 0.
Schrik niet! Dit zijn niet de resultaten van een heel slechte peiling maar wel het aantal burgemeesters per politieke partij.

Een goede burgervader/-moeder is volgens mij bereikbaar, is veel op straat te vinden, is een belangrijk aanspreekpunt voor inwoners en dient op te komen voor iedereen in de gemeente die dat nodig heeft. Zijn dit niet juist eigenschappen waar ook een goede SP’er aan moet voldoen?

Waarom dan geen SP-burgemeesters?

Natuurlijk moeten we als partij blijven knokken voor een eerlijker en beter systeem om onze burgermeesters te kiezen. De achterkamertjesbenoemingen van werkloze PvdA’ers, VVD’ers en CDA’ers heeft niets te maken met de beste man of vrouw op de juiste plek. Maar moeten we als onze standpunt niet breed genoeg gedeeld wordt, dan maar mopperend aan de kant blijven staan? Dat doen we niet meer bij de Eerste Kamer, niet bij het Europees Parlement en in de Provinciale Staten zitten we inmiddels met bijna 90 SP’ers!

Waarom dan geen SP-burgemeesters?

“Wij leveren geen lintjesknippers. Als de burgermeester een poltieke rol krijgt doen we mee,” aldus Paul Ulenbelt in het AD daags na ons congres. Maar zit hier geen verschil tussen theorie en praktijk? De papieren burgermeester is een lintjesknipper op een erezetel. De papieren burgermeester staat boven de partijen en heeft een ceremoniële functie. De papieren burgermeester heeft een toezichthoudende rol. Maar een burgermeester van vlees en bloed doet volgens mij volop mee met het politieke spel, en is veel meer dan een toezichthouder. Het is moeilijk te verdedigen dat de Job Cohens, de Ivo Opsteltens, de Jaques Wallages en de Gert Leersen van dit land zich beperken tot lintjes knippen, stelletjes trouwen en Sinterklaas ontvangen. Dit zijn politieke kopstukken die in de orde van de dag politieke beslissingen maken en zich wel degelijke bemoeien met bestuur van de stad. Hoezo geen politieke rol?

Burgermeester Schollema van de mooiste gemeente in Noord-Nederland bekleedt de volgende posten in het college: financiën, economische zaken, de WSW, automatisering, personeel/organisatie, intergemeentelijke samenwerking, openbare orde en veiligheid, coördinatie en communicatie en de weekmarkten. Kortom een belangrijke uitvoerder van PvdA-SP-beleid in Pekela. Hij vormt samen met één PvdA- en één SP wethouder het college. Dus eenderde van dat college. Als de stemmen staken heeft de burgemeester de beslissende stem. Hoezoe geen politiek rol?

Waarom dan geen SP-burgemeesters?

Stel je nou voor dat we totdat wij de ideale situatie voor elkaar boksen de burgemeester gaan zien als eerste wethouder, en in de roodste gemeentes van Nederland waar SP-beleid in de praktijk wordt gebracht burgemeesters gaan leveren, wat kan er dan mis gaan?

En als we de mensen nou niet hadden? Jules Iding in Oss en Riet de Wit in Heerlen hebben al bewezen uitstekende loco-burgemeesters te zijn en kregen in het Volkskrant-artikel “SP krijgt besturen in de vingers” alle lof van vriend en vijand. Wanneer gaan we die vier letters LOCO nou eens schrappen?

Burgemeester Verschuren in Groningen, burgermeester Van Hooft in Nijmegen, burgermeester Roemer van Boxmeer en burgermeester Hemmes in Pekela. Ik ben ervan overtuigd dat ze het geweldig zouden doen. Dit zullen burgervaders zijn die hun handen uit de mouwen steken en zullen vechten voor hun dorp of stad. Zij zullen het bovendien te druk hebben om tientallen bijbaantjes en commissariaten te bekleden, geen buitensporige kosten en declaraties maken en van hen zal minister Ter Horst sowieso geen brief ontvangen over onze afdrachtregeling.

Waarom dan geen SP-burgemeesters?

De SP, wij, hebben de afgelopen jaren bewezen dat we symbolen kunnen missen zonder onze ideologie te verloochenen. Dat is beter dan andersom. Onze Navo-standpunt deed pijn bij sommige partijgenoten, onze van politieke realiteit doorspekte koningshuis-standpunt was voor een handjevol SP’ers even slikken. Toch hebben wij op het gebied van onze ideeën en programma nooit een echte interne strijd gehad. Misschien zijn er wel mensen die op dit moment in het huidige systeem SP-burgemeesters een brug te ver vinden, ik denk dat het een brug verder naar een socialer Nederland is.

Als we de carrièremensen uit onze partij kunnen blijven filteren, en SP’ers met goede ideeën en aanpak op de juiste plekken kunnen krijgen, dan kan het alleen maar winst zijn.

De SP is een grote partij geworden. En dat heeft gevolgen. Zo eindigde Jan Marijnissen ons congres. De roep om SP-burgemeesters vanuit stemmers, leden en derden is een van de gevolgen voor een grote partij! We zijn er klaar voor, daar ben ik van overtuigd, die burgemeesters gaan er komen. Wanneer en onder welke voorwaarden? Daar kunnen we over twisten. Ik zeg vandaag, liever vandaag dan morgen. Niet omdat het moet, maar omdat we het kunnen!

Dit betoog is onderdeel van de eindopdracht van de Masterclass van de SP. Het geeft dus niet noodzakelijkerwijs een standpunt van de SP weer, wellicht zelfs niet het standpunt van de spreker, maar is juist bedoeld om te prikkelen.

Harry van Bommel

Harry van Bommel

Oekraïne heeft gekozen

Stelling

Stelling

Geen bezuinigingen op onderwijs

Opinie

Agnes Kant

'Twee zielen in één borst. Wat wordt het?'

SP Nieuws

Nieuws van de SP

DINSDAG 9 FEBRUARI
MAANDAG 8 FEBRUARI
ZONDAG 7 FEBRUARI
ZATERDAG 6 FEBRUARI
VRIJDAG 5 FEBRUARI
DONDERDAG 4 FEBRUARI
WOENSDAG 3 FEBRUARI
DINSDAG 2 FEBRUARI

Themakanalen

Nieuw op www.sp.nl

TRIBUNE JANUARI
OPINIES
65blijft65
Voor een menselijke thuiszorg
SP-TV
top

www.sp.nl | Partij | Afdelingen | Nieuws | Agenda | SP.TV | Publicaties | Shop | Inter@ctie | Contact | Lid worden

© SP 1996-2010