Tribune 8 juni 2001
Er is in de aanloop naar een vrije markt in 'groene' stroom al heel wat energie verbruikt voor reclame en organisatiekosten. Te vrezen valt dat er nóg meer energie besteed gaat worden aan het transport van biomassa uit verre landen of 'groene' stroom bij de buren vandaan. Hoe groen is groene stroom nu eigenlijk en wie wordt er wijzer van?
| Tekst: Nico Schouten Foto: Archief SP |
Drie maanden geleden maakte minister Jorritsma wereldkundig dat de markt
voor groene stroom ten behoeve van kleinverbruikers per 1 juli wordt geliberaliseerd.
Dit betekent dat afnemers van groene stoom (zie kader) dan dus al bij
een andere leverancier terecht kunnen, terwijl de markt voor gewone ('grijze')
stroom pas in 2004 vrij is. Al vanaf 1 april kunnen contracten afgesloten
worden. Sindsdien worden huishoudens daarom ook bestookt met reclame om
'groene', 'natuur-' of 'ecostroom' te kopen. En Greenpeace treedt op als
bemiddelaar om de overschakeling te vergemakkelijken. De prijs per kilowattuur
(kWh) groene stroom is gelijk aan die van de gewone stroom. Of iets hoger.
Dat verschilt per leverancier. Het lijkt dus aantrekkelijk voor milieubewuste
gezinnen om over te stappen op groene stroom. Maar hoe milieuvriendelijk
is deze nieuwe loot aan de stam van de vrije markt eigenlijk?
Per 1 januari werd de ecotaks (officieel 'regulerende energiebelasting')
flink verhoogd. Voor de kleinverbruiker houdt dit in dat hij per kilowattuur
12,85 cent (inclusief BTW ruim 15 cent) belasting moet betalen. Bovenop
een dagtarief van ongeveer 23 cent. Om de elektriciteitsproductie uit
duurzame bronnen te stimuleren heft de overheid geen ecotaks op groene
stroom. Maar deze stroom mag voor de consument ook weer niet goedkoper
zijn dan de grijze, omdat er dan volgens de Europese Unie sprake is van
concurrentievervalsing. Wel mogen energiebedrijven cadeautjes aanbieden
voor mensen die de switch maken.
Productie van groene stroom is weliswaar duurder, maar de extra kosten
zijn minder dan 12,85 cent per kWh (het bedrag van de uitgespaarde ecotaks).
De energieleverancier mag het verschil in zijn zak steken. Zij het onder
de voorwaarde dat hij het investeert in de productie van stroom op basis
van duurzame bronnen. Voor deze investeringen ligt bovendien een subsidie
klaar van 4,27 cent per kilowattuur.
Het lijkt allemaal prachtig. De overheid stimuleert samen met de goedwillende consument de ontwikkeling van groene stroom. Maar er zijn adders onder het gras. Dezelfde overheid heeft de markt voor de productie geliberaliseerd. Met als gevolg dat er steeds meer stroom uit de buurlanden wordt betrokken, vorig jaar al ruim 19 procent. Deze stroom komt grotendeels van centrales die op kernenergie werken (Frankrijk) of op bruinkool (Duitsland). In België is zelfs een oude kolencentrale weer in gebruik genomen die stroom levert aan het Nederlandse net. Deze import leidt tot meer nucleair afval en meer uitstoot van CO2. Want in Nederland komt veel stroom van gascentrales en van warmte-kracht-koppeling (WKK). De importcapaciteit moet verder omhoog naar 30 procent. Dit kan volgend jaar rond zijn, terwijl de capaciteitsuitbreiding voor groene stroom veel meer tijd kost en dit jaar hooguit 3 procent van de behoefte kan dekken. De doelstelling is: 9 procent groene stroom in 2010. Dat klinkt heel anders dan 30 procent import van grotendeels vuile stroom in 2002. Het netto resultaat van de liberalisering is dus negatief. Het Nederlandse stroomgebruik wordt 'vuiler'.
Maar, zult u zeggen, moeten we desondanks de stimulans voor groene stroom
niet positief waarderen? Antwoord: ja, maar met de nodige reserves.
Een belangrijke bron voor groene stroom zou moeten liggen in de ontwikkeling
van nieuwe technieken, met name zonne-energie. Die techniek is voorlopig
echter duur. Windenergie is goedkoper, maar uitbreiding van het aantal
molens stuit op bezwaren van geluidsoverlast, horizonvervuiling of gevaar
voor vogels. De verbranding van biomassa is het meest aantrekkelijk (lees:
winstgevend), met name als het gaat om verbranding van afval (snoeihout,
zaagsel, groente-, fruit- en tuinafval). Vooral Essent heeft zich hierop
toegelegd. Het bedrijf had al eerder geïnvesteerd in centrales die
hierop waren toegerust. Alleen mag niet alle afvalverbranding 'groen'
genoemd worden. Het moet om biomassa gaan die niet is vervuild en kort
geleden is ontstaan. Producten afkomstig van aardolie en aardgas, zoals
plastics, tellen niet mee.
Naar verwachting gaat verbranding van biomassa het grootste aandeel leveren
in de productie van groene stroom. Daartoe kunnen speciale, snelgroeiende
gewassen geteeld worden op landbouwgronden die niet meer rendabel zijn
voor andere gewassen. Maar in Nederland kent zulke grond al volop andere
bestemmingen. De teelt kan op grotere schaal plaatsvinden in dunbevolkte
gebieden in Zuid-Amerika of Afrika. Het transport van de biomassa naar
centrales hier leidt echter tot veel energieverlies en vervuiling. Bovendien
is er het risico dat er natuurgebieden voor opgeofferd worden of dat de
lokale landbouw in de verdrukking komt. De import uit verre landen kan
dan wel 'economisch efficiënt' zijn omdat de kosten voor productie
en transport lager zijn dan in eigen land, maar uit 'groen' oogpunt is
het nog maar de vraag of deze handelwijze efficiënt is te noemen.
En de liberalisering gaat nog verder: een leverancier van groene stroom
hoeft helemaal niet te investeren. Hij kan ook bestaande capaciteit elders
in Europa opkopen. Dat doet NUON bijvoorbeeld in Duitsland. Voor bedrijven
in het buitenland is het interessant groene stroom naar Nederland te exporteren,
want dan profiteren zij ook van de vrijstelling van de ecotaks, een belasting
waarmee ons land alleen staat in Europa. Nederlandse distributiebedrijven
kunnen als tussenhandelaar meeprofiteren en zo hun marktaandeel in de
groene stroom vergroten. Of slimme jongens kunnen een speciaal 'groen'
distributiebedrijfje oprichten en de markt afromen. Het zou kunnen dat
deze handel leidt tot grotere groenstroomproductie elders, maar gezien
de hoge investeringskosten blijft het waarschijnlijk bij een verschuiving
van de afzet naar ons land. De reclame van Greenpeace voor dit soort bedrijfjes
is dus misplaatst.
Typisch Paars om de bevordering van groene stroom helemaal aan de vrije markt en de individuele consument over te laten, met enkel belastingvrijheid als prikkel. De andere landen van de Europese Unie werken met verplichtingen en hanteren daarbij quota en boetes. In Denemarken ligt een verplichting bij de consument, in Italië bij de producent en de importeur en in Groot-Brittannië bij het distributiebedrijf. Maar in ons land moet de groene groei dus komen van de ecotaks, de goedwillendheid van consumenten en de handelsgeest van scharrelaars. Een stortvloed van reclame is het nare gevolg. De bereidheid van huishoudens om over te gaan op groene stroom lijkt inmiddels zo groot, dat er op 1 juli meer vraag is dan beschikbare aanbod. Dit roept het gevaar op dat er gerommeld gaat worden met de import; bijvoorbeeld door op papier groene stroom uit te ruilen met gewone stroom. Er staat ons dus nog wat te wachten!
Wat is groene stroom?Volgens de definitie van het ministerie van Economische Zaken is groene stroom: elektriciteit die wordt opgewekt door een waterkrachtcentrale van minder dan 15 megawatt, een installatie voor opwekking van stroom middels wind- of zonne-energie, of een installatie waarin biomassa zonder bijstook of bijmenging van kunststoffen wordt verbrand. |
Een 'ongroene' ontwikkelingIn Nederland is bij talloze bedrijven fors geïnvesteerd in warmte-kracht-koppeling. De opwekking van warmte voor gebouwen of kassen wordt dan gecombineerd met productie van elektriciteit. Dat resulteert niet alleen in een besparing op het brandstofverbruik, er is ook minder CO2-uitstoot. De WKK-eenheden stoken aardgas. Als een warmte-krachtcentrale meer stroom levert dan het bedrijf zelf nodig heeft, wordt het overschot tegen vergoeding op het algemene net gebracht. WKK was goed voor 40 procent van de Nederlandse stroomvoorziening. Maar sinds kort is WKK-stroom duurder dan geïmporteerde vuile stroom. Medeoorzaak is de hoge prijs van aardgas, die is gekoppeld aan de prijs van aardolie en de dollar. Inmiddels is al een vijfde van het vermogen stilgelegd. Er wordt overgeschakeld op kolenstook, wat weer leidt tot een hógere CO2-uitstoot. Investeringen in nieuwe WKK-eenheden gaan alom in de ijskast. Een uitermate 'ongroene' ontwikkeling. |
De echte Tribune is
veel dikker en veel mooier! Wil je een jaar lang de Tribune in huis
voor slechts 13 euro? Vul dan het aanvraagformulier in! |