|
| |
|---|---|
| Wie zijn ze? Wat beweegt hen?
De Tribune portretteert de mensen achter de SP-Kamerleden |
|
|
Hoe een milieudetective een van de bekendste échte socialisten werd |
De familie Poppe ging naar bed en ontwaakte met de strijdliederen op de Vara-radio. Opa Poppe stond aan de wieg van de ambtenarenbond. Oom Poppe was fanatiek radencommunist en oprichter van de Spartacusbond. Mij niet gezien, dacht kleine Remi en zocht gewapend met de verrekijker zijn toevlucht tot vogeltjes, tufte in een bootje op de oude Maas of fietste door de - toen nog - frisse natuur van de Botlek. Hoe een escapistje een van de bekendste socialisten in de Tweede Kamer werd.
| Tekst Christine de Vos Foto Caroline Schröder |
"Ik heb nooit aan enige carrièreplanning gedaan," zegt Remi Poppe. "Altijd alleen gekeken naar wat ík vond dat er moest gebeuren. Dat waren meestal dingen waar ik me kwaad over maakte. Als klein jochie woonde ik vlakbij de Rotterdamse haven. In die tijd brak de ene na de andere havenstaking uit. Havenarbeiders weigerden bijvoorbeeld schepen met bananen uit Franco-Spanje te lossen. Als ik uit school kwam, was er altijd een enorme oploop op het plein. Politie op motorfietsen reed al knuppelend op de menigte in. Toen kwam bij mij het ontwaken van hé, hier klopt iets niet. Ik kon daar als klein mannetje niets aan veranderen, maar ik was wel boos. Bovendien baalde ik ervan dat die motorfietsen zonodig moesten crossen op het pleintje waar ík voetbalde."
Na de lagere school werkt Remi voor een tuiniersbedrijf en is daarna lakschrijver bij de
Bijenkorf, waar hij prijskaartjes schrijft. Maar nog voor hij zeeman, kunstschilder en drukker
wordt, moet hij in dienst. De stormbaan blijft hem bespaard. Hij krijgt een tasje pleisters en
de mededeling dat hij de komende maanden "ziekenpa" zal zijn, en dat - als hij zich rustig houdt
- er niks aan de hand is.
"Ik was zo lastig dat ze me op zolder zetten. Lekker uit zicht. In de ziekenboeg had ik namelijk
een bordje gehangen met daarop: Van goed ijzer maak je geen spijkers en van goede mensen geen
soldaten. Elke dag haalde de commandant dat bordje van de muur. Maar ik had een voorraadje
gemaakt, dus elke morgen als die man kwam hing er weer een nieuw."
| "Aanvankelijk kregen we op onze sodemieter van de arbeiders, maar dat werd snel anders" |
Als Remi begin jaren zestig in Vlaardingen terechtkomt, is de stank daar niet te harden. "Wat
maken ze hier?" vragen gasten wanneer Remi hen door de stad leidt. "Hier maken ze geld,"
antwoordt hij. Samen met anderen bij wie de stank ook de neus uitkomt, richt hij het Centraal
Actiecomité Rijnmond (CAR) op. De strijd voor een schonere Rijnmond begint met een stapel
pamfletten aan de fabriekspoorten. "Aanvankelijk kregen we wel op onze sodemieter van die
arbeiders. Zo van ga werken snotneus en je zit aan ons vreten! Maar dat werd snel anders. In
tegenstelling tot andere milieuclubs riepen wij niet het stinkt, de fabriek moet dicht maar: het
is gevaarlijk en als het mis gaat, sta jíj vooraan. We koppelden de milieuproblematiek altijd
aan arbeidsomstandigheden. Dat werkte. Al snel kregen we informatie over het bedrijf van de
jongens van de werkvloer zelf. Als er eens een ongeluk gebeurde, moesten die hotemetoten uit de
directie een heel onderzoek uitvoeren naar de oorzaken, terwijl wij het na een half uur al
wisten. Gewoon van de mensen die erbij stonden."
Alles draait om de centen, leert Remi in een discussie met directeur Ronteltap van AKZO
Zoutchemie. Om kleine lekkages in de fabriek te verhelpen, stelt Poppe voor de verschillende
stukken pijp niet door flenzen met elkaar te verbinden, maar ze aan elkaar te lassen. Off the
record geeft Ronteltap geeft hem het grootste gelijk van de wereld. "Maar de aandeelhouders
worden niet blij van zulke uitgaven." Bruin kan het wel trekken, maar heeft er niet zoveel zin
in.
"Daar word je toch witverziekend heet van! Dat dingen die kunnen niet gebeuren omdat het een
stel rijke stinkerds in de portemonnee scheelt." Even lijkt Remi rood aan te lopen, dan schiet
hij in de lach. "Ik kan me om veel dingen kwaad maken, maar ik probeer er nuchter bij te
blijven. En ook een beetje vrolijk als het kan. Zolang je het in daden kan omzetten, is woede
ook best lekker. En nodig. Anders ben je niet op gang te branden en zeker niet te houden.
Anderen motiveren kan je dan helemáál vergeten."
De pioniers van de SP zijn in eerste instantie niet bijster gecharmeerd van het milieuclubje
waar de kleine Vlaardinger met de grote mond voorop loopt. Remi grijnst bij de herinnering. "Er
was weer eens een stankgolf en wij wisten natuurlijk veel eerder dan de directie wat er precies
loos was. Een van de leden van CAR heeft toen tegen de pers geroepen: Als er nou niet wat gedaan
wordt, dan kunnen we de mensen niet meer in de hand houden. In de Rode Tribune verscheen
vervolgens een artikel over het "laffe, kleinburgerlijke CAR" dat de mensen van de strijd zou
afhouden terwijl ze klaargestoomd moesten worden voor de revolutie. Ik heb toen in een interview
voor het volgende nummer haarfijn uitgelegd hoe ik dacht over de relatie tussen milieu, economie
en macht. Ineens was het goed. Op het oprichtingscongres van de SP in 1972 was ik zelfs als
speciale gast aanwezig. Een dag later werd ik lid."
| De Poppe-methode: binnenkomen via de achterdeur en je komst pas achteraf aankondigen |
Samen met ingenieur Wiel Senden zet Remi het MilieuAlarmteam op. Via een gratis 06-nummer
stromen de meldingen van lozingsfoutjes en andere stinkende praktijken binnen. Nu begint de
jacht op de vervuilers pas goed. De Poppe-methode (kom binnen via de achterdeur en kondig je
komst pas achteraf aan) werpt haar vruchten af. Afvalverwerker Zegwaard, die chemisch afval met
huisvuil vermengt, krijgt mede dankzij het duo Poppe & Senden enige tijd logies op staatskosten.
Ook in de Vlaardingse gemeenteraad, waar hij bekend staat als "de straatvechter", weigert Remi
vergadertijger te worden. Hij blijft de boer op gaan om van de mensen te horen wat er mis is.
"Dan pas wordt vergaderen leuk. Je weet waar het over gaat. Je hebt het zelf geroken."
Als DSM-dochter Chemische Industrie Rijnmond in een put naast de fabriek chemicaliën loost,
krijgen Remi en trawanten daar snel lucht van. Ze dumpen een deel van de troep op de trappen van
het Rotterdamse stadhuis. Een woedende burgemeester Thomassen geeft de opdracht de trappen met
een brandslang schoon te spuiten. In alle consternatie presteert Remi het de spuitende slang
achter de broekriem van de briesende burgervader te stoppen. "Ik zou het zo weer doen," grijnst
hij. "Kamerlid of niet. Als ik me in de Kamer ging gedragen als Kamerlid zou de partij mij er
onmiddellijk uit moeten flikkeren. Ik geloof niet dat mijn werkwijze veranderd is. Ik heb nu wél
meer mogelijkheden. Als je ergens aanbelt is het Ojee, een Kamerlid aan de deur, dat is
schrikken. Dan gaan aan de voorkant deuren open waar ik vroeger slinks omheen moest. Je moet
natuurlijk wel uitkijken, dat je niet in de luren gelegd wordt. Aan de achterdeur hoor je altijd
nog het meest."
Een man met alleen lagere school in de Tweede Kamer, dat kan toch niet? "Waarom niet? Om na te
kunnen denken hoef je niet op school te hebben gezeten. Ik kon op school mijn aandacht er niet
bijhouden, maar ik was niet dom. Ik zag overal dingen waarvan ik dacht: daar moet ik bij wezen.
Dus was ik vaak een dagje afwezig."
| "Hoezo collega-Kamerleden? Doen we hetzelfde werk dan?" |
"Het is een apart wereldje in die Kamer," constateert Remi. "Ze noemen elkaar daar allemaal
collega's. Ik krijg het mijn strot niet uit. Hoezo collega's? Doen we hetzelfde werk dan?
Vreselijk amicaal is iedereen. Behalve tijdens de verkiezingen. Ik merk dat sommige Kamerleden
achter de microfoon heel andere dingen zeggen dan bij de koffieautomaat. Daar wijs ik ze ook op.
Goh, zeg ik dan tegen zoin Adri Duivesteijn (PvdA - red.), jij laat je ook een oor aannaaien.
Verdomme man, waarom zeg je ja als je weet dat het niet goed is? Want hij is het met me eens dat
de sociale huisvesting overeind moet blijven, maar zegt dat die tijd voorbij is en dat we nu wat
anders gaan doen. Hij wil roeiend met de stroom mee nog het een en ander proberen te bereiken.
Duivesteijn heeft niet de slechtste inzichten, maar hij zit bij de verkeerde partij."
Remi's conduitestaat als milieudetective ten spijt, heeft GroenLinks de reputatie van
milieupartij. "Onzin," protesteert hij fel. "Als een controlerend ambtenaar in de haven
misstanden ontdekt bij het ontsmetten van scheepruimen waar hij geen zak aan kan doen, belt hij
naar míj en niet GroenLinks. Als je bij alles wat je roept het woord milieu gebruikt, dan lijk
je alleen milieupartij. Maar ik ben GroenLinks nooit op een vuilstortplaats tegengekomen."
| "Minister van VROM? Ben je gek, daarvoor ben ik te veel een jongen van de koude grond" |
De SP-groei en het toekomstperspectief zijn veelbelovend. Toch zit "minister Poppe van VROM" er
niet in. "Ben je gek, daarvoor ben ik te veel een jongen van de koude grond. Mocht de SP ooit de
mogelijkheid geboden worden zitting te nemen in de coalitie, dan moeten we ons ten eerste
dezelfde vraag stellen die we in Oss en Schijndel stelden toen we deelnamen aan het college: is
er vooruitgang te boeken? En zijn we daar sterk genoeg voor? Op het moment dat je door
regeringsdeelname dreigt te verzuipen, kijk naar D66, moet je het vooral niet doen. Dan zou je
een goed middel, de oppositie, opgeven voor een slecht middel."
"We moeten zorgen dat we niet ongemerkt verworden tot bestuurspartij. Dat gevaar bestaat bij
elke hard groeiende partij. Maar we weten waar de gevaren schuilen. En dat scheelt. De beste
manier om niet in die kuil te vallen, is altijd bij de mensen zijn. Ik ben pas bij wat
boerenfamilies geweest. Achtendertig procent van de boeren in Nederland leeft beneden de
armoedegrens. Daar gaan we dus mee aan de slag. Als je die verhalen hebt gehoord, kan je nooit
meer een lullig bestuurdertje worden. Want dan ben je kwaad."
De echte Tribune is
veel dikker en veel mooier! Wil je een jaar lang de Tribune in huis
voor slechts 13 euro? Vul dan het aanvraagformulier in! |
Teken ook het manifest
‘1 voor allen’