www.sp.nl

Homepage SPSP.nl
SP :: Publicaties :: ZO
ZO – voor een beter Nederland, voorjaar 2010

 

Van Zetel tot Wieg

Renske Leijten: “We zijn heel hard nodig.”

Kamerlid Renske Leijten (30) bewijst: je kunt genieten van het leven en tegelijk hard werken voor een betere wereld. Bij de SP voelt ze zich thuis. Hoe dat zo gekomen is? Volg het spoor terug over haar levenspad.

Tekst: Anthonie Vermeer Fotografie: Menno Herstel

Renske Leijten

Renske: "Stel je geld altijd voorop dan degradeer je mensen tot producten en consumenten."

2006 – heden: Tweede Kamer

Ze is zenuwachtig, 6 oktober 2004. Weliswaar heeft Renske al eens gesproken met Jan Marijnissen, maar altijd in groter gezelschap. Nu is ze gevraagd met hem te eten, alléén, in een Utrechtse pizzeria. Renske: “Hij vroeg of de SP voor mij een bevlieging of menens was. Ik zei echt voor de partij te willen gaan, waarna hij me vroeg of ik op de volgende kieslijst wilde. Omdat ik nog studeerde, wilde ik bedenktijd. Zijn typische Jan-antwoord luidde: Als onze pizza’s op zijn moet je er wel uit zijn. Een half jaar later ben ik voor de fractie gaan werken, als een soort opleiding. Door de val van het kabinet was dat van korte duur."
Renske is zenuwachtig voor elk debat. Totdat ze eens onverwacht een spoeddebat overneemt van Agnes Kant, die vastzit in een treinopstopping. Ze heeft zó weinig tijd dat ze niet eens nerveus kán worden. Het debat gaat goed en daarna zijn de zenuwen over.
Renske: “Soms baal ik ervan dat we zo traag gaan ondanks alle moeite. Neem de situatie in verpleeghuizen, die wordt maar niet beter. Dat reageer ik af met sporten, sauna of een avondje uit. Dat helpt en dan denk ik aan wat er wél goed is gegaan. We zijn heel hard nodig. Zonder de SP was de zorg allang helemaal vermarkt zijn. Compleet met winstuitkeringen.”

2000 – 2005: studie

Na een jaar politicologie studeren in Amsterdam verhuist Renske naar Groningen voor de studie Nederlandse taal en cultuur. Ze gaat expres ver weg, want hoogste tijd om op eigen benen te staan. Renske: “Mijn eerste studiejaar woonde ik bij mijn ouders in Haarlem. Het jaar daarvoor had ik in Australië gereisd. Dat was goed voor me. Tot dan stond alles voor me klaar en ik kon leuke dingen doen van mijn geld. Maar dáár, aan de andere kant van de wereld, was mijn geld op en moest ik alles aanpakken. Ik heb zelfs op een miljonairsbeurs gewerkt tussen de dronken rijkaards die in mijn kont knepen. Vreselijk. Niet dat ik daarvóór te beroerd was om te werken, maar in de zekerheid van thuis kon ik gewoon stoppen als een baantje me niet aanstond.”
Renske denkt dat haar studie kan leiden tot werk in de journalistiek. Oorlogscorrespondent worden wil ze vanaf haar vijftiende. Dat komt door wat ze heeft gelezen van oorlogscorrespondente Oriana Fallaci. Oorlog breekt mensen af, dat vertelde Fallaci haar en daarover berichten moet de wereld toch de ogen doen openen. Maar in de loop der jaren beseft ze dat vertellen over de onmenselijkheid van oorlog niet de wereld verandert. Desondanks zegt ze: “Verslag doen vanuit oorlogsgebied is zeer belangrijk. Iemand als Arnold Karstens doet geweldig werk. Zonder oorlogsjournalistiek hebben de machtspolitici, de wapenhandel en het grote geld helemaal vrij spel hebben.”
In Groningen wordt Jorinde haar hartsvriendin: “Een optimistische meid, erg oplossingsgericht en relativerend. Ik reageer primair en daarom worden soms kleine dingen heel groot. Zij heeft me geleerd om flexibel te zijn, rust te bewaren en te relativeren.”

2002 – 2006: politiek actief

Definitief afgehaakt van de richting journalistiek (“Ik ging niet naar de universiteit om krantje te spelen.”) zoekt ze een andere weg om iets te doen voor een betere wereld. Ze vindt dat ze moet laten zien waar ze staat. De wereld staat na de aanslagen op de Twin Towers op de kop en in Nederland komt Pim Fortuijn op.
Ze klopt aan bij de SP. Renske: “In Groningen was de SP heel zichtbaar. Ze hadden met een referendum voorkomen dat de prachtige Grote Markt verpest zou worden door een koopgoot. Dat sprak me aan. Bovendien bleken de partijstandpunten te passen bij mijn ideeën. Met name dat als je in alle keuzes geld voorop stelt, je mensen degradeert tot consumenten en producten. Dus werd ik lid. Mijn eerste acties waren voor eerlijkere handelsprijzen voor uitgebuite koffieboeren en demonstraties tegen de oorlog in Irak.”
In die tijd wordt ROOD, jong in de SP, - waarvan Renske eerder al de Groningse afdeling had opgericht - een landelijke vereniging. Renske wordt bestuurslid en krijgt de leiding over de landelijke kraakacties waarmee Rood de woningnood weer terug weet te krijgen op de politieke agenda.
Dat ze lekker studeert, geniet van Groningen, graag sport, uitgaat en feest viert met haar vrienden, belemmert haar niet een volgende politieke stap te zetten. “Na twee jaar nam ik het Rood-voorzitterschap over. Overigens was er een half jaar overlap met de Tweede Kamer. Was wel fijn als overgang want de Tweede Kamer is toch veel geneuzel, formeel en traag."

1991 – 1998: Vrije School

Rudolf Steinerschool in Haarlem: lastige levensfase voor Renske.Renske: “School was zinloos; in mijn ogen leerde ik er niets. Daar denk in nu anders over. Maar ik had het tussen mijn 14de en 17de moeilijk en was ook moeilijk. Op de middelbare school in Haarlem kwam ik in een klas die al zes jaar bij elkaar was. Op een Vrije School, die van basis- tot middelbare school doorloopt. Doordat je in een klas blijft met alle niveaus leerde ik dat ieder zijn capaciteiten heeft – de een intellectueel, de ander technisch of muzikaal. Aangezien de klas al samenhang had, moest ik mijn plaats bevechten. Dat lukte ternauwernood, en ik hield één maatje over: Matthias. Hij overleed plotseling toen we veertien jaar waren. Dat voelde als verraad van het leven en heeft mijn houding op school erg bepaald. Ik vertrouwde geen enkele vriendschap meer. Dat dit pubertijd was, weet ik pas achteraf. Ik sloot me af, was afstandelijk, hard, oordeelde snel en maakte daardoor geen vrienden. Mensen waren daardoor soms bang voor me, en ’t kon me niks schelen. Ze noemden me Rooie, niet alleen vanwege mijn haar maar ook om mijn politieke opvattingen. Ik maakte werkstukken over Marx en Engels. En mijn eindpresentatie wilde ik doen over de burgeroorlog in Noord-Ierland. Ik zou wel even een oplossing brengen voor dat conflict. (Lacht) Hoe ingewikkeld zo’n conflict en hoe arrogant mijn zelfoverschatting. Het maakte dat ik ging piekeren over religie. Ik denk dat ik toen geloof uitsloot als mogelijk traject naar een betere wereld. Het klopte niet dat de kerk condooms afwees terwijl de wereld sterft aan aids. Mijn oma is streng gelovig: wat de kerk zegt is waar. Ik vond dat je zelf verantwoordelijk bent voor je leven. Je verschuilen achter een boek, hoort niet bij het leven met eigen keuzes. Wie weet werd ik toen wel socialist.”
Buiten school is Renske een ander meisje: ze doet aan wedstrijd zwemmen en heeft veel lol met haar teamgenoten. Die meiden zijn ouder en maken haar wegwijs in het uitgaansleven. Op haar 17de begint ze met een bijzondere weekendbaan: om de week is ze voedingsassistente van klooster Alverna in Aerdenhout. Ze brengt de zusters eten en drinken. Renske: “De zusters waren oud. Het was een huis vol traditie en regels. Ik leerde daar naar de wensen van anderen luisteren en mijn taalgebruik te fatsoeneren. Rustig praten, zonder stemverheffing. Ik leerde dat andere mensen een héél andere belevingswereld konden hebben. Ik vertelde bijvoorbeeld één zuster over vriendjes. Tot de leiding me duidelijk maakte dat zij nooit een man had gehad en ‘t wellicht verkeerd of geheel niet zou begrijpen. Dat kon ik maar beter niet doen.”

1984 – 1991: kindertijd

Renske: “Mijn ouders, Peter en Tineke, namen vier kinderen in huis die ouder waren dan ik en mijn broer Marijn. Mijn vader zat in het jeugdwerk en mijn moeder was thuis. Met zusjes en broertjes in huis was er altijd iemand om mee te spelen. En dan was er nog een trits vriendjes in de buurt. Buitenspelen vond ik geweldig: zwerven door de buurt. We speelden dagenlang ridders en prinsessen. Overal was gevaar in ons spel. En zo niet dan kon je het wel opzoeken door wortels van de groenteman te gappen of met de oudere kinderen mee te gaan en op de spoorweg spelen. Ten strengste verboden en daarom dubbel leuk. Een groot gezin met oudere kinderen, daar werd ik stoer van, had altijd mijn woordje klaar, en was altijd in gevecht om aandacht. Die ervaring komt nu wel van pas.”
Terwijl we voor het huis aan de Versponckweg staan is ze weer helemaal terug in haar gelukkige kindertijd. Plotseling serieus: “Ik heb hier een hoop geleerd, onbewust. Ik wist dat er iets mis was met mijn broer en zussen en hun ouders, anders zouden ze niet bij ons wonen. Zij hebben geen veilige wieg gehad en dat tekent ze voor de rest van hun leven.”
Het besef dat de wieg bepaalt waar je terecht komt, is één van de lessen van Renske’s jonge leven. Wanneer in de zesde klas van de Basisschool de Tweede Wereldoorlog wordt behandeld, is ze van slag: wie verraadt er nou zijn buurvrouw?! De eerste Golfoorlog is de eerste oorlog die ze volgt. Haar vader legt uit hoe oliebelangen een belangrijke rol spelen.

Renske even terug in het paradijsje bij het houten huis op 't Hoogt

Renske even terug in het paradijsje bij het houten huis op 't Hoogt

1979 – 1984: kleutertijd

De ouders van Renske komen als Z-verpleegkundigen in de Sint Bavo, het huidige Parnassia, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg in Noordwijkerhout, te werken. Ze wonen in een klein houten personeelshuis aan ‘t Hoogt en stichten er een gezin: 17 maart 1979 komt Renske ter wereld en in 1981 ziet Marijn het levenslicht.
Zouden die op vakantiehuisjes lijkende woningen er nog zijn?
Renske loopt met ZO een bosachtig paadje in en achter de bomen ziet ze inderdaad houten huisjes. Dáár woonden we, zegt ze. Ze belt aan en mag binnen een kijkje nemen van de huidige bewoners, die liever anoniem blijven. Ze herkent de keuken en de kleine kamer waar ze met haar broertje sliep.
Op het achterplaatsje zegt ze: “Daar stond een kippenhok. Waren mijn twee jaar jongere broertje of ik ondeugend, dan zette mijn vader ons op het dak. We gierden het dan uit van plezier. Een paradijs om te spelen met al dat groen.”
De verhuizing naar Haarlem herinnert ze zich niet meer. Maar wat ze van haar ouders weet: na de verhuizing maakte Renske tekeningen van kleine en grote huizen.
In de kleine huizen lachten de bewoners, in de grote huizen huilden ze.

Renske staat op de 4de positie van de SP-kieslijst. Meer weten over haar werk en visie? www.sp.nl/renskeleijten

 


Inhoudsopgave  «  Nieuws  «  Overzicht

 

Delen via sociale media Informatie over delen en sociale media

Blijf op de hoogte

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP:

SP Nieuws

Laatste berichten

ZATERDAG 30 AUGUSTUS
COLUMN
IN DE MEDIA
VRIJDAG 29 AUGUSTUS
IN DE MEDIA
DONDERDAG 28 AUGUSTUS
NIEUWS
COLUMN
IN DE MEDIA
WOENSDAG 27 AUGUSTUS
OPINIE
IN DE MEDIA
ZATERDAG 23 AUGUSTUS
IN DE MEDIA
VRIJDAG 22 AUGUSTUS
COLUMN
IN DE MEDIA
DONDERDAG 21 AUGUSTUS
IN DE MEDIA
WOENSDAG 20 AUGUSTUS
IN DE MEDIA
DINSDAG 19 AUGUSTUS
NIEUWS
IN DE MEDIA

Moed College
Studio SP
top