De ergernis van
Pierre Courbois
Helaas is het onder kunstenaars net als in de rest van de maatschappij: de rijken worden rijker en de armen worden armer. Een tijdje geleden kocht het Kröller-Müller-museum een bronzen ei voor 5 miljoen gulden. Dat is twee keer zoveel als de hele jazz-muziek in Nederland per jaar aan ondersteuning krijgt. Geldbeleggingskunst, heel droevig... En binnen de jazz-wereld zie je weer dat een achttal groepen zoveel subsidie krijgen dat ze van gekkigheid niet weten hoe ze het op moeten maken. Het aantal podia is in ons land immers beperkt. Daarentegen leven vrijwel alle overige professionele jazz-musici een armoedig bestaan op bijstandsniveau.
Wij zijn geen beroepsmusici om rijk te worden, maar het contrast steekt en je zou toch met hard werken een fatsoenlijke boterham moeten kunnen verdienen. Dat dat niet meer lukt, heeft het jonge talent helaas ook goed in de gaten. Steeds minder van hen durven te kiezen voor dit onzekere beroep. Als deskundige bij de eindexamens zie ik het aantal afstuderenden aan het conservatorium ieder jaar afnemen. En wat nog erger is: onder hen bevindt zich bijna geen enkele vrouw meer. Zoals overal in de maatschappij staan vrouwen kennelijk ook hier nog wat zwakker. Gisteren bezocht ik een concert en daar telde ik onder de 38 musici precies één vrouw. Ik vind het een groot gemis als we het moeten stellen zonder de vrouwelijke creativiteit.
Het is dus zwaar ploeteren voor weinig geld in onze business. Maar het allerergste vind ik nog de manier waarop je daaraan moet zien te komen. Zoals kunstenaars vroeger gesteund werden door de mecenas, het hof of de kerk, zo zijn we in onze tijd afhankelijk van sponsors en overheid. Ik hou niet zo van sponsors. Ze willen een artistieke vinger in de pap en verbinden hun naam liever aan een glad, populair showtje dan aan een gedurfd experiment. Bovendien is de markt van sponsors al volledig afgeroomd. Dus zijn musici en componisten zoals ik vooral afhankelijk van subsidie. En daar ligt mijn grote ergernis. De bureaucratie maakt je het werken bijna onmogelijk. En in geen ander land maak ik het zo erg mee als in Nederland.
Anderhalf jaar tevoren begin je al met de subsidieaanvraag voor een project. De formulieren zijn onbegrijpelijk, niet in te vullen. Dus moeten we een "subsidioloog" inhuren om deze klus te klaren. De begroting, met allerlei andere stukken, breng je dan in achtvoud met de trein naar Den Haag - het pak is te groot om per post te versturen. Daar buigt zich een commissie over de aanvraag. Na een paar maanden krijg je hooguit de helft van het begrote bedrag toegezegd. Op grond daarvan moet je weer met de subsidioloog een herbegroting maken. Wordt dat geld voor je "gereserveerd" en speel je 25 concerten, dan mag je het project afsluiten met een eindbegroting. Voor de afhandeling van al deze beslommeringen moet je een stichting oprichten, inschrijven bij de Kamer van Koophandel, een zakelijke rekening en een BTW-nummer openen. Voor elk optreden moet je voor elke musicus een nieuw dienstverband met het betreffende podium aangaan, met vertoon van paspoort, sofinummer, bruto-netto-verloning en al. Heb je een seizoen met ze gewerkt, van september tot september, dan moet je twéé jaaropgaven in orde maken. Voor techniche diensten en management die je moet inhuren, betaal je overigens niet alleen keurig loonbelasting, maar tegenwoordig ook nog BTW. Hoog tarief wel te verstaan.
Zonder overdrijving: driekwart van al mijn werktijd moet ik steken in deze ongelooflijke bureaucratie. En al je aandacht wordt opgezogen door de voortdurende strijd met de ambtenaren. Zij zijn de natuurlijke vijand van de kunstenaar. De kunstenaar denkt analoog, de ambtenaar digitaal. En wie er ook minister is, en of het nou OKW, WVC of OCW heet, in de 34 jaar dat ik in dit vak werk, zitten er dezelfde onvermijdelijke ambtenaren. Ze zijn gewoon niet uit te roeien.
Pierre Courbois is jazz-musicus en -componist
De echte Tribune is
veel dikker en veel mooier! Wil je een jaar lang de Tribune in huis
voor slechts 13 euro?
Vul dan het aanvraagformulier in! |