
Tekst: Machiel Rebergen Foto: Bas Stoffelsen
Nederlandse scholen hebben in 2006 gezamenlijk ruim een half miljard euro over en op hun spaarrekeningen bijgeschreven. Maar dat geld wás bedoeld voor onderwijs, zegt SP-Kamerlid (en een blauwe maandag leraar) Jasper van Dijk. ‘Minister Plasterk van Onderwijs moet zijn verantwoordelijkheid nemen.’
Minister Plasterk van onderwijs moet dringend met zijn vuist op tafel slaan, vindt Jasper van Dijk (37), Tweede Kamerlid en onderwijswoordvoerder van de SP. En dan: de verantwoordelijkheid voor de salarissen van leerkrachten weer terug in eigen hand nemen. Van Dijk: “Die verantwoordelijkheid heeft de overheid in de jaren negentig uit handen gegeven. Een pijnlijke fout, waar de leraren nu veel last van hebben. Hoogste tijd dat we die salarissen weer vastleggen en het niet overlaten aan bestuurders. Dan kunnen de scholen het geld weer gebruiken waarvoor het bedoeld is: voor onderwijs.”
Van Dijk was zacht gezegd not amused toen de Algemene Onderwijsbond dit voorjaar bekend maakte dat scholen grote reserves hebben. Alle scholen hebben bij elkaar een eigen vermogen van 9,6 miljard, en alleen al het basisonderwijs heeft 1,8 miljard euro opgepot. Maar waar hij zich écht over opwindt: in 2006 bedroeg het exploitatieoverschot van alle scholen gezamenlijk 552 miljoen euro. “Ruim een half miljard in 2006, gewoon over! Bij die 9,6 miljard zitten ook bezittingen, maar die 552 miljoen is over en kunnen we vandaag nog investeren. Ik krijg leraren aan de telefoon die tweehonderd euro voor het sinterklaasfeest willen, en schooldirecteuren die geld nodig hebben om de luchtvervuiling in het gebouw aan te pakken. Maar die bestuurders zeggen: jammer dan, geen geld voor! Terwijl schoolbesturen wel mooi tonnen op de bank hebben staan, of hebben belegd in aandelen.”
Éigenlijk, zegt hij, zou je die 552 miljoen euro vandaag nog in een pot moeten storten, en “het verdelen onder de armste scholen die de grootste achterstand hebben wat betreft hygiëne. Terwijl er onderhoud aan de school nodig is.”
Gaat dát niet een beetje ver?
Fel: “Ja! En? Het is keihard nodig.”
Hier zit voor Van Dijk de grote fout: schoolbesturen krijgen sinds de jaren negentig elk jaar een budget, en mogen zelf bepalen hoe ze dat besteden. Van Dijk: “Ze moeten daar de leerkrachten van betalen, meubilair aanschaffen en onderhoud bekostigen. Door die verantwoordelijkheid zijn schoolbesturen huiverig geworden voor onvoorziene kosten. Ze proppen hun spaarvarken vol en spekken de schoolbankrekening, want je weet maar nooit... Niet eens onbegrijpelijk, geef ik toe, maar ze sparen echt veel te veel. En als je er naar vraagt, zeggen ze allemaal: jaha, maar we sparen voor toekomstige investeringen. Tja...”
De zuinigheid is, hoe begrijpelijk die deels ook is, vooral onwénselijk. Van Dijk: “Minister Plasterk moet de salarissen van de leerkrachten vastleggen. Ik heb zelf, toen ik voor de klas stond, meegemaakt dat een school zei: je hebt eigenlijk recht op het hogere salaris van schaal 12, maar je krijgt schaal 10. Graag of niet. Dat wekt wrevel onder leraren. Wantrouwen zelfs. Waarom krijgt de één meer dan de ander? En je voedt de ongelijkheid tussen scholen.
80 leerlingen in 1 lokaal dat is geen onderwijs maar ophokken
De spaardrift leidt er óók toe dat je van die massale ruimtes krijgt met tachtig leerlingen en twee leerkrachten. Dat is geen onderwijs, maar ophokken. Dat kan ik ook niet meer aanzien! Als de overheid pal gaat staan voor de salarissen van leerkrachten, los je dat allemaal op. Dan kan een bestuur zorgeloos twee zogenaamd dure leerkrachten aantrekken als het nodig is. Dat is ook de enige manier om het enorme lerarentekort te bestrijden.”
Het SP-Kamerlid doet een beroep op de minister: “Plasterk begon zelf te zeggen dat de macht van het management in het onderwijs is doorgeslagen. Het is tijd dat hij daar ook echt iets aan doet, want ik merk er nog bar weinig van.”
De politieke realiteit is: een motie van Van Dijk om de salarissen te waarborgen, werd in december afgeschoten. Óók door Plasterk. Van Dijk: “Ik reken op zijn voortschrijdend inzicht. De leraren staan op het Plein in Den Haag te demonstreren voor vaste salarissen. Daar is hij toch niet doof voor? Niets houdt mij tegen ‘t voorstel nogmaals in te dienen.” Van Dijk moppert nog even over ‘personeelsfiguren en managers die leraren inschalen en beoordelen’, en zegt dan: “Die kunnen er dan gewoon uit voor leerkrachten.”
Vertrouwen
Maar hoe zorg je dat besturen het budget voor onderhoud vervolgens niet óók oppotten of beleggen? Van Dijk: “Tachtig procent van het budget gaat naar leerkrachten, dus de noodzaak tot oppotten wordt meteen veel minder. Ik ga uit van vertrouwen. Scholen worden nu al gek van die controledwang. Ze moeten elke wc-rol verantwoorden. Daarnaast wil ik een oppotgrens instellen. Scholen potten nu tussen de vijftig en zestig procent op, terwijl veertig procent als royaal wordt beschouwd. Dan speel je van die 9,6 miljard een véél groter deel vrij voor het onderwijs.”
De opgepotte reserves, zo benadrukt de SP’er, kan je slechts eenmalig inzetten. Maar de structurele financiering van het onderwijs schiet ook ‘ernstig tekort’.
Van Dijk: “Er moet structureel geld bij voor betere salarissen, kleinere klassen en betere gebouwen. Maar de regering laat het afweten. Onderwijs wordt beschouwd als kostenpost, maar wanneer gaan we onderwijs weer als investering zien? In de jaren zeventig investeerden we zeven procent in onderwijs. Nu nog maar vijf. En op het lijstje van rijke landen, bungelen we onderaan. Dat is veelzeggend.”
Kortom: minister Plasterk trek je geldbuidel? Van Dijk: “Zeker! Hij heeft een actieplan voor een miljard extra. Maar dat geld is er pas in 2020, grotendeels een sigaar uit eigen doos; leraren betalen dat uiteindelijk zelf uit de pensioenen. Dus ik zeg: Plasterk, jij bent de baas, neem je verantwoordelijkheid.”
Meer info over onderwijs en financiën: www.aob.nl
Inhoudsopgave « Nieuws « Overzicht
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: