De farmaceutische industrie heeft een dikke vinger in de pap van de gezondheidszorg. Zij regisseert in hoge mate het onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen, beïnvloedt het voorschrijfgedrag van huisartsen, probeert patiëntenverenigingen te paaien en soms zelfs rechtstreeks (verboden) reclame naar patiënten te maken. Zo'n 750 miljoen gulden gaat er om in deze marketingactiviteiten. De financiële belangen zijn dan ook enorm. SP-Kamerlid Agnes Kant wil paal en perk stellen aan de invloed van de commercie in deze tak van de zorg.
Bij verreweg de meeste geneesmiddelenonderzoeken in academische ziekenhuizen is de farmaceutische industrie opdrachtgever of sponsor. In algemene ziekenhuizen ligt de regie van het onderzoek nog vaker in handen van die bedrijven." Deze onthullende uitspraak komt van secretaris F. van Agt van de medisch-ethische toetsingscommissie (METC) van het Nijmeegse Radboud ziekenhuis. Jaarlijks passeren zo'n 250 onderzoeken ter goedkeuring zijn bureau. Van Agt: "Deze sturing van de industrie heeft als nadeel dat vooral medicijnen ontwikkeld worden die commercieel interessant zijn. Ziektes waaraan maar weinig mensen lijden of pillen waarmee weinig winst te behalen valt, zijn voor hen niet interessant." Onderzoek naar onrendabele medicijnen en naar therapieën waarmee helemaal niets te verdienen valt - zoals operatie-technieken of het beschrijven van ziekteprocessen - wordt enkel uitgevoerd in de academische ziekenhuizen. Hun budget daarvoor is echter beperkt en het doen van betaald onderzoek voor de industrie is dan ook een manier om het hoofd boven water te houden.
Van Agt: "Afhankelijkheid is misschien een té sterk woord. Maar in zekere mate is daar toch sprake van als een ziekenhuis voor eigen onderzoek indirect de financiering van de industrie nodig heeft." Volgens Van Agt heeft dit onder andere tot gevolg dat onderzoek waarvan maar zeer de vraag is of het nieuwe kennis oplevert, niet snel door een ziekenhuis wordt afgewezen. Zoals onderzoek naar zogenaamde me-too preparaten en seeding trials. Een me-too preparaat is een medicijn met dezelfde werking als een bestaand middel, maar dat een andere fabrikant - met minimale toevoeging - eveneens in de handel wil brengen. Seeding trials zijn onderzoeken die vooral tot doel hebben een middel "in de markt te zetten".
"De industrie publiceert zelden over onderzoeken, wat in de wetenschap toch een vereiste is"
Ook huisartsen werken vaak mee aan onderzoek naar de werking van geneesmiddelen. Zij melden bijwerkingen van medicijnen aan de stichting LAREB, een door de overheid en de beroepsgroep ingesteld orgaan dat geneesmiddelen evalueert nadat ze op de markt zijn toegelaten. Directeur Grootheest: "LAREB betaalt daar niets voor. Wij beschouwen het gewoon als onderdeel van een goede beroepsuitoefening dat huisartsen bijwerkingen van medicijnen doorgeven." Vaak wordt soortgelijk onderzoek echter door de industrie opgezet. Het wetenschappelijke nut daarvan wordt door ongeveer iedereen - behalve de industrie - ernstig in twijfel getrokken. Grootheest: "Zij publiceren zelden over hun bevindingen, wat in de wetenschap toch een vereiste is."
Vorig jaar kwam pillenfabrikant Merck Sharp & Dohme in het nieuws met zo'n omstreden onderzoek. MSD gaf huisartsen die aan migrainepatiënten het MSD-middel Maxalt voorschreven (in plaats van het al langer bestaande Imigran van concurrent Glaxo Wellcome) 75 gulden "vergoeding" voor het invullen van een formulier. De heer Decoz van BICOM, een marketingbureau voor de farmaceutische industrie: "Als een huisarts betaald wordt omdat-ie een formulier invult, dan is daar niets mis mee. Dat is dan een ervaringsonderzoekje zonder al te veel wetenschappelijke waarde. Maar het onderbouwt wel weer eens bij die arts dat dit middel minstens even goed is als Imigran. Je genereert daarmee ook voorschrijving van jouw middel aan patiënten, die vervolgens trouw zullen zijn aan dat merk. En zo'n onderzoek onder 500 huisartsen is tevens een goed verkoopargument. Het levert dus wel degelijk wat op voor de industrie. Het is een seeding trial, dat is het zeker. Maar so what? Ik heb er geen bezwaar tegen om op deze manier gaten in de markt te kopen."
De landelijke huisartsenvereniging LHV is minder gecharmeerd van de seeding trials: "Wij adviseren onze leden om niet mee te doen als het geen echt medisch wetenschappelijk onderzoek is. Maar ja, wij kunnen onze leden dat niet dwingend voorschrijven".
Jaarlijks wordt naar schatting 750 miljoen uitgegeven aan agressieve marketing
Huisartsen liggen ook op andere manieren "onder vuur" van de farmaceutische industrie. Artsenbezoekers bestoken de voorschrijvers met reclame en hebben een hele batterij smeermiddelen ter beschikking. Fulco Seegers van de LHV vindt dat het tegenwoordig wel meevalt: "Ze hebben wel wat relatiegeschenken bij zich, maar dat is heel onschuldig. Een pen, een agenda, gewoon een aardigheidje. Dat is normaal in het zakenleven en ook een huisarts is een ondernemer."
Toch besteedt de farmaceutische industrie naar schatting tien procent van haar budget aan reclame en meer dan twaalf procent aan agressievere vormen van marketing. Zo'n 750 miljoen gulden, die toch niet alleen aan "aardigheidjes" kunnen opgaan. Marketingman Decoz: "Als er meerdere medicijnen zijn met dezelfde werking, is het klinisch niet meer van belang welk product de huisarts kiest. In zo'n geval gaat de relatie tussen de rayonmanager (de artsenbezoeker - red.) en de voorschrijvende arts een rol spelen. En natuurlijk heeft het dan invloed dat je zo'n arts eens uitnodigt voor het bijwonen van een congres of een lezing. Daar zijn allerlei dingen denkbaar, in alle lagen en niveaus van beïnvloeding."
"De rol van de hedendaagse apotheker is die van ondernemer: een verkoper van medicijnen"
Om tegenwicht te bieden aan de overvloed van commerciële "informatie" van artsenbezoekers, verenigden huisartsen en apothekers zich in het Farmaco Therapeutisch Overleg (FTO). Daarin bespreken zij werking en bijwerking van geneesmiddelen, meestal onder leiding van de apotheker. Maar ook hier hebben artsenbezoekers inmiddels een voet tussen de deur gekregen. Decoz: "Een goede rayonmanager krijgt de gelegenheid om zijn producten te presenteren tijdens zo'n FTO. Of hij zorgt ervoor dat-ie de deelnemers vooraf goed voorlicht met literatuur over het product dat hij wil verkopen." Maar ook zonder die vertegenwoordiger ziet Decoz commerciële belangen een rol spelen in het FTO: "Sinds het nieuwe vergoedingensysteem voor apothekers, waarbij hij kortingen van de leveranciers in eigen zak kan steken, is het voor die apotheker zinvol om de huisartsen in zijn omgeving zoveel mogelijk hetzelfde te laten voorschrijven. Dan kan hij groter inkopen met een leuke korting. De gemiddelde huisarts heeft onvoldoende informatie en wetenschappelijke onderbouwing om dat te weerstaan. Met het FTO maakt de apotheker z'n eigen toko meer rendabel. Dat is gewoon ondernemerschap en de rol van de hedendaagse apotheker in Nederland is die van ondernemer: een verkoper van medicijnen. Ik vind dat ook niet ongeoorloofd."
"Ik kreeg een vliegticket, een hotel met een aantal sterren en een uiterst aangenaam verblijf"
Over zogenaamde congressen als smeermiddel in de relatie tussen industrie en voorschrijvers, kan ook gepensioneerd internist dr. A. Kerst meepraten: "Ik heb talloze, echt talloze, van dit soort congresbezoeken aangeboden gekregen. Wetenschappelijk stellen die niet veel voor. Er wordt geen directe tegenprestatie van je verlangd, alleen wat goodwill: Als er twee gelijkwaardige producten op de markt zijn, neem dan die van ons. Slechts één keer heb ik aan zo'n congres meegedaan, vlak voor het beëindigen van mijn praktijk. Ik kreeg een vliegticket, business class, een hotel met een aantal sterren en een uiterst aangenaam verblijf. Daar hoefde ik niks voor terug te doen. Ik heb ze nog verteld dat ze aan mij niets zouden verdienen, omdat ik op het punt stond op te houden met werken. Maar dat maakte ze niets uit. Ze hebben gewoon een budget voor dit soort zaken." Decoz legt uit waarom "zijn" industrie dergelijke congressen belegt. "Vooral in de introductiefase van een nieuw geneesmiddel is dat van belang. Je nodigt specialisten of huisartsen uit te komen luisteren naar een paar wetenschappelijke kopstukken. Het gaat heel specifiek over het gebied van jouw product, maar je laat het doen door een gerespecteerd opinion-leader."
Ook bij de verplichte nascholing van artsen komt de industrie om de hoek kijken. Dokter Kerst: "Kosten van serieuze congressen en bijscholingen zijn erg hoog. De beroepsverenigingen kunnen dat niet betalen, dus lukt het niet zonder sponsoring van de industrie. Maar waarom doet die industrie dat? Iedere arts denkt van zichzelf dat-ie niet gevoelig is voor beïnvloeding, maar als het niet rendeerde, zou de industrie zich al lang teruggetrokken hebben. Er blijft altijd iets hangen, al is het maar naamsbekendheid. De meeste artsen zijn daar nogal naïef in."
De Landelijke Huisartsen Vereniging toetst de nascholingen alvorens een accreditatie te geven. Woordvoerder Seegers: "Het is de sponsors niet toegestaan reclame te plaatsen op lesmateriaal of in de lesruimte. Maar een standje in de hal mag best."
Glaxo Wellcome is toevallig de enige sponsor van de Nationale Hoofdpijnlijn...
Hoewel publieksreclame voor receptgeneesmiddelen verboden is, trekt de farmaceutische industrie zich daar niet altijd evenveel van aan. De marketing speelt zich vaak af in het grijze gebied tussen enerzijds voorlichting en sponsoring en anderzijds ordinaire reclame. Zo'n grensgeval is bijvoorbeeld de "Nationale Hoofdpijnlijn". Dit gratis nummer biedt - in tegenstelling tot wat men zou verwachten - geen telefonische informatie over hoofdpijn. Wel krijgt de beller desgewenst een stapel brochures toegestuurd, waaronder het boekje "Hoofdpijn?!" van dr. Bomhof. Het enige middel tegen migraine dat erin genoemd wordt, is Imigran en de werking daarvan wordt uitgebreid beschreven en geprezen. Imigran wordt gemaakt door Glaxo Wellcome, toevallig ook de enige sponsor van de Nationale Hoofdpijnlijn...
Een vergelijkbaar geval was de folder "Leven met pijn" van de Reuma-patiëntenbond. Hierin werd Mebutan in het zonnetje gezet, een product van sponsor Smithkline Beecham Farma BV. Volgens mevrouw Gootsen van de patiëntenbond is de folder inmiddels uit de roulatie. "Eigenlijk zijn wij ook wel blij met die strengere richtlijnen over reclame. De industrie blijft ons toch wel sponsoren, omdat die gebaat is bij goed geïnformeerde patiënten, zonder dat wij hen enig publicitair voordeel hoeven te bieden." Duidelijk over de schreef gaat Schering Nederland BV. Op de website van deze firma wordt onder het hoofdstuk "informatie voor patiënten" uitgebreid reclame gemaakt voor het MS-middel Betaferon. Hoewel dat een bijzonder zwaar medicijn is, maakt Schering op Internet geen melding van contra-indicaties en gaat ze amper in op de mogelijke bijwerkingen ("in het begin kan de patiënt geconfronteerd worden met huidreacties op de injectieplaats en griepachtige symptomen"). Marketing-woordvoerder mevrouw Hermes kon echter geen antwoord geven op de vraag of Schering niet weet dat dit soort publieksreclame verboden is. "Ik zal die vraag aan de directie voorleggen, maar die is momenteel met vakantie..."
De
vijf "medicijnen" van Agnes KantZo wordt de pillenbranche gezond"Volgens ons is er een aantal harde en vooral heel duidelijke maatregelen nodig om een halt toe te roepen aan de wantoestanden rond de ontwikkeling en marketing van medicijnen," zegt SP-Tweede-Kamerlid Agnes Kant. "Minister Borst heeft te veel gerekend op zelfregulering van de farmaceutische sector. Ze erkent nu zelf dat dat niet voldoende is." In november vorig jaar publiceerde Kant een vijftal "medicijnen" om de pillenbranche gezond te maken. "Ten eerste moeten er drastische maatregelen genomen worden om reclame-uitingen van de industrie zoveel mogelijk terug te dringen. Daarnaast moet het bestaande verbod op publieksreclame scherper gecontroleerd worden," aldus Kant. Haar derde medicijn voorziet in het uitbannen van de commerciële artsenbezoeker: "Artsen moeten objectief worden voorgelicht over medicijnen en dat kan niet door vertegenwoordigers van de industrie zelf." Ook aan de grote betrokkenheid van farmaceutische bedrijven bij cursussen en nascholing voor artsen wil ze een einde maken. Als laatste medicijn ziet het Kamerlid een grotere rol van de overheid in de regie van het geneesmiddelenonderzoek: "Er zou een Nationaal Fonds Geneesmiddelenonderzoek moeten worden opgericht, waaraan de industrie financieel bijdraagt. Dat fonds stelt vast welke onderzoeken gewenst zijn en verdeelt die zelf over universiteiten en ziekenhuizen. Daarmee wordt een einde gemaakt aan commercieel interessant, maar klinisch zinloos onderzoek en aan de seeding trials, de nep-onderzoeken die alleen maar tot doel hebben een middel "in de pen" van de arts te krijgen."Minister Borst van Volksgezondheid reageerde overwegend positief op de voorstellen van de SP. In een vraaggesprek met de Volkskrant liet ze weten dat "het vrije-marktmechanisme de kosten in de gezondheidszorg geweldig opjaagt". Agnes Kant: "Wij zullen niet nalaten haar daaraan te herinneren en met concrete voorstellen te blijven komen om de economische belangen van de industrie uit de gezondheidszorg te halen." |
De echte Tribune is
veel dikker en veel mooier! Wil je een jaar lang de Tribune in huis
voor slechts 13 euro? Vul dan het aanvraagformulier in! |
Teken ook het manifest
‘1 voor allen’