SP-Kamerlid Ronald van Raak (38) werd geboren in Hilvarenbeek. Studeren was in zijn milieu bijna ondenkbaar. Desondanks ging hij promoveren en werd hij een succesvol politicus. Hoe is dat zo gekomen? Samen met verslaggever Anthonie Vermeer maakte hij een terugreis door zijn leven.
Tekst: Anthonie Vermeer Foto: Alex Wolf
2006 - heden: Tweede Kamer
Wie het in journaal of actualiteitenrubriek zag, zal het vast nog weten: Ronald van Raak stelt tijdens een debat voor om de voorgenomen salarisverhoging van dertig procent voor politici te schrappen. Kon het geld mooi naar loonopslag voor de politie. “De hele Kamer, behalve de SP, viel over me heen. Maar wij hangen niet aan geld of carrière. Dat maakt ons sterk. We zijn erg inhoudelijk bezig zonder de onderlinge rivaliteit die je bij andere partijen ziet. In onze fractie kwam de functie van volksvertegenwoordiger als verlengstuk van maatschappelijke activiteiten. Voor mij is dat niet anders.”
2003 - 2006: Eerste Kamer
Tijdens zijn jaren in de senaat vindt Ronald van Raak veel steun bij zijn partijgenoot Tiny Kox, die de SP-ploeg in de Eerste Kamer leidt. “Hij leerde me problemen terug te brengen tot de essentie. Als politicus moet je voorkomen dat je jezelf verliest in stapels dossiers. Tiny leerde me dat we ons moeten richten op de mensen en hun noden, niet op droge aktes en stukken.”
2000 - 2003: wetenschappelijk bureau van de SP
In april 2000 werd Ronald van Raak lid van de SP. Hij was net aan de slag bij het wetenschappelijk bureau van de partij. “Ik deed onderzoek naar chloortransporten van Akzo Nobel en werd lid van het actiecomité Rood sein voor de chloortrein. Zo kwam ik midden in de dagelijkse politiek terecht. Geweldig, mijn onderzoeksresultaten belandden niet in een la maar werden gebruikt om Nederland veiliger te maken. De actie had succes, er kwam een einde aan de transporten. Politiek als directe actie. Zo hoort het, dus ik zat op mijn plaats.”
1997 - 2000: promotie-onderzoek Universiteit van Amsterdam
Op de hoek Singel en Oude Leliestraat in Amsterdam wijst Van Raak omhoog naar zijn toenmalige werkkamer. Hier werkte hij aan zijn proefschrift en bereidde hij de colleges voor die hij gaf. Vanuit zijn raam zag hij op de brug het beeld van één van zijn inspirators: de 19de eeuwse schrijver Multatuli, die onder meer Max Havelaar (1860) op zijn naam heeft staan.
Hij zegt: “Multatuli was een tegenstander van de liberaal Thorbecke. Multatuli vond hem te juridisch politiek bedrijven. Te clean, zonder gevoel, zonder te zien wat mensen beweegt. Multatuli vond zaken als onderwijs, wonen, werk en dagelijks te eten hebben belangrijker. Hij wilde de positie van arbeiders in de toenmalige standenmaatschappij verbeteren. Hij wilde Nederland verbeteren. Maar in zijn eentje, dat kon toch niet lukken? Hij stelde zich twee keer tevergeefs verkiesbaar voor de Kamer. Zijn mislukking in de politiek leert me dat je je moet verenigen om iets te bereiken.”
1989 - 1996: Studie geschiedenis en filosofie
Hoe is de maatschappij geworden zoals ze is? Hoe denken mensen en waarom? Zulke vragen hielden Ronald van Raak al jong bezig. Daarom viel zijn studiekeuze op geschiedenis en filosofie. Hij studeerde in Rotterdam en woonde op Het Honk, midden in de bossen van Lage Vuursche. Dit is een vakantieoord van het Nederlands Instituut voor Volksontwikkeling en Natuurvrienden, dat vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw arbeiders de mogelijkheid gaf om op vakantie te gaan. Van Raak had er tussen 1991 en 1994 de tijd van zijn leven. Hij mocht met drie andere jongeren gratis wonen. Tegenprestatie: de boel onderhouden en de logeerpartijen van groepen ordelijk laten verlopen.
Hij loopt over het terrein waar de tenten stonden en langs de groepsaccommodaties. Zegt: “Dit was heel leerzaam. Een samenleving in het klein. Je had verschillende soorten mensen bij elkaar: hippies, natuurvrienden, stadskinderen en leerlingen van wat we nu zwarte scholen noemen. En dan waren er ook nog de welgestelde dorpelingen om ons heen. Ik moest ervoor zorgen dat iedereen goed met elkaar omging. Zo leerde ik het belang van praten met elkaar en dat mensen tot veel in staat zijn als je ze verantwoordelijkheid geeft. Het sámen doen, dat is de basis. Ik geloof dat iedereen van goede wil is. Ik merkte dat praten en uitleggen werkt. Dat kweekt respect. Ook merkte ik het belang van een goede omgeving. Jongeren uit achterstandswijken kwamen heel druk en vertrokken heel rustig. Ze hadden hier de ruimte. Konden uit de groep stappen door even alleen het bos in te duiken en hoefden zich dus niet groot te houden. Hier gebeurde iets positiefs met mensen omdat ze met elkaar iets deden.”
Dan wijst hij op de hangmat waarin hij in groengeur en vogelgefluit uren werkte aan zijn afstudeerscriptie filosofie over de Duitse toneelschrijver Bertolt Brecht.
Van Raak: “Brecht zet op het toneel mensen in verschillende omstandigheden en laat zien hoe iemand bedenkelijke beslissingen kan nemen, die toch logisch lijken. Hij geloofde sterk in de maakbaarheid van de samenleving. Maar machthebbers hebben hem monddood gemaakt. Voor mij weer een bewijs dat je samen moet vechten, niet alleen.”
Avonden en nachten in de kroeg discussiëren over een betere wereld waren wel aan Van Raak besteed. Maar hij wilde ook actieve betrokkenheid en zocht die bij de PSP, waar hij het al snel had gezien. Veel praten en niets doen. Niets voor Ronald!
Vormden geschiedenis en filosofie dan wél de goede keuze? “Ja, daarbij leer je je inleven in andere mensen en krijg je respect voor andersdenkenden. Ik heb de nodige filosofen bestudeerd. Elk heeft een eigen denksysteem dat logisch is, waardoor je bij alles kunt denken: dat klopt. Zo leer je vanuit perspectief te denken, want iets wat logisch klinkt hoeft nog niet wáár te zijn. In de politiek zie je dat ook. Een VVD’er denkt anders dan ik. Socialisten willen bezig zijn met iets dat groter is dan zijzelf. Doe je dat niet, dan kun je vraagtekens stellen bij je morele opvoeding.”
Een van zijn favoriete denkers was Spinoza. Van hem leerde Van Raak dat nadenken niet alleen te maken heeft met de waarheid willen kennen, maar vooral met zelfstandig en onafhankelijk willen zijn. En: “Je moet zoveel mogelijk oorzaak zijn van je eigen leven, het zelf in de hand houden. Dat begint bij analyse. Dus niet schreeuwen en om je heen slaan, maar eerst denken. Pas dan kun je je omgeving veranderen. Ook dat is voor mij socialisme.”
1982 - 1989: middelbare school in Tilburg
Tilburg, het Odulphuslyceum. De conciërge heeft net het alarm ingeschakeld; Ronald van Raak kan een wandeling door zijn oude school vergeten. Tóch is hij blij met dit weerzien want hier, op twaalf kilometer fietsen van zijn toenmalige woonplaats Hilvarenbeek, “begon mijn leven pas écht”.
Ontspannen rond het gebouw kuierend zegt hij: “De leraren waren duidelijk gevormd in de vrije jaren zeventig. Ik kreeg veel ruimte om bezig te zijn met ageren tegen onrecht, aanklagen en organiseren. Via het schoolblad en met acties. Ik wist altijd mensen in beweging te krijgen. Tegen kleine onrechtvaardigheden op school – we hebben nog wel eens de weg bezet – of grote daarbuiten, zoals kernbewapening.
Toen de school leerlingen begon te werven met reclamebrochures vond ik dat maar niks. Waar moest dat toe leiden? Grotere school, harde concurrentie tussen scholen?
Ik vond dat scholen niet schreeuwerig aan de man mochten worden gebracht. Dus schreef ik een smalende vergelijking tussen de gelikte campagneteksten en de dagelijkse gang van zaken op school. Dat werd gecensureerd voor het schoolblad, dat is toch de hoogst mogelijke erkenning?” (Lacht, geniet nóg na.) “Maar het was voornamelijk lol. Met plezier mensen organiseren en iets voor elkaar krijgen. Ik leerde spelenderwijs dat als je het ergens niet mee eens bent, je kunt vragen, schrijven, een klacht indienen, actie voeren of samen eisen. Vaak vergeefs, soms met succes. En ik realiseerde me: kun je dingen veranderen op school, dan kan het ook in je straat, wijk, dorp, provincie, land en wereldwijd.” In die dagen is vriend Joep Chappin belangrijk voor hem: “Hij was de vriend met wie ik het meest optrok. Nog steeds is hij een goede vriend. Zijn ouders hadden gestudeerd en voor hem was het heel logisch om te gaan studeren. In mijn omgeving was studeren echter iets ondenkbaars. Maar Joep spoorde me aan na de Havo ook VWO te gaan doen. Zonder hem was ik waarschijnlijk nooit gaan studeren.”

1969 - 1982: kindertijd in Hilvarenbeek
Ronald van Raak klimt over het hek van basisschool De Elstrakkers. De omheining stond er in zijn tijd nog niet. Hij herinnert zichzelf als een blijmoedig kind. Leraren vonden hem een leuk joch, maar ook erg druk. Enthousiast vertelt hij over de slipslang. Een speeltuig dat de school kreeg toen een klasgenootje (“ik was geloof ik een beetje verliefd op haar”) een fantasiewedstrijd won. Naar haar ontwerp werd de slipslang geconstrueerd. Op de plek waar het speelbeest stond, gebaart Van Raak hoe het eruit zag. “En als je de slang afging dan kwam je in een deel waar je met z’n allen kon zitten. Daar heb ik veel uren vertoefd. Toen al vond ik het heerlijk om samen te zijn en met elkaar te praten. Dat vind ik nu ook goed aan politiek.”
We lopen in een minuut naar het geboortehuis van de kleine Ronald. Wandelend door de stille wijk met doorzonwoningen die vlak na de oorlog is gebouwd, vertelt Van Raak dat zijn ouders het niet breed hadden en dat de gezondheid van zijn moeder te wensen overliet. Als nakomeling met een elf jaar oudere zus en zeven jaar oudere broer werd hij wel eens verwend, maar het was duidelijk dat niets vanzelf kwam aanwaaien.
Vader Gerrit was vrachtwagenchauffeur, altijd aan het werk. Hij overleed vlak voordat zijn jongste zoon promoveerde. Moeder Fien had door willen leren, maar moest al jong als dienstmeisje aan het werk. De familie Van Raak stemde PvdA, maar thuis werd niet over politiek gepraat, ook al kijkt moeder graag naar Kamerdebatten op tv.
We bereiken het huis aan de Sprenger van Eijkstraat 6. “Hier zag Ronald het levenslicht op 30 oktober 1969. ’s Middags tussen de soep en aardappelen,” zegt zijn moeder. Hier woonde hij gedurende zijn hele jeugd. Toen hij zelfstandig begon te denken, ging de algemene mentaliteit in het dorp hem tegenstaan. Té lijdzaam, té weinig assertief. Hij wilde aan de bel trekken als iets onrechtvaardig was. Vaak voelde hij zich een roepende in de woestijn: Van Raak: “In het dorp hoorde je dan steevast: zo is het nou eenmaal. Ge kunt het toch nie verandere. Dat soort passiviteit wilde ik doorbreken. De vader van mijn beste vriend Joep was hartchirurg. Ik kwam daar graag over de vloer. Ik merkte dat er meer werd nagedacht en minder zomaar voor waar werd aangenomen in bepaalde kringen. Ik ben grootgebracht met het idee dat ik geen grote cadeaus hoefde te verwachten, noch op mijn verjaardag noch in het leven. Wil je iets, dan moet je iets doen. Daarom behoor ik niet tot de politici die wensen uitspreekt of oproepen doet tot debat, maar altijd wil handelen. Die moraal vind ik ook terug bij de SP. Geen gemakkelijk geklets, maar samen aanpakken.”
Inhoudsopgave « Nieuws « Overzicht
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: