Tribune 26 april 2002
![]() |
Anja Meulenbelt | |
|
||
![]() |
||
|
||
Voor wie Anja Meulenbelt alleen kent als spreekbuis van de feministische
beweging, komen haar gevoelens jegens Palestijnen wellicht uit de lucht
vallen. Maar wie De schaamte voorbij heeft gelezen, weet dat zij een socialistisch
engagement koestert voor onderdrukten. Als studente was Meulenbelt bijvoorbeeld
lid van de KEN, de voorloper van de SP. En in de jaren zestig probeerde
ze Nederland warm te krijgen voor het lot van de Amerikaanse Black Panthers.
'Al vroeg was ik betrokken bij allerlei linkse en anti-racistische activiteiten.
Dat had ongetwijfeld iets met mijn achtergrond te maken. Een aantal familieleden
zat in het verzet en bracht joodse kinderen in veiligheid. Het heeft mijn
progressieve mening over al het onrecht in de wereld gevormd. Maar Israël
ontsprong daarin op de een of andere manier steeds de dans! Net als veel
Nederlanders oordeelde ik lange tijd vrij ongenuanceerd over dat land.
Joden hadden een veilige pleknodig, vond ik. De Arabieren die op dat moment
nog in Palestina woonden konden toch uitwijken naar één
van de vele Arabische landen!'
Wat heeft jouw houding ten opzichte van Israël veranderd?
'Tijdens de presentatie van een boek van Palestijnse vrouwen ontmoette
ik Leila Shahid, vertegenwoordigster van de PLO (Palestijnse Bevrijdingsorganisatie)
in Nederland. Een gezellig, rond type, met wie ik leuk kon praten en wijntjes
drinken. En die bovendien niet driftig werd toen bleek hoe weinig ik van
haar volk af wist. Ik zal je wel eens een spoedcursus over Palestijnen
geven, beloofde zij me. Dat heeft ze inderdaad gedaan. Niet veel later
vroeg 'Artsen Zonder Grenzen' mij een project te kiezen uit hun 'Neckermanngids
voor Ellende' en daar een artikel over te schrijven. Mijn keuze viel op
de Gazastrook. In de winter van 1994/95 ben ik er voor het eerst naar
toe geweest. Ik schrok me lens. Door wat ik zag en meemaakte, maar ook
door het besef dat iedereen daar al lang van op de hoogte had kunnen zijn.
Ik niet uitgezonderd! Toen zijn mij de schellen van de ogen gevallen en
ben ik meer informatie gaan zoeken. Langzamerhand kwam ik tot de verbijsterende
ervaring dat ik mijn perceptie van de geschiedenis moest herzien. Ik zag
in dat er niet alleen veel was misgegaan na de zesdaagse-oorlog van 1967,
maar dat er al in 1948 ongelofelijke fouten waren gemaakt. Daarnaast ontdekte
ik dat het zionisme twee gezichten heeft. Een gezicht naar buiten, dat
gericht is op het opvangen van joden. En een gezicht naar binnen, dat
een Joodse staat ziet, waarin voor Palestijnen geen plaats is.'
Inmiddels lijkt de situatie in Israël dagelijks te verslechteren.
Oorzaak en gevolg zijn voor buitenstaanders niet meer te volgen. Hoe denk
jij daarover?
'Het wordt inderdaad alleen maar erger, erger, erger. De Palestijnen zijn
vertwijfeld. Gelukkig ziet de wereld nu meer dan tien jaar geleden. Denk
bijvoorbeeld aan de recente fotoserie van een geboeide Palestijn die in
koelen bloede werd vermoord. De tweede intifada, die nu bezig is, begon
met het bezoek van Sharon aan de Tempelberg. Bij demonstraties, onder
meer van Palestijnen binnen Israël, in Galilea, werd vervolgens met
scherp geschoten en zijn dertien doden gevallen. Toen sloeg de vlam in
de pan. De dieperliggende oorzaak is, dat verdreven Palestijnen na 1967
opnieuw onder een bezetting kwamen te leven en dat de joden binnen Israël
zelf geen enkele poging hebben gedaan om de Palestijnen te integreren.
Na 1948 werden ze op de vlucht gejaagd en zijn in hoog tempo 480 van hun
dorpen letterlijk van de kaart geveegd. Vervolgens werd hun land onteigend,
zonder enige vorm van compensatie. Palestijnen die wél bleven,
wonen voor een deel zonder status en rechteloos in niet-erkende dorpen.
Ze krijgen bijvoorbeeld geen vergunning om te bouwen of te verbouwen.
De Palestijnen in Israël worden steeds verder teruggedrongen en gediscrimineerd.
Het is een Godswonder dat zij tot nu toe geweldloos zijn gebleven. Want
de aanslagen worden gepleegd door Palestijnen uit de Palestijnse gebieden,
die daarvoor naar Israël komen.'
Naar aanleiding van je bezoeken aan Gaza schreef je 'Het Beroofde
Land'. Een zeer beklemmend journalistiek boek, waarin je een Palestijnse
visie op de Israëlische geschiedenis geeft. Opvallend is dat je dit
boek in je voorwoord zelf 'partijdig' noemt.
'Ja, Het Beroofde Land is partijdig. Wat dat betreft voel ik me als Amnesty
International. Die stelt neutraal de normen voor de mensenrechten vast.
Maar als je daarna de feiten publiceert, kún je gewoon niet meer
onpartijdig zijn. Israël wil graag dat de buitenwereld het land als
een democratie ziet, maar dat is het niet. Er heerst veel discriminatie.
Niet alleen ten opzichte van Palestijnen, maar ook tegenover de Russische
en Ethiopische joden en de joden die afkomstig zijn uit Arabische landen.
En Sharon is geen democraat, maar een regelrechte oorlogsmisdadiger. In
1953 heeft hij een bloedbad aangericht in Kybia. Ja natuurlijk is dat
bekend! Wie dat wil weten, kán het weten. Alleen is die wil niet
bij iedereen even groot. Dat begrijp ik donders goed. Joden willen niet
weten dat zij schuldig zijn een soort bloedige vervolging, waar ze ooit
zelf het slachtoffer van waren! En steeds weer is het eeuwige excuus:
die Palestijnen zijn ook niet van die lieverdjes.
Die wens tot 'onwetendheid' heeft voor een groot deel te maken met de
heersende opvatting over Israël. Veel joden vinden nog altijd dat
het land een toevluchtsoord is voor de nazaten van de holocaust en dat
zij zich overeind moeten zien te houden te midden van vijandige Arabische
staten. Dat is precies dezelfde gedachte die lange tijd ook in het Westen
overheerste. Maar nu staat het Westen, inclusief Nederland, open voor
een nieuw inzicht: in Israël leven twee volkeren die vechten om hetzelfde
land. Een verdergaande mening, die ook de mijne is geworden, is dat Israël
is opgericht ten koste van de toenmalige bewoners van dat gebied. Die
zijn in het nauw gedreven, op de vlucht gejaagd en zagen hun bezittingen
onteigend. Het kleine gebied waar ze uiteindelijk terechtkwamen - de Westoever
en Gazastrook - werd vervolgens ook nog bezet. Ramalla en Gaza zijn weliswaar
'teruggegeven', maar de grenzen van die stukjes land onder Palestijns
gezag worden niet gerespecteerd. Dat roept natuurlijk verzet op. Van al
die nederzettingen kun je bovendien niet beweren dat er onschuldige joodse
burgers wonen. Die kolonisten weten wel degelijk dat ze deel uitmaken
van een bezettingsmacht.'
Je betrokkenheid met de Palestijnen blijkt niet alleen uit je laatste
boeken. Je hebt ook de Stichting Kifaia opgericht, genoemd naar een Palestijnse
vrouw die als kind bij een explosie beide handen verloor. Wat beoog je
met die stichting?
'Kifaia heeft tot doel gehandicapten in de Gazastrook met geld
en praktische training te ondersteunen. Sinds de tweede intifada zijn
er een paar duizend nieuwe slachtoffers bijgekomen. Het gaat vooral om
jongens die met stenen naar tanks hebben gegooid, overhoop zijn geschoten
en nu met een ruggengraatbeschadiging of dwars- laesievoor de rest van
hun leven in een rolstoel zitten. We bieden niet alleen medische zorg,
maar ook psychische hulp. Die jongens rekenden er op dat ze konden sterven,
niet dat ze verlamd zouden raken. Ze kunnen niet trouwen, geen kinderen
krijgen en geen kostwinner worden voor hun familie. Sommigen zijn zó
depressief, dat ze niet eten om alsnog dood te gaan. Ja, wat we doen lijkt
een druppel op een gloeiende plaat. Maar door die Palestijnse organisaties
te steunen, bieden we ook werk aan Palestijnen. Bovendien geeft het hen
het gevoel dat er aandacht voor ze is. Ik merk dat het bijdraagt aan hun
moraal. Ze zeggen ons steeds: vertel in Nederland wat er hier aan de hand
is.'
Dat doe je met behulp van je boeken, maar het beeld dat je schetst
maakt vooral wanho- pig. Waar put jij zelf nog hoop uit voor de situatie
in Israël?
'Het feit dat Israël geen militaire oplossing heeft is
hoopvol, hoe paradoxaal dat ook mag klinken. In de Palestijnse autonome
gebieden leven nu drie miljoen mensen. Die wil Israël niet. Wat de
joden wél willen is een joodse staat met een joodse meerderheid.
Daarop is de hele Israëlische politiek vanaf 1947 gericht geweest.
Ook vandaag nog wenst Sharon zo veel mogelijk land met zo min mogelijk
arabieren. Maar op den duur zullen de joden ook binnen Israël hun
meerderheid verliezen. Gewoon, omdat er te veel Palestijnen zijn en omdat
Palestijnen gemiddeld meer kinderen krijgen dan de joodse bevolking. Met
bufferzones probeert Israël nu veiligheid rond de nederzettingen
te bewerkstellingen, maar om al die koloniën goed te kunnen verdedigen
zou het leger driemaal zo groot moeten worden. Daarbij komt, dat die buffer-zones
het gebied van de Palestijnen steeds kleiner maken. En de praktijk leert
dat onderdrukten gevaarlijk worden! Bovendien zijn de Palestijnen de angst
allang voorbij. Ik heb er veel ontmoet die geen enkele vrees meer kennen,
niets meer voelen. De gevolgen daarvan zijn dramatisch. Het kan tot nóg
meer geweld leiden. Ook binnenshuis. Israël zelf is eveneens wanhopig.
Een joodse staat, gebaseerd op een etnisch-religieus beginsel, lijkt niet
haalbaar. Er moet dus gekozen worden: óf alle niet-joden opnieuw
verdrijven, óf een formele apartheidsstaat met alleen stemrecht
voor joden. Internationaal zullen ze zich daar niet populair mee maken.
Het enige alternatief is een democratische multiculturele samenleving.
Maar dan moet Israël het idee van een puur joodse staat verlaten.
Dat wil zeggen: opgeven van de Westoever en de Gazastrook en overdracht
van de nederzettingen aan de Palestijnen. Dat zou een mooi begin zijn.
Ook bij wijze van compensatie.'
Zullen joden en Palestijnen elkaar ooit accepteren?
'We hebben jaren gedacht dat het nooit meer goed zou komen tussen
Duitsland en Israël. Maar uiteindelijk is Willy Brandt wél
naar Israël gegaan. Hij is bij Yad Vashem, het holocaustmonument,
op zijn knieën gevallen en heeft met tranenin z'n ogen om vergiffenis
gevraagd. Israël zou op zijn beurt moeten erkennen dat de joden hun
land hebben gekregen ten koste van de Palestijnen. Want dan ontstaat er
ruimte om te rouwen, te huilen en weer op te bouwen.'
|
Anja Meulenbelt werd in 1945 in Utrecht geboren. Ze studeerde sociale wetenschappen en was een kwart eeuw actief als docente Hulpverlening. Via de Stichting Admira, die slachtoffers van oorlog en seksueel geweld bijstaat, werkt zij regelmatig in Balkanlanden. Meulenbelt publiceerde ruim dertig boeken en vele artikelen voor diverse tijdschriften. Meer informatie over haar stichting Kifaia is te vinden op de website. Giften zijn welkom op gironummer 8207589, ten name van Stichting Kifaia in Amsterdam. |
De echte Tribune is
veel dikker en veel mooier! Wil je een jaar lang de Tribune in huis
voor slechts 13 euro? Vul dan het aanvraagformulier in! |
Teken ook het manifest
‘1 voor allen’