Een gezinshuis lijkt dé oplossing voor kinderen in zo bekritiseerde jeugdzorg. SP kamerlid Marianne Langkamp bezocht zo’n goed draaiend gezinshuis en hoorde de directeur zeggen: “Ik zou dolgraag daar nog tachtig kinderen willen plaatsen.”
Tekst: Anneke verbraeken Foto: Berry Stokvis
Jenneke haar ogen, die tot nu toe bijna louter energie en plezier uitstraalden, kleuren heel even donker als ze het heeft over de onverschilligheid van de maatschappij. Met haar drie eigen, biologische kinderen, één pleegkind, twee gezinshuiskinderen en twee weekendpleegkinderen, is ze gezinshuisouder ‘pur sang’. En hoewel ze gewoon in dienst is bij Jeugdformaat, die over de gezinshuizen in de regio Haaglanden gaat, is het een ongewone baan waarbij iemand niet alleen 24 uur per dag in dienst is, de hele week door, maar waarbij betrokkenheid onontbeerlijk is. Jenneke: “De kinderen raken me. Die enorme wil om te leven, om er te mogen zijn. Uiteindelijk willen ze geen van allen een rotkind zijn. Je kunt dit werk niet doen zonder geloof. En dat bedoel ik niet uitsluitend in religieuze termen.”
De voortuin staat vol fietsen, er slingert speelgoed op het grasveld en op de eerste etage hangt een zelfgemaakte geel en rode papieren pop. Hier wonen kinderen, dat kan niet missen. Het huis van Jenneke en Marc is vol deze ochtend. Niet met kinderen, die zijn op school, maar met de directeur, een pedagoge, een leidinggevende en gezinsouders. Ze zitten met zijn allen om een grote eettafel, onmisbaar meubel in een groot gezin. SP-Tweede Kamerlid Marianne Langkamp, op werkbezoek, luistert aandachtig naar ieders verhaal. Af en toe stelt ze een vraag. Je kunt merken dat ze het fenomeen kent. Op haar initiatief onderzoekt minister Rouvoet nu de mogelijkheden om het aantal gezinshuizen uit te breiden. Het rapport wordt in september verwacht.
De samenleving negeert gewoon een aantal kinderen
Een gezinshuis moet niet verward worden met een pleeggezin. Dat krijgt Langkamp niet één, maar drie keer te horen. Van iedereen rond de tafel. Een gezinshuis is weliswaar een gezin, in een gewone wijk, in een gewoon huis, maar één van de ouders is een professional, met minstens een relevante HBO-opleiding. Die ouder kijkt dus op een professionele manier naar de gezinshuiskinderen die bij haar wonen, meestal zo’n jaar of twee. Fred Venus, directeur Jeugdformaat: “Voor een kind is het wonen in een gezin bijna altijd de beste en meest natuurlijke oplossing. Dat kan in een pleeggezin, waarvan de ouders goedwillende vrijwilligers zijn die een vergoeding krijgen. Maar soms hebben de kinderen al zulke complexe problemen dat je dat die ouders niet aan kunt doen. Die kinderen hebben professionele begeleiding nodig. Vroeger konden ze dan alleen terecht in een kindertehuis, dat we tegenwoordig logeeradres noemen. Gelukkig hebben we in de regio Haaglanden ook 17 gezinshuizen, met plaats voor 48 kinderen van 0 tot 18 jaar. Als het aan mij lag dan zou ik direct minstens 80 plaatsen extra willen hebben. Ik ben dan ook erg benieuwd naar het rapport van Rouvoet.” Hij knikt naar Langkamp: “En wij zijn natuurlijk blij dat Marianne het landelijk op de agenda heeft gezet.” Langkamp: “Vooral de hele kleintjes horen niet in een instelling thuis. Daar missen ze te veel van het gewone leven. Sommige kinderen weten bijvoorbeeld niet eens hoe een supermarkt er van binnen uitziet. Bij de opvang moet het kind centraal staan”.
Leren opvoeden
Heel belangrijk, zo benadrukt Carianne, ook gezinsouder, is het contact met de biologische vaders en moeders. “Dat proberen we zo veel mogelijk in stand te houden of te herstellen. Zo komt de moeder van mijn gezinskind een ochtend bij ons om het opvoeden te leren. Dat je consequent moet zijn, dat je grenzen moet stellen, dat je ‘nee’ kunt zeggen.” Jenneke knikt. “Eén van mijn gezinshuiskinderen heeft zijn ouders twee jaar lang niet gezien. Dat joch was acht toen hij samen met zijn zusje uit huis werd geplaatst. Het ging niet langer met zijn ouders om, die waren verslaafd aan drugs en alcohol. Hij kwam terecht bij zijn tante, was daar niet te handhaven en kwam bij een crisisopvang-gezin. Daar kon hij maar een paar weken blijven, want het gezin ging op vakantie. Hij kwam daarna in een pleeggezin en daarna in wéér een pleeggezin.”
Schoppen, slaan en spugen
Jenneke: “Hij was dus in dat ene jaar vier keer verplaatst. Hij voelde zich aan alle kanten afgewezen, was onhandelbaar en erg agressief. Hij schopte, sloeg, schold en spuugde. Hij kon niet met andere kinderen samenspelen, normaal contact was bijna onmogelijk.” Het kind kwam bij Jenneke en Mark en het zit daar nu een halfjaar. “Wat ik het allerbelangrijkste vind: heel veel aandacht geven, zodanig dat je het kind ziet achter alle problemen. Daarom geloof ik zo in dit concept; het gaat veel verder dan er gewoon zijn voor het kind. Je hebt hier niet alleen een gewone gezinssituatie maar ook een professionele setting, waardoor we het kind kunnen bieden wat het nodig heeft. Wij zijn het extra paar ogen dat het verschil voor een kind kan maken.” Met de jongen gaat het inmiddels veel beter. Zelfs zoveel beter dat er goede contacten zijn met een pleeggezin waar hij wellicht mag gaan wonen. Jenneke: “Hij wist vanaf het begin dat hij tijdelijk bij ons zou zijn, dus in dit geval voelt hij zich niet afgewezen. Integendeel. Hij weet dat we alles op alles zetten om te zorgen dat hij kan opgroeien in een gezin dat bij hem past.”
Plots klinkt er pianospel door de kamer. Ongemerkt is een gezinshuisdochter achter de piano gaan zitten. “Heel gewoon. Ik heb gewoon veel broertjes en zusjes,” zegt ze als Marianne Langkamp vraagt hoe zij het vindt om op te groeien in zo’n bijzonder gezin. Ze vertelt dat haar brugklasgenoten wel even stonden te kijken. “We moesten om de beurt met handklappen aangeven hoeveel broertjes en zusjes iedereen had. De meesten kwamen niet verder dan een of twee. Iedereen moest erg lachen, omdat er bij mij geen einde aan leek te komen. Ik moest acht keer klappen.”
De achternamen van Jenneke en Carianne zijn weggelaten in het belang van de kinderen. Ook gezinshuishouden worden? Neem contact op met Jeugdformaat, Meggi Schuiling: (06) 460 876 05.
Inhoudsopgave « Nieuws « Overzicht
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: