Tribune 16 november 2001
|
Jan
Marijnissen
|
![]() |
Onze tijdgenoot Erasmus
In 1523 schreef Erasmus een brief aan Frans I van Frankrijk. 'De prediker
der rede' riep daarin 'de allerchristelijkste majesteit van Frankrijk'
op in zaken van oorlog en vrede toch vooral de laatste een kans te geven.
Zo schrijft hij: '
dat alle christenvorsten eens objectief zouden
moeten afwegen welke ongelooflijke winst men maakt wanneer men een onrechtvaardige
vrede verwelkomt eerder dan dat men een gerechtvaardigde oorlog blijft
voeren.' Tevens roept hij de machthebbers op 'zich als ernstige artsen
de moeite te getroosten om de kreunende wereld bij te staan'.
Bij het lezen van zijn brieven (zojuist verschenen bij uitgeverij Boom)
werd ik getroffen door de actualiteit van de zaken die Erasmus aanhaalt.
Ook zijn redeneringen zijn al zijn ze soms wat naïef
nog steeds bruikbaar om de machthebbers de juiste vragen te stellen, de
problemen van de wereld te analyseren en oorzaak en gevolg en doel en
middel goed van elkaar te onderscheiden.
New York, 11 september 2001. De wereld is geschokt. Iedereen die zich
een voorstelling maakt van wat er in die vliegtuigen en in die twee torens
gebeurd moet zijn, gruwelt. Het fort waarin wij ons in het Westen waanden,
blijkt niet te bestaan. Denken aan een raketschild is nu een lachwekkende
bezigheid geworden. We leven op één wereld, in het perspectief
van de ruimte een zandkorrel, in het perspectief van de toekomst een dorp.
Natuurlijk moeten de verantwoordelijken voor de aanslagen op het WTC opgespoord,
gepakt, berecht en gestraft worden. Maar de betekenis van die gebeurtenis
op de elfde september gaat veel verder.
De vrijblijvendheid waarmee wij tegen de rest van de wereld aankijken,
zal moeten verdwijnen. Eén miljard mensen onder de armoedegrens;
veertig duizend doden per dag als gevolg van ondervoeding, slecht drinkwater
en ziekte; honderden miljoenen die worden geknecht door bazen en dictators;
massa's en massa's mensen die geen perspectief of hoop hebben, zij allen
hebben recht op een beter bestaan. We kunnen hier niet langer aan voorbijgaan,
onder het mom van 'We geven toch ontwikkelingshulp?' en 'Ik heb toch een
lot in de postcodeloterij?'.
Erasmus schrijft: 'Artsen gaan op zoek naar de oorzaken van het kwaad.
Waarom peilen wijze en ervaren mensen dan niet naar de kiemen waaruit
de troebelen steeds weer ontspruiten? Zo zouden ze de wortels van het
vreselijke kwaad kunnen wegsnijden en het kwaad zelf kunnen genezen.'
Wat valt hier nog aan toe te voegen?
De kosmopoliet Erasmus wees ons in de zestiende eeuw al de weg. Waarom
zijn we vijf eeuwen later op dit vlak nog zo weinig opgeschoten? Waarom
slagen we er maar niet in om de ambities van personen en staten op de
juiste wijze te combineren met het respecteren van het algemeen belang?
In de tijd van Erasmus was de wereld nog groot en onbekend, de mensen
vaak onwetend; in onze tijd ligt dat anders: de wereld is klein en de
mens weet veel (meer). En toch
![]()
De echte Tribune is
veel dikker en veel mooier! Wil je een jaar lang de Tribune in huis
voor slechts 13 euro? Vul dan het aanvraagformulier in! |